Elk voordeel heeft z’n nadeel…

… Om de grote filosoof nog maar eens te citeren.

Het is (bijna) elke dag tuinieren. Afgezien van het werk aan het “nieuwe” gedeelte is er een heleboel te doen: Rijpe kersen en aalbessen te plukken, tuinbonen en erwtjes te doppen en in te vriezen, bergen onkruid te wieden. Bijvangst van al deze genoegens: “tuinhanden”. Die worden natuurlijk uitgebreid gewassen en verzorgd, ze zien er over het algemeen heel netjes uit . Maar ze zijn wel ruw en “hakerig”.

Ik voltooide dit shirtje-met-gedrapeerde-hals daarom met de grootste tegenzin.

Het materiaal is een mooie dunne gebreide viscose met een prettig paisley motief. Maar het zat doorlopend aan mijn handen geplakt, of ik ze die nu scrubde of insmeerde of allebei. Ik heb het shirtje nog niet gedragen, ik heb even hélemaal genoeg van hoe het aanvoelt.

Groene vingers

Als iemand een bijzonder talent heeft om planten te onderhouden wordt wel gezegd dat hij of zij “groene vingers” heeft. Ikzelf heb dat niet, volgens mij. Tot ik besloot dat ik het niet meer ging proberen met kamerplanten leek mijn vensterbank het meest op een sterfhuis. Op het moment kwijnt er een mangoplant en er staat een plant die verrassend groeide uit een verse kurkuma-wortel die ik in de grond stopte.

Naast mijn werk is een kleine bloemenwinkel, een pijpenlaatje waar de koopwaar vooral voor de deur is uitgestald. Het ziet er altijd erg gezellig uit. We zijn goede buren over en weer: zo is er geen koffie-apparaat in de bloemenwinkel, dus op de dagen dat M. (een echte koffieleut) werkt brengen we haar een vers bakkie. Bloemen en planten zijn bederfelijke waar. Bloeiende planten blijven soms te lang onverkocht -en worden daardoor onverkoopbaar omdat ze uitgebloeid zijn- of bestelde boeketten worden niet opgehaald. En dan gebeurt het wel eens dat ik bij het afsluiten van de winkel een winkeldochter in de handen of de fietstas krijg gestopt. De twee hangplanten die een paar weken terug mee kwamen zagen er bijzonder sneu uit… Ik dacht onderweg naar huis dat ze altijd nog op de composthoop konden. Maar kijk nu toch!

Elke avond water geven en af en toe tegen praten. Meer deed ik er niet aan. Zou ik toch groene vingers hebben? Of misschien, gezien dit kleurenschema, paarse vingers?

Veel te genieten

Dit arme blog wordt bijna verwaarloosd… mijn breiwerk ligt stil en het kleren maken is alleen een lijst met plannen op het moment. Buiten is het hoogseizoen!

Er is zoveel moois te zien.

Ik geloof dat ik elk jaar wel een keer hetzelfde boeketje maak…

Maar ja, ik pluk ook elk jaar aardbeien.

En maak er jam van.

gelukkig is er ook tijd voor rust.

 

Morellen

Op het nieuwe stuk tuin staan onder andere  twee morellenbomen. Nieuw voor mij, een soort kersen maar aan de kleine kant en heel zuur.

Ze rijpen wel erg decoratief, eerst kleuren ze van groen naar geel, dan krijgen ze een blosje en worden helemaal rood. Ik was niet van plan om er iets mee te gaan doen, maar de buurman zei dat ze prima geschikt zijn om in te leggen in brandewijn. En tja, zo is er dus toch een mandje vol mee naar huis gegaan. Maar verder kwam het plan niet. Ik heb werkelijk van alles in huis. We houden allebei niet van sterke drank, dus ik heb er een kast vol van, er komt wel eens wat bij maar het komt niet op. Er staat tequila, grappa, cointreau, cognac, jenever, calvados… maar géén brandewijn.

Een dag later:

En jahoor. Er is weer een halve liter drank toegevoegd. De andere halve liter zit tussen de morellen in deze pot, met suiker. Over enkele maanden pas kunnen we proeven of deze manier van conserveren een lekker resultaat geeft en in de tussentijd -vóór de volgende morellenoogst- ga ik ook op zoek naar andere recepten (want ik hou niet van drank).

