Koninklijk bezoek

Eén van de leukste dingen die we aan de tuin hebben gedaan het afgelopen jaar was het ophangen van een wildcamera. We hadden géén idee hoeveel dieren er rondlopen als we er niet zijn. We filmden fazanten en merels en duiven en meesjes, daar keken we niet zo van op. Twee soorten spechten, gaaien en kauwtjes, reigers, eenden en waterhoentjes kwamen langs. Er woont een egel die elke nacht hetzelfde rondje loopt en er zijn hazen en reeën. Yep maakte een tak boven de sloot min of meer vrij, en richtte de camera daar op, in de hoop op een ijsvogel.

Dat lukte. Bijna elke dag strijkt er wel eentje neer, vaak met een pasgevangen visje. Mooi zijn ze! In het Engels heet een ijsvogel King fisher, koninklijk bezoek dus! We zagen ze al wel voorbij vliegen maar ze zijn schuw en vooral, ze zijn erg snel. Alles wat je ziet is een blauwe flits. We wisten dus wel dat er minstens ééntje woonde. Maar wat we écht niet verwacht hadden…

Een hermelijn. Onmiskenbaar, met een witte wintervacht en een zwarte staartpunt. Geen enkele andere wezel-achtige heeft dat. De mantel die de koning droeg bij de kroning is gemaakt van dit bont (of niet, of wel maar dan van weer andere hermelijnen) Het vachtje staat de eerste eigenaar beter dan Zijne Majesteit, vind ik persoonlijk.

Ondertussen, op de tuin

Mensen denken vaak dat in de winter niets te doen is op een volkstuin. Dat is natuurlijk niet waar… maar ik zelf probeer dat ook wel eens een maandje te denken. Je wordt voor je afwezigheid ‘s winters in ieder geval niet gestraft met hoogwoekerend onkruid. Maar wel met steeds meer achterstallige klussen, de kas moet schoongemaakt (er zit nog steeds witkalk op, om te zorgen dat de zomerzon de zaak niet te heet maakt binnen) en er ligt een stapel takken om klein te knippen en zagen. Echtgenoot Yep heeft zich namelijk wél ingespannen, hij heeft een heleboel mest gehaald en een hoek ontgonnen waar we nog niet eerder aan toe waren gekomen.

Op deze foto links voor. Er stond, in een kleine omheining van kippengaas (vermoedelijke met de bedoeling van een compostbak?) een braam, een kamperfoelie, een grote hoeveelheid riet en een jonge kastanjeboom die daar volgens ons min of meer per ongeluk beland is. We vinden ook regelmatig eiken in alle stadia van net ontkiemde eikel tot al een metertje boom. Grappig, want er is geen eik in de buurt, die worden waarschijnlijk door vogels aangedragen. Maar de kastanje was al een fors exemplaar.

Rechtsboven zie je de onderkant van de stam met wortels. Er lagen ondergronds ook heel wat bakstenen en zwerfkeien en een plaat asbest. Die laatste is volgens de officiële regels met vergunning afgevoerd. Daarna heeft Yep de kamperfoelie vantussen het gaas gepeuterd en herplant en de braam verwijderd. Geen kinderachtige klus!

De venkelplanten van vorig jaar lopen nu al uit. Ik twijfel of ze moeten blijven staan, of ze vernieuwd moeten worden of dat ik ze verplant naar een plaats waar ze me minder in de weg staan.

En we hebben het gaas te vroeg van het koolveld gehaald, de boerenkool is helemaal opgegeten. Enkele tuinen verder naar het midden van het complex staan tientallen bloemkolen waar geen hapje uit is, dus ik dacht dat het wel mee zou vallen. Niet dus. Omdat we helemaal aan de rand van het complex tuinieren zijn we, zo blijkt, vaker dan de collega-tuinders de sjaak. Maar goed, we krijgen er ook weer wat voor terug. Maar dat verdient een post van zichzelf.

Mutsen

In de auto, tijdens die lange ritten naar Lyon en terug, breide ik een muts. En later thuis nog eentje, die er erg op lijkt. Ik gebruikte wat resten Dalegarn -Noorse wol- en een Noors patroon.

