Gember van het huis

Begin april had ik een stuk gember dat in de keukenkast begon uit te lopen. Ik plantte het in voedzame potgrond en zorgde dat het op de vensterbank genoeg zon en water kreeg en na een week of drie was het een heuse plant.

In juni verplantte ik het inmiddels uit vijf sprieten bestaande geheel in een grotere pot. Het lustte best veel water, en groeide als de spreekwoordelijke kool, het werd bijna manshoog. Een week of twee geleden begonnen de bladen te verdorren en gisteren heb ik het uit de grond gehaald. Heel niet slecht!

Bovenaan ligt de “moeder” die misschien ook nog wel eetbaar is. Onderaan de nieuw gegroeide gemberwortel, met een lombok peper ernaast voor de schaal. Gisteravond is er al een stukje in het eten verwerkt. Heerlijk!

Ko Haan

Ko Hen barstte in de vroege ochtend uit in enthousiast gekraai. En ze hij is inmiddels de baas van het hele spul in de kippenren. Hij heeft nog geen grote staart, en ook nog niet zo’n decoratieve toef op de rug, dus hoopten we dat het tóch een-wat groot en bazig uitgevallen- kip was. Helaas… kraaien is niet gewenst in onze stadstuin, dus moeten we afscheid van hem nemen.

Ik dacht nog een foto te maken, in het kader van “dan hebben we tenminste de foto nog” maar hij had me door en stond niet stil.

Behalve als er wat te snaaien was.

Een merkwaardige hoofdstad

Van Yvonnep kreeg ik een lapje. Een heel bijzonder lapje: De plattegrond van Amsterdam is er op afgedrukt.

Het is wel een erg grappige plattegrond, de straatnamen zijn (volgens yvonnep) ingetoetst door een dronken Rus. Dat zou best kunnen kloppen! Hier en daar is het volkomen onbegrijpelijk. Ik dacht eerst dat ik de stof zou gebruiken als voering voor een tasje, maar dan zie je het natuurlijk niet.

Uiteindelijk maakte ik er een tafelloper van. Dan kunnen we bij het ontbijt eens puzzelen wat Nrcinui Moo.mec zou kunnen betekenen.

Scheef

Ooit had ik een gele sjaal met zwarte vlekken, Ik was er erg dol op en droeg hem vaak maar hij belandde een keer in de kookwas en toen was het geen sjaal meer.

Toen ik deze stof van Nooteboom textiel zag moest ik aan mijn betreurde sjaal denken en ik kocht er meteen anderhalve meter van. Vijftig centimeter voor een sjaal, de rest voor een legging. Of een t-shirt. Dit soort stof, tricot, wordt rondgebreid in de fabriek, als een lange koker. Zoals sokken gebreid worden, maar dan met fijner garen en met héél veel meer steken. Dan wordt de koker aan één kant doorgesneden zodat het een lap wordt. De knipranden worden ingesmeerd met een soort lijm, zodat de zaak niet gaat rafelen. En daar gaat het vaak fout, ook bij mijn stippenstof. Want als de koker wat gedraaid zit gaat de knip niet recht door de stof maar diagonaal. De verkoper van de stof knipt lappen van de rol, haaks op deze lijn, waardoor álle kanten van zo’n lap stof scheef worden. Ik kocht dus een soort van ruit, in plaats van de gewenste rechthoek. Kledingstukken die daarvan zijn gemaakt zullen blijven trekken, of om het lijf draaien. Aan alle kanten een hoek er af knippen om het recht te maken is een optie, maar dan wordt de lap veel kleiner.

Voor het maken van een sjaaltje is dat gelukkig niet zo erg. Maar ik zou met plezier de stof als koker kopen… want afgezien van het scheve is het prima materiaal.

Een goed idee

Diana van de Mooie Moestuin postte over “suppengewürz”. Ik had het eens als een soort van bouillonpoeder gezien op een beurs, bij een stand die ook appelchips verkocht, en gedroogde kruiden en fruit van allerlei soort. Wat een goed idee, dacht ik toen. Maar wel bewerkelijk, alle kruiden en groenten drogen, fijnmalen tot poeder en daar dan een uitgebalanceerd mengsel van maken. Maar Diana maalt gewoon verse ingrediënten tot een pasta, voegt genoeg zout toe dat het geconserveerd is (14%) en stopt het in een potje. Dat is een nóg beter idee, dan kun je gaandeweg het proces proeven en er nog het een of ander aan wijzigen.

Ik had worteltjes, selderij, peterselie, kervel, sjalotten en venkelblad. En een paar teentjes zwarte knoflook en de geraspte schil van een citroen. Ik draaide het tot pasta en het smaakte fris en kruidig. Daarna mengde ik het zout erdoor en verpakte de zaak. Bij de eerstvolgende gelegenheid als ik bij het koken normaliter een bouillonblokje gepakt zou hebben ga ik een lepeltje suppengewürz toevoegen. Weer iets dat zelf gemaakt kan worden.

De verstelmand

We proberen minder afval te produceren. Eigenlijk vind ik dat dingen die stuk zijn niet weggegooid maar gerepareerd moeten worden, als dat kan. Maar oef, wat is dat een vervelende klus…

Neem bijvoorbeeld dit overhemd. Nog voor het een jaar oud was viel het mooie glansgaren waarmee ik alle sierstiksels maakte uit elkaar. Waarom gebeurt zoiets? Geen idee… maar het overhemd is verder nog best in orde, alle naden die de constructie vormen zijn met ander garen gemaakt. Ik zou dus alle stiksels stukjes siergaren er uit moeten peuteren en het opnieuw doorstikken met het duurzame garen. Dat peuteren is een heel werk, want het oude garen is bijna helemaal vergaan, het moet steekje voor steekje verwijderd worden.

