Category Archives: Uncategorized

Hoe het gaat

Op mijn werk wordt de bak met “dingen om te doen na Corona” langzaam steeds voller.

We hebben hem maar voorzien van een passende afbeelding. Dingen om te doen vóórdat het zo ver is zijn er steeds minder, maar er zijn nog wel genoeg mensen die onze hulp nodig hebben. Genoeg in ieder geval om de winkel open te houden en te wennen aan de handschoenen-mondkapje-bril routine en daarna alles, alles schoonpoetsen.

We hebben de tuin natuurlijk…

We vierden Pasen met een thuismenu van restaurant Katseveer. Dat was super!

Mijn werkgever kwam een bos bloemen en een cadeautje brengen omdat ik twaalfeneenhalf jaar in dienst was. Ik was dat zelf helemaal vergeten! We hadden koffie met gebak op ruime afstand van elkaar. Het is allemaal prima te doen, en toch wat ongezellig en saai. Videobellen is leuk maar niet hetzelfde als samen aan tafel zitten, online plaatjes kijken lijkt niet op wat je in een museum meemaakt. Maar we hebben het goed, niets te mopperen.

En we hebben gelukkig de tuin.

Waar we nu ook ‘s avonds nog vaak zijn.

Koninklijk bezoek

Eén van de leukste dingen die we aan de tuin hebben gedaan het afgelopen jaar was het ophangen van een wildcamera. We hadden géén idee hoeveel dieren er rondlopen als we er niet zijn. We filmden fazanten en merels en duiven en meesjes, daar keken we niet zo van op. Twee soorten spechten, gaaien en kauwtjes, reigers, eenden en waterhoentjes kwamen langs. Er woont een egel die elke nacht hetzelfde rondje loopt en er zijn hazen en reeën. Yep maakte een tak boven de sloot min of meer vrij, en richtte de camera daar op, in de hoop op een ijsvogel.

Dat lukte. Bijna elke dag strijkt er wel eentje neer, vaak met een pasgevangen visje. Mooi zijn ze! In het Engels heet een ijsvogel King fisher, koninklijk bezoek dus! We zagen ze al wel voorbij vliegen maar ze zijn schuw en vooral, ze zijn erg snel. Alles wat je ziet is een blauwe flits. We wisten dus wel dat er minstens ééntje woonde. Maar wat we écht niet verwacht hadden…

Een hermelijn. Onmiskenbaar, met een witte wintervacht en een zwarte staartpunt. Geen enkele andere wezel-achtige heeft dat. De mantel die de koning droeg bij de kroning is gemaakt van dit bont (of niet, of wel maar dan van weer andere hermelijnen) Het vachtje staat de eerste eigenaar beter dan Zijne Majesteit, vind ik persoonlijk.

Mutsen

In de auto, tijdens die lange ritten naar Lyon en terug, breide ik een muts. En later thuis nog eentje, die er erg op lijkt. Ik gebruikte wat resten Dalegarn -Noorse wol- en een Noors patroon.

Het zijn dus echt Noorse mutsen. Dalegarn is wat ruw, dus de band die tegen het voorhoofd komt maakte ik van een andere rest, paarsrode merino van Wollmeise, die ging precies op.

Ik wilde eigenlijk een pompon er boven op in dezelfde, paarsrode kleur, en dan een “bonten” pompon, niet gemaakt van wol. Maar dat blijkt zo ongeveer onmogelijk te verkrijgen. Ze zijn er in hot pink, in babyroze en barbieroze, ze zijn er in blauwpaars, maar niet in de mooie rodekoolkleur. Misschien maak ik er toch maar een koordje met een kwast aan… dat vind ik ook wel vrolijk

Vandaag: knopen aanzetten

Uit een streng wol die bedoeld is voor een paar sokken kun je precies een babytruitje breien.

Dat deed ik met deze prettige groene wol, ik breide sunnyside met een paar kleine aanpassingen. Daarna lag het maanden in de kast, want -bekentenis- ik hou niet zo van knopen aanzetten. Nu heb ik het toch maar even gedaan en het vestje geblockt. Nu nog een baby om er in te doen… maar dat zal vast door iemand anders gemaakt worden.

Vandaag: een snelle redding

Op het pleintje voor de winkel waar ik werk staat een prullenbak. Het ziet er niet zo ingewikkeld uit, maar de bak eronder is twee meter diep en wordt met een groot soort stofzuiger geleegd.

