Wat te doen met een miljoen…

…mirabellen. Hoewel, het zijn er geen miljoen. Enkele duizenden, nog steeds heel veel. Ze blijven een dag of twee goed, dus er moet iets mee gedaan om ze te kunnen bewaren. Dochter en ik verwijderden de pitten uit een schaal vol mooie exemplaren die ik daarna met de snijkant naar boven op een bakplaat uitspreidde.

Ik liet de oven de hele nacht op 70 graden aan en had vanmorgen vroeg een plaat vol met rozijn-achtige gedroogde pruimhelftjes. De smaak is prima, de substantie is wat minder. De schilletjes van de mirabellen zijn wat hard, ze werden in de oven nog wat harder. Ik zal ze in reepjes geknipt door de muesli mengen.

Toen dochter weer onderweg naar huis was ging ik nog een uurtje door met mirabellen ontpitten, maar ik haalde ook de schilletjes er af. Toen had ik anderhalve kilo vruchtvlees, waarvan ik jam kookte. Ik deed er de zaadjes uit een vanillepeul door en het sap van twee citroenen. Ik gebruikte héél weinig suiker want de pruimpjes zijn erg zoet van zichzelf. Wel voegde ik wat citroenzuur toe om de zaak te helpen conserveren, ik hoop dat dat werkt! Het resultaat smaakte in ieder geval lekker, niet zo mierzoet als een vorige poging tot mirabellenjam. Ik vulde drie potjes ermee, vervolgens stak ik het vuur weer aan onder de pan en roerde ik een stevige scheut whiskey door de rest. Twee potjes jam voor volwassenen.

Toen was er nóg een halve emmer mirabellen. Die heb ik alleen gewassen en daarna tot moes gekookt, vanavond zal ik het door een grove zeef doen zodat de pitten en schillen er uit zijn, en het invriezen. Dat zal ik gebruiken om appel-pruimenmoes te koken als de appels rijp zijn, volgende maand. En de 982 pruimen die nu nog in de boom hangen… die mogen de wespen hebben.

 

Luxeprobleem

Elk jaar is er wel zo’n moment in de tuin

Dat er 32 kilo kersen is. Of vier weken van zes asperges per dag. Of, zoals nu, dat je plukt en plukt en plukt (en plukt en plukt) van de mirabellenboom en het lijkt of er geen pruimpje minder hangt.

Ik bakte pruimentaart, dus. De mirabellenboom is oud en niet zo best in vorm, er groeit een tonderzwam  in en dat is nooit goed nieuws. We denken al een jaar of drie dat dit zijn laatste jaar gaat zijn… maar hij lijkt alleen maar productiever te worden. Iemand een pondje mirabellen?

Peuterzorg en een moeilijke trap

In onze achtertuin wonen inmiddels negen hoenders, uit de broedeieren kwamen zes gezonde kuikens. Twee grijsjes en vier zwartwitte. Ik heb geen televisie meer nodig, ik kan hele dagen naar het gedoe in het kippenhok kijken.

Moeders Die Andere en Donkeroogje zijn toevluchtsoord en centrale verwarming voor het grut en ze geven de kleintjes les in eten, graven en soigneren. Het is schattig. (Die bolle witte kontjes!) Ze kunnen enorm hard rennen, met wapperende mini-vleugeltjes, vooral als een van de moeders het geluid voor “kijk eens, ik heb wat lekkers gevonden” maakt. Kip Floortje -inmiddels Tante Floor natuurlijk- was de eerste dagen ook wat moederlijk, maar ze is al dat gepiep en gefladder nu wel zat geloof ik… ze deelt af en toe een houw uit. De kuikens leren snel: ze blijven op afstand.

Willem Alexander

De oudste (er zaten bijna twee dagen tussen het uitkomen van het eerste en het laatste ei) heeft iets te grote oranje voeten, dus die heet inmiddels Willem Alexander. Nummer twee heet Joop, naar Joop Zoetemelk. De rest heeft nog geen namen*, we weten trouwens ook nog niet of het haantjes of hennetjes zijn.

 

Aanminnige pose. Zullen we deze maar Keet (naar Kate Moss) noemen?

Het is een heel gezorg, met kuiken-opfokvoer en steentjes in de waterbak want kuikens schijnen te kunnen verdrinken in een heel klein beetje water.

