De Oogst

Als je voor een lichtfestival naar een stad gaat moet je ook iets bedenken om te doen als het niet donker is. In Amsterdam is dat geen enkel probleem… we gingen onder andere naar het Van Gogh museum. Waar ik me vergaapte aan prachtige schilderijen. Het is vreemd, ik ken natuurlijk veel van Van Goghs werken van reproducties, maar “in het echt” is het tóch anders.

In de museumwinkel kochten we een 1000-stukjes puzzel met zijn schilderij “de oogst”

Zo’n puzzel in halfvoltooide staat op de eettafel doet iets raars met me. En met Echtgenoot Yep trouwens ook. In het langslopen zie je een stukje liggen dat beslist dáár moet passen, gisteravond zocht je nog tot twaalf uur naar precies dat gele veegje met een groen hoekje. En jahoor! Het past. Misschien zie je er nóg eentje liggen? eens even kijken…. En voor je het weet is het twee uur later. Ik heb nog nooit zoveel koude koffie gedronken als in de week tussen het leegschudden van de verpakking en het maken van bovenstaande foto. Puzzelen schijnt nieuwe verbindingen in je brein te stimuleren, die je daarna ook in het dagelijkse leven van nut zijn. Er is kennelijk tijdens dat proces weinig ruimte voor iets anders beschikbaar. Maar goed. We kunnen nu weer verder met ons leven.

Winter in de tuin

Je zou denken dat er niet veel te doen is in de tuin, zo half januari. Dat valt tegen, we zouden een hele werkweek kunnen besteden aan het snoeien, blad harken, wilgenknotten en opruimen. Maar deze tijd van het jaar zijn de dagen kort, dus ‘s avonds erheen gaan is geen optie… tuinieren in het donker vind ik geen aantrekkelijke gedachte. Ik ging in het weekeinde eens kijken.

Dit is mosterd, dat we als groenbemester op een van de veldjes hebben gezaaid.
Het bloeit nog steeds!

Een andere groenbemester -Phacelia- is wat minder koudebestendig. Het doet precies wat het moet doen: Composteren ter plaatse.
Dit het stammetje van de amandelboom, dat na zijn te vroege verscheiden van de takken ontdaan werd en een jaar of twee op zijn plaats bleef staan. Er groeiden mooie elfenbankjes op. Vorig jaar hebben we het verwijderd en in het wilgenbosje gelegd. De paddenstoelen groeiden onverstoorbaar door, maar ze zijn hardnekkig horizontaal georiënteerd.
Bij de buurvrouw staat een struik uitbundig te bloeien.

A Long December

Het was een veelbewogen maand sinds de vorige keer dat ik hier iets schreef. Een dierbare vriend overleed begin december, iemand die dit blog erg trouw las. Namasté, Henk! Je wordt gemist.

We gingen naar Lyon, voor het Fête des Lumiéres. Het was prachtig, elk jaar weer denk ik dat ze zichzelf hebben overtroffen. Maar de griep maakte mijn deelname dit jaar wat moeizaam… ik heb vooral veel tijd in het hotelbed doorgebracht. Diezelfde griep bleef na terugkomst eerst mij en daarna Echtgenoot Yep nog een paar weken kwellen. Met de Kerst kwam de familie gezellig een paar dagen, waarbij kleindochter K. een verse verkoudheid uit haar kinderdagverblijf importeerde. Maar dat sloeg gelukkig pas toe ná de feestdagen, dus we hebben volop kunnen genieten.

Toen we naar het lichtfestival in Amsterdam gingen was het griep-leed weer helemaal geleden, dat was dus ook een top-weekeinde. Ik ging op bezoek bij yvonnep (die héérlijke cake had gemaakt!), ik kocht een weer-en-wind bestendige jas en we aten ongelooflijk lekker bij John Dory.

Tussen de bedrijven door heb ik nog wel het een en ander gemaakt, maar daarover later. We beginnen vol goede moed aan 2019.

