In de bonen

Elk jaar weer fijn om te telen: Bonen.

Kivietsbonen en cocos de paimpol

Dit jaar is K:)dootje samen met haar moeder naar onze volkstuin gegaan toen wij op vakantie waren. Gisteravond kregen we het merendeel van de bonen-oogst gedopt en gedroogd of afgehaald en ingevroren… al naar gelang het soort boon. Wat geweldig! Dank, K:)dootjesmoeder!

Ik had niet op zo’n grote oogst gerekend dit jaar, dus had ik ook nog twee kilo cocos de paimpol meegenomen uit Frankrijk. We kunnen nog even voort!

Witte bonen in tomatensaus.

 

Tarte fine met schroeischade

Je zou zeggen dat je leert van je fouten. Maar er blijken toch elke keer weer nieuwe fouten om te maken.

Ik kreeg gasten voor het eten en ik had geen toetje paraat. Maar ik had wél appels en bladerdeeg, een mooi recept van Clothilde en tijd genoeg om dat voor te bereiden. Dan kon het in de oven op het moment dat we aan tafel gingen. Zo gezegd zo gedaan… De taart moest eerst op 180 graden bakken tot het bladerdeeg en de appels gaar waren. Ingekwast met wat gesmolten boter en bestrooid met suiker ging de taart daarna nog even onder de grill. Zodoende zou dat laatste laagje boter en suiker in een heerlijke karamel veranderen. Zo’n grill is héét. Dus moet je er natuurlijk wél even bijblijven voor het beste resultaat… en niet gezellig met je gasten aan tafel gaan zitten.

 

Gelukkig ging de rookmelder nog net niet af.  Maar we hadden die avond geen toetje.

Hoewel de beide heren in het gezelschap erg hun best hebben gedaan nog een onverbrand stukje te vinden. Ik heb me voorgenomen mij zo snel mogelijk te revancheren.

Zes pubers….

De schattige kleine kuikentjes van vijf weken geleden zijn verbazingwekkend hard gegroeid.

Willem Alexander is -denken wij- inderdaad een jongetje. We zullen dat over een week of wat zekerder weten, hij heeft al een behoorlijke kam.

Een onderonsje

En dit is een broertje, waarschijnlijk. Ook een kam, en de gebogen veren die allemaal tegelijk uitgroeien. Haantjes krijgen later een staart dan hennetjes.

Op de hoge stok in de buitenren zijn de kleintjes even buiten bereik van Tante Floortje, die bepaald onvriendelijk voor ze is. Hier zit Keet ontspannen op veilige hoogte.

Nieuwsgierig type, die Willem Alexander. Hij is erg leuk!

Ze zijn in vijf weken van half handjevol kuiken tot driekwart kip uitgegroeid. Ik vraag me af waarom “de industrie” het nodig heeft gevonden nog extra plof in de vleeskuikens bij te sleutelen. Het gaat zo al ongelooflijk snel!

Wat te doen op vakantie

Om maar zoveel mogelijk van mijn lijstje af te kunnen strepen nam ik vier breiwerken mee op vakantie; twee sokken en twee sjaals.

Naald gebroken.

Ik begon met een sok, maar brak op de eerste dag een naald. Ik kan wel sokken breien op vier naalden, maar prettig vind ik het niet. We verwachtten wel een winkel te vinden waar men breinaalden verkocht, dus zette ik de sokken even opzij. We vonden inderdaad twee winkels, maar bij beide waren juist de sokkennaalden op.

Uitgehaald

Ik pakte het groen-groene sjaaltje op. Maar daar was ik niet zo tevreden over, bij nader inzien: de ene zijkant was strakker dan de andere, waardoor de hele zaak scheef werd. Hm. Ik haalde het uit en breide vervolgens niet meer. Ik herhaal: Ik breide niet meer. Het glitterproject was mee, maar daar kon ik helemaal geen gevoelens voor opbrengen, waarop K:)dootje aanbood het project te adopteren. Zo kom je ook van je to-do lijstje af.

route aanwijzing GR 51: rechtsaf.

