Hoog op de schaal van Scoville

In de kas op onze tuin stond nog helemaal niks, want ja, er moest nog opgeruimd. Om tóch iets te hebben kocht ik -impulsaankoop, ik geef het toe- twee peperplantjes in de bouwmarkt. Niet echt in overeenstemming met het plan om alles zelf te kweken, want deze plantjes hingen vol met rijpe en bijna rijpe rode pepers. Na een week plukte ik al twee handenvol en nam ze mee naar huis.

Nu eten we niet zóveel verse peper, dus besloot ik deze oogst tot sambal badjak  (gebakken sambal) te verwerken. Dat is te wecken en dan dus vrijwel onbeperkt houdbaar. Ik gebruikte naast mijn eigen pepers nog vier stuks uit de winkel, die ik met zijn allen tot pulp maalde in de keukenmachine. Ik bakte het samen met  fijngehakte sjalotjes, een stukje trassie, wat gehakte sereh en bruine suiker in een ruime hoeveelheid olie. In het recept stond: Proef regelmatig of het al goed is, maar eerlijk, na de eerste keer proeven kón ik niet meer verder proeven. Onze bouwmarkt-pepers blijken ongelooflijk heet. Er bestaat een schaal – die van Scoville dus– waarop aangegeven wordt hoe heet een bepaalde soort pepers is, het werd ook aangegeven op de zakjes waaruit ik een paar weken geleden zaaide: één ervan telde 4000 en de andere 6000. Maar op de bouwmarkt-peperplantjes staat dat niet, daarop staat alleen “peper”.

De sambal is goed gelukt, echt. maar ik ga het niet eten. Misschien vind ik een echte liefhebber om het aan kado te geven.

 

Honderd jaar (en een speciale aanbieding!)

De volkstuinvereniging waarvoor ik al een paar jaar het secretariaat en de financiën beheer, bestaat dit jaar honderd jaar. Honderd jaar. Moet je je voorstellen, bij de oprichting was de Eerste Wereldoorlog nog maar net voorbij.

Ter gelegenheid van dit jubileum mocht ik een boekje samenstellen, meer precies een zaaikalender.

De onderste helft is de zaaikalender zelf, één bladzijde per week. De adviezen “wat vandaag te doen” heb ik samengevoegd uit een paar verschillende bronnen (en wat eigen ervaring). Ik heb het bewust niet al te uitgebreid gemaakt, maar wel ruimte gelaten om zelf dingen toe te voegen: de kweekmethode van een gewas dat ik er niet in heb opgenomen, of een verjaardagskalender bijvoorbeeld.

De bovenste helft is het leukst. Er zijn prachtige foto’s, tekeningen, schilderijen, recepten, columns en gedichten, alles gemaakt door leden van de vereniging. En ook historische stukken, gevonden in het gemeentearchief. Dát was leuk! rondkijken in het archief van de vereniging, ledenlijsten en bankboekjes uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Met de hand geschreven of op een typemachine met doorslagjes op flinterdun papier. Alles van 1918 tot 1992 ligt veilig in de kluis. Ook vond ik veel leuks in de Zeeuwse krantenbank. (pas op met deze link, die kost je meteen úren!) Vanavond kreeg onze burgemeester H. Klitsie het eerste exemplaar uitgereikt in een feestelijke bijeenkomst. Ik ben er zo buitensporig trots op! Het was zo leuk om de redactie te doen, de pagina’s te vullen en steeds weer een nieuwe bijdrage te ontvangen uit soms erg onverwachte hoek. En het moment dat een bestelbusje voor komt rijden waar  dozen vol boekjes uit worden geladen maakt het wel héél erg echt. Maar…. nu moet ik er natuurlijk ook weer van af.

Alle leden van de volkstuinvereniging kregen er eentje kado, maar hij is voor iedereen te koop voor 15 euro bij boekhandel De Koperen Tuin hier in Goes, en ook bij mij te bestellen met een mailtje naar info@vbiv.nl

 

Een klein heuveltje.

De Engelsen hebben een spreekwoord: Not a hill to die upon. Het heeft een militaire oorsprong: Er zijn veldslagen die je toch al niet kan winnen, waarmee slechts een klein heuveltje wordt bevochten, dan moet je daar niet je leven voor wagen. Of, vertaald naar het burgerbestaan: Er zijn dingen die zóveel moeite kosten om een nauwelijks merkbaar resultaat te bereiken dat je ze misschien beter achterwege kan laten.

Ik kocht een stuk “pompdoek”, het klassieke motief voor theedoeken, en maakte er een tafelkleedje van. Mooie verstekhoekjes maakte ik! Maar, zie foto, ik wil de zoom graag stikken PRECIES op de rand van de ruit. Aan de voorkant lukt dat prima, maar als ik dan naar de achterkant van de zoom kijk zit ik er steeds een paar millimeter naast. En dat stoort me verschrikkelijk. Ik overweeg het zoompje met een bandje af te werken, hoewel ik dan twéé stiksels moet maken. Of het hele kleed met de hand te naaien, wat ik ook niet echt een aantrekkelijk idee vind.

