Retourtje Parijs

Omdat we beiden lapjes te weinig hebben gingen Martine en ik een dagje naar Parijs. In de stoffenwinkels van Montmartre hoopten we onze bescheiden collectie wat uit te breiden en inspiratie op te doen. We begonnen bij Janssens & Janssens. De prijzen in deze winkel overtreffen onze koopkracht (en ons gezond verstand) maar leuk is het wel, een geborduurde zijden crepe van 284 euro per meter van dichtbij te bekijken.

De inspiratie kwam ook uit diverse etalages waar we langs wandelden, deze bijvoorbeeld.

Toen we aldus helemaal geïnspireerd in Montmartre arriveerden bleek ongeveer de helft van de stoffenwinkels dicht. Hoewel niets daarover op de diverse websites vermeld werd… gelukkig was Tissus Reine wél open.

Op zichzelf de reis al bijna waard. Ze verkopen een grote collectie prachtige materialen en, erg leuk, op elke tafel staan etalagepopjes op halve schaal met kleding gemaakt van de stoffen waar ze bij staan. Ik sloeg mijn slag met poplin voor overhemden en een mooie voeringstof. De vriendelijke coupeur die het voor me van de rol knipte vertelde ook dat de gesloten winkels Jom Kipoer vierden. Een Joodse feestdag (Grote Verzoendag, wat we alleen maar kunnen toejuichen) en de gesloten winkels hebben dus een Joodse eigenaar. Dat wisten we niet. Maar aan het deel van de winkels dat wél open was beleefden we ruimschoots genoeg winkelplezier. Martine vond een lap echte zijde, zo mooi dat ze het waarschijnlijk eerst een paar maanden thuis aan de muur hangt, ik kocht nog garen en band en naalden. We stortten om half vijf met brandende voeten en volle tassen op een terrasje bij Gare du Nord, waar een uurtje later onze trein naar huis weer zou vertrekken. Pas daar dachten we er aan nog een foto van onszelf te maken.

Dat was een gezellige dag.

 

Je bent nog niet klaar als je naar huis gaat*

Ongeveer de helft van onze tuin bestaat uit grasveld met fruitbomen, we hebben zes appelboompjes. Waar de kersen door ongedierte verloren gingen en de peren als gevolg van de droogte niet groter dan een walnoot werden, hebben de appelbomen het kennelijk geweldig naar hun zin gehad.

Tas na tas slepen we naar huis. We hebben moesappels, Schone van Boskoop. We hebben Elstar en nog een handappel waarvan ik niet precies weet welke soort het is. Het is een erg lekkere zachtfrisse appel met een dikke schil en wit vruchtvlees dat helaas wel makkelijk kneust. Thuis worden ze eerst gesorteerd: de appels met rotte plek of de verdenking van een illegale inwoner worden eruit gehaald en als eerste verwerkt. Als de schade te erg is worden ze aan de kippen gevoerd, die zijn niet zo kritisch. Appels die erg klein zijn worden appelsap.

De mooiste mogen op de fruitschaal. En dan zijn er enkele tientallen kilo’s over.

Ik droogde er een stuk of wat, in de oven. Ik bestreek elk plakje met citroensap, reeg ze aan satépennen en liet ze een uur of zes in de oven op 55 graden met de deur op een kiertje.

Lekker en goed houdbaar. Dat kunstje herhaal ik nog wel een keer.

Ik verwerkte een stuk of veertig appels -elstar en de andere soort door elkaar- volgens dit recept van Diana. Wat een goed idee om ze op deze manier te bewaren! Dat leverde tien grote potten vol appelstukjes op. Ik had meer dan een liter van het wijn-suiker-citroensap mengsel over, dat deed ik bij de tien liter “gewone” appelcompote die ik maakte van de moesappels. Daar heb ik geen foto van gemaakt, maar daar kun je je vast wel iets bij voorstellen. Nu zijn alle grote potten die ik in huis heb gevuld, de kastplanken buigen door onder de last.

Vanavond aten we eendenborst met gekaramelliseerde appelstukjes, geflambeerd met calvados. Als toetje hadden we appeltaart, die ik tussen de bedrijven door ook nog bakte. Eerlijk gezegd kan ik na vandaag geen appel meer zien… maar er staan nog stééds twee grote tassen met appels in de bijkeuken.

*dit wordt altijd op dreigende toon tegen beginnende tuinders gezegd en het zijn -zie bovenstaande- ware woorden. 