Beestjes, allemaal beestjes

Het inrichten van een huis is -althans voor ons- niet iets dat in een paar weken geregeld is. In de elf jaar dat we een huis delen is de muur van onze slaapkamer getooid geweest met een foto van een boerenkool, een strandtafereel en daarna jaren lang een blauwe, nogal blote mevrouw, gezeefdrukt door Corneille. Een maand of wat geleden zag ik in de krant een behangcollectie van Naturalis. Oude schoolplaten, foto’s van vlinders, vissen en junglelandschappen. Klik rustig even op deze link en kijk, ze zijn allemaal mooi!

Wij vonden een afbeelding van een zwerm plankton in een lichtbundel allebei het mooist. Dergelijke eensgezindheid is nogal zeldzaam, dus we hebben het meteen laten maken op maat van onze muur en gisteravond samen opgeplakt. Deze foto’s zijn dus ook gemaakt bij lamplicht, maar het geeft een heel aardig beeld.

Prachtig he? Eindelijk is het helemaal goed.

Een stoere vogel en een blinde kip

In de buurt van mijn werk loopt een gehandicapt kauwtje. Zijn (of haar) rechtervleugel hangt er onbruikbaar bij en de slagpennen zijn afgesleten van het over de grond slepen. Vliegen is er dus niet bij. Maar deze vogel weet zich verbazend goed te redden. Hij is vaak te vinden tussen de struiken in de Manhuistuin, ik zag hem daar soepeltjes in een boom klimmen met gebruik van poten, snavel en één vleugel. In het buurtje is van alles voor hem te vinden, er is een viskraam, een pizzabakker, een warme bakker en een snackbar waar hij zijn kostje bij elkaar scharrelt. Hij is -logisch-  een stuk schuwer dan zijn soortgenoten, die wél gezellig met hem samen op straat lopen te kuieren. Maar een goede foto van hem maken is dus nogal lastig…

neem maar van me aan dat dit hem is. Wat een stoere vogel. Respect!

Nog een gehandicapte vogel: de kip die wij heel fantasievol de naam Die Andere gaven is volgens ons blind. Of toch minstens erg slechtziend. Als de ren opengaat gaat ze niet met haar collega’s mee buiten wormen zoeken, lekkere hapjes die we pal voor haar snavel leggen pikt ze niet op. Maar de voerbak weet ze wel te vinden, ze is gezond en ziet er patent uit. Het is in kippenjaren ook echt een oudere dame, ze woont sinds juni 2014  bij ons en legt allang geen eieren meer. Ze mag nog een tijdje van haar pensioen genieten.

 

De complete spinazie-oogst

Spinazie is een gewas dat in onze volkstuin niet best wil. We hebben nogal arme, zanderige grond en spinazie houdt nu juist van nitraatrijke, dik bemeste aarde. Elk jaar proberen we het wel een keer: we voegen gedroogde koemestkorrels toe, of mest van onze eigen kippen en de spinaziezaadjes komen voortvarend op. Maar ergens gaat het altijd mis: voor het malse blaadjes zijn stopt het met groeien. Dit jaar zaaide ik in het najaar twee rijtjes van ongeveer een meter lang op het veld waar ik eerder dit jaar een ongeloofwaardige hoeveelheid enorm grote aardappelen oogstte. Dat stukje grond was enkele tientallen jaren niet bebouwd geweest, dat zal het geheim van de superoogst zijn geweest. Ik hoopte dat de magie nog niet helemaal was uitgewerkt, dat het ook nog zou werken voor spinazie.

En dat klopte. Er kwam een kleine kilo van mijn twee rijtjes af. Eindelijk! Maar ja, spinazie… na het wegwassen van alle modder die er op zat bleef er een pond over. Na het roerbakken was er precies genoeg voor dit kleine taartje: vier happen per persoon. Dat smaakte werkelijk heerlijk!

