Weekeindje weg

Een gekregen hotelbon brengt je soms op plaatsen waar je op een andere manier niet zo gauw terecht komt. We sliepen twee nachten in een hotel in Naaldwijk. Van daar af was het niet meer zo ver naar het museum Voorlinden.

Het gebouw is speciaal gemaakt om een paar omvangrijke kunstwerken te herbergen.

een kwart van een kunstwerk van Olafur Eliasson.

Maar er is ook ruimte voor het kleinere. Dat was prachtig.

De zondagmorgen besteedden we aan een bezoekje aan Zoon, Schoondochter en kleindochter K,

de middag gingen we naar de film.

En omdat we toen toch in Rotterdam waren nog naar museum Boymans. Waar een heuse wasserette was opgesteld, en je ook een statement over je eigen was op een button kon schrijven… wat ik natuurlijk deed.

 

Onder druk

Mijn vriendin Marbel en haar man houden wel van lekker eten. Daarbij heeft ze  drie tienerzoons die, zoals dat gaat op die leeftijd, onwaarschijnlijke hoeveelheden voedsel nodig hebben. Kortom, ik heb wel vertrouwen in Marbels huishoudelijk/culinaire oordeel. Van haar hoorde ik voor het eerst over de Instapot (zij heeft er twee). Het is een elektrische snelkookpan die te programmeren is.  Er zijn een aantal functies voorgeprogrammeerd, rijst koken bijvoorbeeld. Maar je kunt ook zelf de duur en temperatuur aanpassen. Je kunt hem van tevoren vullen en intoetsen dat je bijvoorbeeld vier uur later aan tafel wilt. Heerlijk lijkt me dat, thuiskomen na een lange vermoeiende werkdag en dan gewoon de pan open maken waarin een troostrijke warme curry op je wacht. Hij kan bakken en sudderen en koken en warm houden. Na enig twijfelen en veelvoudig googelen kocht ik er ook een.

Ze zijn in Nederland niet verkrijgbaar (waarom niet?) dus liet ik hem uit Duitsland komen. Gisteren kookte ik er voor het eerst mee. Ik maakte deze spaghettisaus, wat prachtig lukte. En snel! Normaal kost me dat wel anderhalf uur, waarvan natuurlijk een half uur snij-en hakwerk is, dat blijft zo. Maar nu zette ik na het hakken en snijden de pan aan, fruitte de uitjes er in, mikte de rest van de spullen erbij en liet de pan zijn werk doen.

Een half uur later had ik voor vier maaltijden bolognesesaus. In dat halve uur sneed ik een rode kool en wat appels klein, die ik daarna (10 minuten opwarmen, 9 minuten koken) ook nog bereidde: voor drie maaltijden rode kool in de vriezer. Wat een aanwinst! Ik denk dat ik hem Remy noem.

Nachtelijke fotoshoot

Over een maand kunnen we verwachten dat de haantjes in ons kuikentoom beginnen te kraaien. Als we weten welke de jongens en welke de meisjes zijn zullen er onherroepelijk wat weg moeten. In ieder geval de haantjes, maar meer dan drie legkippen is ook -in ons stadstuintje- onwenselijk. Als er meer dan drie hennetjes bij zijn zullen we daar ook een keuze moeten maken. Daarom, en ook om het resultaat te laten zien aan de fokker van wie we de broedeieren kregen, wilden we ze allemaal eens goed op de foto zetten.

‘s Avonds, toen het goed donker was stelden we de camera op in de bijkeuken, op een statief. We deden zoveel mogelijk licht aan en haalden één voor één de kippen van stok om een goede foto van ze te maken. ‘s Nachts, met hun erwtenformaat breintjes in de slaapstand, blijven ze min of meer staan waar je ze neerzet. Dat lukt overdag beslist niet.

Joop was wel wat bang. Zie het hangende staartje.

Fiep poseerde geroutineerd

Keet is erg nieuwsgierig, ondanks het late uur

Je kunt er gewoon ook relaxt bij blijven

Of boos kijken. Terecht!

Toen we nummer zes gingen halen konden we niet meer zien welke er nog niet mee geweest was, en wilden we de hele menigte in het kippenhok niet nog langer lastig vallen. Elke keer als we een kip van stok pakten was het groot misbaar natuurlijk. We hebben de gefotografeerde kippen ook allemaal even gewogen. Fiep en Keet, de twee kleinsten, waren 800 gram, wel wat weinig. Dat heeft denkelijk te maken met het feit dat ze wat laat in het jaar zijn uitgebroed, ze moeten behoorlijk eten om te groeien en in deze tijd van het jaar zijn de dagen gewoon te kort om genoeg binnen te krijgen. En (kip-en-ei verhaal, hahaha) omdat ze de kleinsten zijn, zijn ze het laatst in de pikorde. Ze grijpen dus wel eens mis, denk ik. De twee grootsten waren omstreeks anderhalve kilo.

