Expositie

In het Stadskantoor van Goes (ook wel De Grote Rode Doos genoemd) is een expositieruimte in de centrale hal. In de maand Juli zijn daar de foto’s van Echtgenoot Yep te zien. Drieënwintig foto’s in groot formaat hangen op panelen en een reportage bestaande uit tien kleinere foto’s ligt in een vitrine.

Deze foto haalde de uiteindelijke selectie nét niet.

Hij heeft met het thema licht/lucht een zorgvuldige selectie gemaakt, het zijn onderwerpen die hem na aan het hart liggen: lichtkunst, natuur, een beetje architectuur. Het zijn prachtige foto’s. Als je in de buurt woont, ga kijken, ga kijken!

De concurrentie (2)

Vorig jaar kwamen Dochter en Schoonzoon een avond begin Juli. Ze gingen mee naar de tuin en brachten daar een uur of twee door in en onder onze kersenboom. Emmers vol met kersen gingen mee naar huis, heerlijk! Gisteravond waren ze er weer om te helpen plukken. Maar al snel bleek dat in bijna alle kersen een gaatje zat, met daarin een onsmakelijk wit wormpje.

aangetaste kers

Enig googlen leerde ons dat we te maken hebben met de kersenvlieg. (hoe déden mensen zulke dingen voordat er Internet was?) Dit nare beestje verspreidt zich langzaam maar zeker Noordwaarts en kennelijk is nu Zeeland aan de beurt.

Twee weken geleden leek het nog zo mooi te gaan worden

Één kersenvlieg vrouwtje legt op wel honderd onrijpe kersen een eitje, waarna de made die eruit komt zich in de kers nestelt en die van binnenuit opeet. Jakkes. Na één emmer zijn we gestopt met plukken… wat een teleurstelling.

Indachtig het spreekwoord “when life gives you lemons, make lemonade” heb ik de alreeds geplukte kersen een tijdje in zout water gezet om de wormpjes eruit te jagen en gesorteerd. Er bleef toch nog een pondje gave kersen over. Daarna heb ik alle aangetaste exemplaren ontpit, de slechte stukjes eraf gesneden en er sap van gemaakt. Dat is best lekker sap, maar het was idioot veel werk. Vanavond halen we het net van de boom en mogen de vogels de rest van de kersen opeten, inclusief wormpjes. Dan worden dat in ieder geval geen nieuwe kersenvliegen, volgend jaar zullen we tijdig maatregelen nemen. Boeh.

De concurrentie

We hebben dit jaar érg veel slakken in de tuin. Ze schuilen overdag op verborgen plekjes, ze komen ‘s nachts tevoorschijn en eten al onze spruitenplanten. En ook de sla, maar niet de rode sla. Ze eten de rode kool, de boerenkool, ze eten zelfs van de aardappelplanten. Het is natuurlijk volstrekt logisch, ik snap helemaal dat ze dat lekker vinden. Je kunt het een slak niet kwalijk nemen. Maar wij willen er óók van eten. We strooiden slakkenkorrels, maar eigenlijk voelt dat niet zo goed. We willen dat de slakken een ander menu kiezen, we willen ze niet vermoorden. Bovendien zagen we dat de kauwtjes de korrels oppikten en meenamen. Kauwtjes eten namelijk óók alles. Daar komt ook nog wel eens een aparte blogpost over, maar we nemen aan dat slakkenkorrels voor vogels niet gezond zijn. Dus zoeken we de slakken als ze uit hun schuilplaats komen bij schemering en bezorgen ze een avontuurlijke luchtreis naar het natuurgebied aan de andere kant van de sloot. Daar kunnen ze eten naar hartenlust, hoewel er natuurlijk niet van die lekkere spruitjesplanten staan.

Vakantieverblijf “achter de rietkraag”

Voor de slakken die geen vliegvakantie krijgen (omdat ze zich goed genoeg hebben verstopt) maken we de toegang naar onze gewassen zo moeilijk mogelijk. Bijvoorbeeld met gestampte eierschaal. Van alle eieren die we eten peuter ik het vliesje uit de schaal, waarna ik de gedroogde schalen tot gruis stamp. Dat strooien we rondom de planten, het idee is dat het voor een slak niet prettig is om daarover te kruipen.