Een glazen huisje

Een lang gekoesterde wens ging in vervulling: we hebben een kasje aangeschaft. Voor op onze volkstuin.  Echtgenoot Yep heeft lang gezocht op Internet, alle verkrijgbare opties en afmetingen en prijzen hebben we uitgebreid besproken. Uiteindelijk besloten we in zee te gaan met deze firma, die oude kassen in het Westland afbreekt en van de onderdelen, gecombineerd met wat nieuwe, “hobbykasjes” maakt. We zochten er een mooi plekje voor uit waar wel nog even het één en ander moest worden opgeruimd, vooral ondergronds.  De oorspronkelijke afspraak was dat het op 11 april geplaatst zou worden dus we hadden nog een paar weekeinden de tijd om die ondergrondse opruimwerkzaamheden uit te voeren dachten we. Tot donderdag de telefoon ging en de leverdatum drastisch vervroegd werd.

Hier is hij dus! Erg fijn dat we het zelf niet hoefden te plaatsen. Het lijkt niet al te enorm, zo’n kasje, maar alleen al het glas is een paar honderd kilo. Ik ben er helemaal blij mee! En ach, dat opruimen, dat kunnen we natuurlijk alsnog. We zullen het er nu wel wat warmer bij hebben vermoed ik.

Bijtjes

Van Echtgenoot Yep kreeg ik een jaarabonnement op het tijdschrift Ottobre. Ik dacht een tijdlang dat het een Italiaans tijdschrift was voor echte fashionista’s. Dat is het niet, het is een Fins tijdschrift dat vertaald wordt in Engels, Duits en Nederlands (en misschien in nog wel meer talen) en het bevat redelijk eenvoudige naaipatronen. Ik denk aan één jaargang wel voor een hele tijd genoeg te hebben.

Uit de editie met kinderkleding koos ik dit shirtje om te maken voor Kleindochter K. Ik moest het patroon overnemen van het raderblad. Dat was sentiment! Toen ik als tienjarig Lieseke begon met naaien kwam álles van een raderblad. We legden een plaat zachtboard op de eettafel en daarop het raderblad zodat de tandjes van het raderwieltje de tafel niet zouden beschadigen en dan zaten mijn moeder en ik uren te zoeken in de wirwar van lijntjes naar het  juiste patroondeel. Ah, dat was zó gezellig! Maar goed. Toen ik dit patroon eenmaal had leek het me zo raar smal. Het duurde eventjes voor ik bedacht dat dit zónder naadtoeslag was, die moet je er zelf nog bij knippen. De patronen die ik tegenwoordig download en uit laat printen zijn allemaal inclusief naadtoeslag. Ik zag het gelukkig op tijd, het was anders zéker te klein geworden

Verder is het een eenvoudig shirtje, ik liet de zak en de gekleurde baan er af, maar maakte een schoudersluiting (op deze foto zitten er nog geen drukkertjes in) omdat Kleindochter K. er niet zo van houdt als haar hoofd door een kledingstuk moet worden gewurmd. Morgen gaat het op de post, ik hoop dat het past!

Roze

Roze is niet mijn kleur. Ik heb geen roze kledingstukken. In 1985 kocht ik, waarschijnlijk verblind door de hormonen van nieuw moederschap van een dochter een stuk roze jeans, het ligt nu nog stééds in de kast. Toen Kleindochter K. onderweg was overviel me een soortgelijk sentiment, ik kocht een lap roze tricot. Om een pyamaatje van de maken, dacht ik toen nog. Ik maakte inderdaad een pyamaatje, maar met blauwe en groene en gele ananassen. Dat was een juiste keuze, ik geloof dat Kleindochter K. -of meer precies: haar ouders- ook geen type voor roze is.

Een paar weken terug besloot ik (geheel volgens jaarlijkse traditie) dat ik nu toch eindelijk eens al die lappen in de kast ga verwerken. Ik begon maar meteen met het roze, ik maakte er ondergoed voor mijzelf van, want dat ziet bijna niemand*. Het is echt een keurig gemaakt onderbroekje en een heel decente body. Misschien ga ik het zelfs dragen. Ik heb mijn persoonlijke roze-quotum voor járen gehaald hiermee! Okee. Nu die jeans nog. Ik kán het natuurlijk verven.

*Ha, en vervolgens zet ik het op Internet. 

Hangen in de tuin

Op onze volkstuin staat een wilgenboom. Zo eentje die in maart met achttien miljoen gele katjes bloeit. Maar vooral zo eentje die hoog is en stevige takken heeft, en goed geworteld is in onze soms wat drassige grond. Daarmee kon ik een lang gekoesterde wens vervullen: Een hangstoel. Ik maakte er eentje naar aanleiding van deze werkbeschrijving.