In de soep

Sinds een paar jaar kopen we in het voorjaar een rundvleespakket. Daarom heb ik dus ook jaarlijks een hoeveelheid soepbotten, schenkel en poulet. Voorheen maakte ik altijd soep van een bouillonblokje en als ik eens echt feestelijk uit wilde pakken kocht ik een pot fond. Maar nu heb ik de grondstoffen, nu wil ik liefst alles zelf maken en eten weggooien doen we niet. Zelf bouillon trekken dus! De eerste keer deed ik soepvlees en bot in een pan met water, gooide er een laurierblaadje en een stuk prei bij en een handje zout en liet het een uurtje tegen de kook aan staan. Daarna vond ik het resultaat maar flauw en gooide er bouillonblokjes bij en maakte precies dezelfde soep als voorheen. Ik heb een hoop geleerd sinds die tijd.

De uitgebreide post van Chocolate and Zucchini over kippenbouillon bijvoorbeeld. Het idee om in de vriezer een “stock box” te zetten, een doos  waarin de -schoongespoelde- kontjes van champignons en prei, de steeltjes van selderij en peterselie, de schil van winterwortel, nu ja, alles wat logisch lijkt bewaard worden tot de volgende soep. En nu, ik weet niet eens meer waar ik het zag, het idee om een paar uien dwars door te snijden en zachtjes te bakken tot ze bijna zwart zijn op het snijvlak. Bij grotere uien kun je meer snijvlakken hebben om te bakken. Dit alles gaat samen met het vlees, een scheutje azijn, zout en peper en wat me verder op dat moment te binnenschiet (een gedroogde tomaat of twee is ook fijn) in de pan en onder water. Ik breng het meestal op het fornuis aan de kook en schep het schuim er af als het nodig is, en dan gaat het op 95 graden in de oven, de hele dag. Liefst als de zon schijnt, want bij mooi weer in de winter leveren onze zonnepanelen nog wat stroom. Het resulterende brouwsel is niet zo zout als bouillon van een blokje, maar goudbruin en zo lekker “umami” dat er eigenlijk niet veel meer hoeft te gebeuren. Het moet gezeefd, eerst door een grove en dan -afhankelijk van de soep die het moet worden- door een fijnere zeef. En dan:  soepgroente en balletjes en vermicelli naar wens. Of tomaat. Of spek en bonen. Of nog meer gebakken ui voor uiensoep. Met lekker vers brood en roomboter of kruidenkaas of hummus… Laat de herfst maar komen!

Spijkerbroek twee punt nul

Ik maakte een spijkerbroek. Mijn eerste (nu ja, de eerste die redelijk lukte) heb ik nu een half jaar naar volle tevredenheid in gebruik, dus ik gebruikte het patroon daarvan. Hoewel ik het spijkerbroekenmaken zelf nu aardig onder de knie heb werkte mijn naaimachine niet mee. Hij weigerde met het dikke oranje garen door meer dan drie lagen stof te naaien, dan brak onherroepelijk de bovendraad. Nu gebruikte ik een jeansnaald daarvoor. Drie lagen jeans en in veel gevallen ook nog een laag of twee Vlisco katoen (daarvan maakte ik de binnenkant van de zakken) maakte dat de draad direct naast het naaldoog teveel te verduren kreeg en na een steek of vijf brak. Er blijken dus speciale naalden daarvoor te zijn: Cordonnetnaalden. Deze hebben een groot naaldoog met aan weerszijden een gleufje waar de draad comfortabel in ligt en zonder stress meegenomen wordt naar de volgende steek. Dat werkte prachtig, het enige nadeel is dat elke keer als ik het dikke garen op de machine zet de naald ook moet worden gewisseld… maar dat heb ik er wel voor over. Ik leer bij elk project weer wat bij! Ook het bijzonder handige kleurensysteem van deze fabrikant vind ik erg praktisch, zelfs met mijn nieuwe varifocaaltje kan ik écht de minuscule lettertjes die in een naald gestanst zijn niet lezen.  Ik heb geen foto’s gemaakt van mijn geworstel met de stiksels en ook niet van de spijkerbroek in gebruik. Dat komt misschien nog wel eens, deze broek lijkt minder goed te passen dan de eerste maar ik herinner me dat ik die aanvankelijk ook wat strak vond. Misschien moet ik hem eerst een dagje dragen en dan oordelen.

 

Souvenir de France

Uit Frankrijk namen we bolletjes van saffraankrokussen mee. De dame die ze ons verkocht drukte ons op het hart dat we ze meteen, tout suit in de grond moesten zetten, maar dat lukte niet helemaal… een week of drie geleden pas werden ze geplant. In een oude balkonbloembak, want we begrepen wel dat saffraankrokussen verwende prinsenkindjes zijn: Ze stellen hoge eisen aan de samenstelling van de grond en de onderlinge plantafstand. Maar vooral, boven alles, mogen hun voetjes NIET nat zijn… zo’n balkonbloembak kun je onderdak zetten als het regent. Alle bolletjes begonnen ondanks onze laksheid tout suit te groeien.