Ratatouille

De oogst uit onze volkstuin bestaat deze dagen regelmatig uit precies de ingrediënten voor ratatouille. Dat is een fantastische groentestoofschotel én een leuke film waarin het gerecht een sleutelrol heeft. Overigens zijn tomaten een essentieel onderdeel van de ingrediëntenlijst, en juist die waren bij het plukken van bovenstaande mise-en-place helemaal op. Gelukkig had ik eerder een heleboel tomaten tot saus verwerkt die ik kon inzetten

Ik maak het met wat voorhanden is, de ene keer zit er meer paprika in, de andere keer meer courgette, alleen de olijfolie komt niet uit eigen tuin. Het kan gewoon in een pan of in de oven gemaakt worden en het smaakt naar zomer en naar de Provence. En het laat zich goed invriezen, voor als we van de winter weer eens heimwee hebben naar de warme nazomerdagen.

Chapeau, chapeau!

Op vakantie nam Echtgenoot Yep het grootste deel van het autorijden voor zijn rekening. Eigenlijk reed hij alles, behalve die ene keer terug naar de tent van een restaurantje, toen hij wat meer had gedronken en ik wat minder. Ik gebruik al die passagierstijd om te breien. Ik had, voordat we vertrokken, samen met YvonneP vijf breiwerken geselecteerd die mee mochten. Dat was natuurlijk wel erg ambitieus…. er werden twee mutsen voltooid.

Ten eerste een wurm. De vijfde of zesde denk ik, ze zijn prettig om te breien, min of meer op de automatische piloot. En ze zijn leuk om te dragen, hoewel ik natuurlijk maar één hoofd heb, en dat hoef ik niet al te vaak warm te houden…. vijf min of meer dezelfde mutsen is wel een béétje raar. Maar goed. Deze maakte ik van een effen grijze wol gecombineerd met een langzaam van blauw naar paars verlopend garen, beide van het merk Kauni. Ik heb nog genoeg van beide kleuren voor een bijpassende sjaal.

En ik maakte een Brackish hat van een “kit” van Stephen en Penelope. Fijn, zo’n kit: er zit een patroon in, en precies genoeg garen. Leuk ding, niet?

De minderingen bovenop de muts maakte ik eerst volgens de werkbeschrijving maar ik vond het erg lelijk. Ik haalde het weer uit en maakte een gladde bol met de minderingen in een zeshoek.

Daarvoor had ik dus net weer te weinig blauw garen (tja, wees eigenwijs en betaal de prijs) dus gebruikte ik nog een stuk van het grijze garen waar ik wel wat van over had. Ik maakte een pompon wat ik sinds de kleuterschool (van de Vrije School) niet meer gedaan had, en monteerde hem er op. Ik ben dik tevreden!

Frankrijk op herhaling

We gingen op vakantie naar Frankrijk

Eerst een nachtje in Lyon

Daarna het campingleven aan de Middellandse Zee

We gingen ook eens kijken bij een erg druk strand. Het is wel te begrijpen waarom het er zo druk is… het is erg mooi in Cassis.

Op de terugweg verbleven we nog anderhalve dag in Straatsburg. Wat een mooie en verrassende stad!

En véél te snel is het allemaal weer over en gaan we weer aan de slag.

Tomaten tomaten tomaten

Ingrediënten voor deze ronde: courgettes, een peper, een winterwortel, knoflook en rode uien. En natuurlijk een emmer tomaten.

Er zijn kleine zoete pruimtomaatjes, honderden kerstomaatjes, (al even zoet) en prachtig lichtrood gestreepte tigerella’s. Er zijn dikke marmande vleestomaten, en lange roma’s. Ik pluk en ik pluk en ik pluk  en ik maak liters tomatensaus.

In strijd met alle recepten laat ik de schillen van de tomaten er in, eigenlijk vooral omdat ik er nogal tegenop zie om tweehonderd kerstomaatjes te pellen. Waarom doe je die dan ook in de saus? vroeg Echtgenoot Yep terwijl hij er nog een paar in zijn mond stak. Het antwoord is simpel: het zijn er gewoon véél te veel om “zo” op te eten. Met de staafmixer kun je de schilletjes goed klein krijgen, en de saus is er niet minder lekker door.

Atjar tjampoer

Twee spitskolen overleefden in onze volkstuin eerst de slakkenplaag en daarna de droogte. Ik nam er eentje mee naar huis, maar ik moest nog even nadenken wat ik ermee zou doen. Dochter had net een week of wat ervoor verteld hoe ze zich nog steeds herinnert hoe vreselijk vies zij spitskool vond toen ze nog een klein Dochtertje was. En dat ik haar -hardvochtig als ik ben- ooit eens aan tafel had laten zitten tot haar bordje leeg was. Ikzelf herinner me vooral dat ze een tijdlang alles weigerde wat groen was.  Gelukkig is dat nu allemaal ver achter ons. Dochter is volwassen en eet groente bij de vleet en ik durf te denken dat ik nu van spitskool een gerecht kan maken dat een kleuter wél lekker vindt. Van deze kool maakte ik Atjar, ik vermoed dat dat ook niet populair is bij de kleintjes.

