Behouden vaart

Altijd als ik iets gezaaid of geplant heb in onze volkstuin zeg ik iets in de trant van “doe je best!” Het schijnt goed te zijn om tegen je planten te praten, tenslotte. Meestal is het weinig ceremonieel: gewoon een kwestie van de plaats bepalen, in de grond ploppen en het beste wensen. Maar soms gaat er heel wat meer zorg in. Zoals de groene asperges. Ik heb ze thuis gezaaid, dagelijks besproeid met een zacht neveltje en enthousiast gejuicht toen ze boven de grond kwamen. Daarna heb ik ze -heel voorzichtig om de worteltjes niet te beschadigen- in potjes gezet, die ik ook weer precies genoeg water -opkamertemperatuur- gaf en bemoedigend toesprak. We brachten ze naar de tuin, waar ze een beetje konden acclimatiseren.

Echtgenoot Yep maakte dat degelijke aspergebed voor ze en gisteren plantte ik ze uit, op precies de goede afstand en diepte, met het groeipuntje in de juiste richting. Toen ze allemaal stonden te wuiven in de voorjaarsbries had ik even de behoefte er een fles champagne tegen stuk te gooien.

Het ploeterseizoen

Deze maanden -Maart tot en met Juni- is het werk in de tuin nooit klaar. We poten en planten en gieten en verplanten en zaaien en wieden en schoffelen en snoeien en timmeren en zagen en graven. En we genieten. Kijk maar:

kersenbloesem.
Peertjes in wording.
De buren zijn er ook weer, met nieuwe kalfjes.
Appelbloesem.

Echtgenoot Yep bereidde het bed voor de nieuwe asperges voor. Hij groef een geul die hij vervolgens vulde met afwisselend laagjes compost, tuinaarde en onze eigen grond. Asperge-lasagne.

Een hele klus.

Gezwam

Het is de tijd van het jaar voor plannen maken. En voor iets te grote verwachtingen en kleine tegenslagen, de muis in onze tuin heeft bijvoorbeeld wéér de gezaaide erwtjes opgegeten. Ik heb nu het “zaaien ter plaatse” voorschrift in de wind geslagen en thuis op de tuintafel zaaibakken gevuld. Als het eenmaal een plantje is eet de (ongetwijfeld inmiddels bijzonder goed doorvoede) tuinmuizenfamilie het niet.

Maar goed. De plannen dus. Ik surfte op internet langs een website over het kweken van eetbare paddenstoelen en dacht heel Zeeuws: Mokokè*. Het lijkt in het geheel niet moeilijk. De grootste hindernis is het vinden van een vers gezaagd stammetje van de juiste afmetingen en bomensoort. Dat moet eerst een maandje liggen, daarna worden er gaten in geboord waarin deuvels met paddenstoelensporen worden aangebracht. Vervolgens leg je het stammetje ergens op een rustig schaduwrijk plekje in de tuin en wacht tot er heerlijke shii take op groeien. Of oesterzwammen. Wat een leuk idee! Ik ga op stammetjesjacht. (Hoewel ik het advies van de website om met een zaag het bos in te gaan en goed op te letten dat de boswachter je niet betrapt NIET zal volgen… zijn ze nou helemaal! Er worden al veel te veel bomen gekapt zonder dat allerlei hobbyisten er op los gaan zagen)

Gisteren trof ik alvast een afgezant uit het paddenstoelenrijk in onze tuin. Tot mijn verbazing staat er een bleke morielje in ons oude aardperenperkje. Morieljes zijn voorjaarspaddenstoelen en ook delicatessen, maar je kunt ze niet rauw eten. Ik laat deze ook maar staan, hij is zo mooi!

*Mokokè: Dat moet ik ook hebben.

Langetermijnplan

We kweken al minstens tien jaar met groot genoegen witte asperges in onze volkstuin. De planten zijn waarschijnlijk onderhand aan hun laatste seizoen begonnen, vorig jaar werd de opbrengst al minder. Omdat ik groene asperges ook erg lekker vind kochten we vorig jaar een zakje zaad bij De Nieuwe Tuin, en een maand geleden zaaide ik dat uit in een tray op de vensterbank.