Buiten spelen

Terwijl op de volkstuin Echtgenoot Yep aan de infrastructuur van onze gebiedsuitbreiding werkte (zo, dat klinkt professioneel)  plantte ik Roma tomaten, augurken, komkommer en paprika in een daarvoor speciaal aangelegd perkje. Beschut achter het schuurtje staan ze daar lekker in de zon.

Ondertussen zijn de aardbeien rijp en er zijn meer liefhebbers voor. Wegens de droogte is de oogst in het bedje naast ons huis wat klein, we hebben niet de moeite genomen om er gaas overheen te zetten.

Deze merel-jongere betrapte ik met het aardbeiensap nog aan de snavel en zo volgevreten dat hij niet wegvloog toen ik hem fotografeerde.

Op een mooie pinksterdag

Onze volkstuin (waar ik het twee posts geleden al zo druk mee had) is 382 vierkante meter groot. Niet echt een postzegeltje. Het is de middelste tuin in een rijtje van drie, het uiterste puntje van het complex. Het is ver van de doorgaande weg (soms lastig met zware dingen heen en weer brengen) maar mooi gelegen: rechts van onze tuinen is een natuurgebied waar vaak koeien of schapen grazen en veel vogels en hazen leven.

vandaag waren Hereford runderen -met vrolijke kalfjes- onze buren

En er is onbelemmerd uitzicht op de zonsondergang.

Een paar jaar terug waren het Blonde Aquitaines.

Links is een akker, met daarachter een dijk met meidoorns en populieren. Eergisteren hebben we de tuin links naast de onze erbij gehuurd. Het nieuwe gedeelte (nu ja, nieuw voor ons) bestaat vooral uit grasveld met fruitbomen, wat verder naar achteren -richting natuurgebied- een huisje en een afgeschermd zitje.

Natuurlijk verdubbelt het werk, we hebben nu bijna 800 vierkante meter. En er is éérst een hoop op te ruimen. Bramen die getemd moeten worden, brandnetels die we weg willen hebben, het huisje moet dringend een verfbeurt… Echtgenoot Yep groef vandaag vlak naast het huisje de stomp van een volwassen wilg uit. Die is enkele jaren geleden kort boven de grond afgezaagd maar daarna weer aan het groeien gegaan, zoals wilgen nu eenmaal doen… dwars door een rol gaas die daar toevallig lag. Dat komt allemaal wel goed, uiteindelijk. Het is een heerlijke plek, en het plannen maken voor wat we allemaal willen (een kasje!) is zo leuk!

 

Een blokje shampoo

Soms komt een heel goede tip uit onverwachte hoek. Zoon en een vriend van hem waren beiden erg positief over een shampoo van de winkelketen Lush. Dat ziet er uit als een stuk zeep, een ronde schijf. Daarmee zeep je onder de douche je hoofd in, er ontstaat schuim waarmee je je haar wast. Zoon zei dat het érg lang mee ging, zo’n blok. Natuurlijk werd ik nieuwsgierig en ik kocht er ook eentje. En inderdaad, het werkt prima. Ik heb hem nu een paar weken in gebruik, het blok is nog niet veel kleiner dan toen het nieuw was. Nu kost zo’n stuk shampoo 8,95, het mag dus wel lang meegaan om te kunnen concurreren met “gewone” shampoo. Maar het wordt gemaakt van natuurlijke ingredienten en het wordt in een papiertje gepakt als je het koopt, niet in een plastic fles. Dat vind ik een groot pluspunt, ook als het duurder uit zou pakken.

Zaterdag was ik in een van de Lush winkels en kocht er nog een shampooblok (alvast voor 2018, zeg maar) en een deodorant, ook in vaste vorm, een blokje. Geen plastic of metalen verpakking, geen drijfgas en ook gemaakt van natuurlijke ingredienten. Vandaag -een erg warme dag met een paar uur werken in de tuin- heb ik het geprobeerd. Ik kan u melden, ook de deodorant in vaste vorm is prettig bruikbaar en functioneel. Ik ben er erg enthousiast over! (en nee, ik heb geen aandelen)

