Blijde verwachting

Onze kip Fiep is normaliter een redelijk schuw type. Ze eet niet uit de hand en loopt hard weg bij plotselinge bewegingen. Maar nu trekt ze zich niets van ons aan, ze is geheel in beslag genomen door een Belangrijke Taak. En door haar hormonen…

Ze blijft halsstarrig zitten…

Ze is broeds. Op deze foto zie je nog het kistje dat als legnest in gebruik was, waarin ze plaats nam op een ei van haar zus Keet. Dat kistje zal vast nogal ongemakkelijk zitten, dus ik haalde het weg toen ze even opstond om te eten. In plaats daarvan kreeg ze een paar handenvol stro om een nestje van te maken. Daarna reden we naar een kippenhouder die wél een haan bij zijn Maranskippen heeft. Dezelfde die ons de eieren leverde waar Fiep zelf uit kwam (en Keet en hun vier broers ook).

Ze moet soms éven naar buiten om te eten.

En zo zit ze nu al een week op tien bevruchte eieren. De vader en enkele van de moeders ervan zijn zilverhals-Marans, dus waarschijnlijk krijgen we ook wat kleurvariatie als het allemaal lukken wil. Nog twee weken…

Nog niet klaar met Katherine

In 2016 begon ik aan een ambitieus breiproject: Katherine Howard. Helemaal verliefd op het mooie patroon en zelfverzekerd genoeg om me niets van de reputatie (van moeilijk en langdurig) aan te trekken.

Prachtig, toch?

Het rugpand voltooide ik, de voorpanden waren ook al behoorlijk gevorderd voor ik me realiseerde dat het me echt nóóit zou gaan passen. En wat erger was: door mijn tegenzin om eindjes af te hechten had ik voor elke lichter blauwe diagonaal een héél lang eind garen in gebruik. Ik maakte er eerst knotjes van, die vreselijk in de war raakten natuurlijk. Er werd nogal eens aan de draden getrokken. Daar konden ze slecht tegen. Shetland wol bestaat uit vrij korte vezels, dus het garen werd dunner en brak soms. Ik probeerde het op te lossen met zogenaamde visjes, maar ook dat hielp niet veel, ook die raakten steeds in de knoop en het breiwerk werd er bepaald niet mooier van. Ik breide nog een klein stukje dapper door, maar toen kwam er een ander mooi garen langs. Ik breide een paar sokken. En een muts, en nog een muts. En toen werd het koud en vond ik dat ik een warm vest voor in de tuin nodig had.

Warm voor de winter

Ik breide het op pennen 4,5 van Cascadewol die me geleverd werd door huisdealer zevenkatten.nl .

Kabels breien is leuk.

Toen het eenmaal af was, was het natuurlijk niet koud meer, dat is zoals die dingen gaan. Het vest zal me beslist goed van pas komen in de komende winters dacht ik, en ik begon blijmoedig weer aan een sok. Maar ergens bleef tijdens al deze zijsprongen de gedachte aan Katherine Howard me wel dwarszitten. Ik hou niet van opgeven. Ik noem mijzelf vaak een procesbreier, het gaat mij meer om de bezigheid dan om het product, maar ik wil wel graag iets moois en draagbaars maken. Uithalen en opnieuw beginnen? Nee, niet met deze mishandelde wol. Dus gewoon helemaal opnieuw beginnen, en dat deed ik. Nu niet met lange draden in knotjes of visjes, maar kortere stukken wol. Ik schafte materiaal aan, ik maakte proeflapjes en zelfs een toile, en ik begon opnieuw. Katherine de Tweede.

het schootje aan het achterpand is al klaar.

De eerste poging beschouw ik maar als een heel degelijke oefening. Een super-proeflapje. De Katherine Howard waarnaar het patroon vernoemd werd kreeg geen tweede kans.

De Kooltent

Iedereen die op onze tuin woont lust kool. Echt waar. Bijna altijd wordt het vóór het oogstklaar is opgegeten door allerlei gedierte. Witte koolvlieg, reeën, koolwitjes-rupsen, hazen, slakken, duiven, iedereen eet smakelijk van ons koolveldje, behalve wij. Daar hadden we genoeg van. We willen best wat delen, maar we kweken uiteindelijk voor ons zelf. Bestrijdingsmiddelen willen we niet gebruiken en bovendien trekken reeën zich daar niet zoveel van aan. Zolang de plantjes klein zijn zetten we er een emmer zonder bodem overheen en leggen daar weer kippengaas op. Maar insecten kunnen natuurlijk makkelijk door het kippengaas en de koolplantjes worden snel te groot voor de emmer… we verzonnen een list.

We kochten drie stroken insectengaas van vijf meter lang en twee meter breed..