Na een paar weken verschenen bijna onzichtbare sprietjes, maar die groeiden al snel uit tot herkenbare mini-aspergeplantjes.

Vanavond haalde ik er voorzichtig 24 van los en plantte die ieder in hun eigen potje. Over een week of twee gaan ze naar de kas, en dan weer twee weken later worden ze uitgeplant. Ze zijn erg mooi! De eerste twee jaar kunnen we van deze aspergeplanten nog niet oogsten, dus we moeten wel geduld hebben. Maar ik vind dit stukken leuker dan het kopen van “klauwen” (zo heet een plantklare tweejarige wortelstok van een aspergeplant). En ook daarvoor geldt dat je het eerste jaar niet, en het tweede jaar slechts beperkt oogsten kan. Wat zullen ze lekker smaken, in 2022!

Schrompeltomaatjes*

Met het oog op te verwachten Enorme Oogsten kocht ik een Excalibur voedseldroger. Een tweedehandse, niet te grote, want ik wil het voedseldrogen eerst eens een seizoen in alle rust proberen. Hoewel het me een ideale oplossing lijkt om de tuinopbrengst te bewaren. Je kunt appels drogen, champignons en groene kruiden. Je kunt rozijnen maken van je eigen druiven (we hebben die niet, maar toch…) je kunt je eigen groentebouillonpoeder maken en paprika- of chilipoeder is ook een mogelijkheid. Dat klinkt toch leuk! vooral gedroogde tomaten vond ik een aantrekkelijke gedachte dus toen het apparaat eenmaal gearriveerd was voerde ik een eerste test uit met mini roma tomaatjes. Uit de winkel natuurlijk.

Ik sneed ze doormidden en bestrooide ze met een klein beetje zout en wat verkruimelde tijmblaadjes, legde ze op de trays en zette het droogmachien aan.

Het duurde wel een uur of 10 voor ik ze droog genoeg vond. Maar zo’n droogapparaat gebruikt niet erg veel stroom, onze zonnepanelen zullen dat in het oogstseizoen probleemloos kunnen bijhouden. En het resultaat is werkelijk heerlijk.

*echtgenoot Yep verzon de term schrompelen als het om voedseldrogen gaat. Hulde! Die houden we er in.

Pink Floyd aan je voeten

Ik breide voor Echtgenoot Yep een paar sokken. Gewoon, rechtuit sokken met een verstevigde hiel om te dragen in zijn werkschoenen op de tuin. Op zich allemaal niet zo bijzonder, maar het materiaal is dat wel.

De wol is geverfd naar het voorbeeld van het legendarische album Dark side of the moon, van Pink Floyd. Ik geloof dat de Echtgenoot dat wel waarderen kan.

Lente!

Het verveelt nooit.

Clapps favourite

Elk jaar als de fruitbomen beginnen te bloeien maken we dezelfde foto’s. Wat zijn ze mooi.

Winterrietpeer

Er wordt slecht weer voorspeld, de komende week, we hopen dat de bijen toch aan het werk kunnen!

Londen met een stok

We gingen naar Londen. In de eerste plaats om een tentoonstelling te bekijken waarin het werk van Michelangelo en Bill Viola wordt getoond. Dat bleek de reis helemaal waard. Sinds de trein door de kanaaltunnel rijdt is Londen maar een paar uur ver voor ons, maar in één dag heen en weer vonden we toch zonde.

Dus Echtgenoot Yep vond een hotelkamer met een prachtig uitzicht.

Op weg naar de Royal Academy liepen we langs Bond Street, Savile Row,

Burlington Arcade en Piccadilly Arcade. Wat is Londen toch leuk.

Omdat ook voor reizen met de underground in Londen een heleboel lopen nodig is (roltrap af, gangetje door, trappetje op, lange gang door, trappetje af, andere gang door, hoera! perron!) had ik een wandelstok mee. Dat maakt het lopen een stuk prettiger. En het zorgde voor bijna altijd een zitplaats, de Britten zijn een hoffelijk volk. En ik ben inmiddels wel over de gêne heen, op deze manier konden we volop genieten.

Echtgenoot Yep deed als de Britten bij het ontbijt. Brrr.

