Een spelletje Jenga

Op de volkstuin staan vier knotwilgen. Die moeten regelmatig geknot om recht op die naam te hebben. Dit jaar waren er twee aan de beurt die -nogal precair- in de houtril tussen de sloot en de kas staan.

Hier zie je Echtgenoot Yep doende met nog enkele grote takken te gaan. Aan de voet van de trap ligt de stapel takken die er al af zijn gehaald. Inmiddels hebben de twee wilgen een kale kruin, op één kleinere tak na. Het schijnt dat wilgen soms overlijden als er helemaal geen tak meer is om de sapstroom in gang te houden. Het ziet er grappig uit, een dikke stam met één sprietig takje er bovenop. Na het knotten moeten de takken die er af zijn gehaald verwerkt. We knippen de dunste twijgjes er af en nog iets kleiner, dat wordt strooisel voor het verstevigen van het achterste puntje van de tuin, dat tussen twee sloten gelegen is en soms wat moerassig. De langere takken worden deels gebruikt voor de houtwal, deels worden ze apart gehouden om een hek mee te vlechten. Maar de dikke takken worden allemaal in stukken van ongeveer een meter gezaagd en zo doorluchtig mogelijk in het houthok opgestapeld.

Daar liggen ze een jaar of twee te drogen, waarna ze in vieren worden gezaagd om in onze en K:)dootjes kachel te passen. Een pittig klusje (want alles gewoon met een handzaag gezaagd) maar wél iets dat veel voldoening geeft. En warmte, dat ook.

Muizenvoer

Ieder jaar het eerste dat gezaaid wordt in de tuin: tuinbonen. Ze kunnen behoorlijk wat kou hebben, daarnaast is het prettig als je de bonen kunt oogsten vóór de bonenluis ze te pakken neemt. Tot dit jaar zaaide ik ze altijd omstreeks half februari, maar collega-tuinders hadden dan vaak al behoorlijke plantjes. Dus plaatste ik half januari al een rij potten op het schap in de kas, vulde die met zaaigrond en deed in ieder twee bonen. Als ik ze buiten zaai moet er een emmertje-zonder-bodem half ingegraven om iedere boon én kippengaas daar weer overheen, want de muizen houden net zoveel van tuinbonen eten als ik. Maar in een potje, op het schap in de kas, daar komen geen muizen.

Dacht ik. Nu ja, ze hebben groot gelijk, het zijn ook heerlijke bonen. Maar ik wil ze toch echt graag zelf eten. Vorige week troffen we op beelden van onze wildcamera een beestje dat vlug langs hupste in het donker, deskundigen werden het er uiteindelijk over eens dat het (hoogstwaarschijnlijk) een boommarter is. En die eet muizen. Go boommarter!

Een bosje boompjes

Elk jaar wordt via meerbomen.nu een bomen-uitdeeldag gehouden hier in de buurt. Een sympathiek idee, dat meerbomen.nu: Met teams van vrijwilligers halen ze zaailingen van bomen en struiken weg op plaatsen waar ze niet kunnen opgroeien. Deze zaailingen worden liefdevol behandeld, ze krijgen een tijdelijke standplaats zodat ze later in het jaar -in het plantseizoen- uitgedeeld kunnen worden en geplant op een plek met meer toekomstperspectief.

Het klinkt als heel wat, “bomen” maar het zijn natuurlijk nog maar hele jonkies. Echtgenoot Yep haalde er zes en die pasten allemaal in de fietstas. We hadden twee rode bes, een framboos, een Gelderse roos, een gele kornoelje en een wilde liguster. Alleen maar struiken deze keer… maar goed. Een paar brachten we naar een net-verhuisd familielid, die wel wat groen in de nieuwe tuin kon gebruiken, de rest mag in onze volkstuin deel van een haag gaan uitmaken.

J.C. Bloem had vast geen tuin

Het ijs stond op de plassen, maar we moesten naar de tuin. Met warme dranken in de tas en twee paar sokken over elkaar aan mijn voeten fietste ik over de dijk, toen de eerste druppels vielen. Het regent en het is November, geheel volgens het gedicht van J.C. Bloem dat ik minstens één keer per jaar wel vol pathos declameer. (Hoewel Huub van der Lubbe het echt veel mooier kan)

In de Datsja had Echtgenoot Yep al een vuurtje in de kachel aan. Gehuld in een oude regenjas haalde ik de dahliaknollen uit de grond, en met de regen tikkend op mijn capuchon plukte ik de laatste bonen. Yep maakte de boomspiegels van de zomerpeer en de pruimenboom schoon en gaf ze mest. Tussen de bedrijven door dronken we koffie en warmden op in het huisje.

De overburen -jonge dropneusrunderen- stonden het allemaal met belangstelling te bekijken. Na een uurtje of twee trokken we met doorweekte broekspijpen maar met rode wangen weer naar huis.

Hergebruik

Op zolder in ons huis lagen twee oude gordijnen. De vorige bewoners hadden deze in de keuken hangen, waar wij in 2007 een aanbouwtje aan plaatsten. Toen was daar geen gordijn meer nodig.

Ik haalde ze tevoorschijn, ik vond ze eigenlijk te leuk om op zolder te laten liggen. Ik verknipte ze, naaide er zoompjes in en hing ze voor de ramen van het volkstuinhuisje. Vrolijk, dat geel-blauw-groen!