Een passant gooide er in het voorbijlopen een prop in en ook zijn sleutelbos. Enigszins ontredderd kwam hij vragen of ik een bezem of zoiets had zodat hij ernaar kon vissen, maar daarvoor is de bak te diep… En de sleutels waren niet te zien tussen de rommel. We belden de gemeente Goes, en binnen een kwartier stond er een ambtenaar met de benodigde spullen, nog een minuutje later kon de man zijn huis en auto weer in. Hulde voor de gemeente!

de Veste Verlicht, Goud

Van 3 tot en met 6 oktober is het Veste Verlicht in Goes. De derde editie, waarbij rondom de Oostvest van alles te zien en te beleven is. Alles wordt feestelijk verlicht, er zijn kunstwerken en optredens, een lampion-optocht en een carillon-concert met muziek uit de 17e eeuw. Het thema deze keer is namelijk Goud, de 17e eeuw wordt ook wel Gouden eeuw genoemd.

Echtgenoot Yep en een groep andere enthousiastelingen vormen de organisatie van het geheel, ik doe als vrijwilliger mee. Eén van de objecten is een kleine tuinkas, waarin een tafel komt te staan met brandende waxinelichtjes er op. Die kaarsjes kunnen mensen kopen en dan aansteken en erbij zetten -het is het enige object dat niet gratis is- en zo een bijdrage leveren aan de kosten van het feest. Eigenlijk net als in een katholieke kerk, maar dan in dit geval zonder kerk. Zo’n kasje vol kaarsjes ziet er van buitenaf ook prachtig uit. Alles in het kasje moet brandveilig zijn en, natuurlijk, goud! De tafel wordt bekleed met goudkleurig metaalfolie en om de muntjes van de bezoekers in te verzamelen heeft Echtgenoot Yep een dertig centimeter hoog spaarvarken goud gespoten.

Zo is hij een stuk leuker dan in het roze!

Een ander project heeft te maken met de schuttersstukken in ons regionaal museum. Er zijn er vier, ieder met een groep serieus kijkende mannen in hun mooiste kostuum, uit de Gouden Eeuw. Yep heeft ze alle vier op PVC doek laten printen, op groot formaat. De doeken worden op bouwhekken opgespannen langs de route, met spotjes er op gericht. Alle gouden accessoires die de heren Schutters dragen op de schilderijen worden met glansvernis en glitter benadrukt.

Daar mocht ik me ook mee bezig houden. Bovenstaande foto toont een voornaam heerschap met door mij beglitterd goudborduursel op zijn sjerp. Ondoenlijk om te fotograferen, maar ik denk dat het in het donker met een spotje er op erg goed gaat werken. Het wordt vast een erg leuk feest… kom kijken!

Negen!

De meeste kippen komen -jammer genoeg- ter wereld in een broedmachine. Maar in ons kippenhok wordt aan “natuurbroed” gedaan. Kip Fiep zat drie weken plichtsgetrouw op tien geadopteerde eieren, die gedateerd waren met potlood. Haar zus Keet legde er drie keer in de week nog eentje bij, die ze groothartig ook onder haar warme vleugels nam. Het was af en toe een heel gezoek om de eieren zónder potlood ertussenuit te vinden.

Maandagavond keek ik even bij de aanstaande moeder en zag dit. Joepie, de eerste was onderweg!

Een uur later, toen ik weer keek, was de geboorte een feit. Het kuikentje lag drijfnat uit te blazen van de inspanning, terwijl Fiep het allemaal verwonderd bekeek. Ik weet wel dat kippen geen gezichtsuitdrukking hebben, maar je kunt er natuurlijk moeiteloos verwondering op projecteren. Of moederlijke trots.

De volgende morgen waren er negen. Dat is veel, want er wordt bij natuurbroed van uitgegaan dat zestig procent van de eieren uitkomt.

Het zijn weer schattige kuikentjes! Dit exemplaar hebben we al Goudkopje gedoopt. En de televisie blijft uit, we hebben weer kuiken-tube in de tuin.

Project Knie

Enkele weken geleden mocht ik mij -met mijn gammele linkerknie– melden bij een deskundige arts van de Mobility Clinic in het UMC in Utrecht. Tot mijn opluchting bleken er meer mogelijkheden om de problemen te lijf te gaan; een prothese kan hopelijk en hoogstwaarschijnlijk nog jaren uitgesteld worden. Hoera!