En van deze sportbroek gaat de zoom en het elastiek in de taille los. Ook dat moet los getornd en opnieuw genaaid. Maar dat lostornen is een rotklus, vooral omdat er door het elastiek is gestikt. Iets nieuws maken is een stuk glamoureuzer! ik zou best graag het overhemd én de sportbroek weg gooien, en overigens ook het hemdje met de losse schouderband en de wielrenbroek met de uitgescheurde naad.

Okee… uitgemopperd. *haalt diep adem en pakt het tornmesje*

En toen waren er nog twee

De negen kuikens zijn allemaal in verbazend tempo opgegroeid. Na een maand of twee stopte Fiep van de ene op de andere dag met moederen en werd er nogal geknokt af en toe. Vooral toen de vijf (!) hanen eehhh… hanig gedrag gingen vertonen.

Een collega van Yep heeft twee kippen en een haan geadopteerd. Op deze foto zie je ze samen in hun nieuwe woonomgeving. De haan (die met z’n hippe broekje achteraan staat) heeft de naam mr. Brown gekregen. Leuk, een Tarantino-verwijzing!

En deze heet Trompetta, vanwege haar opvallende stemgeluid. Ik ben zo blij dat ze zo’n goed nieuw huis hebben! De andere vier hanen bleven nog wat langer want een nieuw thuis vinden voor een haan is ondoenlijk. Tenslotte heb je één haan nodig (als je die al nodig hebt… wij hebben er al járen geen). Marktplaats staat vol met “gratis af te halen” hanen, bij kinderboerderijen worden ze ‘s nachts over het hek gezet… De enige uitzondering is voor een haan die helemaal voldoet aan de ras-standaard, zodat er mee gefokt kan worden. Maar dat was bij ons stel bepaald niet aan de orde. We hebben ze dan ook niet om prijzen op tentoonstellingen te winnen, met iets te donkere poten of net teveel vlekjes op de rug zijn ze me net zo lief. Maar, dus, de vier andere hanen uit onze tuin zijn in de vriezer beland. Niet leuk, maar tja. Ze hebben een goed kippenleven gehad en een snel, pijnloos einde. Eerlijk is eerlijk, het is prima vlees!

Nu wonen er vier kippen in de ren: Fiep en Keet, matrones van bijna twee en een half, en pubermeisjes Kiwi en Ko. Kiwi heet zo omdat ze bijna helemaal geen kammetje heeft, en als gevolg van het geklier van een van haar broers ook geen staart. Daardoor lijkt ze een beetje op de beroemde Nieuw Zeelandse loopvogel. De staart zal er nu wel snel aan groeien. En Ko vind ik een prima kippennaam. Ko Hen.

In de soep

Van de volkstuin komen nogal wat winterwortelen. Je kunt ze goed bewaren, maar een deel ervan verwerkte ik meteen

Ik sneed ze in stukjes, ik deed hetzelfde met een gekochte bloemkool en wat prei. Een bosje selderij, peterselie en geheim ingrediënt kervel hakte ik met de keukenmachine fijn. Ik mengde de heleboel in een grote kom en vulde zes zakjes met heerlijk kruidig geurende soepgroente. Lekker voor de winter!

De butler en de kamermeid

Gisteravond ging ik naar de film, weer eens. We zagen Downton Abbey. De film speelt in de jaren ’20, enige tijd na het einde van de gelijknamige serie. Ik heb de serie nooit gezien maar dat was geen belemmering om erg van de film te genieten. Hooguit waren er wat véél personages met een verhaallijn.

Het valt me wel op dat in dat soort films (ook bijvoorbeeld in Gosford Park, the remains of the day, Upstairs, downstairs en een heleboel Agatha Christie verfilmingen) het huishoudelijk personeel een enorme eer in het werk schept. Terwijl dat werk in de meeste gevallen niet erg glamoureus is en er weinig erkenning voor lijkt te zijn. Vooral de butlers zijn zonder uitzondering arbeidskrachten waar een hedendaagse werkgever van droomt, qua arbeidsethos. Zou dat op realiteit gebaseerd zijn? Er waren natuurlijk enorme verschillen tussen de klassen, maar men woonde wel allemaal samen in zo’n enorm huis. Ik vind het eerlijk gezegd wel aansprekend. Er is niets mis met beroepstrots.

Appelsap

De appeloogst was niet zo enorm als vorig jaar. Dat is niet omdat onze nachtelijke bezoeker appels eet, die lijkt hij niet te lusten. Een paar bomen zijn vorig jaar iets te rigoureus gesnoeid, een paar andere hebben een zogenaamd beurtjaar. Maar de ene Elstar en de James Grieve leverden toch nog een prettige hoeveelheid. Ze zijn deels in de appelmoes en appeltaart gegaan, de mooie exemplaren “zo” gegeten.

De misvormde, aangetaste en te kleine exemplaren verdwijnen in de sappers.

Een herfstgenoegen, bij het ontbijt een vergeperst appelsapje. Dat in enkele minuten van bleekgroen naar bruin verkleurt, maar niet minder smaakt.