Oud en nieuw

Elke november kijken we onze voorraad groentezaden door, noteren wat we hebben opgemaakt en bestellen dat weer bij onze huisdealer. Dan is er ook altijd een moeilijk moment, want er zijn zaden die niet goed bewaarbaar zijn, er staat op al die envelopjes een datum. Echtgenoot Yep legt die met een verlopen datum op de stapel “wegdoen”. En ik kijk daarnaar en denk Oh, wat zonde, courgettes! En we kunnen toch gewoon probéren of deze bietjes nog opkomen? Elk jaar weer vind ik dat lastig, hoewel het echt niet zinnig is om ze nog te bewaren: vorig jaar heb ik er een paar stiekem tóch nog in de bewaardoos terug geschoven. Natuurlijk was er een hele rij bonen die dit jaar niet boven de grond verscheen, dit soort behoudzucht helpt niks.

Dus vanmorgen ging er een hele collectie in de groenbak, en vanavond bestelden we mooie vooruitzichten voor 2026. Gelukkig zitten er tegenwoordig minder zaden in ieder envelopje, dat maakt de kans dat er veel overblijft weer wat kleiner.

Karate

Nu het dak op ons volkstuinhuisje vernieuwd is vond ik het ook nodig om het aan de buitenkant opnieuw te beitsen. Hier in Zeeland zijn boerenschuren traditioneel zwart of bijna zwart, dus die kleur heeft ons huisje ook. Zondag deed ik de westkant, vandaag de zuidzijde.

Natuurlijk moest alles dat er aan hing of er tegenaan stond opzij, dus het ziet er merkwaardig kaaltjes uit. Maar dat komt gauw weer goed. Ik moest wel even denken aan Karate Kid, die van zijn oude, wijze karate-leraar bij wijze van eerste les een enorme schutting moet schilderen. Een goede training voor pols en arm, en daarnaast een lesje nederigheid vermoed ik. Als het weer een beetje mee werkt doen we de andere twee wanden ook nog deze week, en de boeiborden. Waarna ik hoogstwaarschijnlijk nog steeds geen karate kan, maar wél erg tevreden zal zijn.

Wat ik vandaag maakte: Groene pasta

Dit jaar hebben we in de volkstuin voor het eerst een behoorlijke opbrengst van palmkool (hoewel ik het leuker vind om het cavolo nero te noemen). Het zijn forse planten met langwerpige bladeren die vanuit een stevige middenstengel groeien. Het idee is dat je steeds de onderste bladeren van de stengel plukt, waardoor je meerdere malen oogst van de plant die ondertussen bovenaan doorgroeit en uiteindelijk inderdaad wel wat van een palmboom weg heeft.

Ik brak per ongeluk de bovenste helft van één van de planten af, dus die zal in ieder geval niet meer groeien. Eenmaal geplukt is het niet best bewaarbaar, dus vanavond ging het meteen op tafel. De onvolprezen Jamie Oliver heeft in zijn serie “5 ingrediënten” een recept voor supergroene spaghetti, waar behoorlijk wat cavolo nero in moet, dus na het verwijderen van alle beestjes die het óók een lekkere groente vinden maakte ik dat.

Ik had geen ricotta, maar wel nog een restje brie. Het eindoordeel: Best lekker, het smaakt inderdaad erg groen. Maar het is wel wat eenvoudig als het de hele maaltijd is. Bij de volgende cavolo nero-pluk zoek ik een ander recept.

Onderdak

Het dak van het huisje op de volkstuin was lek. De golfplaten sloten niet meer op elkaar aan en hingen in verontrustende kuilen tussen de dakbalken door. Het was tijd voor ingrijpende maatregelen. Echtgenoot Yep en Meneer K:)dootje waren een hele zondag in de weer op ladders met hamers en spijkers.

De oude platen gingen er af, de onderliggende balken werden verstevigd en er werden nieuwe bitumen-golfplaten op vast getimmerd. Een hele klus! K:)dootje en ik stookten een hoop afval op in de vuurton (nee, níet de oude dakbedekking natuurlijk.. vooral takken en dergelijke) en ruimden op. Verbazend wat je in één dag bereiken kan!

De meubelen stonden zolang in de kas, dus lunchten we daar ook. Aan het einde van de dag was het huisje weer waterdicht, de tuin opgeruimd en wij allemaal prettig moe.

Ook dit blog heeft een nieuw onderdak, hoewel je daar niets van ziet: Het is naar een andere hostingservice verhuisd. Dat was, met bijna 15 jaar archief, best spannend, maar het is prima verlopen.

Een lange teelt

In februari 2020 schreef ik enthousiast over hoe we paddenstoelen zouden kunnen kweken in onze tuin. Het was duidelijk dat dat niet in een paar maanden tot grootse resultaten zou leiden, maar het eerste jaar keken we regelmatig even naar de stammetjes, of er al wat kwam. Ze lagen met zijn drietjes op een schaduwrijk plekje in een hoekje met wilgen waar we verder niets verbouwen. Natuurlijk dachten we na een paar jaar dat het jammer maar helaas mislukt was, zoals dat wel meer gebeurt.

Maar eind mei appte Echtgenoot Yep mij deze foto. Sjonge! Echte shii take, en niet van die kleintjes!

Hij nam ze mee, ik borstelde ze schoon, sneed ze in plakjes en droogde ze. Toch leuk, zo lang onderweg maar tóch nog resultaat.