Category Archives: Tuin

Groene vingers

Als iemand een bijzonder talent heeft om planten te onderhouden wordt wel gezegd dat hij of zij “groene vingers” heeft. Ikzelf heb dat niet, volgens mij. Tot ik besloot dat ik het niet meer ging proberen met kamerplanten leek mijn vensterbank het meest op een sterfhuis. Op het moment kwijnt er een mangoplant en er staat een plant die verrassend groeide uit een verse kurkuma-wortel die ik in de grond stopte.

Naast mijn werk is een kleine bloemenwinkel, een pijpenlaatje waar de koopwaar vooral voor de deur is uitgestald. Het ziet er altijd erg gezellig uit. We zijn goede buren over en weer: zo is er geen koffie-apparaat in de bloemenwinkel, dus op de dagen dat M. (een echte koffieleut) werkt brengen we haar een vers bakkie. Bloemen en planten zijn bederfelijke waar. Bloeiende planten blijven soms te lang onverkocht -en worden daardoor onverkoopbaar omdat ze uitgebloeid zijn- of bestelde boeketten worden niet opgehaald. En dan gebeurt het wel eens dat ik bij het afsluiten van de winkel een winkeldochter in de handen of de fietstas krijg gestopt. De twee hangplanten die een paar weken terug mee kwamen zagen er bijzonder sneu uit… Ik dacht onderweg naar huis dat ze altijd nog op de composthoop konden. Maar kijk nu toch!

Elke avond water geven en af en toe tegen praten. Meer deed ik er niet aan. Zou ik toch groene vingers hebben? Of misschien, gezien dit kleurenschema, paarse vingers?

Veel te genieten

Dit arme blog wordt bijna verwaarloosd… mijn breiwerk ligt stil en het kleren maken is alleen een lijst met plannen op het moment. Buiten is het hoogseizoen!

Er is zoveel moois te zien.

Ik geloof dat ik elk jaar wel een keer hetzelfde boeketje maak…

Maar ja, ik pluk ook elk jaar aardbeien.

En maak er jam van.

gelukkig is er ook tijd voor rust.

 

Morellen

Op het nieuwe stuk tuin staan onder andere  twee morellenbomen. Nieuw voor mij, een soort kersen maar aan de kleine kant en heel zuur.

Ze rijpen wel erg decoratief, eerst kleuren ze van groen naar geel, dan krijgen ze een blosje en worden helemaal rood. Ik was niet van plan om er iets mee te gaan doen, maar de buurman zei dat ze prima geschikt zijn om in te leggen in brandewijn. En tja, zo is er dus toch een mandje vol mee naar huis gegaan. Maar verder kwam het plan niet. Ik heb werkelijk van alles in huis. We houden allebei niet van sterke drank, dus ik heb er een kast vol van, er komt wel eens wat bij maar het komt niet op. Er staat tequila, grappa, cointreau, cognac, jenever, calvados… maar géén brandewijn.

Een dag later:

En jahoor. Er is weer een halve liter drank toegevoegd. De andere halve liter zit tussen de morellen in deze pot, met suiker. Over enkele maanden pas kunnen we proeven of deze manier van conserveren een lekker resultaat geeft en in de tussentijd -vóór de volgende morellenoogst- ga ik ook op zoek naar andere recepten (want ik hou niet van drank).

Buiten spelen

Terwijl op de volkstuin Echtgenoot Yep aan de infrastructuur van onze gebiedsuitbreiding werkte (zo, dat klinkt professioneel)  plantte ik Roma tomaten, augurken, komkommer en paprika in een daarvoor speciaal aangelegd perkje. Beschut achter het schuurtje staan ze daar lekker in de zon.

Ondertussen zijn de aardbeien rijp en er zijn meer liefhebbers voor. Wegens de droogte is de oogst in het bedje naast ons huis wat klein, we hebben niet de moeite genomen om er gaas overheen te zetten.

Deze merel-jongere betrapte ik met het aardbeiensap nog aan de snavel en zo volgevreten dat hij niet wegvloog toen ik hem fotografeerde.

Op een mooie pinksterdag

Onze volkstuin (waar ik het twee posts geleden al zo druk mee had) is 382 vierkante meter groot. Niet echt een postzegeltje. Het is de middelste tuin in een rijtje van drie, het uiterste puntje van het complex. Het is ver van de doorgaande weg (soms lastig met zware dingen heen en weer brengen) maar mooi gelegen: rechts van onze tuinen is een natuurgebied waar vaak koeien of schapen grazen en veel vogels en hazen leven.

vandaag waren Hereford runderen -met vrolijke kalfjes- onze buren

En er is onbelemmerd uitzicht op de zonsondergang.

Een paar jaar terug waren het Blonde Aquitaines.

Links is een akker, met daarachter een dijk met meidoorns en populieren. Eergisteren hebben we de tuin links naast de onze erbij gehuurd. Het nieuwe gedeelte (nu ja, nieuw voor ons) bestaat vooral uit grasveld met fruitbomen, wat verder naar achteren -richting natuurgebied- een huisje en een afgeschermd zitje.

Natuurlijk verdubbelt het werk, we hebben nu bijna 800 vierkante meter. En er is éérst een hoop op te ruimen. Bramen die getemd moeten worden, brandnetels die we weg willen hebben, het huisje moet dringend een verfbeurt… Echtgenoot Yep groef vandaag vlak naast het huisje de stomp van een volwassen wilg uit. Die is enkele jaren geleden kort boven de grond afgezaagd maar daarna weer aan het groeien gegaan, zoals wilgen nu eenmaal doen… dwars door een rol gaas die daar toevallig lag. Dat komt allemaal wel goed, uiteindelijk. Het is een heerlijke plek, en het plannen maken voor wat we allemaal willen (een kasje!) is zo leuk!