Wat deed ik dan wel? Ik wandelde. Want in Frankrijk kunnen ze dat goed, wandelroutes uitzetten. Prima bewegwijzerd, met afwisseling in uitzichten en terrein (en met hellingen… oef!).

Het was heerlijk.

Regen

Voor het eerst sinds we deze tent hebben (vier jaar nu) regent het tijdens de vakantie. En niet zo’n beetje. Meestal is het wel gezellig om in je warme slaapzak naar het tikken op de tent te liggen luisteren maar gisternacht was het een uur of wat onmogelijk om door het getrommel op het dak heen te slapen. Wel bleef alles prima droog binnen, dus de tent werkt naar behoren.

We kamperen op dezelfde plek als vorig jaar, met uitzicht op een rivier die samen met een groot terrein aan de overkant het natuurgebied Val d’Allier vormt. Zo’n stevige regenbui doet verbazingwekkende dingen met de rivier. Complete boomstammen die hoog en droog op de oever lagen, drijven nu met een vaartje weg; alle grind-eilandjes zijn overspoeld. Maandag waadde Echtgenoot Yep naar de overkant en bezocht de beverratten die daar wonen. Hij struikelde ook bijna over een reekalfje dat braaf deed wat zijn moeder hem opdroeg: Blijf hier stil liggen tot ik terug ben. Maar zo’n groot rondstappend mens werd hem toch te spannend, hij ging er na wat twijfelen vandoor. Gelukkig zag Echtgenoot Yep -gewaarschuwd mens inmiddels- hem later weer op dezelfde plek liggen. Ik was tijdens de oversteek onderuit gegaan, toen stroomde het ook al hard en ik ben een stuk kleiner dan Yep. Met een paar blauwe plekken en een deukje in mijn ego ging ik terug naar de tent. Maar dat was vóór de regen, nu kan niemand meer naar de overkant waden.

Krokusjes

We zijn in Frankrijk en vandaag bezochten we het dorpje Charroux. Er was veel te zien, een heel aantal gebouwen dateerde uit de twaalfde eeuw. En van die charmante straatjes waar ik héél goed moest opletten waar ik mijn voeten zette… de bestrating bestond uit nogal ongelijke keien. We troffen een winkeltje waar alleen maar -lokaal geteelde- saffraan wordt verkocht. Natuurlijk kochten we er wat, behalve een halve gram van het kostbare goedje namen we ook 12 bolletjes (eh, KROKUSbolletjes natuurlijk) mee om in Goes ook eens te proberen saffraankrokussen te verbouwen. De saffraanverkoopster gaf ons een uitgebreide handleiding. Wat een leuke winkel! Met voor de deur een vlinderstruik de deed wat hij moest doen. 

Wips, wips, wips…

Ik bedacht vandaag dat ik alles waar ik aan werk eens op een rijtje ging zetten. Zodat ik een beetje een idee zou hebben (ik had géén idee, dat bleek) en kon beslissen welk project er mee kan op vakantie. Misschien wel iets leuks nieuws, dacht ik nog. Ik waarschuw maar vast even, dit is een post met erg veel foto’s.

Om te beginnen Katherine Howard. Achterpand klaar, voorpanden bijna klaar. Nog mouwen en kraag breien, alles in elkaar zetten en veertienduizend draadeindjes afhechten.

Een Damegenser voor mijzelf. Hier moet alleen een rits ingezet.

Een dubbelgebreide sjaal met ballen. Niet erg snel te doen, dit soort breiwerk. Wel erg leuk.

Bijna voltooide sok van Regia Pairfect. Wederom zo’n wolletje dat gegarandeerd dezelfde sokken oplevert. Ik brei deze voor Echtgenoot Yep.

Huh? Ik was echt vergeten dat ik aan deze begonnen was. Ik moet nog even denken of het ook verder gebreid moet worden. Want: Glitter. Yikes.

