We houden het maar op zuurkool

Op het moment is de Koreaanse keuken erg populair. Ik heb nog nooit Koreaans gegeten, maar alle lofzangen op Kimchi maakten me wel nieuwsgierig. Maar als je niet precies weet hoe iets zou moeten smaken is het lastig om het te maken. Een zakje kruiden uit de toko bracht uitkomst. In vijf talen stonden de instructies op de verpakking, om te beginnen de ingrediënten. Een hele Chinese kool (ik had alleen een witte kool, maar ach, kniesoor dacht ik) twee of drie Chinese raapjes (had ik niet, maar daar zou ik wel buiten kunnen) en winterwortel. Dat had ik wel. Ik sneed mijn ingrediënten volgens voorschrift, deed ze in een schaal en mengde de kruidenmix erdoor. Het rook nogal doordringend. Echtgenoot Yep kwam verontrust van boven, hij vreesde dat ik een gaskraan open had gelaten.

Het moest een dag of wat fermenteren en dan zou het lekker zijn. Ik zette het zaakje eerst in de magnetron met het idee dat we het daar niet zouden ruiken, maar de lucht kroop langs de deurrubbers de keuken in. Ik zette het in de schuur, waar ik het alleen rook als ik mijn fiets pakte. Het ging me steeds meer tegenstaan, ik overwoog mijn fiets maar buiten te laten. Na drie dagen nam ik dapper een hap ervan. Daarna verklaarde ik het experiment grondig mislukt. Het verdween in de groenbak, het was werkelijk reddeloos oneetbaar vies. Nu weet ik nog steeds niet hoe Kimchi smaakt en waarom iedereen het zo lekker vindt, en ook niet wat er mis was met mijn poging… had ik tóch op zoek moeten gaan naar die raapjes? Maar voorlopig is mijn nieuwsgierigheid wel weg.

Bonen voor de wetenschap

Een half jaar geleden schreef ik enthousiast over het hervonden Wieringer boontje. Een prachtig verhaal met een happy end. Enkele maanden geleden hoorde ik van een soortgelijk initiatief met betrekking tot bonen: pulsesincrease. Behoorlijk wat groter dan het her-introduceren van een bijna vergeten boontje maar minstens zo sympathiek: een Europees experiment om met het kweken van bonen de biodiversiteit te vergroten, het voedselaanbod te verbeteren en de mensen zelf te betrekken bij dit proces. Het idee is dat deelnemers aan het experiment allen een aantal boontjes toegestuurd krijgen van zes verschillende soorten. Deze moeten gezaaid worden en opgekweekt volgens een nauwgezette instructie. Op diverse cruciale momenten in het leven van de bonenplanten moeten er foto’s worden gemaakt en ge-upload. Nadat de oogst gefotografeerd en gewogen is mag de deelnemer ze zelf opeten maar ook een deel van de oogst weer als zaden gebruiken en bij voorkeur ook doorgeven aan andere liefhebbers. Er is een sympathieke app om de bonenkweker te begeleiden bij het wetenschappelijke deel, uiteindelijk zullen er ook recepten worden verzameld en gepubliceerd. Duizenden mensen in heel Europa doen mee.

Bonen zijn gezond, een goede bron van proteïnen, als we minder vlees eten een prima alternatief. Daarbij vind ik ze erg leuk om te kweken Dus meldde ik me aan (en echtgenoot Yep en schoondochter J. ook). Vandaag arriveerde er een grote envelop met zes envelopjes waarin steeds een stuk of tien boontjes. Ik heb ze allemaal gefotografeerd op de bijgeleverde kaart die bij elk fotomoment de achtergrond moet zijn. Zondag ga ik ze zaaien, ik ben benieuwd! Ik vind het wel een beetje jammer dat al mijn boontjes namen hebben als INCBN004126, en geen romantisch verhaal over stoere zeelui of volhardende boeren.

Soepgroente

Er waren nog winterwortels. Meer dan we met ons tweetjes op kunnen. En van de tuin kwam een bos wat sneue prei, niet erg presentabel maar te mooi om weg te gooien. Daarmee ben je al op de helft voor soepgroente! Dus een bloemkooltje en een bosje kervel van de groenteman, nog wat selderij uit de kruidentuin. Eerst wassen, dan hakken, dan mengen. En dan invriezen.

Een kilo of anderhalf, goed voor minstens vier keer soep. Om het met onze huisfilosoof Loesje te zeggen: Het lijkt simpel, en dat is het ook.

