Category Archives: Uncategorized

Negen!

De meeste kippen komen -jammer genoeg- ter wereld in een broedmachine. Maar in ons kippenhok wordt aan “natuurbroed” gedaan. Kip Fiep zat drie weken plichtsgetrouw op tien geadopteerde eieren, die gedateerd waren met potlood. Haar zus Keet legde er drie keer in de week nog eentje bij, die ze groothartig ook onder haar warme vleugels nam. Het was af en toe een heel gezoek om de eieren zónder potlood ertussenuit te vinden.

Maandagavond keek ik even bij de aanstaande moeder en zag dit. Joepie, de eerste was onderweg!

Een uur later, toen ik weer keek, was de geboorte een feit. Het kuikentje lag drijfnat uit te blazen van de inspanning, terwijl Fiep het allemaal verwonderd bekeek. Ik weet wel dat kippen geen gezichtsuitdrukking hebben, maar je kunt er natuurlijk moeiteloos verwondering op projecteren. Of moederlijke trots.

De volgende morgen waren er negen. Dat is veel, want er wordt bij natuurbroed van uitgegaan dat zestig procent van de eieren uitkomt.

Het zijn weer schattige kuikentjes! Dit exemplaar hebben we al Goudkopje gedoopt. En de televisie blijft uit, we hebben weer kuiken-tube in de tuin.

Project Knie

Enkele weken geleden mocht ik mij -met mijn gammele linkerknie– melden bij een deskundige arts van de Mobility Clinic in het UMC in Utrecht. Tot mijn opluchting bleken er meer mogelijkheden om de problemen te lijf te gaan; een prothese kan hopelijk en hoogstwaarschijnlijk nog jaren uitgesteld worden. Hoera!

Het behandelplan heet ACP, een serie van drie injecties met bloedplasma (mijn eigen bloedplasma) in mijn knie, de eerste is eergisteren geplaatst.

De drie opeenvolgende bezoeken aan het ziekenhuis in Utrecht combineer ik met drie overnachtingen bij Dochter, die daar niet ver vandaan woont. Dit maakt dat ik behoorlijk wat reistijd heb. Dus ik zocht een vrolijk makende bol garen uit de voorraad en begon aan een breiwerk dat goed te doen is in treinen en wachtkamers. Het knieproject. Eens kijken wat het eerste weg is: de bol garen of de pijn in mijn knie.

Nog niet klaar met Katherine

In 2016 begon ik aan een ambitieus breiproject: Katherine Howard. Helemaal verliefd op het mooie patroon en zelfverzekerd genoeg om me niets van de reputatie (van moeilijk en langdurig) aan te trekken.

Prachtig, toch?

Het rugpand voltooide ik, de voorpanden waren ook al behoorlijk gevorderd voor ik me realiseerde dat het me echt nóóit zou gaan passen. En wat erger was: door mijn tegenzin om eindjes af te hechten had ik voor elke lichter blauwe diagonaal een héél lang eind garen in gebruik. Ik maakte er eerst knotjes van, die vreselijk in de war raakten natuurlijk. Er werd nogal eens aan de draden getrokken. Daar konden ze slecht tegen. Shetland wol bestaat uit vrij korte vezels, dus het garen werd dunner en brak soms. Ik probeerde het op te lossen met zogenaamde visjes, maar ook dat hielp niet veel, ook die raakten steeds in de knoop en het breiwerk werd er bepaald niet mooier van. Ik breide nog een klein stukje dapper door, maar toen kwam er een ander mooi garen langs. Ik breide een paar sokken. En een muts, en nog een muts. En toen werd het koud en vond ik dat ik een warm vest voor in de tuin nodig had.

Warm voor de winter

Ik breide het op pennen 4,5 van Cascadewol die me geleverd werd door huisdealer zevenkatten.nl .

Kabels breien is leuk.