Nog eentje die ik vergeten of verdrongen had. Deze sjaal vind ik wél mooi worden, dus die mag in ieder geval blijven.

Dit is een sjaal in wording van twee kleuren Kauni wol, dit is het breiwerk dat op de volkstuin ligt. Voor het af is kan nog wel even duren, want meestal doe ik op de volkstuin andere dingen dan breien.

Dit moet een kussenovertrek worden, passend bij een deken die ik met dezelfde wol en dezelfde log-cabin techniek breide. Ongeveer eenderde klaar, dit project. En dan moet er nog een kussen in natuurlijk.

Dit babyvestje van twee soorten sokkenwol ligt al jaren in de kast. Het moet namelijk nog knoopjes. Ik wilde er een wollige wolk op borduren en knoopjes in de vorm van wolkjes of vliegtuigjes erbij. Maar dat laatste, die knoopjes, heb ik nog niet gevonden. (goeie smoes hé?)

Dit is anderhalve spiegelsok. Uit 2006, schat ik.

En deze -nog oudere- vine lace sok is slachtoffer van het second sock syndroom. Ik betwijfel of hij ooit een partner gaat krijgen. Maar weggooien doe ik ook niet.

Dit babyvestje breide ik begin juli voor KLeindochter K. Maar het is te klein, dus zal ik het af maken voor een andere baby of uithalen? Ik ben er niet zó weg van, zelf. Ik mag er nog even over nadenken. Ik zal me in de tussentijd vast niet vervelen.

Grand Mere. Een vest in heel dunne wol waarvan de kleur bij lamplicht niet te fotografren is. Ik heb nog 5 meter garen, ongeveer, nog een uurtje breien.

Deze tas haakte K:-)dootje voor me. Ik wil hem graag voeren met het vrolijke lapje dat erbij ligt. Dat wil ik al twee jaar geloof ik.

En dan dit nog. Lapjes van sokkenwol om ooit eens aan elkaar te zetten. Dit moeten er nog heel wat meer worden. Ooit.

 

 

Wat te doen met een miljoen…

…mirabellen. Hoewel, het zijn er geen miljoen. Enkele duizenden, nog steeds heel veel. Ze blijven een dag of twee goed, dus er moet iets mee gedaan om ze te kunnen bewaren. Dochter en ik verwijderden de pitten uit een schaal vol mooie exemplaren die ik daarna met de snijkant naar boven op een bakplaat uitspreidde.

Ik liet de oven de hele nacht op 70 graden aan en had vanmorgen vroeg een plaat vol met rozijn-achtige gedroogde pruimhelftjes. De smaak is prima, de substantie is wat minder. De schilletjes van de mirabellen zijn wat hard, ze werden in de oven nog wat harder. Ik zal ze in reepjes geknipt door de muesli mengen.

Toen dochter weer onderweg naar huis was ging ik nog een uurtje door met mirabellen ontpitten, maar ik haalde ook de schilletjes er af. Toen had ik anderhalve kilo vruchtvlees, waarvan ik jam kookte. Ik deed er de zaadjes uit een vanillepeul door en het sap van twee citroenen. Ik gebruikte héél weinig suiker want de pruimpjes zijn erg zoet van zichzelf. Wel voegde ik wat citroenzuur toe om de zaak te helpen conserveren, ik hoop dat dat werkt! Het resultaat smaakte in ieder geval lekker, niet zo mierzoet als een vorige poging tot mirabellenjam. Ik vulde drie potjes ermee, vervolgens stak ik het vuur weer aan onder de pan en roerde ik een stevige scheut whiskey door de rest. Twee potjes jam voor volwassenen.