Het nachthok staat op poten, een halve meter hoog. Daaronder is een ruimte waar het voer en drinken staat en er is een kippentrapje vanuit de ren naar binnen. ‘s Avonds lopen de moeders het trapje op naar het nachthok en roepen dan de kleintjes. Die het concept “trapje” echt niet begrijpen en dus luid piepend om hun moeder recht onder het nachthok gaan staan. Want dáár horen ze haar, niet aan het begin van het trapje. Echtgenoot Yep gaat dan de ren in, raapt de kleintjes één voor één op en loodst ze het trapje op, in de hoop dat in hun minieme breintjes iets van de ervaring blijft hangen waardoor ze het binnenkort wél zelf doen. Hij noemde het zelf “didactisch verantwoord”. Ik hoop dat het inderdaad zo werkt, dat ze niet het trapje gaan associëren met een enorme enge reus die ze vangt. Het is niet in te schatten hoe groot het cognitief vermogen van zo’n paniekerig piepend donzen balletje is. Hoewel ze vrij snel doorkregen dat ze bij de snavel van Floortje uit de buurt moeten blijven, dat dan weer wel.  Om het ze iets makkelijker te maken met hun korte pootjes heb ik elastiek tussen de treden gespannen, zodat ze wat meer houvast hebben.

* De naam Fiep is door K:)dootje gereserveerd voor een van de hennetjes. In het kader van “wij weten wél wat er in de eieren zat”

Werk

Ik schrijf niet vaak over mijn werk, hoewel ik een erg leuke baan heb.

Hoortoestellen

Daar is verandering in gekomen. Nee, niet in die baan, gelukkig… maar ik schrijf sinds enige tijd samen met collega Mariëlle een tweewekelijks blog over ons werk. Die dan hier geplaatst wordt op de bedrijfs-website. Dat maakt mijn baan nóg een beetje leuker. Ik ben best trots op het resultaat, daarom heb ik een vaste link gezet in de rechterkolom hiernaast.

Hatch day

Donkeroogje en haar zus Die Andere hebben zich de afgelopen weken als voorbeeldige moeders eeeeh broeders gedragen. Ze kwamen nauwelijks van het nest waar ze zo breed en warm mogelijk zaten te zijn. Ze maakten kwaaie “blijf af, engerd!” geluiden als we te dichtbij kwamen. Die Andere heeft drie eieren geroofd en er van ons nog twee bij gekregen, we dachten dat we, als ze toch allebei zaten te broeden de last wat eerlijker konden verdelen. Dat lukte dus prima. Eén van de twaalf eieren is mysterieus verdwenen. Vandaag was dag 21, voor kippen is dat statistisch gezien de dag dat de eieren moeten uitkomen. Hoewel het bij grote rassen wel eens een dag langer duurt… Het was dus best spannend toen ik vanavond één vleugel van Donkeroogje oplichtte om er onder te kijken. Zowaar, twee kuikentjes.

Een grijsje op te grote oranje voeten, en een zwartwitje. Ze zijn schattig!

Éminence Grise*

Afgelopen zaterdag knipte de kapper de allerlaatste restjes verf uit mijn haar. Daarmee werd het erg kort.

Maar het staat niet slecht. Het staat zelfs best leuk. Het is kennelijk wel een erg drastische stap, Ik heb nog nooit zoveel over mijn haar gepraat als de afgelopen dagen.

*een grapje… ik ben dan wel grijs, maar geen Eminentie. En ik heb geen invloed op wat voor machthebber dan ook.

 

Tuin

Na bijna twee weken afwezigheid waren we een béétje bang dat de volkstuin helemaal overwoekerd zou zijn. Maar gelukkig viel dat hard mee. In de regen ziet het er allemaal zo mooi uit! Of zou dat aan Echtgenoot Yep en zijn camera liggen?

 

Schotland en Ierland

We gingen een weekje weg. Naar lieve vrienden die in Ierland wonen, vlak bij Dublin. Maar ze hebben ook een vakantiehuisje in de bossen in Schotland.

Daar gingen we de eerste dagen heen. Het huisje is erg afgelegen, geen telefoonbereik daar. Heerlijk rustig!

Maar het is van alle gemakken voorzien. Zonnepanelen, drinkwater, en zo’n groot fornuis met meerdere ovens dat ook als verwarming dient. Geweldig.

Hoewel we die verwarming niet nodig hadden, het was prachtig weer.

Daarna reisden we met zijn vieren naar Ierland.

We wandelden in een parkachtige tuin: Mount Usher. Er waren prachtige bloemen en bijzondere bomen. Echtgenoot Yep haalde zijn hart op met zijn camera.

Het bijbehorende restaurant serveerde zulke lekkere maaltijden dat ik het kookboek dat er over is uitgegeven een paar dagen later kocht.

We wandelden langs de kust naar de vuurtoren. Of eigenlijk vuurtorens, er stonden er drie van verschillende ouderdom en stijl. Een van de drie is zelfs te huur, je kunt er voor een fors bedrag overnachten. Het lijkt geweldig, maar het zijn 109 treden naar de keuken…

We gingen ook naar Knowth en Newgrange. Daar zijn grafheuvels uit de steentijd. Enorme constructies, gebouwd uit enorme blokken steen vóór men beschikte over wielen of metaal. De gemiddelde levensverwachting in die tijd was 29 jaar, dit moet een onvoorstelbare inspanning zijn geweest.