Vier films en een tv-serie

Als ik naar de film ga neem ik een breiwerk mee, maar niet iets moeilijks.

Deze sjaal was erg geschikt voor de bioscoop: recht gebreid met elke tweede naald één steek minderen aan de ene kant en twee meerderen aan de andere. Dat maakt een interessant model van een langgerekte driehoek, en je kunt dóórbreien tot het garen op is. Erg geschikt voor een van mijn vele bollen sokkengaren dus! Ik koos een bijna effen blauwe en breide tijdens A Star is Born en tijdens Wad, ik zag Van verlies kun je niet betalen en een documentaire over Maria Callas. Thuis keek ik naar De Kijk van Koolhoven, wat ik film genoeg vond voor de filmsjaal, en toen was het garen op ook. Maar ik vond ik de sjaal nog wat te klein, dus zocht ik er een restje wit sokkengaren bij en maakte er -bij daglicht- een kantrand langs.

Toen leek het er meer op. Eergisteren blockte ik de sjaal. Dat is toch een beetje toveren, je begint met iets dat het meest op een pak noedels lijkt en eindigt met een glorieuze kanten rand.

Waarna je een heel bruikbaar accessoire hebt.

 

Lekker oefenen

Begin december zijn we uitgenodigd voor een etentje. De gastvrouw is een prima kok, want voor acht mensen een meergangendiner bereiden -zoals ze al vaker deed- is echt een hele klus! Een mooi cadeautje is dus op zijn plaats, maar wat nemen we voor haar mee in zo’n geval? Mooie bloemen of een fles goede wijn? Bonbons?  Ik heb een alternatief plan, ik maak gebruik van de gelegenheid om weer eens een echt mooi taartje te maken, als dessert voor het diner. Daarmee kan ik me weer eens fijn uitleven; ik vind het zo leuk om te doen! Ik maak niet vaak taart, want als je een taart bakt moet ie ook worden opgegeten en dat is gewoon teveel voor Echtgenoot Yep en mij. Win-win-win situatie dus! Ik mag heerlijk patisserietje spelen, ik heb een mooi cadeautje voor de gastvrouw en de anderen zullen  -hopelijk met genoegen- helpen met de verwerking van de calorieën.

Ik maakte dit kleine exemplaar om te oefenen. Met de rode glimmende toplaag (gemaakt van gesmolten bessengelei, met een scheutje rode port) maar vooral met de chocoladegarnering. Het oefentaartje zelf is een halve  monchou taart uit een doos, daar wilde ik niet teveel werk aan besteden. De chocolade smolt ik en deed ik in een spuitzakje, waarmee ik zigzaglijnen over elkaar maakte op een strook acetaatfolie. Toen dat wat was afgekoeld plakte ik de strook rondom mijn taartje en zette het hele spul in de koelkast. Na een uurtje kon het folie worden verwijderd en bleef er een kant-achtig chocoladerandje over. Ik rolde ook een stukje folie op tot een hoorntje voor de garnering. Dat ga ik met de uiteindelijke versie ook doen, het ziet er geweldig uit. Geslaagd experiment! En nu moet het proeftaartje natuurlijk op. Echtgenoot Yep at al taart als ontbijt, mijn collega ontfermt zich over een stukje. Ikzelf at een hapje van het middengedeelte, ik houd niet zo van chocolade. Ik heb tijdens mijn baantjes als jeugdige vakantiewerker bij de Droste fabriek in de jaren ’70 genoeg chocolade gegeten voor de rest van mijn leven. In de ketel gevallen, zeg maar… Met neiging tot het bijpassende figuur, helaas.

B*gger!