Toen was er nóg een halve emmer mirabellen. Die heb ik alleen gewassen en daarna tot moes gekookt, vanavond zal ik het door een grove zeef doen zodat de pitten en schillen er uit zijn, en het invriezen. Dat zal ik gebruiken om appel-pruimenmoes te koken als de appels rijp zijn, volgende maand. En de 982 pruimen die nu nog in de boom hangen… die mogen de wespen hebben.

 

Luxeprobleem

Elk jaar is er wel zo’n moment in de tuin

Dat er 32 kilo kersen is. Of vier weken van zes asperges per dag. Of, zoals nu, dat je plukt en plukt en plukt (en plukt en plukt) van de mirabellenboom en het lijkt of er geen pruimpje minder hangt.

Ik bakte pruimentaart, dus. De mirabellenboom is oud en niet zo best in vorm, er groeit een tonderzwam  in en dat is nooit goed nieuws. We denken al een jaar of drie dat dit zijn laatste jaar gaat zijn… maar hij lijkt alleen maar productiever te worden. Iemand een pondje mirabellen?

Peuterzorg en een moeilijke trap

In onze achtertuin wonen inmiddels negen hoenders, uit de broedeieren kwamen zes gezonde kuikens. Twee grijsjes en vier zwartwitte. Ik heb geen televisie meer nodig, ik kan hele dagen naar het gedoe in het kippenhok kijken.

Moeders Die Andere en Donkeroogje zijn toevluchtsoord en centrale verwarming voor het grut en ze geven de kleintjes les in eten, graven en soigneren. Het is schattig. (Die bolle witte kontjes!) Ze kunnen enorm hard rennen, met wapperende mini-vleugeltjes, vooral als een van de moeders het geluid voor “kijk eens, ik heb wat lekkers gevonden” maakt. Kip Floortje -inmiddels Tante Floor natuurlijk- was de eerste dagen ook wat moederlijk, maar ze is al dat gepiep en gefladder nu wel zat geloof ik… ze deelt af en toe een houw uit. De kuikens leren snel: ze blijven op afstand.

Willem Alexander

De oudste (er zaten bijna twee dagen tussen het uitkomen van het eerste en het laatste ei) heeft iets te grote oranje voeten, dus die heet inmiddels Willem Alexander. Nummer twee heet Joop, naar Joop Zoetemelk. De rest heeft nog geen namen*, we weten trouwens ook nog niet of het haantjes of hennetjes zijn.

 

Aanminnige pose. Zullen we deze maar Keet (naar Kate Moss) noemen?

Het is een heel gezorg, met kuiken-opfokvoer en steentjes in de waterbak want kuikens schijnen te kunnen verdrinken in een heel klein beetje water.

Het nachthok staat op poten, een halve meter hoog. Daaronder is een ruimte waar het voer en drinken staat en er is een kippentrapje vanuit de ren naar binnen. ‘s Avonds lopen de moeders het trapje op naar het nachthok en roepen dan de kleintjes. Die het concept “trapje” echt niet begrijpen en dus luid piepend om hun moeder recht onder het nachthok gaan staan. Want dáár horen ze haar, niet aan het begin van het trapje. Echtgenoot Yep gaat dan de ren in, raapt de kleintjes één voor één op en loodst ze het trapje op, in de hoop dat in hun minieme breintjes iets van de ervaring blijft hangen waardoor ze het binnenkort wél zelf doen. Hij noemde het zelf “didactisch verantwoord”. Ik hoop dat het inderdaad zo werkt, dat ze niet het trapje gaan associëren met een enorme enge reus die ze vangt. Het is niet in te schatten hoe groot het cognitief vermogen van zo’n paniekerig piepend donzen balletje is. Hoewel ze vrij snel doorkregen dat ze bij de snavel van Floortje uit de buurt moeten blijven, dat dan weer wel.  Om het ze iets makkelijker te maken met hun korte pootjes heb ik elastiek tussen de treden gespannen, zodat ze wat meer houvast hebben.

* De naam Fiep is door K:)dootje gereserveerd voor een van de hennetjes. In het kader van “wij weten wél wat er in de eieren zat”