Category Archives: Tuin

Cherrypicking

De kersen zijn rijp. Inmiddels hebben we twéé volwassen bomen die we met een net tegen vraatzuchtige vogels beschermen (want we zijn zelf ook best vraatzuchtig, als het op kersen aankomt). Ook hebben we een paar middelen om de schade van de kersenvlieg wat te beperken. Dat is vooral voor de mannelijke kersenvlieg geen leuke methode. Hij verwacht op een bereidwillig en prettig geparfumeerd kersenvliegmeisje af te vliegen maar eindigt, zonder voor nageslacht te zorgen, in onze feromonenval.

Dus plukten we kersen. Emmers vol. Wat een weelde. Twee weken lang waren er kersen bij het ontbijt en als nagerecht en als tussendoortje. De buren, K:)dootje en haar meneer, collega’s en kleindochter K. hielpen ook mee eten. En toen waren er nog heel veel. Ik maakte kersen in op lichte siroop en ook een pot met Cointreau, (ik ben benieuwd) en ik maakte kersenlimonade van de rest van de siroop. Ik maakte kersenjam en ook kersen-bessenjam, want de aalbessen waren ook rijp.

Ik ontpitte en halveerde er een heleboel en droogde ze in de voedseldroger. Misschien zien ze er wat onooglijk uit, maar de smaak is geweldig. Ze kunnen in plaats van rozijnen door de muesli, misschien probeer ik binnenkort eens een kersenbrood ermee te bakken.

We aten clafoutis. Een Frans nagerecht, maar de volgende dag ook erg geschikt als ontbijt.

Toen waren er nog steeds twee volle emmers en kreeg ik tijdgebrek. Die laatste emmers heb ik alleen gewassen, ontpit en los van elkaar bevroren. Daarna zijn ze in zakken in de vriezer opgeborgen. Ik denk dat we er nog erg veel plezier van gaan hebben! En ik heb goede hoop dat mijn handen vóór de kerst weer schoon zullen zijn.

When life gives you elderflowers

Hij bloeit, de vlier. We hebben er een aantal in de omgeving, het ruikt heerlijk als je er in de vroege avond langs fietst. Ik plukte er een stuk of wat bloemschermen van. Natuurlijk plukte ik niet één boom kaal, maar twee bloemen van elke boom. Echtgenoot Yep had ergens een (door Google Translate vertaald) recept gevonden voor vlierbloesemlimonade, waarin je gemaand werd de bloemen zonder hun benen te gebruiken, en goed te kauwen voor je het mengsel zeeft. Ik heb dat maar niet gedaan, ik gebruikte deze van River Cottage.

Ik liet het een dag trekken met sinaasappel en citroen, en ik zeefde het twee keer door een doek.

Eerder maakte ik ook rabarber-gember cordial, (niet op de foto) naar een recept van Diana. Dat is óók heerlijk, de frisdrank voor de komende zomer is geregeld.

In onze eigen tuin plantten we een paar maanden geleden een paarse vlier. Die is nog erg klein, maar hij bloeit al wel.

Erg mooi! Misschien maakt dat roze limonade… maar nu pluk ik er nog niet van.

Hoe het gaat

Op mijn werk wordt de bak met “dingen om te doen na Corona” langzaam steeds voller.

We hebben hem maar voorzien van een passende afbeelding. Dingen om te doen vóórdat het zo ver is zijn er steeds minder, maar er zijn nog wel genoeg mensen die onze hulp nodig hebben. Genoeg in ieder geval om de winkel open te houden en te wennen aan de handschoenen-mondkapje-bril routine en daarna alles, alles schoonpoetsen.

We hebben de tuin natuurlijk…

We vierden Pasen met een thuismenu van restaurant Katseveer. Dat was super!

Mijn werkgever kwam een bos bloemen en een cadeautje brengen omdat ik twaalfeneenhalf jaar in dienst was. Ik was dat zelf helemaal vergeten! We hadden koffie met gebak op ruime afstand van elkaar. Het is allemaal prima te doen, en toch wat ongezellig en saai. Videobellen is leuk maar niet hetzelfde als samen aan tafel zitten, online plaatjes kijken lijkt niet op wat je in een museum meemaakt. Maar we hebben het goed, niets te mopperen.

En we hebben gelukkig de tuin.

Waar we nu ook ‘s avonds nog vaak zijn.

Niets doen

De maatregelen om het verspreiden van het Covid-19 virus te beperken zijn nodig, maar behoorlijk ingrijpend. Echtgenoot Yep voert zijn werkzaamheden thuis uit. Ik ga nog wel dagelijks naar de winkel, maar er zijn nauwelijks klanten, alle afspraken die niet urgent zijn worden afgebeld. En vanzelfsprekend is de agenda voor alle avonden leeg. Geen sportschool, geen vergaderingen, geen cursus, geen uitstapjes en etentjes met vrienden.

