Monthly Archives: April 2017

Casual Yep met LiBoZa*

Een jeans shirt voor Echtgenoot Yep. De stof zocht hij zelf uit, in een van de stoffenwinkels in Montmartre, Parijs. Ik gebruikte het patroon voor de wat formelere overhemden die ik eerder voor hem maakte, maar ik veranderde een paar dingetjes.

Ik voegde een plooi toe, middenachter, voor wat meer bewegingsruimte. En ik maakte de mouwen en de kraag iets wijder.

Ook zette ik er drukkers op in plaats van knopen en knoopsgaten, en borstzakjes met een stikseltje. Achteraf gezien had ik de manchetten wat smaller én wijder kunnen maken en de borstzakjes zitten wat hoog. Ik had de plaats voor de bostzakjes gekopieerd van een RTW shirt, maar dat is zo’n sportief outdoor shirt, de borstzakken daarop zijn dubbel zo groot als deze. Tja. Ook is het lastig om te bepalen hoe stevig de tussenvoering van de kraag en de manchetten moet zijn. Ik heb drie kwaliteiten in huis, voor de formele overhemden gebruik ik de stijfste. Voor deze koos ik de middelste, maar achteraf denk ik dat het voor een shirt als dit nog wat soepeler had mogen zijn. Nu ja, deze dingetjes neem ik mee voor de volgende keer en ondertussen is dit toch wel een erg fijn kledingstuk (zeker met de Echtgenoot er in).

Ik heb voor de grap eens getimed, het kostte me tien uur om te maken. Ik heb me heerlijk uitgesloofd met de platte naden en de stikseltjes… en natuurlijk borduurde ik zijn initialen op de binnenkant van de schouderpas.

*Toen ik hem zei dat ik er borstzakjes op ging maken zei hij: Leuk, een liboza!  Dat moest even uitgelegd worden. LInker BOrst ZAk in dit geval blijkt, tezamen met heel wat andere afkortingen, gangbare taal te zijn in het leger. 

Een plekje in de zon

De tomaten en paprika’s die ik zaaide zijn bijna allemaal opgekomen. Afgelopen week zijn ze allemaal verspeend, ieder in hun eigen potje geplaatst. De vensterbank staat gezellig vol zo.

Ik had drie verschillende paprikazaden: Uit een verse supermarktpaprika, zelfgedroogde uit een supermarktpaprika en een zogenaamde F1 hybride soort, uit een zakje.  Het leek er even op dat de verse zaadjes het hardste gingen, maar toen bleek dat verschil vooral te komen door de plaats op de vensterbank. De plantjes die het dichtst bij het glas stonden kregen regelmatig een stevige dosis zon te verduren, de grond werd daar ook sneller droog. Alle tomaten en paprika’s die vooraan (tegen het glas) stonden bleven kleiner dan hun achterburen. Nu ik de potjes regelmatig verwissel is dat verschil niet meer te zien: Voorlopig is de stand gelijk.

Veertig

De laatste twintig weken stuurde ik elke week een kadootje voor het kleinkind naar Zoon en Schoondochter. Ongeveer de helft zelf gemaakte dingen, maar ook een pak billendoekjes, wat chocolaatjes en een slinger met de tekst “het is een meisje”. De laatste drie weken liep ik door algemene drukte wat achter, dus kadootje 38, 39 en 40 gingen gisteren samen op de post.

Nummer veertig is een zelfgebreid dekentje van heerlijk zachte wol. Dun maar wel warm en goed bruikbaar in de kinderwagen. Een dezer dagen moet de kleine zich melden, dus zit ik -nogal ongewoon voor mijn doen- nooit verder dan 30 centimeter van mijn telefoon.

S-town

Ik kijk niet zoveel televisie, ik vind het óf ontregelend of saai. Een enkele detectiveserie, soms een kookprogramma, dan heb je het wel gehad. Ik luister wel graag naar podcasts. Ik ben een trouwe Wittertainee zoals de luisteraars naar het BBC 5live filmprogramma zich noemen. Dat geeft me het gevoel dat ik op de hoogte blijf zonder films te zien, nu ons Goese filmhuis meer dan een jaar gesloten is geweest. Ik genoot van The Message, een sciencefiction hoorspel van acht afleveringen, en ik luister al jaren graag naar de podcastversie van het radioprogramma This American Life.

