Tomaten tomaten tomaten

Ingrediënten voor deze ronde: courgettes, een peper, een winterwortel, knoflook en rode uien. En natuurlijk een emmer tomaten.

Er zijn kleine zoete pruimtomaatjes, honderden kerstomaatjes, (al even zoet) en prachtig lichtrood gestreepte tigerella’s. Er zijn dikke marmande vleestomaten, en lange roma’s. Ik pluk en ik pluk en ik pluk  en ik maak liters tomatensaus.

In strijd met alle recepten laat ik de schillen van de tomaten er in, eigenlijk vooral omdat ik er nogal tegenop zie om tweehonderd kerstomaatjes te pellen. Waarom doe je die dan ook in de saus? vroeg Echtgenoot Yep terwijl hij er nog een paar in zijn mond stak. Het antwoord is simpel: het zijn er gewoon véél te veel om “zo” op te eten. Met de staafmixer kun je de schilletjes goed klein krijgen, en de saus is er niet minder lekker door.

Atjar tjampoer

Twee spitskolen overleefden in onze volkstuin eerst de slakkenplaag en daarna de droogte. Ik nam er eentje mee naar huis, maar ik moest nog even nadenken wat ik ermee zou doen. Dochter had net een week of wat ervoor verteld hoe ze zich nog steeds herinnert hoe vreselijk vies zij spitskool vond toen ze nog een klein Dochtertje was. En dat ik haar -hardvochtig als ik ben- ooit eens aan tafel had laten zitten tot haar bordje leeg was. Ikzelf herinner me vooral dat ze een tijdlang alles weigerde wat groen was.  Gelukkig is dat nu allemaal ver achter ons. Dochter is volwassen en eet groente bij de vleet en ik durf te denken dat ik nu van spitskool een gerecht kan maken dat een kleuter wél lekker vindt. Van deze kool maakte ik Atjar, ik vermoed dat dat ook niet populair is bij de kleintjes.

Ik gebruikte het recept van Diana, maar voegde er wel kurkuma, gember en laos aan toe. Over enkele weken weten we of het gelukt is en ik zal Dochter er ook een potje van geven… het is in ieder geval niet groen!

Soms, héél soms…

…. Moet je het jezelf makkelijk maken.

Het is heel erg warm en met een onberispelijk gevoel voor timing ben ik erg verkouden. Dus wat doe je dan met het eten:

Je gebruikt kant en klaar deeg om Tarte Flambée of Flammkuchen te bakken. Alleen wat spekjes, een gesneden ui en wat zure room en dat is alles wat er aan te bereiden is. Echtgenoot Yep ging ooit (in 1994) op motorvakantie en ontdekte Flammkuchen in de Elzas, die wordt er alleen vanwege de mooie herinnering al gelukkig van. Inderdaad, je kunt alles zelf maken. Maar het hóeft niet altijd.

Een nieuwe jurk en een selfie

Er zijn naaibloggers die zichzelf met elke creatie prachtig op de foto zetten. Carolyn bijvoorbeeld. Zelfs zonder haar schattige collie naast zich of de skyline van Perth als achtergrond ziet ze er op haar foto’s altijd buitengewoon verantwoord uit. En Fiona fotografeert zichzelf altijd in dezelfde hoek van hetzelfde balkon, maar ook dat zijn echt goede foto’s.

Dat is geen talent van mij. Ik maakte een nieuwe jurk en worstelde een kwartiertje met mijn telefoon om er een leuke foto voor het blog van te maken, maar ik heb daar niet genoeg geduld (of vaardigheden) voor. Ik heb een rare scheve mond, de foto is gewoon niet scherp, ik sta er maar voor driekwart op… dus moet een gewone selfie maar even een indruk geven.

Het is een Appleton wikkeljurk, zoals ik er al een stuk of vier maakte, alleen liet ik hier de mouwen af. De stof is een halfsynthetische tricot, voor een paar euro van de markt. Ik viel voor de leuke kleurtjes, maar het is verschrikkelijk lastig materiaal. Na het wassen was het op de plaats waar de knijper had gezeten reddeloos ontwricht, dat bedoel ik met lastig materiaal. Het is de zoveelste keer dat ik daarin trap… Ik denk dan, verblind door de mooie kleurtjes dat het niet zoveel uitmaakt, want het kost zowat niets. Stom natuurlijk… De stof is goedkoop, maar er zit toch gauw een uur of vijf werk in, waarvan minstens vier en een half ergernis, wat een heel ander soort van kostenbalans is. Nu ja, nu het klaar is vind ik het toch wel weer een erg leuke jurk geworden. Een echte zomerjurk. Dat komt goed uit: veel zomerser wordt het niet.

Warm, warmer, heet!