Uit Parijs nam ik ook nog een wit overhemdstofje mee. Het was het duurste lapje van de hele winkeltrip, maar oh, wat is het een mooi materiaal. Het is op de keper geweven, van een héél fijne draad. Daardoor is het volkomen ondoorzichtig, maar glad en zo dun en licht als elfenvleugeltjes, met een zachte glans. Ik kocht er speciaal garen bij om het door te stikken, een soort borduurgaren dat ook zo’n glans heeft.

Het bleek niet bepaald een makkelijk stofje. Het rafelde alsof het zijn bestaan als weefsel zo snel mogelijk weer ongedaan wilde maken en het wilde op geen enkele manier met me meewerken. Ik maakte er een rechte vouw in en perste die met de strijkbout en een vochtige doek in de stof. Dan pakte ik het werkstuk van de strijkplank en bleek mijn rechte vouw een golvende te zijn. Ik neem aan dat de keperbinding dat probleem veroorzaakt, dat moet ik eens met een deskundige bespreken. De kraag maken was een werk van zeer lange adem, ik was uiteindelijk blij dat ik wat ruim heb ingekocht want er zijn vier versies van de kraag gemaakt voor ik tevreden was. Na veel geworstel en gebruik van taal die een dame onwaardig is had ik dan toch een werkelijk prachtig overhemd gemaakt. Ik waste het nog even liefdevol en streek het zéér zorgvuldig voor ik het met tromgeroffel en gepaste trots aan de Echtgenoot overhandigde.

En pas toen bleek…. dat ik de knopen en knoopsgaten aan de verkeerde kant heb gezet. (Denk hier nog een rijtje onbeschaafde krachttermen) (en nog een paar) (met uitroeptekens). Yep lacht me op deze foto vrolijk toe* en verklaarde zich zelfs bereid het shirt op deze manier te gaan dragen. (Hij is een héél goede Echtgenoot, dat blijkt maar weer). Dat kan natuurlijk niet, dat staat mijn beroepstrots niet toe. Maar het shirt moet eerst een maandje in de kast. Ik weet niet of het veilig is als ik ermee alleen gelaten wordt.

*of zou hij me stiekem tóch uitlachen?

Een logé, een opruimactie en een record

Vorige week kwam Kleindochter K. voor het eerst een nachtje logeren.

Dat was erg gezellig! Het was fijn dat ze haar loopfietsje ook mee had. Ze ontwikkelt hoge snelheden ermee door met twee beentjes tegelijk af te zetten. We gingen naar de speeltuin op de hoek, we stopten walnoten in een grote vaas, we lazen boekjes en aten wokkeltjespasta. Zondag kwamen haar moeder en vader haar weer halen. Ze mag nog wel eens komen logeren, vonden we.

In de volkstuin heeft, net als in de rest van het land, de buxusmot toegeslagen. We hebben hadden twee haagjes van vier struikjes aan weerszijden van de composthoop. Daarvan heb ik vandaag de overblijfselen verwijderd. Eigenlijk niet zo erg, ik vind ze -ook zonder buxusmot- niet zo mooi.  Als je er geen Versailles-tuin bij hebt is een buxushaagje gewoon wat saai.

Er was ook blad te harken. Ik heb het allemaal naar één veldje gebracht, in de hoop dat de wat arme grond daar door het verteren van al dat blad wat humeuzer wordt. Het was zonnig najaarsweer, maar wel te fris om een uurtje te zitten. En zo krijg je heel productieve tuindagen.

Afgelopen maand passeerde ik nog een klein mijlpaaltje: voor het eerst sinds dit blog bestaat, bijna acht jaar, waren er meer dan 10000 bezoekers in één maand. Wat een hoop! Natuurlijk is dat inclusief een aantal commentspammers en dergelijke, er weten er elke dag wel een paar langs mijn beveiliging te komen. Maar toch. Tienduizend!  Ik schrijf het blog niet met het doel er beroemd mee te worden of zo, dan ging ik wel likes verzamelen op sociale media. Ik vind het erg leuk dat zoveel mensen het kennelijk met genoegen lezen. Dank jullie wel!