 

Hoogseizoen

Dit seizoen is onze volkstuin nauwelijks bij te houden. We maaien en harken en schoffelen en wieden. Ik maak een volkomen onkruidloos, aangeharkt stukje tuin, alleen de rijtjes wortelen staan op deze vierkante meters. Ik draai me om, ik kijk naar een gierzwaluw hoog in de lucht, ik drink een slokje water, ik kijk weer naar mijn wortelveldje en jahoor. Minstens drie stuks onkruid. Als ik even ga zitten komen er minstens tien op, en als ik naar huis ga… we kunnen eigenlijk niet eens naar huis.  Niet dat ik het erg vind allemaal.  Het is zó heerlijk in de tuin nu! Er is een pimpelmezengezin opgegroeid in ons nestkastje, het natuurgebied aan de overkant ziet geel van de boterbloemen, de lavendel geurt en gaat bijna bloeien.

De bonen mogen gezaaid, de ijsheiligen zijn tenslotte achter de rug. Ik pakte mijn zelf gedroogde bonen erbij en zag tot mijn verbazing dat het geen sperziebonen zijn, maar Fryske Waldbeantsjes.  Ook hebben ze allemaal een bruin plekje, dus deze ga ik maar niet zaaien, ik heb nog genoeg zaad uit de winkel. Maar eerst moet er gemaaid, geschoffeld, geharkt, dat onkruid moet worden aangepakt.

Knutselen met waardeloos materiaal

De tomatenplantjes die ik op de vensterbank heb opgekweekt werden langzaam maar zeker groot genoeg om naar buiten te gaan. Ze stonden een week in de achtertuin om aan de buitenlucht te wennen, gek genoeg liep één soort (Matina, een verwend prinsenkindje van een tomaat) daarbij zonnebrandschade op. Een aantal plantjes gaat in onze achtertuin langs state-of-the-art spiraalvormige metalen staken groeien. Een aantal geef ik weg, want natuurlijk heb ik er teveel. Een paar planten van een kleiner ras kerstomaatjes zet ik in oude mayonaise-emmers potten, op het terras.

En acht planten zette ik gisteren in de volkstuin. Bij elke tomaat een tak uit de stapel snoeiafval als ondersteuning, en dat weer met een paar lange wilgentakken bovenlangs aan elkaar geknoopt. Nu maar hopen dat ze dat plekje -en mijn geknutsel- waarderen en zorgen voor veel en lekkere tomaatjes, later in het jaar. Ik wil dit jaar genoeg tomaten hebben om ze in te maken.

Een plekje in de zon

De tomaten en paprika’s die ik zaaide zijn bijna allemaal opgekomen. Afgelopen week zijn ze allemaal verspeend, ieder in hun eigen potje geplaatst. De vensterbank staat gezellig vol zo.

Ik had drie verschillende paprikazaden: Uit een verse supermarktpaprika, zelfgedroogde uit een supermarktpaprika en een zogenaamde F1 hybride soort, uit een zakje.  Het leek er even op dat de verse zaadjes het hardste gingen, maar toen bleek dat verschil vooral te komen door de plaats op de vensterbank. De plantjes die het dichtst bij het glas stonden kregen regelmatig een stevige dosis zon te verduren, de grond werd daar ook sneller droog. Alle tomaten en paprika’s die vooraan (tegen het glas) stonden bleven kleiner dan hun achterburen. Nu ik de potjes regelmatig verwissel is dat verschil niet meer te zien: Voorlopig is de stand gelijk.

De Beterhand

Alle zes collega’s die woensdag 15 maart samen aan een tafeltje zaten bij een na-het-werk borrel werden ziek. Ik ook. Hoesten, koorts, overal pijn, malaise. Gisteren – elf dagen later-  durfde ik weer naar de tuin, gelukkig was Echtgenoot Yep niet getroffen en had hij wel aardig wat getuinierd.

Ik rolde enigzins uitgeput van mijn fiets en ging op de grond zitten om tweehonderd erwtjes te zaaien. Daarna worstelde ik langdurig met een vogelnet dat over het erwtenklimrek moest worden bevestigd. Alle beesten die op onze tuin wonen houden van erwtjes, dus als we er zelf ook wat van willen eten moeten we dat net ophangen. Dat was in het geheel niet makkelijk, dus toen het eenmaal op zijn plaats zat vond ik het weer genoeg en ging naar huis. Het was bijzonder ergerlijk dat zo’n simpel klusje zo vermoeiend was, maar het was heerlijk buiten.

Eendjes, katjes en een bij

De eerste echte lentedag was het vandaag. Sommige mensen hebben het dan over rokjesdag, maar ik noteer altijd de eerste dag dat Echtgenoot Yep in de volkstuin zijn shirt uit doet.  Nee, daar plaats ik geen foto van. Vandaag werkten we een groot deel van de dag in de tuin, de camera was ook mee.

De wilg bij de buren staat in bloei, je hoort het gezoem van de bijen op meters afstand. Ze vertrekken allemaal met gele klontjes stuifmeel aan de achterpoten.

Meneer en mevrouw eend zijn het zo te zien wel eens. Heerlijk. Lente!