Gelukkig kunnen we nog wel naar de volkstuin. Die krijgt heel wat meer aandacht dan gemiddeld nu.

Je zou denken dat iemand met mijn stapel liefhebberijen wel goed uit de voeten kan met min of meer gedwongen thuis blijven. Naaien, film kijken, breien, lekker koken en bakken, misschien eens wat borduren, rommelen met kraaltjes … ik heb kasten vol materiaal en zeur regelmatig dat ik nooit eens lekker de tijd heb om daar wat mee te doen. Maar nu héb ik tijd en komt er niets uit mijn handen. Behalve dan die prima onderhouden tuin is de focus helemaal kwijt. Een bijna voltooid overhemd hangt al drie weken op zijn laatste twee knoopsgaten te wachten. Ik dacht dat mijn grote breiproject wel een heel stuk verder zou komen in die zee van tijd, tijdens het -eindelijk- kijken naar alle films die ik de afgelopen 3 jaar opnam van televisie. Maar de afgelopen week breide ik twee pennen tijdens de kijk van Koolhoven, meer film werd het niet. Ik begon aan een toilettasje, maar vond het resultaat na drie naadjes al helemaal niets en propte het achter in de kast. Ik heb er gewoon geen rust voor. Misschien is het beter als ik het maar eens loslaat allemaal… ik móet tenslotte niets.

Wat nog net lukt is vierkantjes breien. Al mijn bolletjes sokkenwol-restjes zitten in een grote vaas op mijn bureau, een vierkantje breien duurt een half uurtje. Dat doe ik zo’n beetje elke dag. Er lagen er al heel wat, inmiddels zijn het er meer dan vijftig.

Een schone zaak

Al een hele tijd geleden ontdekte ik de mogelijkheid om in je eigen tuintje ook eetbare paddenstoelen te kweken. Wat je daarvoor nodig hebt was wat lastig te verkrijgen: Een stammetje, omgeveer 15 cm in doorsnee, níet van fruit of naald, liefst nogal recent gezaagd van een gezonde boom. Ik dacht, dat kan niet moeilijk zijn, er zijn in de provincie heel wat bomen gekapt. Maar in de praktijk bleek het toch lastig om iets te vinden, ik claimde dan ook onmiddellijk de stam van de kastanje die Echtgenoot Yep enkele weken geleden uit de volkstuin verwijderde.

We bestelden “deuvelbroed” (prachtig woord he? Het lijkt wel een scheldwoord uit een middeleeuws theaterstuk!). Dat zijn dus inderdaad deuveltjes met sporen van de gewenste paddenstoelen. We bestelden er een stammetje bij, dat bleek dus óók te kunnen… ik was niet eens op dat idee gekomen. Dus toen hadden we kastanje en eik. Een vriendelijke klant, die ik op mijn werk had verteld over dit plan, sleepte een stevig blok esdoornhout uit zijn eigen tuin aan. Zodoende konden we drie verschillende soorten paddenstoelen kiezen. We bestelden shii take, oesterzwam en pruikzwam. Gisteravond boorde Echtgenoot Yep gaten in het eikenstammetje waar de shii take-deuveltjes in gestopt werden. Groeien maar daarbinnen!

De gaatjes werden gesloten met kaarsenwas om andere organismes buiten te houden. De stammetjes moeten vervolgens rustig een tijd (een héél lange tijd) in de tuin liggen, in het wilgenbosje want paddenstoelen willen niet te zonnig en niet te droog. Als alles volgens plan gaat kunnen we in 2021 een paar en in 2022 een hoop paddenstoelen oogsten. Het is redelijk zorgvrije teelt, maar ook wel een zaak van veel geduld.

Nog lang geen Mei

De hele winter komt er elke week minstens één van ons op de tuin, maar er is elk jaar een duidelijk moment dat we “het jaar geopend” verklaren. Zo’n dag dat de zon schijnt, we er allebei zijn en allebei de tijd vergeten tot we honger hebben of het tóch best koud krijgen. Voor 2020 was die dag gisteren. Ik knipte en zaagde en harkte, Yep spitte en zaaide.

Hij werd gezelschap gehouden door “ons” roodborstje, dat tussendoor ook nog poseerde voor dit fraaie portret. Er is er altijd maar eentje, ze zijn kennelijk nogal territoriaal. Als je in de tuin aan het werk bent blijft hij dichtbij en houdt goed in de gaten wat je doet, want in vers omgespitte aarde vindt hij van allerlei lekkers.