Jammer dat kauwtjes zich daar niet veel van aantrekken. En rupsen ook niet.

 

In de kas en in de keuken

Elke dag moeten de planten in de kas water krijgen. Dat is best even een dingetje, voorheen gingen we drie of vier keer per week naar de tuin, dat moeten we nu elke dag. Regelmatig ga ik ‘s morgens vroeg en dan heb ik, als ik er eenmaal ben, nooit spijt. De vogels zingen, aan elke grasspriet hangt een glinsterende dauwdruppel, alles is groen en fris.

De peperplantjes bloeien. Kennelijk hebben ze geen bestuivende insecten nodig, want er hangen heel wat kleine pepertjes aan.

Een augurkenplant is een bijzonder mooi ding.

Ik benutte een regenachtige middag om twee kilo tomaten van de winkel tot saus te verwerken en in te maken, bij wijze van probeersel. Dat lukte prima. Hoewel, dat weet je natuurlijk pas zeker als het over een half jaar nog lekker smaakt.

Ik moet wel goed bedenken hoe ik het ga aanpakken, straks als onze eigen oogst er is. Zal ik tomatensaus (inclusief prei, wortel, ui, kruiden en alles) in gaan maken zoals ik vandaag deed, of tomatensaus zonder al die toevoegingen? Dat laatste heeft als voordeel dat  ik elke keer als ik er een maaltijd mee maak kruiden en andere groenten kan toevoegen, zo is het voor meer toepassingen in te zetten. Aan de andere kant is het ook erg makkelijk om een kant-en-klare saus te hebben voor drukke dagen. Nu ja, ik heb nog even de tijd om er over na te denken. Dat kan ik mooi doen tijdens het  verwerken van de rode besjes die deze week geplukt kunnen worden, en het ontpitten van de kersen, die ook al veelbelovend rood beginnen te worden.

 

Op de hoogte

Zoals elk jaar moet het vogelnet over de kersenboom vóór de kersen rijp zijn. We zagen een paar kauwtjes proberen of ze al lekker waren. Kauwtjes zijn best leuke vogels, maar ze lusten alles geloof ik.  De kersenboom voelt zich kennelijk goed bij ons, hij is sinds vorig jaar behoorlijk gegroeid. Zo groot dat hij niet meer in de kooi past waar het net overheen gedrapeerd moet worden. Het was tijd voor de zomersnoei.

Echtgenoot Yep klom eerst op de keukentrap, daarna in de kooi waar ik hem de grote snoeischaar aanreikte. Zo in de kooi staan kan alleen maar op de hoeken, het kunstje moest vier keer herhaald worden.

Al snel lag de grond vol met takken en onrijpe kersen. Ik snap dat het nodig is, maar ik vind snoeien diep in mijn hart altijd zonde.

Echtgenoot Yep klom daarna nog een keer op alle vier de hoeken naar boven om het vogelnet over het geheel te hangen. Ik fungeer als aangever en trapvasthouder en plaatsvervangend hoogtevrezer. Op deze foto lach ik weliswaar dapper, maar de witte knokkels waarmee ik de paal vasthoud -om te voorkomen dat de kooi met Yep en al omvalt natuurlijk- verraden me. Ik ben altijd erg opgelucht als het net hangt en iedereen weer gewoon met twee voeten op de grond staat.

Hij maakte wel een mooie overzichtfoto van onze “bastide”

De zure kersen kleuren al mooi rood. Maar die boom hoeft geen net, de vogels vinden deze duidelijk minder lekker… Net als wij.

Hoogseizoen

April, mei en juni zijn de drukste maanden in de volkstuin. Alles groeit in een enorm tempo, en alles wat nog niet groeit moet juist in deze periode gezaaid , gepoot of verplant worden. Dus weinig tijd voor een blogpost, maar wel een rijtje foto’s

De wilde roos bloeit, de bloemen zijn roze als ze net open zijn en verkleuren naar bijna wit als de bloemblaadjes vallen. Het lijkt wel of er een bruiloft is geweest onder de struik.

De vlier bloeit, ik maak een paar liter vlierbloesemsiroop. Of, hip gezegd, elderflowercordial. Het mengseltje ziet er niet lekker uit, maar het uiteindelijke resultaat is heerlijk.