…die ik met de naaimachine en kleurige bias-bandjes aan elkaar naaide tot één grote lap van vijf bij zes. In de huiskamer, vanwege de ruimte.

Dat was weer eens wat anders dan een rokje. Ik vond het wel leuk om de ene liefhebberij in te zetten voor de andere. Ik denk niet dat juf Blom van de Modevakschool deze toepassing voor ogen had toen ze me deze techniek van naad-afwerking leerde. Hong Kong binding in de moestuin, waarom ook niet?

Yep zette twaalf paaltjes rondom en tussen de kolen, zodat ze één kool hoog bleven en verbond die met elkaar met waslijn.

Daarna haalde hij de emmers en kippengaas van de plantjes af, legde de lap gaas eroverheen en vouwde het dicht als een cadeautje. Wat stenen en zand op de rand en ziedaar: een kooltent. Met de mazen van 1 mm komt er licht en water genoeg binnen, maar kan er geen koolwitje of koolvlieg naar binnen. Duiven, hazen en reeën kunnen er alleen nog maar verlangend naar kijken. En dan kunnen ze fijn verderop weer gras gaan eten, het is niet dat ze iets te kort komen.

Onderhuurders

In de volkstuin hebben we twee nestkastjes. Eén van de twee (vorig jaar nog huis van een pimpelmezenfamilie) bevat een kolonie hommels. Die zijn verrassend waaks, als het op verstoring van hun huiselijke rust aankomt. Yep was nietsvermoedend aan het harken, iets te dichtbij naar des hommels’ zin, hij moest rennen om aan een kwaaie formatie te ontkomen.

In het andere huisje woonde een koolmezengezin. We zagen vader en moeder in hoog tempo wormpjes en rupsjes aanbrengen. Gelukkig heeft niemand in onze directe omgeving de buxusmot bestreden.

Foto gemaakt door Yep

Het viel ons op dat we één van beide ouders duidelijk fladderend hoorden vliegen, de andere was veel stiller. Het bleek dat het vrouwtje geen staart meer heeft.

foto van mij. 🙂 Dit vloog niet zo snel weg

Kort daarop vond Yep al haar staartveertjes bij elkaar in de tuin. Het vliegen moet daarmee behoorlijk zwaarder zijn voor een mees, de staart zorgt voor draagvlak en helpt bij het sturen in de lucht. Daarbij zal het best een blessure zijn, ik stel me zo voor dat het uittrekken van alle staartveren bepaald pijnlijk is. Hulde dus, voor deze mezenmoeder. Al haar kinderen zijn succesvol uitgevlogen en gaan onze oogst ontdoen van rupsen.

Behouden vaart

Altijd als ik iets gezaaid of geplant heb in onze volkstuin zeg ik iets in de trant van “doe je best!” Het schijnt goed te zijn om tegen je planten te praten, tenslotte. Meestal is het weinig ceremonieel: gewoon een kwestie van de plaats bepalen, in de grond ploppen en het beste wensen. Maar soms gaat er heel wat meer zorg in. Zoals de groene asperges. Ik heb ze thuis gezaaid, dagelijks besproeid met een zacht neveltje en enthousiast gejuicht toen ze boven de grond kwamen. Daarna heb ik ze -heel voorzichtig om de worteltjes niet te beschadigen- in potjes gezet, die ik ook weer precies genoeg water -opkamertemperatuur- gaf en bemoedigend toesprak. We brachten ze naar de tuin, waar ze een beetje konden acclimatiseren.

Echtgenoot Yep maakte dat degelijke aspergebed voor ze en gisteren plantte ik ze uit, op precies de goede afstand en diepte, met het groeipuntje in de juiste richting. Toen ze allemaal stonden te wuiven in de voorjaarsbries had ik even de behoefte er een fles champagne tegen stuk te gooien.

Het ploeterseizoen

Deze maanden -Maart tot en met Juni- is het werk in de tuin nooit klaar. We poten en planten en gieten en verplanten en zaaien en wieden en schoffelen en snoeien en timmeren en zagen en graven. En we genieten. Kijk maar:

kersenbloesem.
Peertjes in wording.
De buren zijn er ook weer, met nieuwe kalfjes.
Appelbloesem.

Echtgenoot Yep bereidde het bed voor de nieuwe asperges voor. Hij groef een geul die hij vervolgens vulde met afwisselend laagjes compost, tuinaarde en onze eigen grond. Asperge-lasagne.

Een hele klus.

Gezwam

Het is de tijd van het jaar voor plannen maken. En voor iets te grote verwachtingen en kleine tegenslagen, de muis in onze tuin heeft bijvoorbeeld wéér de gezaaide erwtjes opgegeten. Ik heb nu het “zaaien ter plaatse” voorschrift in de wind geslagen en thuis op de tuintafel zaaibakken gevuld. Als het eenmaal een plantje is eet de (ongetwijfeld inmiddels bijzonder goed doorvoede) tuinmuizenfamilie het niet.