Thuis bleek toch minstens één van de kippen het ook weer begrepen te hebben: Het eerste ei van 2020.

Ondertussen, op de tuin

Mensen denken vaak dat in de winter niets te doen is op een volkstuin. Dat is natuurlijk niet waar… maar ik zelf probeer dat ook wel eens een maandje te denken. Je wordt voor je afwezigheid ‘s winters in ieder geval niet gestraft met hoogwoekerend onkruid. Maar wel met steeds meer achterstallige klussen, de kas moet schoongemaakt (er zit nog steeds witkalk op, om te zorgen dat de zomerzon de zaak niet te heet maakt binnen) en er ligt een stapel takken om klein te knippen en zagen. Echtgenoot Yep heeft zich namelijk wél ingespannen, hij heeft een heleboel mest gehaald en een hoek ontgonnen waar we nog niet eerder aan toe waren gekomen.

Op deze foto links voor. Er stond, in een kleine omheining van kippengaas (vermoedelijke met de bedoeling van een compostbak?) een braam, een kamperfoelie, een grote hoeveelheid riet en een jonge kastanjeboom die daar volgens ons min of meer per ongeluk beland is. We vinden ook regelmatig eiken in alle stadia van net ontkiemde eikel tot al een metertje boom. Grappig, want er is geen eik in de buurt, die worden waarschijnlijk door vogels aangedragen. Maar de kastanje was al een fors exemplaar.

Rechtsboven zie je de onderkant van de stam met wortels. Er lagen ondergronds ook heel wat bakstenen en zwerfkeien en een plaat asbest. Die laatste is volgens de officiële regels met vergunning afgevoerd. Daarna heeft Yep de kamperfoelie vantussen het gaas gepeuterd en herplant en de braam verwijderd. Geen kinderachtige klus!

De venkelplanten van vorig jaar lopen nu al uit. Ik twijfel of ze moeten blijven staan, of ze vernieuwd moeten worden of dat ik ze verplant naar een plaats waar ze me minder in de weg staan.

En we hebben het gaas te vroeg van het koolveld gehaald, de boerenkool is helemaal opgegeten. Enkele tuinen verder naar het midden van het complex staan tientallen bloemkolen waar geen hapje uit is, dus ik dacht dat het wel mee zou vallen. Niet dus. Omdat we helemaal aan de rand van het complex tuinieren zijn we, zo blijkt, vaker dan de collega-tuinders de sjaak. Maar goed, we krijgen er ook weer wat voor terug. Maar dat verdient een post van zichzelf.

Gember van het huis

Begin april had ik een stuk gember dat in de keukenkast begon uit te lopen. Ik plantte het in voedzame potgrond en zorgde dat het op de vensterbank genoeg zon en water kreeg en na een week of drie was het een heuse plant.

In juni verplantte ik het inmiddels uit vijf sprieten bestaande geheel in een grotere pot. Het lustte best veel water, en groeide als de spreekwoordelijke kool, het werd bijna manshoog. Een week of twee geleden begonnen de bladen te verdorren en gisteren heb ik het uit de grond gehaald. Heel niet slecht!

Bovenaan ligt de “moeder” die misschien ook nog wel eetbaar is. Onderaan de nieuw gegroeide gemberwortel, met een lombok peper ernaast voor de schaal. Gisteravond is er al een stukje in het eten verwerkt. Heerlijk!

In de soep

Van de volkstuin komen nogal wat winterwortelen. Je kunt ze goed bewaren, maar een deel ervan verwerkte ik meteen

Ik sneed ze in stukjes, ik deed hetzelfde met een gekochte bloemkool en wat prei. Een bosje selderij, peterselie en geheim ingrediënt kervel hakte ik met de keukenmachine fijn. Ik mengde de heleboel in een grote kom en vulde zes zakjes met heerlijk kruidig geurende soepgroente. Lekker voor de winter!

Appelsap

De appeloogst was niet zo enorm als vorig jaar. Dat is niet omdat onze nachtelijke bezoeker appels eet, die lijkt hij niet te lusten. Een paar bomen zijn vorig jaar iets te rigoureus gesnoeid, een paar andere hebben een zogenaamd beurtjaar. Maar de ene Elstar en de James Grieve leverden toch nog een prettige hoeveelheid. Ze zijn deels in de appelmoes en appeltaart gegaan, de mooie exemplaren “zo” gegeten.

De misvormde, aangetaste en te kleine exemplaren verdwijnen in de sappers.

Een herfstgenoegen, bij het ontbijt een vergeperst appelsapje. Dat in enkele minuten van bleekgroen naar bruin verkleurt, maar niet minder smaakt.