Deze vrolijkerd staat naast mijn huis. Ik weet niet hoe hij heet, maar ik word er wel blij van.

In de kas groeit alles inderdaad erg snel. Ik kocht een paar kleine plantjes op de markt, binnen vier weken waren dat enorme kroppen sla.

Mist.

In het natuurgebied wonen een heel stel koeien met hun kalfjes. Af en toe krijgen de kleintjes het op de heupen en galopperen ze met zwaaiende staartjes rond. Prachtig.

Maar natuurlijk werken we ook erg hard. De kas ziet er inmiddels zo uit, van binnen. Een paar keer per week ga ik een uur eerder uit bed om voor werktijd nog het één en ander te doen. De planten in de kas moeten elke dag water krijgen. Voor het begieten van de rest van de tuin zorgt Moeder Natuur meestal.

De druiven zijn al te zien aan de wijnrank. Op de pergola van onze buren, zelf hebben we geen productieve druif. Dat is misschien iets voor volgend jaar!

We eten best vaak asperges.

Dat zeg ik.

 

Outdoor

Het wordt waarschijnlijk saai voor de lezer… ik maakte een overhemd voor Echtgenoot Yep. Een beetje meer sportief, een “outdoormodel”.

Het staat hem geweldig. En ik heb er weer fijn aan zitten knutselen. Ik maakte borstzakjes met een stolpplooi en een knoopsluiting, ik heb zelfs even epauletten overwogen. Maar ik weet eigenlijk niet waar die goed voor zijn, behalve dan bij militairen en padvinders. Echtgenoot Yep is geen van beide.

Eén ding is niet helemaal doordacht… ik zette knoopjes op de mouw, met een bandje-met-knoopsgat binnenin, om de mouw vast te zetten als hij opgerold wordt gedragen. Het is een oud grapje dat in Rotterdam de overhemden met opgerolde mouwen in de winkels hangen (om de werklust van de Rotterdammers te illustreren) en Rotterdam heeft een warm plekje in des Echtgenoots hart. Dus ik dacht dat zo’n knoop-met-bandje wel leuk was. Maar waar ik geen rekening mee hield is dat een mouw, teneinde hem comfortabel opgerold te dragen, wel wat wijder moet zijn dan een standaard overhemdmouw. Tja. Ik ga er nog maar eentje maken denk ik.

Meer watermanagement

Op de volkstuin staat al een paar maanden een watervat. Een hele kubieke meter of misschien wat meer moet daarin kunnen, dus heet het bij mij het kuupsvat. Dat vind ik een leuker woord.

Het was verschrikkelijk vies, rondom van binnen en van buiten begroeid met groene aanslag.  Dus besteedde ik een halve zondag aan het schoonschrobben van de buitenkant. Toen een bezem precies door de opening bleek te kunnen maakten we ook de binnenkant zo schoon mogelijk. Dat was een hele exercitie: emmer water erin, schrobben, het vat een kwartslag draaien, schrobben en draaien tot alle vlakken behandeld zijn, leegkiepen boven de sloot, herhalen tot het groen (bijna) weg is. Natuurlijk willen we geen chemicaliën in de sloot gooien, dus gebruikte ik alleen water.

Daarna maakte Echtgenoot Yep een terrasje achter het huisje en schilderde tussendoor ook nog even de achterwand waar we later niet meer bij zouden kunnen. (Echtgenoot Yep is onvermoeibaar!) Hij maakte stapeltjes stenen op het terrasje tot iets meer dan gieter hoogte. Daar weer op kwam een plankenvloertje en ons kuupsvat. Het werd aangesloten op de dakgoot, en met een slimme constructie met een Y-stuk bovenop is er ook een overloop, voor als het vat vol is. De afvoer van de overloop en ook de kraan van het vat staan boven een putje, waaruit het water onder onze tuin door naar de sloot wordt gebracht.

Gisternacht regende het stevig door, toen ik ‘s morgens ging kijken stond het waterpeil al boven de 200 liter, ‘s avonds was het meer dan 600. Als het zo doorgaat wordt de slimme overloop al vrij snel getest! Nu moet het kuupsvat nog een “little black dress”, want daglicht en regenwater in zo’n vat zorgen ervoor dat het in no time weer groen begroeid raakt. Het water moet dus in het donker bewaard worden. Zodra het stopt met regenen zal ik het met stevig zwart plastic inpakken. Een kuupscadeautje.