Wieringer boontjes

Op zoek naar iets “nieuws” om in de tuin te verbouwen kom ik soms echt bijzondere dingen tegen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat heilige boontjes échte boontjes zijn. En dat boerentenen ook eetbaar zijn. En dat pronkbonen inderdaad de goede naam hebben. Dat alles was bijvangst, want met het verhaal van de Wieringer boontjes zou je een historische roman kunnen vullen. Oorspronkelijk was Wieringen -toen nog een eiland- de eerste aanlegplaats en overslaghaven voor de schepen van en naar de Oost, en gedroogde bonen waren natuurlijk makkelijk mee te nemen als voedsel voor de lange reis. De Wieringer boeren waren ook niet dom, die gingen allemaal bonen telen.

Toen de scheepvaart moderniseerde en Wieringen werd ingepolderd hield het kweken van de boontjes op. Ook doordat bonen steeds meer in blik verkocht werden en de grootgrutters belangstelling hadden voor precies vier soorten verdwenen De Wieringer boontjes helemaal. Onder andere samen met de Heilige Boontjes, en naaste familie de Soldatenbonen, (hm, heilige boontjes en soldatenbonen zijn tweelingen, dat is wel veelzeggend…) en de Pronkbonen en de boerentenen, maar daarover gaat het nu niet. Het zijden draadje waaraan het ras hing bleek in handen van Nederlanders die naar Amerika waren geëmigreerd: ze hadden het meegenomen als zaaigoed. En gelukkig zijn er mensen als Ruurd Walrecht, die een paar handenvol ervan wist te bemachtigen en die samen met de Volkskrant verspreidde onder enkele tientallen tuinders.

En kijk nou es! Weer gewoon verkrijgbaar. Wat een mooi boontje.

Ik ga ze volgend jaar ook in mijn tuin zaaien.

Luxeprobleem

De overvloed die van de volkstuin mee naar huis komt (zelfs in wat mindere jaren zoals 2021) brengt zijn eigen problemen mee. Luxe problemen natuurlijk… maar het opslaan en houdbaar maken is vaak een hele klus. Sommige dingen -aardappels bijvoorbeeld- kunnen gewoon droog en schoon in jute zakken worden bewaard. Dat lijkt een eenvoudige zaak, maar ze moeten allemaal goed bekeken worden. Exemplaren met een vlekje of een deukje gaan in de éérst-opeten-doos , want als er eentje gaat rotten kun je ze allemaal wegdoen. Voor uien geldt hetzelfde, met het verschil dat die in kistjes liggen. Sommige dingen moeten geblancheerd en ingevroren, andere ingekuild of opgehangen. Er wordt gedroogd en verpakt, ontpit, gefermenteerd, of ingemaakt. Het is een heel industrietje en het zijn over het algemeen gewoon saaie werkjes.

Pompoenen zijn goed houdbaar. Zolang er geen nachtvorst is liggen ze op het tuinbankje, ze zijn nog decoratief ook. Maar hoe langer ze daar liggen hoe minder de kwaliteit wordt… als er niet minstens een deel van verwerkt wordt krijgen we ze niet op tijd opgegeten. En ze zijn gróót! Er komen wel drie of vier maaltijden uit één pompoen. Echtgenoot Yep hakte een exemplaar van zes kilo doormidden. Ik haalde de zaden er uit en sneed hem in schijven van een centimeter of twee dik, legde die op bakplaten en liet ze gaar worden in de oven. Daarna haalde ik de schil er af en draaide er een puree van in de blender. De puree werd verpakt en ingevroren: minstens vier keer pompoensoep of -taart. Ik bakte een yoghurt-pompoencake van een deel ervan, maar die is -heel gek- zomaar verdwenen. Niet veel leuks om te laten zien op het blog.

Wat ik vandaag maakte: Hazelnoten open.

Ze rollen weer bij elke windvlaag in de tuin: Verse hazelnoten. Ik verzamel ze en leg ze te drogen, ze zijn erg lekker. Maar het kraken is een klus: noot in de notenkraker, knijp, nee, lukt niet, noot een kwartslag draaien, nog een kneep, noot doormidden, pulken om helften uit schaal te krijgen… Voor tien nootjes bij de borrel prima, maar we hebben er honderden. Bij het rapen van de oogst van 2021 bedacht ik dat bijna alle noten van 2020 nog op zolder stonden.

Kort geleden heb ik de laatste van de sociale media (Instagram) verlaten omdat ik niet gedisciplineerd genoeg ben om er minder tijd aan te besteden. Ik kon uren naar mijn telefoon zitten staren naar filmpjes van dartele alpaca’s, make up tutorials, heel stoere sportroutines en het versieren van bruidstaarten. Allemaal best grappig maar geen dingen die in mijn dagelijks leven toepassing vinden. Natuurlijk zag ik ook de foto’s die mijn familie en vrienden plaatsen, die wil ik eigenlijk niet missen. Maar het lukte niet om mezelf uit de Instagram draaikolk te houden zonder drastische maatregelen dus nam ik drastische maatregelen. Mijn familie en vrienden snappen dat wel, hoop ik.