Ik gebruikte het recept van Diana, maar voegde er wel kurkuma, gember en laos aan toe. Over enkele weken weten we of het gelukt is en ik zal Dochter er ook een potje van geven… het is in ieder geval niet groen!

Soms, héél soms…

…. Moet je het jezelf makkelijk maken.

Het is heel erg warm en met een onberispelijk gevoel voor timing ben ik erg verkouden. Dus wat doe je dan met het eten:

Je gebruikt kant en klaar deeg om Tarte Flambée of Flammkuchen te bakken. Alleen wat spekjes, een gesneden ui en wat zure room en dat is alles wat er aan te bereiden is. Echtgenoot Yep ging ooit (in 1994) op motorvakantie en ontdekte Flammkuchen in de Elzas, die wordt er alleen vanwege de mooie herinnering al gelukkig van. Inderdaad, je kunt alles zelf maken. Maar het hóeft niet altijd.

Een nieuwe jurk en een selfie

Er zijn naaibloggers die zichzelf met elke creatie prachtig op de foto zetten. Carolyn bijvoorbeeld. Zelfs zonder haar schattige collie naast zich of de skyline van Perth als achtergrond ziet ze er op haar foto’s altijd buitengewoon verantwoord uit. En Fiona fotografeert zichzelf altijd in dezelfde hoek van hetzelfde balkon, maar ook dat zijn echt goede foto’s.

Dat is geen talent van mij. Ik maakte een nieuwe jurk en worstelde een kwartiertje met mijn telefoon om er een leuke foto voor het blog van te maken, maar ik heb daar niet genoeg geduld (of vaardigheden) voor. Ik heb een rare scheve mond, de foto is gewoon niet scherp, ik sta er maar voor driekwart op… dus moet een gewone selfie maar even een indruk geven.

Het is een Appleton wikkeljurk, zoals ik er al een stuk of vier maakte, alleen liet ik hier de mouwen af. De stof is een halfsynthetische tricot, voor een paar euro van de markt. Ik viel voor de leuke kleurtjes, maar het is verschrikkelijk lastig materiaal. Na het wassen was het op de plaats waar de knijper had gezeten reddeloos ontwricht, dat bedoel ik met lastig materiaal. Het is de zoveelste keer dat ik daarin trap… Ik denk dan, verblind door de mooie kleurtjes dat het niet zoveel uitmaakt, want het kost zowat niets. Stom natuurlijk… De stof is goedkoop, maar er zit toch gauw een uur of vijf werk in, waarvan minstens vier en een half ergernis, wat een heel ander soort van kostenbalans is. Nu ja, nu het klaar is vind ik het toch wel weer een erg leuke jurk geworden. Een echte zomerjurk. Dat komt goed uit: veel zomerser wordt het niet.

Warm, warmer, heet!

De kas is geheel dichtgegroeid. De augurken en komkommerplanten (twee van elk) en de tomaten groeien tot aan het plafond. Regelmatig gaat een van ons de zaak met een snoeischaar te lijf. En we plukken wat geplukt kan worden.

Eerlijk is eerlijk, alleen de tomaten, paprika en peper op deze foto komen uit de kas. De mirabellen lagen onder de boom, de uien lagen al een weekje te drogen, de bramen groeien naast de ingang van de tuin. Het is een goed bramenjaar!

We zaaiden twee soorten peperplanten: een heel hete en een gewoon hete. Ze hangen aardig vol met grote, nog goene pepers. Van de niet-zo-hete had ik al een exemplaar mee genomen om eens te proeven en dat was inderdaad lekker: een prettig pittige, beetje fruitig-groene smaak. Ik besloot ze allemaal in groene staat te plukken behalve een stuk of vier. Die vier mogen rijpen, ik ben benieuwd hoeveel de smaak dan nog verandert. De 235 gram die ik plukte maakte ik in volgens het recept voor jalapeños van Mevrouw Leesvoer. In kleine potjes, wat een goed idee is… hiervan zullen we maar kleine hoeveelheden tegelijk eten.

De heel hete pepers laat ik hangen tot ze rijp zijn, en tegen die tijd weet ik er vast iets mee te doen. Misschien maak ik er sambal van, misschien droog ik ze voor chiliflakes. Het is bij elkaar in ieder geval véél meer peper dan we normaliter eten.