Maar goed. De plannen dus. Ik surfte op internet langs een website over het kweken van eetbare paddenstoelen en dacht heel Zeeuws: Mokokè*. Het lijkt in het geheel niet moeilijk. De grootste hindernis is het vinden van een vers gezaagd stammetje van de juiste afmetingen en bomensoort. Dat moet eerst een maandje liggen, daarna worden er gaten in geboord waarin deuvels met paddenstoelensporen worden aangebracht. Vervolgens leg je het stammetje ergens op een rustig schaduwrijk plekje in de tuin en wacht tot er heerlijke shii take op groeien. Of oesterzwammen. Wat een leuk idee! Ik ga op stammetjesjacht. (Hoewel ik het advies van de website om met een zaag het bos in te gaan en goed op te letten dat de boswachter je niet betrapt NIET zal volgen… zijn ze nou helemaal! Er worden al veel te veel bomen gekapt zonder dat allerlei hobbyisten er op los gaan zagen)

Gisteren trof ik alvast een afgezant uit het paddenstoelenrijk in onze tuin. Tot mijn verbazing staat er een bleke morielje in ons oude aardperenperkje. Morieljes zijn voorjaarspaddenstoelen en ook delicatessen, maar je kunt ze niet rauw eten. Ik laat deze ook maar staan, hij is zo mooi!

*Mokokè: Dat moet ik ook hebben.

Langetermijnplan

We kweken al minstens tien jaar met groot genoegen witte asperges in onze volkstuin. De planten zijn waarschijnlijk onderhand aan hun laatste seizoen begonnen, vorig jaar werd de opbrengst al minder. Omdat ik groene asperges ook erg lekker vind kochten we vorig jaar een zakje zaad bij De Nieuwe Tuin, en een maand geleden zaaide ik dat uit in een tray op de vensterbank.

Na een paar weken verschenen bijna onzichtbare sprietjes, maar die groeiden al snel uit tot herkenbare mini-aspergeplantjes.

Vanavond haalde ik er voorzichtig 24 van los en plantte die ieder in hun eigen potje. Over een week of twee gaan ze naar de kas, en dan weer twee weken later worden ze uitgeplant. Ze zijn erg mooi! De eerste twee jaar kunnen we van deze aspergeplanten nog niet oogsten, dus we moeten wel geduld hebben. Maar ik vind dit stukken leuker dan het kopen van “klauwen” (zo heet een plantklare tweejarige wortelstok van een aspergeplant). En ook daarvoor geldt dat je het eerste jaar niet, en het tweede jaar slechts beperkt oogsten kan. Wat zullen ze lekker smaken, in 2022!

Schrompeltomaatjes*

Met het oog op te verwachten Enorme Oogsten kocht ik een Excalibur voedseldroger. Een tweedehandse, niet te grote, want ik wil het voedseldrogen eerst eens een seizoen in alle rust proberen. Hoewel het me een ideale oplossing lijkt om de tuinopbrengst te bewaren. Je kunt appels drogen, champignons en groene kruiden. Je kunt rozijnen maken van je eigen druiven (we hebben die niet, maar toch…) je kunt je eigen groentebouillonpoeder maken en paprika- of chilipoeder is ook een mogelijkheid. Dat klinkt toch leuk! vooral gedroogde tomaten vond ik een aantrekkelijke gedachte dus toen het apparaat eenmaal gearriveerd was voerde ik een eerste test uit met mini roma tomaatjes. Uit de winkel natuurlijk.

Ik sneed ze doormidden en bestrooide ze met een klein beetje zout en wat verkruimelde tijmblaadjes, legde ze op de trays en zette het droogmachien aan.

Het duurde wel een uur of 10 voor ik ze droog genoeg vond. Maar zo’n droogapparaat gebruikt niet erg veel stroom, onze zonnepanelen zullen dat in het oogstseizoen probleemloos kunnen bijhouden. En het resultaat is werkelijk heerlijk.

*echtgenoot Yep verzon de term schrompelen als het om voedseldrogen gaat. Hulde! Die houden we er in.

Pink Floyd aan je voeten

Ik breide voor Echtgenoot Yep een paar sokken. Gewoon, rechtuit sokken met een verstevigde hiel om te dragen in zijn werkschoenen op de tuin. Op zich allemaal niet zo bijzonder, maar het materiaal is dat wel.

De wol is geverfd naar het voorbeeld van het legendarische album Dark side of the moon, van Pink Floyd. Ik geloof dat de Echtgenoot dat wel waarderen kan.