Het moet me wel even van het hart dat dit een wat rare werkbeschrijving is. Eerst vertellen ze je een stok van 2,10 meter te kopen, daarna moet je er 90 cm af zagen, die heb je nodig. Waarom dan niet een stok van 90 cm in de lijst met benodigdheden? Ook de stof: je moet twee meter aanschaffen, maar in de praktijk heb je 1,66 meter nodig. Nu ja. Ik kocht dus 1,70 meter canvas en een lapje rood voor een hoesje om het kussen. Ik haalde touw bij een watersportwinkel hier in de buurt en ik gebruikte een dikke kastanjetak uit eigen tuin als stok. Kastanjehout is erg recht en stevig, er worden bijvoorbeeld ook wandelstokken van gemaakt. Ik stikte de naden van mijn stoel met meubelmakersgaren en verstevigde de onderrand met een extra reep stof. Vandaag hingen we de hangstoel in onze wilg.

We moesten even zoeken naar de juiste hoogte. Te laag is natuurlijk niet prettig, als hij te hoog hangt is het erg moeilijk om er in te gaan zitten (nee, daar is geen filmpje van) en áls je dan eenmaal zit draai je steeds. Nu is hij precies de goede hoogte, je zit er heerlijk in, met desgewenst een teen op de grond. Ik ben de koning te rijk ermee!

Mijn oog is groter dan mijn broeikas

Over iets meer dan een maand wordt het broeikasje geplaatst. Tijd om tomaten te zaaien! Ik ben erg enthousiast over het vooruitzicht eindelijk eens een behoorlijke oogst tomaten te hebben, en niet alle veelbelovende groene vruchtjes aan phytoftora of droogte of storm te verliezen vóór ze rood zijn. Ook verheug ik me erg op het wecken van zelfgemaakte tomatensaus zodat we van de oogst kunnen genieten tot in 2019.

We hadden zaad van zes tomatenvarianten en ook zes trays met ieder twaalf potjes. Dat lag dus voor de hand: Een tray per tomatensoort. In het vijfde zakje dat ik opende -een hoge-opbrengst-gegarandeerde F1 hybride- zaten maar 12 zaadjes. Wat praktisch, dat zijn er precies genoeg, dacht ik nog. Maar toen stapte Echtgenoot Yep binnen en maakte me duidelijk dat ik bezig was om 72 tomatenplanten te verkrijgen. Die samen wel vijf broeikasjes kunnen vullen. Waarin dan geen plaats meer is voor de paprika en peper (hete en heel erg hete) die ik ook zaaide. Laat staan voor de aubergine, de komkommer en wat er verder nog op mijn verlanglijstje staat.

Ik heb over een paar weken tomatenplantjes in de aanbieding. Iemand geïnteresseerd?

Een beetje liefde

Er zijn mensen die hun naaimachine een naam geven. Zo ken ik een Karl, door zijn eigenaresse vernoemd naar Karl Lagerfeld, best ambitieus. En een Jan, die is van het merk Janome, dus dat is dan weer logisch. Ik heb een naam nooit nodig gevonden, ik dicht mijn Bernina 1008 ook geen persoonlijkheid toe. Wel vind ik het fijn dat we samen zulke leuke resultaten kunnen bereiken, ik ben dus wél erg blij met hem haar. (Toch een béétje persoonlijkheid)

Gisteravond maakte ze ineens allemaal overgeslagen steken. Ik verving de naald, ik reeg de draad opnieuw in, en dat deed ik nog een keer, ik veranderde de draadspanning en de bovendruk, maar nee. Nadat ik voor de vijfde keer hetzelfde stiksel had uitgehaald was ik het zo beu dat ik mijn project in de prullenmand mikte. Maar ja… dat lost het ook niet op natuurlijk. Dus haalde ik de voet en de steekplaat van de machine af, en het spoelenhuis er uit. Daarna heb ik me een minuut of wat zitten schamen, alvorens met een borsteltje, een zacht doekje en een flesje naaimachine-olie de machinekamer eens grondig schoon te maken. Daarna, vers geolied en glimmend schoon, klonk ze als een tevreden kat in het zonnetje en miste geen steek meer.

Grondwerk

We hebben bedacht hoe we onze twee tuinen samen gaan voegen tot één, welk gedeelte ervan we gaan gebruiken voor groente. We gaan de helft van de tuin in negen veldjes verdelen die we volgens een teeltwisselschema willen gaan inzetten. We hebben regelmatig gesprekken als: “Waar stonden de aardappels vorig jaar ook weer?” “In de grote driehoek.” “Nee, dat was het jaar daarvoor. Of misschien zelfs 2015.” Dus daar hebben we dan geen last meer van. Ook moest er bedacht worden waar onze nieuwe aanwinst (!!!!) geplaatst gaat worden. We hebben met stokjes en touw onze plannen in de tuin uitgezet en Echtgenoot Yep is begonnen met het grondwerk. Hij verplaatst graspaden en een lavendelhaag.

Best een hele klus.

Ik stookte ondertussen een enorme stapel snoeiafval op. De wind stond goed, van zo’n omstandigheid moet je meteen gebruik maken.

Ik kreeg het er warm van.

En voor de houtwal blijken de sneeuwklokjes die we enkele jaren terug getransplanteerd hadden uit de tuin bij ons huis zich best thuis te voelen.