De kas is geheel dichtgegroeid. De augurken en komkommerplanten (twee van elk) en de tomaten groeien tot aan het plafond. Regelmatig gaat een van ons de zaak met een snoeischaar te lijf. En we plukken wat geplukt kan worden.

Eerlijk is eerlijk, alleen de tomaten, paprika en peper op deze foto komen uit de kas. De mirabellen lagen onder de boom, de uien lagen al een weekje te drogen, de bramen groeien naast de ingang van de tuin. Het is een goed bramenjaar!

We zaaiden twee soorten peperplanten: een heel hete en een gewoon hete. Ze hangen aardig vol met grote, nog goene pepers. Van de niet-zo-hete had ik al een exemplaar mee genomen om eens te proeven en dat was inderdaad lekker: een prettig pittige, beetje fruitig-groene smaak. Ik besloot ze allemaal in groene staat te plukken behalve een stuk of vier. Die vier mogen rijpen, ik ben benieuwd hoeveel de smaak dan nog verandert. De 235 gram die ik plukte maakte ik in volgens het recept voor jalapeños van Mevrouw Leesvoer. In kleine potjes, wat een goed idee is… hiervan zullen we maar kleine hoeveelheden tegelijk eten.

De heel hete pepers laat ik hangen tot ze rijp zijn, en tegen die tijd weet ik er vast iets mee te doen. Misschien maak ik er sambal van, misschien droog ik ze voor chiliflakes. Het is bij elkaar in ieder geval véél meer peper dan we normaliter eten.

Broodzakken.

In the Cabin in Schotland lag het zero waste home boek. Bea Johnson beschrijft daarin hoe zij en haar gezin erin slagen geen huishoudelijk afval te produceren. Ik had niet genoeg tijd om het helemaal te lezen. Daarbij, veel van haar adviezen zijn voor ons niet nieuw. Ze richt zich vooral op Amerikaanse consumenten, het is in Nederland al niet gewoon om in elk drankje een rietje te doen bijvoorbeeld. Maar het is goed om erover na te denken. Wij zelf proberen de hoeveelheid afval die we produceren zoveel mogelijk te beperken, dat lukt aardig… met uitzondering van plastic. Wekelijks breng ik een hoeveelheid plastic naar het inzamelpunt. Nu kun je natuurlijk zeggen: Het wordt gerecycled, dus is het goed, maar dat is het natuurlijk niet. Je kunt beter helemaal geen plastic hoeven recyclen, en beginnen met minder van het spul in huis te halen.

K:-)dootje maakte bijenwasdoekjes om plasticfolie te vervangen*, en ze maakte ook broodzakken om bij de bakker je verse halfje bruin in te doen. Goed plan! Ik volg haar voorbeeld.

Ik had een restantje Vlisco katoen dat precies groot genoeg was voor twee broodzakken. Vlisco is een dicht weefsel, ik neem aan dat dat voor brood wel prettig is. Ik koop vaak ambachtelijk brood waar nog meel aan de buitenkant zit, dat meel -of maanzaad, of sesam- moet natuurlijk niet los in de boodschappentas terecht komen. Ik zette er een elastiekje op als sluiting en een knoop ter decoratie. Dat was leuk om te maken, en ik denk ook wel praktisch. En, maximale voldoening, de blauwe Vlisco (gekocht in 2014) is nu precies, helemaal op. Geen snippertje afval. Morgen ga ik een volkorenbol kopen**. 

*waarover later meer

** Dat lukte prima. Mariekevandebakker zei dat er minstens tien regelmatige klanten hun eigen verpakking meenemen naar de winkel. 

Een blok en een orchidee

Het is niet dat ik niets had om over te schrijven… het probleem was meer dat er teveel was. We waren een dag in Londen gevolgd door een week vakantie in “the cabin” in Schotland, deze keer gingen de kinderen en aanhang ook mee. Er bleek een probleem met mijn linkerknie, van de niet-vanzelf-verdwijnende soort. We hadden week of wat heel warm en droog weer, maar in onze kas groeide alles zo overdadig dat we er zelf bijna niet meer naar binnen kunnen. We vierden een gezellige open dag op de volkstuin, en ook ons elfjarig huwelijk.  Teveel om achteraf over te schrijven, dus ik begin gewoon weer bij vandaag.

Volkstuinbuurman J. meldde vorig jaar enthousiast dat hij een brede wespenorchis had aangetroffen op zijn lapje. Toch wel bijzonder, een echte orchidee zomaar op je volkstuintje. Gisteren liet ik een servetje uit mijn hand waaien, toen ik het ging oprapen vond ik er onder onze wilgenboom ook een.