In één ervan kon je naar binnen, naar de grafkamer. Het gat boven de deuropening laat één keer per jaar, bij zonsopkomst op 21 december het zonlicht binnen, dat dan 17 minuten schijnt in de grafkamer. Nu was het, toen de gids het electrische licht even uit deed, verschrikkelijk donker binnen.

We hadden een heerlijke vakantie. Maar het allerfijnste was het weerzien van en bijpraten met onze gastheer en gastvrouw.

Warmpjes

De kip die wij de poëtische en toepasselijke naam Donkeroogje gaven werd broeds. Ze zat op het legnest, maakte “kloek” geluiden en maakte zich zo breed mogelijk. Nu is ze drie en een half jaar, en al sinds september 2014 aan de leg. De verwachting is dat ze binnen afzienbare tijd aan haar pensionering zal beginnen. Dus toen ze broeds werd bedachten we dat het leuk zou zijn als zij onze volgende generatie legkippen zou gaan uitbroeden en grootbrengen. Een laatstekansmoeder, zeg maar. We maakten een kistje met stro voor haar (oorspronkelijk bevatte het kistje drie flessen wijn) en belden een fokker die zich met hetzelfde ras (Marans) bezig houdt, want natuurlijk moeten er dan broedeieren komen van kippen die wél een haan hebben. De fokker gaf ons er twaalf (!) cadeau. Gemiddeld komt 60 procent van de eieren uit, is de theorie. De helft daarvan is haan. Dus de kans op drie hennetjes is zo het grootst. Maar er zijn erg veel onzekere factoren. De fokker vertelde dat het wél laat in het jaar is om te broeden. En dat zijn haan nog een jongeman is, wel enthousiast aan zijn taak begonnen maar of er al bevrucht wordt was nog niet vastgesteld. En dat Marans kippen niet zulke beste broeders zijn, hij zelf had een Australorp ingezet als broedkip en universele adoptiemoeder. Nuja, het is een gok, dachten wij, en stopten alle eieren onder Donkeroogje in het kistje. Ze begroette het vooruitzicht van een groot gezin met enthousiasme en broedde geconcentreerd voort.

De tweede dag dat ze zich zo vol toewijding op haar aanstaande moederschap richtte besloot haar zusje (met de ook al zo toepasselijke naam Die Andere) dat ze óók moest gaan broeden. Hoe ze het deed weten we niet, maar ze zag kans om twee eieren zonder ze te breken vanonder Donkeroogje en uit het kistje te manoeuvreren. Nu zitten de dames vredig naast elkaar, de één in een kistje, de ander op de bodem van het hok, en Floortje loopt eenzaam en alleen in de ren. Hoe verder gaat weten we niet, want vanavond vertrekken we voor een weekje, en zal onze huis-oppas voor de dames zorgen. Maar spannend is het wel, allemaal! Zullen de eieren bevrucht zijn? Zullen de dames (of minstens één van de twee) het drie weken volhouden? Krijgt Floortje het ook te pakken?

Dochter zei dat het begrip Surprise-ei een heel nieuwe betekenis krijgt zo.

Nog meer limonade

Toen al het gehannes van mijn vorige poging om bessenlimonade te maken tóch tot een bruikbaar resultaat leidde voelde ik me aangemoedigd het nog eens te proberen, maar nu goed. Ik plukte de laatste struik vol rijpe bessen in de tuin, waste ze en ritste ze van de steeltjes. Ik plette de besjes, hing ze in een passeerdoek (jaja!) boven een kom en ging naar een feestje. De volgende dag wrong Echtgenoot Yep het laatste beetje sap uit de massa in de doek, ik had anderhalve liter onverwarmd, prachtig helder bessensap. Ik maakte het een beetje lauw: 40 graden. Want als het koud is duurt het erg lang om suiker er in op te lossen, maar als het te warm wordt heb je gelei. Ik las ook dat de pectine van rode bessen aan het werk gaat als je het sap langdurig en intensief roert, voorzichtigheid is geboden. Ik kiepte de voorgeschreven hoeveelheid suiker en citroenzuur met het lauwwarme sap in de keukenmachine en liet die op de laagste stand roeren tot de suiker was opgelost en geen seconde langer. We proefden, het was gelukt! heerlijk frisse limonadesiroop! Ik zette het koel en ging een paar literflessen schoonmaken om het te kunnen bewaren. Maar toen ik een uurtje later mijn kom met de geweldig lekkere limonadesiroop weer pakte was mijn fijne frisdrankje veranderd in… gelei. Weliswaar geweldig lekkere gelei, maar dat was niet het plan.  Ik snap er niks van. Ik heb het niet veel verwarmd en ook niet veel geroerd.

Ik had ook geen kleine potjes meer, dus heb ik nu drie literpotten met bessengelei over van het hele experiment. Als iemand een idee heeft hoe ik het volgend jaar zou kunnen aanpakken hoor ik het graag… voor nu heb ik geen bessen meer. En ik heb er grondig genoeg van.