Londen met een stok

We gingen naar Londen. In de eerste plaats om een tentoonstelling te bekijken waarin het werk van Michelangelo en Bill Viola wordt getoond. Dat bleek de reis helemaal waard. Sinds de trein door de kanaaltunnel rijdt is Londen maar een paar uur ver voor ons, maar in één dag heen en weer vonden we toch zonde.

Dus Echtgenoot Yep vond een hotelkamer met een prachtig uitzicht.

Op weg naar de Royal Academy liepen we langs Bond Street, Savile Row,

Burlington Arcade en Piccadilly Arcade. Wat is Londen toch leuk.

Omdat ook voor reizen met de underground in Londen een heleboel lopen nodig is (roltrap af, gangetje door, trappetje op, lange gang door, trappetje af, andere gang door, hoera! perron!) had ik een wandelstok mee. Dat maakt het lopen een stuk prettiger. En het zorgde voor bijna altijd een zitplaats, de Britten zijn een hoffelijk volk. En ik ben inmiddels wel over de gêne heen, op deze manier konden we volop genieten.

Echtgenoot Yep deed als de Britten bij het ontbijt. Brrr.

Knie

Sinds ongeveer een jaar is mijn linkerknie pijnlijk en instabiel. Lastig voor een wandel-tuinier-fietsliefhebber met een baan waar behoorlijk wat meters worden gemaakt. Via de huisarts ging ik naar de orthopeed die slijtage vaststelde. Tussen de botten in het gewricht is het laagje kraakbeen geheel verdwenen. Dat gaat niet meer vanzelf goedkomen.

Ik moest dat wel even verwerken. Ik was altijd nogal energiek, nu werd ik gedwongen mijn stappen te doseren, geen lange wandelingen meer, geen uren sjouwen op de volkstuin. In één beweging door naar de senior-bank.

De orthopeed gaf me een corticosteroïdinjectie (scrabblewoord!) in de knie en schetste het toekomstbeeld. Deze injectie zou een maand of wat de pijn en ontsteking ter plaatse bestrijden (dat klopt grotendeels). Daarna zou de prik enkele malen herhaald kunnen worden, maar dan is de werkzame duur van het medicijn elke keer korter. Ook gaat in deze tijd de slijtage natuurlijk voort. Uiteindelijk zal mijn knie dan vervangen moeten worden door een prothese. Maar… daar ben ik eigenlijk te jong voor. Hoe ironisch. Zo’n prothese gaat 15 tot 20 jaar mee en waarschijnlijk zal ik op mijn 73e nog steeds willen lopen.

Inmiddels is de tweede injectie bijna uitgewerkt. Het verwerken is ook goed gevorderd, ik besloot zo rondom de jaarwisseling dat ik niet lijdzaam met een been op een krukje de gebeurtenissen ging afwachten. Ik ging naar de fysiotherapeut die me aanraadde veel te fietsen, joepie! En die me een reeks oefeningen te doen gaf die de ondersteunende weefsels in de knie moeten versterken. Ik besloot met behulp van de Weightwatchers mijn overgewicht grondig aan te pakken, want hoe minder kilo’s de knie te dragen heeft hoe beter natuurlijk. Verder schafte ik -nu alle schaamte voorbij- twee wandelstokken aan.

Enkele weken terug zag ik in de Volkskrant een artikel over een nieuwe behandeling voor dit probleem: kniedistractie. Het is nogal een onderneming, maar ik neem aan dat een knieprothese ook wel een heel ding is… en ik zou er wat voor geven om weer “gewoon”, gedachteloos te kunnen lopen. Ik googelde een paar avonden, ik overlegde met mijn fysiotherapeut, met mijn huisarts, met mijn orthopeed en met Echtgenoot Yep, en meldde me ervoor aan. Er is eerst een wachttijd, veel mensen hebben het artikel gelezen en kennelijk hebben veel mensen dit probleem. Na de wachttijd volgt een screening, want niet iedereen komt ervoor in aanmerking. Ik ben voorzichtig optimistisch… duim voor me!