Wat leuk! En wat een mooie bloemetjes. Echtgenoot Yep nam vandaag de camera mee om hem te fotograferen en vond er prompt nog een stuk of vier. Op de foto lijken ze best groot, maar in werkelijkheid zijn de bloemetjes ongeveer  een centimeter doorsnee… het is niet echt vreemd dat we ze niet eerder opmerkten. Maar, zoals dat gaat, nu we weten dat ze er staan kunnen we ons nauwelijks voorstellen dat we ze eerder over het hoofd zagen. De wespenorchis heeft een voorkeur voor licht verwaarloosde stukjes grond, een prachtig excuus om het veldje onder de wilgenboom met rust te gaan laten. Weer een klusje minder.

Expositie

In het Stadskantoor van Goes (ook wel De Grote Rode Doos genoemd) is een expositieruimte in de centrale hal. In de maand Juli zijn daar de foto’s van Echtgenoot Yep te zien. Drieënwintig foto’s in groot formaat hangen op panelen en een reportage bestaande uit tien kleinere foto’s ligt in een vitrine.

Deze foto haalde de uiteindelijke selectie nét niet.

Hij heeft met het thema licht/lucht een zorgvuldige selectie gemaakt, het zijn onderwerpen die hem na aan het hart liggen: lichtkunst, natuur, een beetje architectuur. Het zijn prachtige foto’s. Als je in de buurt woont, ga kijken, ga kijken!

De concurrentie (2)

Vorig jaar kwamen Dochter en Schoonzoon een avond begin Juli. Ze gingen mee naar de tuin en brachten daar een uur of twee door in en onder onze kersenboom. Emmers vol met kersen gingen mee naar huis, heerlijk! Gisteravond waren ze er weer om te helpen plukken. Maar al snel bleek dat in bijna alle kersen een gaatje zat, met daarin een onsmakelijk wit wormpje.

aangetaste kers

Enig googlen leerde ons dat we te maken hebben met de kersenvlieg. (hoe déden mensen zulke dingen voordat er Internet was?) Dit nare beestje verspreidt zich langzaam maar zeker Noordwaarts en kennelijk is nu Zeeland aan de beurt.

Twee weken geleden leek het nog zo mooi te gaan worden

Één kersenvlieg vrouwtje legt op wel honderd onrijpe kersen een eitje, waarna de made die eruit komt zich in de kers nestelt en die van binnenuit opeet. Jakkes. Na één emmer zijn we gestopt met plukken… wat een teleurstelling.

Indachtig het spreekwoord “when life gives you lemons, make lemonade” heb ik de alreeds geplukte kersen een tijdje in zout water gezet om de wormpjes eruit te jagen en gesorteerd. Er bleef toch nog een pondje gave kersen over. Daarna heb ik alle aangetaste exemplaren ontpit, de slechte stukjes eraf gesneden en er sap van gemaakt. Dat is best lekker sap, maar het was idioot veel werk. Vanavond halen we het net van de boom en mogen de vogels de rest van de kersen opeten, inclusief wormpjes. Dan worden dat in ieder geval geen nieuwe kersenvliegen, volgend jaar zullen we tijdig maatregelen nemen. Boeh.

De concurrentie

We hebben dit jaar érg veel slakken in de tuin. Ze schuilen overdag op verborgen plekjes, ze komen ‘s nachts tevoorschijn en eten al onze spruitenplanten. En ook de sla, maar niet de rode sla. Ze eten de rode kool, de boerenkool, ze eten zelfs van de aardappelplanten. Het is natuurlijk volstrekt logisch, ik snap helemaal dat ze dat lekker vinden. Je kunt het een slak niet kwalijk nemen. Maar wij willen er óók van eten. We strooiden slakkenkorrels, maar eigenlijk voelt dat niet zo goed. We willen dat de slakken een ander menu kiezen, we willen ze niet vermoorden. Bovendien zagen we dat de kauwtjes de korrels oppikten en meenamen. Kauwtjes eten namelijk óók alles. Daar komt ook nog wel eens een aparte blogpost over, maar we nemen aan dat slakkenkorrels voor vogels niet gezond zijn. Dus zoeken we de slakken als ze uit hun schuilplaats komen bij schemering en bezorgen ze een avontuurlijke luchtreis naar het natuurgebied aan de andere kant van de sloot. Daar kunnen ze eten naar hartenlust, hoewel er natuurlijk niet van die lekkere spruitjesplanten staan.

Vakantieverblijf “achter de rietkraag”

Voor de slakken die geen vliegvakantie krijgen (omdat ze zich goed genoeg hebben verstopt) maken we de toegang naar onze gewassen zo moeilijk mogelijk. Bijvoorbeeld met gestampte eierschaal. Van alle eieren die we eten peuter ik het vliesje uit de schaal, waarna ik de gedroogde schalen tot gruis stamp. Dat strooien we rondom de planten, het idee is dat het voor een slak niet prettig is om daarover te kruipen.

Jammer dat kauwtjes zich daar niet veel van aantrekken. En rupsen ook niet.