Hoog op de schaal van Scoville

In de kas op onze tuin stond nog helemaal niks, want ja, er moest nog opgeruimd. Om tóch iets te hebben kocht ik -impulsaankoop, ik geef het toe- twee peperplantjes in de bouwmarkt. Niet echt in overeenstemming met het plan om alles zelf te kweken, want deze plantjes hingen vol met rijpe en bijna rijpe rode pepers. Na een week plukte ik al twee handenvol en nam ze mee naar huis.

Nu eten we niet zóveel verse peper, dus besloot ik deze oogst tot sambal badjak  (gebakken sambal) te verwerken. Dat is te wecken en dan dus vrijwel onbeperkt houdbaar. Ik gebruikte naast mijn eigen pepers nog vier stuks uit de winkel, die ik met zijn allen tot pulp maalde in de keukenmachine. Ik bakte het samen met  fijngehakte sjalotjes, een stukje trassie, wat gehakte sereh en bruine suiker in een ruime hoeveelheid olie. In het recept stond: Proef regelmatig of het al goed is, maar eerlijk, na de eerste keer proeven kón ik niet meer verder proeven. Onze bouwmarkt-pepers blijken ongelooflijk heet. Er bestaat een schaal – die van Scoville dus– waarop aangegeven wordt hoe heet een bepaalde soort pepers is, het werd ook aangegeven op de zakjes waaruit ik een paar weken geleden zaaide: één ervan telde 4000 en de andere 6000. Maar op de bouwmarkt-peperplantjes staat dat niet, daarop staat alleen “peper”.

De sambal is goed gelukt, echt. maar ik ga het niet eten. Misschien vind ik een echte liefhebber om het aan kado te geven.

 

Honderd jaar (en een speciale aanbieding!)

De volkstuinvereniging waarvoor ik al een paar jaar het secretariaat en de financiën beheer, bestaat dit jaar honderd jaar. Honderd jaar. Moet je je voorstellen, bij de oprichting was de Eerste Wereldoorlog nog maar net voorbij.

Ter gelegenheid van dit jubileum mocht ik een boekje samenstellen, meer precies een zaaikalender.

De onderste helft is de zaaikalender zelf, één bladzijde per week. De adviezen “wat vandaag te doen” heb ik samengevoegd uit een paar verschillende bronnen (en wat eigen ervaring). Ik heb het bewust niet al te uitgebreid gemaakt, maar wel ruimte gelaten om zelf dingen toe te voegen: de kweekmethode van een gewas dat ik er niet in heb opgenomen, of een verjaardagskalender bijvoorbeeld.

De bovenste helft is het leukst. Er zijn prachtige foto’s, tekeningen, schilderijen, recepten, columns en gedichten, alles gemaakt door leden van de vereniging. En ook historische stukken, gevonden in het gemeentearchief. Dát was leuk! rondkijken in het archief van de vereniging, ledenlijsten en bankboekjes uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Met de hand geschreven of op een typemachine met doorslagjes op flinterdun papier. Alles van 1918 tot 1992 ligt veilig in de kluis. Ook vond ik veel leuks in de Zeeuwse krantenbank. (pas op met deze link, die kost je meteen úren!) Vanavond kreeg onze burgemeester H. Klitsie het eerste exemplaar uitgereikt in een feestelijke bijeenkomst. Ik ben er zo buitensporig trots op! Het was zo leuk om de redactie te doen, de pagina’s te vullen en steeds weer een nieuwe bijdrage te ontvangen uit soms erg onverwachte hoek. En het moment dat een bestelbusje voor komt rijden waar  dozen vol boekjes uit worden geladen maakt het wel héél erg echt. Maar…. nu moet ik er natuurlijk ook weer van af.

Alle leden van de volkstuinvereniging kregen er eentje kado, maar hij is voor iedereen te koop voor 15 euro bij boekhandel De Koperen Tuin hier in Goes, en ook bij mij te bestellen met een mailtje naar info@vbiv.nl