Knie

Sinds ongeveer een jaar is mijn linkerknie pijnlijk en instabiel. Lastig voor een wandel-tuinier-fietsliefhebber met een baan waar behoorlijk wat meters worden gemaakt. Via de huisarts ging ik naar de orthopeed die slijtage vaststelde. Tussen de botten in het gewricht is het laagje kraakbeen geheel verdwenen. Dat gaat niet meer vanzelf goedkomen.

Ik moest dat wel even verwerken. Ik was altijd nogal energiek, nu werd ik gedwongen mijn stappen te doseren, geen lange wandelingen meer, geen uren sjouwen op de volkstuin. In één beweging door naar de senior-bank.

De orthopeed gaf me een corticosteroïdinjectie (scrabblewoord!) in de knie en schetste het toekomstbeeld. Deze injectie zou een maand of wat de pijn en ontsteking ter plaatse bestrijden (dat klopt grotendeels). Daarna zou de prik enkele malen herhaald kunnen worden, maar dan is de werkzame duur van het medicijn elke keer korter. Ook gaat in deze tijd de slijtage natuurlijk voort. Uiteindelijk zal mijn knie dan vervangen moeten worden door een prothese. Maar… daar ben ik eigenlijk te jong voor. Hoe ironisch. Zo’n prothese gaat 15 tot 20 jaar mee en waarschijnlijk zal ik op mijn 73e nog steeds willen lopen.

Inmiddels is de tweede injectie bijna uitgewerkt. Het verwerken is ook goed gevorderd, ik besloot zo rondom de jaarwisseling dat ik niet lijdzaam met een been op een krukje de gebeurtenissen ging afwachten. Ik ging naar de fysiotherapeut die me aanraadde veel te fietsen, joepie! En die me een reeks oefeningen te doen gaf die de ondersteunende weefsels in de knie moeten versterken. Ik besloot met behulp van de Weightwatchers mijn overgewicht grondig aan te pakken, want hoe minder kilo’s de knie te dragen heeft hoe beter natuurlijk. Verder schafte ik -nu alle schaamte voorbij- twee wandelstokken aan.

Enkele weken terug zag ik in de Volkskrant een artikel over een nieuwe behandeling voor dit probleem: kniedistractie. Het is nogal een onderneming, maar ik neem aan dat een knieprothese ook wel een heel ding is… en ik zou er wat voor geven om weer “gewoon”, gedachteloos te kunnen lopen. Ik googelde een paar avonden, ik overlegde met mijn fysiotherapeut, met mijn huisarts, met mijn orthopeed en met Echtgenoot Yep, en meldde me ervoor aan. Er is eerst een wachttijd, veel mensen hebben het artikel gelezen en kennelijk hebben veel mensen dit probleem. Na de wachttijd volgt een screening, want niet iedereen komt ervoor in aanmerking. Ik ben voorzichtig optimistisch… duim voor me!

Een oud appeltje

Toen ik nog een klein Lieseke was wilde ik elke avond voorgelezen worden uit hetzelfde boekje: De Appel.

Het is het eerste prentenboekje van Dick Bruna uit 1953 nota bene, tien jaar ouder dan ik zelf. Maar het is tijdloos, Dochter wilde van haar tweede tot haar vierde jaar óók elke avond horen van de appel, die zo verdrietig is omdat hij niets van de wereld kan zien. En net toen zij naar andere boeken overstapte kreeg haar broer de smaak te pakken… ik denk dat ik het duizenden keren heb voorgelezen. Vanzelfsprekend kocht ik weer een exemplaar toen Kleindochter K. belangstelling voor boekjes kreeg. Gisteren mocht ik een dagje op haar passen en nam het boekje mee.

Dat vond ze zó leuk dat ze het meenam toen we op de fiets naar de kinderboerderij gingen.

Een van de bladzijden toont een vlinder, en de tekst daarbij is: Appel, kijk eens gauw naar boven! daar vliegt een vlindertje voorbij. Vanzelfsprekend ligt de klemtoon bij het voorlezen op het woord “boven”. Dus toen Kleindochter K. in de kinderboerderij een tekening van een vlinder zag wees ze enthousiast en riep “boven!”