Eén ding wat ik op zo’n Instagramfilmpje zag heb ik wél toegepast: Hazelnoten kraken.

Men neme een ringsleutel maat 22, een hamer en een stevige plank. De plank leg je op het aanrecht, daaronder open je de keukenla en zet er een platte schaal in. Hazelnoten op de plank, leg de ring van de sleutel om een noot heen, geef er een klap op met de hamer, schuif de ring naar de rand van de plank tot de noot in de schaal valt, herhalen. In een razend tempo mepte ik drie kilo hazelnoten stuk. Daarna zocht ik, gezeten op de bank, de noten tussen de scherven uit. Een aflevering van Midsomer Murders later kregen de kippen een emmer lege notedoppen om mee te spelen en eventueel nog restjes noot uit te zoeken.

En ik heb een grote zak vol noten voor in de muesli. Dat schoot lekker op! Maar de tijd die ik hiermee bespaarde was nog lange niet zoveel als de alpaca’s/make up/sportroutines/bruidstaarten me kostten.

Wat ik vandaag maakte: Mijn fietstassen vol

Er zijn dagen dat je eigenlijk de auto zou willen nemen naar de volkstuin*

Vandaag was zo’n dag. Ik fietste wankelend naar huis met twee witte kolen, twee rode, tomaten, moesappels, pepers, spekbonen en dahlia’s. De pompoen lag al thuis, ik vind hem zo mooi dat hij ook op de foto mocht.

*dat is natuurlijk niet echt zo. Zeker niet als het zulk lekker weer is, en er is zo’n mooie zonsondergang, en alle andere fietsers kijken jaloers naar je mooie bos dahlia’s…

Restverwerking

Herstellende van een griep (nee, niks aan de hand, een gewoon buikgriepje) ruimde ik eens wat kasten in de keuken op. En de vriezer. Want als alles gaat zoals we hopen hebben we over enkele maanden weer nieuwe oogst te verwerken.

Ik vond wat soepgroenten, een restje shakshuka en drie kleine stukjes vis, verschillende soorten. Er was nog een maaltje tuinbonen en in de koelkast lagen vijf kleine preitjes, want het veldje waar ze stonden heeft Yep vorige week opgeruimd. Dus gisteren vierden we het feit dat ik weer gewoon eten kan met vissoep en croutons met tuinbonen-puree, naar recept van Ottolengi. Heerlijk was het! De volgende keer maak ik de croutons ook zelf, gisteren waren de kippen al aan het oude brood begonnen voor ik dat bedacht.

En omdat ik toch lekker bezig was -en alle ingrediënten in huis had- maakte ik ook koekjes snoepjes, ik gebruikte dit recept

Een goed idee

Diana van de Mooie Moestuin postte over “suppengewürz”. Ik had het eens als een soort van bouillonpoeder gezien op een beurs, bij een stand die ook appelchips verkocht, en gedroogde kruiden en fruit van allerlei soort. Wat een goed idee, dacht ik toen. Maar wel bewerkelijk, alle kruiden en groenten drogen, fijnmalen tot poeder en daar dan een uitgebalanceerd mengsel van maken. Maar Diana maalt gewoon verse ingrediënten tot een pasta, voegt genoeg zout toe dat het geconserveerd is (14%) en stopt het in een potje. Dat is een nóg beter idee, dan kun je gaandeweg het proces proeven en er nog het een of ander aan wijzigen.

Ik had worteltjes, selderij, peterselie, kervel, sjalotten en venkelblad. En een paar teentjes zwarte knoflook en de geraspte schil van een citroen. Ik draaide het tot pasta en het smaakte fris en kruidig. Daarna mengde ik het zout erdoor en verpakte de zaak. Bij de eerstvolgende gelegenheid als ik bij het koken normaliter een bouillonblokje gepakt zou hebben ga ik een lepeltje suppengewürz toevoegen. Weer iets dat zelf gemaakt kan worden.

In de soep

Van de volkstuin komen nogal wat winterwortelen. Je kunt ze goed bewaren, maar een deel ervan verwerkte ik meteen

Ik sneed ze in stukjes, ik deed hetzelfde met een gekochte bloemkool en wat prei. Een bosje selderij, peterselie en geheim ingrediënt kervel hakte ik met de keukenmachine fijn. Ik mengde de heleboel in een grote kom en vulde zes zakjes met heerlijk kruidig geurende soepgroente. Lekker voor de winter!