Hoogseizoen

Dit seizoen is onze volkstuin nauwelijks bij te houden. We maaien en harken en schoffelen en wieden. Ik maak een volkomen onkruidloos, aangeharkt stukje tuin, alleen de rijtjes wortelen staan op deze vierkante meters. Ik draai me om, ik kijk naar een gierzwaluw hoog in de lucht, ik drink een slokje water, ik kijk weer naar mijn wortelveldje en jahoor. Minstens drie stuks onkruid. Als ik even ga zitten komen er minstens tien op, en als ik naar huis ga… we kunnen eigenlijk niet eens naar huis.  Niet dat ik het erg vind allemaal.  Het is zó heerlijk in de tuin nu! Er is een pimpelmezengezin opgegroeid in ons nestkastje, het natuurgebied aan de overkant ziet geel van de boterbloemen, de lavendel geurt en gaat bijna bloeien.

De bonen mogen gezaaid, de ijsheiligen zijn tenslotte achter de rug. Ik pakte mijn zelf gedroogde bonen erbij en zag tot mijn verbazing dat het geen sperziebonen zijn, maar Fryske Waldbeantsjes.  Ook hebben ze allemaal een bruin plekje, dus deze ga ik maar niet zaaien, ik heb nog genoeg zaad uit de winkel. Maar eerst moet er gemaaid, geschoffeld, geharkt, dat onkruid moet worden aangepakt.

Knutselen met waardeloos materiaal

De tomatenplantjes die ik op de vensterbank heb opgekweekt werden langzaam maar zeker groot genoeg om naar buiten te gaan. Ze stonden een week in de achtertuin om aan de buitenlucht te wennen, gek genoeg liep één soort (Matina, een verwend prinsenkindje van een tomaat) daarbij zonnebrandschade op. Een aantal plantjes gaat in onze achtertuin langs state-of-the-art spiraalvormige metalen staken groeien. Een aantal geef ik weg, want natuurlijk heb ik er teveel. Een paar planten van een kleiner ras kerstomaatjes zet ik in oude mayonaise-emmers potten, op het terras.

En acht planten zette ik gisteren in de volkstuin. Bij elke tomaat een tak uit de stapel snoeiafval als ondersteuning, en dat weer met een paar lange wilgentakken bovenlangs aan elkaar geknoopt. Nu maar hopen dat ze dat plekje -en mijn geknutsel- waarderen en zorgen voor veel en lekkere tomaatjes, later in het jaar. Ik wil dit jaar genoeg tomaten hebben om ze in te maken.

True colors

Als twintiger begon ik grijs haar te krijgen. Ik heb minstens 25 jaar mijn haar geverfd, meestal ongeveer in “mijn eigen” kleur.  Ik kreeg de laatste jaren een steeds grotere hekel aan het geverf.  Het geklieder met onprettig riekende pasta op mijn hoofd hield de vergrijzing maar een week of twee tegen, daarna verscheen er weer “uitgroei”. Niet mooi. Het kostte me een hele avond per keer en als ik het de kapper liet doen ook nog een behoorlijk bedrag. Buiten dat… ik tuinier zonder bestrijdingsmiddelen, ik scheid mijn afval zorgvuldig, ik douche niet langer dan nodig is… maar ik spoelde wel minstens één keer per maand een dosis onprettige chemicaliën door de afvoer. Ik besloot daarom te stoppen met die narigheid en mijn natuurlijke kleur te worden. Grijs dus. Dat klinkt wel heel gedecideerd, maar het was een lang proces van twijfelen en overwegen, want dan zie ik er natuurlijk ook écht anders uit.  Het kan niet even geprobeerd worden want haar dat donker gekleurd is kan niet grijs geverfd worden en in mijn geval is ongeveer de helft van mijn hoofd ook nog niet grijs maar gewoon donkerbruin. De verf moet er uit groeien.

De afgelopen twee maanden heb ik niet meer geverfd. Ik zag er op het laatst gewoon wat verwaarloosd uit… ik redderde nog wat met een uitwasbaar waterverfje om de strook aan weerszijden van mijn scheiding wat bij te kleuren. Maar gisteren heeft de kapper mijn haar zo kort geknipt als mogelijk was zónder dat mensen gaan denken dat ik een nare ziekte heb. Deze zomer laat ik het nog een paar keer knippen tot echt alle verf er uit is. En dan zien we wel weer, of ik het, grijs en al, nog weer langer laat groeien of kort houd. Ik hoef tenslotte niet door mijn droomprins uit een torenkamertje gered te worden.