Een oud appeltje

Toen ik nog een klein Lieseke was wilde ik elke avond voorgelezen worden uit hetzelfde boekje: De Appel.

Het is het eerste prentenboekje van Dick Bruna uit 1953 nota bene, tien jaar ouder dan ik zelf. Maar het is tijdloos, Dochter wilde van haar tweede tot haar vierde jaar óók elke avond horen van de appel, die zo verdrietig is omdat hij niets van de wereld kan zien. En net toen zij naar andere boeken overstapte kreeg haar broer de smaak te pakken… ik denk dat ik het duizenden keren heb voorgelezen. Vanzelfsprekend kocht ik weer een exemplaar toen Kleindochter K. belangstelling voor boekjes kreeg. Gisteren mocht ik een dagje op haar passen en nam het boekje mee.

Dat vond ze zó leuk dat ze het meenam toen we op de fiets naar de kinderboerderij gingen.

Een van de bladzijden toont een vlinder, en de tekst daarbij is: Appel, kijk eens gauw naar boven! daar vliegt een vlindertje voorbij. Vanzelfsprekend ligt de klemtoon bij het voorlezen op het woord “boven”. Dus toen Kleindochter K. in de kinderboerderij een tekening van een vlinder zag wees ze enthousiast en riep “boven!”

Nog meer baksel

Ik ben al een hele tijd op zoek naar een goed Nederlands woord voor “tray bake.” Een gerecht waarbij je alle ingrediënten samen (maar niet noodzakelijk tegelijk) op een bakplaat in de oven bereidt. Heerlijke combinaties kun je zo maken!

En het ziet er vaak ook schilderachtig uit. Vanavond aten we een slanke variant. Zoete aardappel, drie kleuren wortel en rode ui gehusseld met wat olijfolie, zout, peper en tijm. Na iets meer dan een half uur in de oven op 190 graden was het gaar en brokkelde ik er nog wat geitenkaas over. En een dressing van citroensap, mosterd, een lepel maplesyrup en kappertjes. Heel gek, twintig minuten later was het helemaal verdwenen.

Baksels

Er was restverwerking nodig. Ik had een kilo witlof die niet meer houdbaar was, en een rolletje geitenkaas dat snel op moest. En een pak filodeeg in de vriezer.

Witloftaart dus. Het was heerlijk! En omdat ik het zelf bedacht heb maak ik een receptenpagina en daar zet ik het op.

Excuseer de slechte foto’s. Ik maak ze ‘s avonds en dan is het licht niet optimaal. Bij daglicht is het altijd al weer minstens half opgegeten.

En toen ik toch bezig was maakte ik ook nog kaneelbroodjes, volgens dit recept. Echtgenoot Yep is een echte Zeeuw, want hij noemt het bolusbrood. Daar lijkt het inderdaad wel op, qua smaak… hoewel iets minder plakkerig en zoet.

Geen rozen in 2019

In het “nieuwe” gedeelte van onze tuin staat een wilde roos.

Prachtig als hij bloeit…

In de late herfst en in de winter hangt hij vol met rozebottels. Die kennelijk door allerlei bewoners van onze tuin erg lekker worden gevonden, we vinden overal stukjes rozebottel terug. Soms zelfs een heleboel. Maar de struik is wél groot, inmiddels wel een meter of vier doorsnee. De rozen bloeien op takken die twee jaar oud zijn. Dus als je de struik snoeit moeten de oudere takken er uit. Maar…. de nieuwe takken, die we behouden willen omdat ze volgende zomer de bloemen gaan dragen, zitten allemaal aan zo’n veel te lange oudere tak vast.

We besloten -een beetje spijtig- een jaar geen rozen te hebben, de struik rigoreus te snoeien tot de kale stammetjes. Vanaf volgend jaar zullen we de nieuwe takken korter houden.

Koud starten

Gisteren arriveerde de zaai-agenda die Diana van de Mooie Moestuin maakte.