Maar vooral de serie-podcasts vind ik fijn, ik genoot van Serial. Het is documentaire, onderzoeksjournalistiek, maar zo gemonteerd dat het bijna een hoorspel is. Het is geen fictie dus is er geen voorspelbaar verloop in het verhaal, het “echte” leven is zelden voorspelbaar. Er is dus ook geen schurk, geen slachtoffer en geen held maar de personages zijn echte mensen met -soms- rare trekjes. De dader wordt lang niet altijd gepakt, de gelieven krijgen elkaar niet. Of misschien krijgen ze elkaar maar of ze inderdaad lang en gelukkig leven is nog maar de vraag… De nieuwste loot aan deze stam is S-town. Hoofdpersoon is John B. McLemore, een klokkenmaker -of eigenlijk een restaurateur van antieke klokken- die wel meer dan een paar rare trekjes heeft. Hoewel, daar doe ik hem geen recht mee… hij is een echt mens met mooie en minder mooie karaktertrekken, geen romanpersonage. Hij mailde een van de medewerkers van This American Life over een moord die gepleegd zou zijn in zijn woonplaats, waarvan de dader nooit gestraft is, er zelfs over pocht. De journalist gaat naar S-town (shit town… tja) om het uit te zoeken. Waarna het verhaal allerlei onverwachte wendingen krijgt. Ik kan er niet veel over zeggen zonder de pret te bederven voor nieuwe luisteraars, maar áls je geen moeite hebt met zeven afleveringen Engelstalige documentaire, luister het. De serie is in de eerste week 16 miljoen keer gedownload, een ontzagwekkend aantal.  Ik luisterde alle zeven afleveringen en daarna luisterde ik ze nog een keer.

Kelly en ik

Ik maakte een jas.

Een anorak. Of meer precies, een parka. Want een anorak is waterdicht en heeft geen voorsluiting, die moet over het hoofd worden aangetrokken.

Deze jas is niet waterdicht. Ik gebruikte een donkerpaarse gabardine die ik in Parijs kocht en de voering is een Vlisco wax print. Ik kan hem natuurlijk nog bij de stomerij laten behandelen om hem wat meer waterafstotend te maken, maar een regenjas is het niet, dat kan het ook niet worden.

Het patroon is de Kelly Anorak van Closetcase Patterns. Ik kocht de rits, drukknopen en koordstoppers ook bij haar. Een beetje omslachtig misschien, een stapeltje fournituren uit Canada postorderen… maar de verzendkosten vielen mee, en zo had ik een samenhangend setje. (het patroon zelf kocht ik als download)

Het plaatsen van deze drukkers is wel een angstige aangelegenheid. Er moet een gaatje in de stof worden gemaakt om de drukker aan te brengen. Met een priem, maar in deze stof werkt dat niet best, de opzij geduwde draden in het weefsel trekken centimeters lange sporen. Dus moest ik met een scherp mesje een heel klein kruisje er in snijden…. yikes. Maar het is bijzonder goed gelukt.

Zoals bij alle gekochte patronen heb ik de schouder aan de achterkant iets verhoogd en ik heb de mouwen niet gevoerd, want die zijn niet érg ruim. Dat zag ik wat te laat, want het zou niet zo’n kunst zijn geweest om dat aan te passen… Hoe dan ook, dat is  alles dat ik er op aan kan merken. Wat een fijne jas.

 

Quick fix

Grote projecten zijn fijn. Het plannen, het stapje voor stapje verder werken, en uiteindelijk de diepe voldoening als het klaar is. Op het moment heb ik drie grote projecten op stapel maar de diepe voldoening zal voor alledrie nog wel even op zich laten wachten. Een van de breiwerken heeft elf steekmarkeerders nodig, en natuurlijk heb ik er honderd, maar geen elf dezelfde, of bij elkaar passende. En je begrijpt, verschillend gevormde steekmarkeerders aan één breiwerk, dat kan niet. Dus maakte ik gisteren een handvol nieuwe, van groen metaaldraad en  kralen die overbleven van een ketting die ik ooit eens reeg.

Toch voldoening.

Iemand moet het betalen

Ik kocht een T shirtje. Het streven om al mijn kleren zelf te maken is namelijk wel een beetje in strijd met een fulltime baan en een volkstuin.

Dit T shirt kocht ik bij Vogele. De keten wankelt kennelijk op het randje van een faillissement maar maakt een doorstart. Ik snap dat mechanisme niet helemaal, ik heb nooit opgelet bij de economielessen vroeger op school. De winkel is (nog) niet gesloten en houdt een soort van uitverkoop. Op de ruiten zitten grote posters met hoge kortingspercentages en de verzekering dat er “elke week nieuwe aanvoer” is. Dit shirtje kostte oorspronkelijk een klein tientje, maar is afgeprijsd naar minder dan €3,00. Daaroverheen kwam dat kortingspercentage, zodat ik 90 cent betaalde voor dit Tshirt.