Het zijn dus echt Noorse mutsen. Dalegarn is wat ruw, dus de band die tegen het voorhoofd komt maakte ik van een andere rest, paarsrode merino van Wollmeise, die ging precies op.

Ik wilde eigenlijk een pompon er boven op in dezelfde, paarsrode kleur, en dan een “bonten” pompon, niet gemaakt van wol. Maar dat blijkt zo ongeveer onmogelijk te verkrijgen. Ze zijn er in hot pink, in babyroze en barbieroze, ze zijn er in blauwpaars, maar niet in de mooie rodekoolkleur. Misschien maak ik er toch maar een koordje met een kwast aan… dat vind ik ook wel vrolijk

Twintig twintig

Het is alweer bijna half Januari. Ik moet me er maar bij neerleggen dat December veel blogmateriaal oplevert, maar dat ik er kennelijk niet aan toe kom om het ook feitelijk te plaatsen. De komende dagen zal ik vast wat van de schade gaan inhalen. Om te beginnen gingen we voor de achtste keer (denk ik, het kan ook de 9e zijn…) naar Lyon, naar het lichtfestival. We hadden treinkaartjes vanaf Gare Midi in Brussel, en een hotel-overnachting voorafgaand aan het vertrek zodat we rustigjes aan via het ontbijtbuffet naar de trein konden. Helaas besloten de medewerkers van Franse Hogesnelheidslijn tot een staking, juist de dagen dat we wilden reizen.

We gingen dus -na overwegen van een paar andere opties- met onze eigen auto. Echtgenoot Yep reed twee keer 800 kilometer in vijf dagen, ondanks mijn niet al te overtuigende “ik wil ook wel eens een stukje rijden hoor!” Hij vindt het leuker dan ik, (hoop ik maar) en zo niet klaagt hij er nooit over.

Het was het wel waard. Het weer was mooi, de lichtkunst prachtig.

foto van internet gestolen…

En omdat we de auto bij ons hadden gingen we ook nog couvent de la Tourette bezichtigen, een klooster vlak bij Lyon, ontworpen door Le Corbusier.

Ik vond vooral de kleuren mooi, tussen al het grijze beton.

Gember van het huis

Begin april had ik een stuk gember dat in de keukenkast begon uit te lopen. Ik plantte het in voedzame potgrond en zorgde dat het op de vensterbank genoeg zon en water kreeg en na een week of drie was het een heuse plant.

In juni verplantte ik het inmiddels uit vijf sprieten bestaande geheel in een grotere pot. Het lustte best veel water, en groeide als de spreekwoordelijke kool, het werd bijna manshoog. Een week of twee geleden begonnen de bladen te verdorren en gisteren heb ik het uit de grond gehaald. Heel niet slecht!

Bovenaan ligt de “moeder” die misschien ook nog wel eetbaar is. Onderaan de nieuw gegroeide gemberwortel, met een lombok peper ernaast voor de schaal. Gisteravond is er al een stukje in het eten verwerkt. Heerlijk!

Ko Haan

Ko Hen barstte in de vroege ochtend uit in enthousiast gekraai. En ze hij is inmiddels de baas van het hele spul in de kippenren. Hij heeft nog geen grote staart, en ook nog niet zo’n decoratieve toef op de rug, dus hoopten we dat het tóch een-wat groot en bazig uitgevallen- kip was. Helaas… kraaien is niet gewenst in onze stadstuin, dus moeten we afscheid van hem nemen.

Ik dacht nog een foto te maken, in het kader van “dan hebben we tenminste de foto nog” maar hij had me door en stond niet stil.

Behalve als er wat te snaaien was.

Een merkwaardige hoofdstad

Van Yvonnep kreeg ik een lapje. Een heel bijzonder lapje: De plattegrond van Amsterdam is er op afgedrukt.

Het is wel een erg grappige plattegrond, de straatnamen zijn (volgens yvonnep) ingetoetst door een dronken Rus. Dat zou best kunnen kloppen! Hier en daar is het volkomen onbegrijpelijk. Ik dacht eerst dat ik de stof zou gebruiken als voering voor een tasje, maar dan zie je het natuurlijk niet.

Uiteindelijk maakte ik er een tafelloper van. Dan kunnen we bij het ontbijt eens puzzelen wat Nrcinui Moo.mec zou kunnen betekenen.