Het behandelplan heet ACP, een serie van drie injecties met bloedplasma (mijn eigen bloedplasma) in mijn knie, de eerste is eergisteren geplaatst.

De drie opeenvolgende bezoeken aan het ziekenhuis in Utrecht combineer ik met drie overnachtingen bij Dochter, die daar niet ver vandaan woont. Dit maakt dat ik behoorlijk wat reistijd heb. Dus ik zocht een vrolijk makende bol garen uit de voorraad en begon aan een breiwerk dat goed te doen is in treinen en wachtkamers. Het knieproject. Eens kijken wat het eerste weg is: de bol garen of de pijn in mijn knie.

Nog niet klaar met Katherine

In 2016 begon ik aan een ambitieus breiproject: Katherine Howard. Helemaal verliefd op het mooie patroon en zelfverzekerd genoeg om me niets van de reputatie (van moeilijk en langdurig) aan te trekken.

Prachtig, toch?

Het rugpand voltooide ik, de voorpanden waren ook al behoorlijk gevorderd voor ik me realiseerde dat het me echt nóóit zou gaan passen. En wat erger was: door mijn tegenzin om eindjes af te hechten had ik voor elke lichter blauwe diagonaal een héél lang eind garen in gebruik. Ik maakte er eerst knotjes van, die vreselijk in de war raakten natuurlijk. Er werd nogal eens aan de draden getrokken. Daar konden ze slecht tegen. Shetland wol bestaat uit vrij korte vezels, dus het garen werd dunner en brak soms. Ik probeerde het op te lossen met zogenaamde visjes, maar ook dat hielp niet veel, ook die raakten steeds in de knoop en het breiwerk werd er bepaald niet mooier van. Ik breide nog een klein stukje dapper door, maar toen kwam er een ander mooi garen langs. Ik breide een paar sokken. En een muts, en nog een muts. En toen werd het koud en vond ik dat ik een warm vest voor in de tuin nodig had.

Warm voor de winter

Ik breide het op pennen 4,5 van Cascadewol die me geleverd werd door huisdealer zevenkatten.nl .

Kabels breien is leuk.

Toen het eenmaal af was, was het natuurlijk niet koud meer, dat is zoals die dingen gaan. Het vest zal me beslist goed van pas komen in de komende winters dacht ik, en ik begon blijmoedig weer aan een sok. Maar ergens bleef tijdens al deze zijsprongen de gedachte aan Katherine Howard me wel dwarszitten. Ik hou niet van opgeven. Ik noem mijzelf vaak een procesbreier, het gaat mij meer om de bezigheid dan om het product, maar ik wil wel graag iets moois en draagbaars maken. Uithalen en opnieuw beginnen? Nee, niet met deze mishandelde wol. Dus gewoon helemaal opnieuw beginnen, en dat deed ik. Nu niet met lange draden in knotjes of visjes, maar kortere stukken wol. Ik schafte materiaal aan, ik maakte proeflapjes en zelfs een toile, en ik begon opnieuw. Katherine de Tweede.

het schootje aan het achterpand is al klaar.

De eerste poging beschouw ik maar als een heel degelijke oefening. Een super-proeflapje. De Katherine Howard waarnaar het patroon vernoemd werd kreeg geen tweede kans.

Behouden vaart

Altijd als ik iets gezaaid of geplant heb in onze volkstuin zeg ik iets in de trant van “doe je best!” Het schijnt goed te zijn om tegen je planten te praten, tenslotte. Meestal is het weinig ceremonieel: gewoon een kwestie van de plaats bepalen, in de grond ploppen en het beste wensen. Maar soms gaat er heel wat meer zorg in. Zoals de groene asperges. Ik heb ze thuis gezaaid, dagelijks besproeid met een zacht neveltje en enthousiast gejuicht toen ze boven de grond kwamen. Daarna heb ik ze -heel voorzichtig om de worteltjes niet te beschadigen- in potjes gezet, die ik ook weer precies genoeg water -opkamertemperatuur- gaf en bemoedigend toesprak. We brachten ze naar de tuin, waar ze een beetje konden acclimatiseren.

Echtgenoot Yep maakte dat degelijke aspergebed voor ze en gisteren plantte ik ze uit, op precies de goede afstand en diepte, met het groeipuntje in de juiste richting. Toen ze allemaal stonden te wuiven in de voorjaarsbries had ik even de behoefte er een fles champagne tegen stuk te gooien.