En eergisteren was de eerste bloemknop een feit.

Gisteren, ‘s morgens vroeg konden we de saffraandraadjes al zien.

Er waren er zelfs twee in volle bloei.

Echtgenoot Yep pakte een pincet en een borduurschaartje en oogstte de eerste draadjes. Die nu nog gedroogd moeten worden, voordat ik ze in een heerlijke paella ga verwerken. (Of misschien lijsten we ze wel in). Het is natuurlijk maar een heel klein dingetje, maar ik vind het zo leuk dat we, nu er in de volkstuin eigenlijk niets meer gebeurt, tóch nog iets moois hebben groeien.

Overhemd

Overhemd nummer zeven (of is het de achtste?) voor Echtgenoot Yep.

Ik vreesde dat het wat showbizz-achtig zou worden, de kobaltblauwe accenten met diepzwart als achtergrond. Dat viel gelukkig erg mee.

Ik gebruikte hetzelfde patroon als altijd, zelfgemaakt aan de hand van een goed passend oud shirt. De zwarte poplin komt van de Stoffenmarkt in Utrecht.

 

 

Oktober alweer?

Wat gaat het hard. Sinds mijn laatste blogpost

Werd Echtgenoot Yep 50 jaar met passend feestgedruis. En een mooi cadeau. Dat cadeau, een schilderijtje van Ditty Ketting zocht ik al eerder uit. Met de galeriehouder sprak ik af dat ik het enkele dagen vóór de grote dag zou afhalen. Zo gezegd zo gedaan, in de lunchpauze fietste ik snelsnel naar Galerie van den Berge en daarna met mijn schat in bubbeltjesplastic in de fietstas weer naar mijn werk. ‘s Avonds bij het eten zei Echtgenoot Yep: “Weet je wat ik vanmiddag weer eens gedaan heb? Ik ben bij Galerie van den Berge gaan kijken. Wat een mooie schilderijen, die van Ditty Ketting! Daar kunnen we er misschien wel eentje van aanschaffen.” Ik presteerde het met uiterste inspanning om niets te laten merken, mompelde iets ongezelligs (dat we eerst maar eens moesten zien wat het verjaardagsfeest zou kosten) en gooide vervolgens mijn bord spaghetti om, zodat het onderwerp drastisch veranderde. We waren elkaar bijna tegengekomen bij de Galerie! En hulde voor de galeriehouder, die vast hogelijk verbaasd was Yep te zien binnenstappen.

 

Kwam er een eind aan het ouderschapsverlof van Donkeroogje, ze legt weer eieren en kloekt niet meer. De kuikens hebben ook niet echt moederlijke zorg meer nodig. Hoewel ze nog niet kunnen kakelen of kraaien, en nog stééds allemaal best kip maar ook best haan zouden kunnen zijn. We wachten af…

Voeren we een stukje mee op het schip van K:)dootje en haar meneer.

Haalden we 45 kilo aardappels uit de tuin

En lieten de wespen nog 18 kilo appels voor ons over

Die ik op allerlei manieren verwerkte.

Ik maakte nog wel een paar dingen. Maar die verdienen hun eigen blogpostje.

In de bonen

Elk jaar weer fijn om te telen: Bonen.

Kivietsbonen en cocos de paimpol

Dit jaar is K:)dootje samen met haar moeder naar onze volkstuin gegaan toen wij op vakantie waren. Gisteravond kregen we het merendeel van de bonen-oogst gedopt en gedroogd of afgehaald en ingevroren… al naar gelang het soort boon. Wat geweldig! Dank, K:)dootjesmoeder!

Ik had niet op zo’n grote oogst gerekend dit jaar, dus had ik ook nog twee kilo cocos de paimpol meegenomen uit Frankrijk. We kunnen nog even voort!

Witte bonen in tomatensaus.

 

Tarte fine met schroeischade

Je zou zeggen dat je leert van je fouten. Maar er blijken toch elke keer weer nieuwe fouten om te maken.

Ik kreeg gasten voor het eten en ik had geen toetje paraat. Maar ik had wél appels en bladerdeeg, een mooi recept van Clothilde en tijd genoeg om dat voor te bereiden. Dan kon het in de oven op het moment dat we aan tafel gingen. Zo gezegd zo gedaan… De taart moest eerst op 180 graden bakken tot het bladerdeeg en de appels gaar waren. Ingekwast met wat gesmolten boter en bestrooid met suiker ging de taart daarna nog even onder de grill. Zodoende zou dat laatste laagje boter en suiker in een heerlijke karamel veranderen. Zo’n grill is héét. Dus moet je er natuurlijk wél even bijblijven voor het beste resultaat… en niet gezellig met je gasten aan tafel gaan zitten.

 

Gelukkig ging de rookmelder nog net niet af.  Maar we hadden die avond geen toetje.

Hoewel de beide heren in het gezelschap erg hun best hebben gedaan nog een onverbrand stukje te vinden. Ik heb me voorgenomen mij zo snel mogelijk te revancheren.