Dat kan dus niet. Er is voor dit kledingstuk katoen gekweekt, geplukt, gereinigd, gekaard en gesponnen, samen met een draadje lycra (dat ergens uit de olie-industrie komt) gebreid tot tricot. Het resultaat is eerst gebleekt, toen geverfd, daarna gesneden en tot een shirtje genaaid (zelfs mét ophanglusjes en glimmend zilveren bedrijfslogo er in). Waarschijnlijk zat tussen deze stappen nog een paar duizend kilometer internationaal vervoer, er hebben tientallen mensen werk aan gehad. Dat kan niet voor 90 cent. Misschien, als ze snel kan naaien, is het arbeidsloon van alléén de naaister* ermee betaald. Of alleen dat draadje lycra. Zelfs de oorspronkelijke prijs van €9,95 is érg weinig. Hoe dan ook… het klopt niet en erger: Waarschijnlijk gaat het met duurdere kleren niet anders. Daarop wordt door een paar deelnemers aan de keten winst gemaakt, maar ik vrees dat dat geen beloning voor de harde fysieke arbeid van de productie is. Ik weet niet waar ik een Tshirt kan kopen dat wel klopt en nog minder wat het dan zou kosten.

*Vreemd dat ik er van uit ga dat het een vrouw is.

Het is nog geen mei

Het was een stralende warme dag vandaag op de volkstuin. De fruitbomen bloeien, de bijen en hommels werken zich uit de naad. We verwijderden het hoge gras tussen de frambozen en bessenstruiken, zodat de grasmaaier daar straks weer langs kan. Ook maakten we een “rug” voor de asperges. Toen we even zaten uit te blazen (op een dekentje onder de pruimenboom) zagen we een winterkoninkje in en uit ons schuurtje vliegen. Hij bleef steeds even op de drempel zitten.

Echtgenoot Yep fotografeerde hem. En daarna keken we eens goed rond in het huisje, wat hij daar nu toch steeds aan het doen was. Hij zit er vaker, er liggen vaak kleine vogelpoepjes op de vloer en de werkbank. ‘s Winters is het een prettig beschutte plek denk ik, hij kan onder de dakrand door makkelijk in en uit vliegen.

Van ons beiden hangt er een fleecejas in het huisje, voor als de avonden koud zijn. In de jas van Echtgenoot Yep, achter de zak, zit een kunstig gevlochten nestje. Inderdaad een super veilige plek om je kinderen groot te brengen! Binnen in een huisje, verstopt in een warme jas. Ik hoop dat onze regelmatige aanwezigheid de aanstaande ouders niet teveel schrik aan zal jagen. Hoewel, winterkoninkjes  (de mannen) maken meerdere nesten, waarna het winterkoninginnetje kiezen mag. Misschien is ons schuurtje als koninklijk paleis niet zo geschikt… we zullen zien.

De post! de post!

In de komende weken heb ik aardig wat reistijd voor de boeg. Tijd waarin ik, zittend in treinen, auto’s en vliegtuigen een heel stuk kan breien. Nu heb ik mijn veeleisende Katherine Howard vest op de pennen, een prachtig project. Maar het vereist toewijding en concentratie en er hangen tientallen bolletjes garen aan. Het is, kortom, niet geschikt voor onderweg. Fijn excuus om iets nieuws te beginnen, vond ik!

Gisteren bezorgde de post een streng Wollmeise Lace, waarvan ik een vest wil gaan maken. Pas nadat ik dit uitgekozen had zag ik de naam die Wollmeise in haar peilloze wijsheid aan deze auberginepaars gaf.

Symmetrium Maximum

Ik breide een paar exact gelijke sokken. Dit garen –Regia Pairfect–  zorgt daarvoor. Het dicteert op welk punt in de bol garen je de opzet begint, hoe breed de boord is en waar de hiel zit. Ze zijn leuk! Aansprekende kleurtjes.

Maar er zit ook wel een klein haakje aan.  Ik probeer elk paar sokken als ééneiïge tweeling te breien, daar doe ik mijn best voor.  Maar dit is me te makkelijk… het KAN niet anders dan precies dezelfde sokken opleveren.

En ik ben ook al niet zo gelukkig met de hiel.