Met een lief kaartje erbij en een zakje zaad voor verschillend gekleurde kers tomaatjes. Wat feestelijk! Bladeren in de agenda is wel enorm inspirerend*, ik wilde meteen naar de tuin. Helaas is het erg koud en regent het… en er zijn werkzaamheden die éérst moeten, ook in het weekeinde, boodschappen bijvoorbeeld. Ik kocht een paar zakken potgrond, en zaai-en-stekgrond, om toch íets tuin-achtigs te doen. En ik kocht drie stengels sereh, om planten uit te kweken.

Dat is niet zo moeilijk, ik deed het ook al eerder… maar toen heb ik de plant in augustus of september doodverwaarloosd. Tja. Nu heb ik betere voornemens.

Echtgenoot Yep raakte ook enthousiast, dus reden we naar de boomkweker en kochten twee kruisbessenstruiken, een met groene bessen en een rode. En gele en rode herfstframbozen, we hadden tot nu toe alleen de zomervariant. Morgen gaan we ze planten, weer of geen weer. En ik ga aubergines zaaien.

*De zaai agenda is nog te koop, kijk maar hier

Wangetjes

Tijdens een gecombineerde winkeltrip naar Antwerpen liepen we langs Mille Vaches. Ik zou dit geen slagerij willen noemen, het woord vleesjuwelier is meer op zijn plaats. Men verkoopt topkwaliteit vlees van eigen vee -runderen én varkens- dat rondloopt op het gelijknamige terrein in Frankrijk.

Wij hebben natuurlijk onze eigen lokale leverancier. Ook eten we lang niet elke dag vlees en met ons tweepersoonshuishouden hebben we geen grote hoeveelheden nodig. Toch gingen we even binnen kijken, want in zo’n buitenlandse winkel krijg je vaak goede ideeën. Nu ook weer: Deze slager verkocht naast het dry-aged rundvlees uit de etalage heel veel andere artikelen waaronder ook varkenswangen. Dat is iets dat je bij de Nederlandse slagers niet in de vitrine ziet liggen, hoewel het heerlijk vlees is. Het is alleen geen snel-klaar lapje, in Nederland is het materiaal voor worst en gehakt.

Ik kocht er anderhalve kilo van (voor 12 (!!) euro) en braadde ze bruin met een gesnipperde appel en een uitje. Daarna maakte ik een jus van appelcider en bouillon en wat kruiden en liet het geheel een uurtje of twee sudderen in de oven op 100 graden. Voor minstens vijf personen een topmaaltijd.

Ligt het aan mij of wordt de keuze in de “gewone” winkels steeds kleiner?

Winterwerk

Het is koud maar stralend weer. Dus gingen we eens kijken hoe de tuin erbij staat. Hetzelfde als vorige keer, maar met witte versierselen hier en daar.

We maakten wat wilgentakken klein. Een klein nadeel van knotwilgen is dat je na het knotten stapels takken moet opruimen. We gebruiken daarvoor een snoeischaar en een handzaag, zodoende kregen we het wel warm. De dunne twijgen worden op de houtwal gestapeld. De houtwal bestaat uit twee parallelle rijen paaltjes, waartussen takken gestapeld worden. Het vormt zo een natuurlijke reling langs de sloot en biedt een heleboel beestjes een woonplek. In de loop van het jaar zakt hij langzaam maar zeker in, omdat de onderste laag verteert, in de winter leggen we er weer nieuw materiaal bovenop. De dikke delen van de wilgentakken zagen we klein en leggen we te drogen, over een paar jaar stoken we het thuis in de houtkachel op.

Het uitzicht is ook in de winter mooi. Maar je krijgt er wel koude voeten van… hup vlug weer naar huis.

Floortje

In januari 2015 kwam Floor bij ons wonen. Ze bleek een buitengewoon productieve legkip, bijna drie jaar legde ze consequent elke dag een ei. Het moeten er totaal toch gauw 1000 zijn geweest. Ongelooflijk, niet? Ze was de onderste in de pikorde maar kipje-de-voorste als er wat te halen viel en meestal de anderen te vlug af. We noemden haar ook weleens Wethouder Hekking.

Nadat ze stopte met eieren leggen heeft ze nog een jaar van haar pensioen genoten. Gisteren werd ze ziek en kwam het nachthok niet meer uit, vanmiddag is ze overleden.