Toen het eenmaal af was, was het natuurlijk niet koud meer, dat is zoals die dingen gaan. Het vest zal me beslist goed van pas komen in de komende winters dacht ik, en ik begon blijmoedig weer aan een sok. Maar ergens bleef tijdens al deze zijsprongen de gedachte aan Katherine Howard me wel dwarszitten. Ik hou niet van opgeven. Ik noem mijzelf vaak een procesbreier, het gaat mij meer om de bezigheid dan om het product, maar ik wil wel graag iets moois en draagbaars maken. Uithalen en opnieuw beginnen? Nee, niet met deze mishandelde wol. Dus gewoon helemaal opnieuw beginnen, en dat deed ik. Nu niet met lange draden in knotjes of visjes, maar kortere stukken wol. Ik schafte materiaal aan, ik maakte proeflapjes en zelfs een toile, en ik begon opnieuw. Katherine de Tweede.

het schootje aan het achterpand is al klaar.

De eerste poging beschouw ik maar als een heel degelijke oefening. Een super-proeflapje. De Katherine Howard waarnaar het patroon vernoemd werd kreeg geen tweede kans.

Behouden vaart

Altijd als ik iets gezaaid of geplant heb in onze volkstuin zeg ik iets in de trant van “doe je best!” Het schijnt goed te zijn om tegen je planten te praten, tenslotte. Meestal is het weinig ceremonieel: gewoon een kwestie van de plaats bepalen, in de grond ploppen en het beste wensen. Maar soms gaat er heel wat meer zorg in. Zoals de groene asperges. Ik heb ze thuis gezaaid, dagelijks besproeid met een zacht neveltje en enthousiast gejuicht toen ze boven de grond kwamen. Daarna heb ik ze -heel voorzichtig om de worteltjes niet te beschadigen- in potjes gezet, die ik ook weer precies genoeg water -opkamertemperatuur- gaf en bemoedigend toesprak. We brachten ze naar de tuin, waar ze een beetje konden acclimatiseren.

Echtgenoot Yep maakte dat degelijke aspergebed voor ze en gisteren plantte ik ze uit, op precies de goede afstand en diepte, met het groeipuntje in de juiste richting. Toen ze allemaal stonden te wuiven in de voorjaarsbries had ik even de behoefte er een fles champagne tegen stuk te gooien.

Gezwam

Het is de tijd van het jaar voor plannen maken. En voor iets te grote verwachtingen en kleine tegenslagen, de muis in onze tuin heeft bijvoorbeeld wéér de gezaaide erwtjes opgegeten. Ik heb nu het “zaaien ter plaatse” voorschrift in de wind geslagen en thuis op de tuintafel zaaibakken gevuld. Als het eenmaal een plantje is eet de (ongetwijfeld inmiddels bijzonder goed doorvoede) tuinmuizenfamilie het niet.

Maar goed. De plannen dus. Ik surfte op internet langs een website over het kweken van eetbare paddenstoelen en dacht heel Zeeuws: Mokokè*. Het lijkt in het geheel niet moeilijk. De grootste hindernis is het vinden van een vers gezaagd stammetje van de juiste afmetingen en bomensoort. Dat moet eerst een maandje liggen, daarna worden er gaten in geboord waarin deuvels met paddenstoelensporen worden aangebracht. Vervolgens leg je het stammetje ergens op een rustig schaduwrijk plekje in de tuin en wacht tot er heerlijke shii take op groeien. Of oesterzwammen. Wat een leuk idee! Ik ga op stammetjesjacht. (Hoewel ik het advies van de website om met een zaag het bos in te gaan en goed op te letten dat de boswachter je niet betrapt NIET zal volgen… zijn ze nou helemaal! Er worden al veel te veel bomen gekapt zonder dat allerlei hobbyisten er op los gaan zagen)

Gisteren trof ik alvast een afgezant uit het paddenstoelenrijk in onze tuin. Tot mijn verbazing staat er een bleke morielje in ons oude aardperenperkje. Morieljes zijn voorjaarspaddenstoelen en ook delicatessen, maar je kunt ze niet rauw eten. Ik laat deze ook maar staan, hij is zo mooi!

*Mokokè: Dat moet ik ook hebben.

Lente!

Het verveelt nooit.

Clapps favourite

Elk jaar als de fruitbomen beginnen te bloeien maken we dezelfde foto’s. Wat zijn ze mooi.

Winterrietpeer

Er wordt slecht weer voorspeld, de komende week, we hopen dat de bijen toch aan het werk kunnen!

Baksels

Er was restverwerking nodig. Ik had een kilo witlof die niet meer houdbaar was, en een rolletje geitenkaas dat snel op moest. En een pak filodeeg in de vriezer.