Scheef

Ooit had ik een gele sjaal met zwarte vlekken, Ik was er erg dol op en droeg hem vaak maar hij belandde een keer in de kookwas en toen was het geen sjaal meer.

Toen ik deze stof van Nooteboom textiel zag moest ik aan mijn betreurde sjaal denken en ik kocht er meteen anderhalve meter van. Vijftig centimeter voor een sjaal, de rest voor een legging. Of een t-shirt. Dit soort stof, tricot, wordt rondgebreid in de fabriek, als een lange koker. Zoals sokken gebreid worden, maar dan met fijner garen en met héél veel meer steken. Dan wordt de koker aan één kant doorgesneden zodat het een lap wordt. De knipranden worden ingesmeerd met een soort lijm, zodat de zaak niet gaat rafelen. En daar gaat het vaak fout, ook bij mijn stippenstof. Want als de koker wat gedraaid zit gaat de knip niet recht door de stof maar diagonaal. De verkoper van de stof knipt lappen van de rol, haaks op deze lijn, waardoor álle kanten van zo’n lap stof scheef worden. Ik kocht dus een soort van ruit, in plaats van de gewenste rechthoek. Kledingstukken die daarvan zijn gemaakt zullen blijven trekken, of om het lijf draaien. Aan alle kanten een hoek er af knippen om het recht te maken is een optie, maar dan wordt de lap veel kleiner.

Voor het maken van een sjaaltje is dat gelukkig niet zo erg. Maar ik zou met plezier de stof als koker kopen… want afgezien van het scheve is het prima materiaal.

Een goed idee

Diana van de Mooie Moestuin postte over “suppengewürz”. Ik had het eens als een soort van bouillonpoeder gezien op een beurs, bij een stand die ook appelchips verkocht, en gedroogde kruiden en fruit van allerlei soort. Wat een goed idee, dacht ik toen. Maar wel bewerkelijk, alle kruiden en groenten drogen, fijnmalen tot poeder en daar dan een uitgebalanceerd mengsel van maken. Maar Diana maalt gewoon verse ingrediënten tot een pasta, voegt genoeg zout toe dat het geconserveerd is (14%) en stopt het in een potje. Dat is een nóg beter idee, dan kun je gaandeweg het proces proeven en er nog het een of ander aan wijzigen.

Ik had worteltjes, selderij, peterselie, kervel, sjalotten en venkelblad. En een paar teentjes zwarte knoflook en de geraspte schil van een citroen. Ik draaide het tot pasta en het smaakte fris en kruidig. Daarna mengde ik het zout erdoor en verpakte de zaak. Bij de eerstvolgende gelegenheid als ik bij het koken normaliter een bouillonblokje gepakt zou hebben ga ik een lepeltje suppengewürz toevoegen. Weer iets dat zelf gemaakt kan worden.

De verstelmand

We proberen minder afval te produceren. Eigenlijk vind ik dat dingen die stuk zijn niet weggegooid maar gerepareerd moeten worden, als dat kan. Maar oef, wat is dat een vervelende klus…

Neem bijvoorbeeld dit overhemd. Nog voor het een jaar oud was viel het mooie glansgaren waarmee ik alle sierstiksels maakte uit elkaar. Waarom gebeurt zoiets? Geen idee… maar het overhemd is verder nog best in orde, alle naden die de constructie vormen zijn met ander garen gemaakt. Ik zou dus alle stiksels stukjes siergaren er uit moeten peuteren en het opnieuw doorstikken met het duurzame garen. Dat peuteren is een heel werk, want het oude garen is bijna helemaal vergaan, het moet steekje voor steekje verwijderd worden.

En van deze sportbroek gaat de zoom en het elastiek in de taille los. Ook dat moet los getornd en opnieuw genaaid. Maar dat lostornen is een rotklus, vooral omdat er door het elastiek is gestikt. Iets nieuws maken is een stuk glamoureuzer! ik zou best graag het overhemd én de sportbroek weg gooien, en overigens ook het hemdje met de losse schouderband en de wielrenbroek met de uitgescheurde naad.

Okee… uitgemopperd. *haalt diep adem en pakt het tornmesje*