Witloftaart dus. Het was heerlijk! En omdat ik het zelf bedacht heb maak ik een receptenpagina en daar zet ik het op.

Excuseer de slechte foto’s. Ik maak ze ‘s avonds en dan is het licht niet optimaal. Bij daglicht is het altijd al weer minstens half opgegeten.

En toen ik toch bezig was maakte ik ook nog kaneelbroodjes, volgens dit recept. Echtgenoot Yep is een echte Zeeuw, want hij noemt het bolusbrood. Daar lijkt het inderdaad wel op, qua smaak… hoewel iets minder plakkerig en zoet.

Winterwerk

Het is koud maar stralend weer. Dus gingen we eens kijken hoe de tuin erbij staat. Hetzelfde als vorige keer, maar met witte versierselen hier en daar.

We maakten wat wilgentakken klein. Een klein nadeel van knotwilgen is dat je na het knotten stapels takken moet opruimen. We gebruiken daarvoor een snoeischaar en een handzaag, zodoende kregen we het wel warm. De dunne twijgen worden op de houtwal gestapeld. De houtwal bestaat uit twee parallelle rijen paaltjes, waartussen takken gestapeld worden. Het vormt zo een natuurlijke reling langs de sloot en biedt een heleboel beestjes een woonplek. In de loop van het jaar zakt hij langzaam maar zeker in, omdat de onderste laag verteert, in de winter leggen we er weer nieuw materiaal bovenop. De dikke delen van de wilgentakken zagen we klein en leggen we te drogen, over een paar jaar stoken we het thuis in de houtkachel op.

Het uitzicht is ook in de winter mooi. Maar je krijgt er wel koude voeten van… hup vlug weer naar huis.

Winter in de tuin

Je zou denken dat er niet veel te doen is in de tuin, zo half januari. Dat valt tegen, we zouden een hele werkweek kunnen besteden aan het snoeien, blad harken, wilgenknotten en opruimen. Maar deze tijd van het jaar zijn de dagen kort, dus ‘s avonds erheen gaan is geen optie… tuinieren in het donker vind ik geen aantrekkelijke gedachte. Ik ging in het weekeinde eens kijken.

Dit is mosterd, dat we als groenbemester op een van de veldjes hebben gezaaid.
Het bloeit nog steeds!

Een andere groenbemester -Phacelia- is wat minder koudebestendig. Het doet precies wat het moet doen: Composteren ter plaatse.
Dit het stammetje van de amandelboom, dat na zijn te vroege verscheiden van de takken ontdaan werd en een jaar of twee op zijn plaats bleef staan. Er groeiden mooie elfenbankjes op. Vorig jaar hebben we het verwijderd en in het wilgenbosje gelegd. De paddenstoelen groeiden onverstoorbaar door, maar ze zijn hardnekkig horizontaal georiënteerd.
Bij de buurvrouw staat een struik uitbundig te bloeien.

A Long December

Het was een veelbewogen maand sinds de vorige keer dat ik hier iets schreef. Een dierbare vriend overleed begin december, iemand die dit blog erg trouw las. Namasté, Henk! Je wordt gemist.

We gingen naar Lyon, voor het Fête des Lumiéres. Het was prachtig, elk jaar weer denk ik dat ze zichzelf hebben overtroffen. Maar de griep maakte mijn deelname dit jaar wat moeizaam… ik heb vooral veel tijd in het hotelbed doorgebracht. Diezelfde griep bleef na terugkomst eerst mij en daarna Echtgenoot Yep nog een paar weken kwellen. Met de Kerst kwam de familie gezellig een paar dagen, waarbij kleindochter K. een verse verkoudheid uit haar kinderdagverblijf importeerde. Maar dat sloeg gelukkig pas toe ná de feestdagen, dus we hebben volop kunnen genieten.

Toen we naar het lichtfestival in Amsterdam gingen was het griep-leed weer helemaal geleden, dat was dus ook een top-weekeinde. Ik ging op bezoek bij yvonnep (die héérlijke cake had gemaakt!), ik kocht een weer-en-wind bestendige jas en we aten ongelooflijk lekker bij John Dory.

Tussen de bedrijven door heb ik nog wel het een en ander gemaakt, maar daarover later. We beginnen vol goede moed aan 2019.