Category Archives: Tuin

Kien-Waaa!*

Bij de nieuwe tuin kochten we vorig jaar quinoazaad. Dat erg zijn best deed in onze tuin. Als plant was het niet al te opvallend, de bloei was nauwelijks te zien…

Ik weet dat hij ook al in de vorige post stond, deze foto. Maar hij is zo mooi dat dat mag.

Maar de zaadpluimen waren werkelijk prachtig. ze gingen van groen naar geel naar oranjerozerood.

Ik plukte ze toen ze daarna lichtbruin werden. De zaadjes uit de pluimen en tussen de vliesjes en takjes uit krijgen zonder al te veel gedoe, dat was nog even een zoektocht. Maar: de zaadjes zijn glad en rond en ze zinken in het water; de vliesjes drijven. Daar kunnen we wat mee. Het bleek dat als je de zaadpluimen tussen je handen wrijft de zaadjes er schoon tussenuit komen rollen, er komt niet veel materiaal van de plant zelf mee. Het is een ontspannen klusje en kan gedaan worden zittend op de bank tijdens het kijken naar een Engelse detectiveserie. Een oude vergiet met gaatjes die precies groot (of klein) genoeg zijn werd ingezet om stukjes plant tegen te houden.

Dit moet nog gewassen, er zit stof tussen, en heel kleine vliesjes. En ongewassen quinoa schijnt naar zeep te smaken. Maar toch. Goed voor minstens vier maaltijden, leuk om te telen, volgend jaar doe ik het weer!

*In Nederland zegt men vaak Kienoa. Maar de juiste uitspraak is natuurlijk Kienwa. Wat mij keer op keer doet denken aan Albertóóó van Samson en Gert. Tja.

Feestelijk!

Vroeger waren bonen groen en wortels oranje. Ik weet dat nog. Dat is tegenwoordig wel anders.

De driekleurige spercieboontjes van de nieuwe tuin leken wel confetti, toen ik ze in ruitjes had gesneden. Na het koken zijn ze allemaal groen, dat is wel een beetje jammer. Er zijn ook lange gele “spek”bonen, rood-wit gevlekte kievitsbonen, bruin-zwart gevlekte peregionbonen, witte cocos de paimpol, knalgroene edamame, gele Fryske waldbeantsjes en zowaar, gewone groene snijbonen.

De quinoa is inmiddels uitgebloeid. De bloemetjes zelf zijn héél klein en wit, nauwelijks te zien. Maar de zaadpluimen verkleuren van geel naar rood, ze zijn prachtig.

Dit jaar gaat het helemaal niet lekker in onze kas, we hebben nauwelijks tomaten. Maar onze tuinbuurman ging op reis en vroeg of wij tijdens zijn afwezigheid voor zijn kas wilden zorgen.

Eén van zijn tomatenplanten maakt prachtige groengevlekte vruchten…

Die van binnen ook groen zijn als de tomaat rijp is. Wat een pracht! Ik bewaar de zaadjes, eens kijken of ik die volgend jaar ook kweken kan.

Seizoensarbeid

Het is hoogzomer, er komt van alles van de tuin.

Wat een heerlijkheid. Maar ook een hoop te doen om alles te verwerken. Zulke beschaafde hoeveelheden als op deze foto hebben we niet vaak.

Niet alleen de bloemkolen lukten geweldig goed, onder de koolklamboe groeiden ook een stuk of zes grote witte kolen. En ja, wat doe je met witte kool… ik maakte een aantal potjes atjar, maar dat zet geen zoden aan de dijk. Ik denk niet dat ze houdbaar zijn tot november, als het tijd is om volgens de traditie de zuurkoolpot te vullen. En waarom zou je ook wachten?

Vanavond sneden we zes kilo kool klein en pakten het met zout en jeneverbessen in de zuurkoolpot. Zuurkool is vast in september ook lekker.

Deze post draag ik op aan Jeroen, zuurkool-connaisseur

Mislukt. Nee, gelukt! Of toch niet…

Al jaren proberen we bloemkool te kweken. Maar het resultaat is vooral droevig. Bloemkool is lekker, dat vindt al het (on)gedierte ook… dus vonden we jaar na jaar alleen wat afgekloven bladnerven terug. De kooltent die we een paar weken terug over het koolveldje plaatsten moest al die liefhebbers tegenhouden… en dat deed hij. Van een afstandje zagen we verheugd dat alles onder de tent voorspoedig groeide.

Tot Echtgenoot Yep vorige week eens wat beter keek, en zag dat de grootste bloemkool al geoogst had moeten worden, hij was een dag of wat voorbij ideaal. En nummer twee ook. We zijn niet gewend aan bloemkool-die-lukt, we hadden helemaal geen rekening gehouden met het feit dat we ook op tijd moesten oogsten.

We hebben ze acuut geplukt. Gelukkig zijn er nog een paar bloemkolen waar we wel op tijd bij zijn. Ik heb de grootste schutbladeren omgeknakt en over de kool gelegd, als ze geen licht krijgen zullen ze minder snel in bloei gaan, hoop ik.

Vanavond eten we doorgeschotenbloemkoolsoep. Ik kan me niet voorstellen dat het acuut niet lekker meer is, als je het twee of drie dagen te laat plukt. En ik heb mijn favoriete kookboek van de plank gepakt om creatieve bloemkoolrecepten te zoeken, want de komende week oogsten we er nog drie…. wél op precies het goede moment.

De Kooltent

Iedereen die op onze tuin woont lust kool. Echt waar. Bijna altijd wordt het vóór het oogstklaar is opgegeten door allerlei gedierte. Witte koolvlieg, reeën, koolwitjes-rupsen, hazen, slakken, duiven, iedereen eet smakelijk van ons koolveldje, behalve wij. Daar hadden we genoeg van. We willen best wat delen, maar we kweken uiteindelijk voor ons zelf. Bestrijdingsmiddelen willen we niet gebruiken en bovendien trekken reeën zich daar niet zoveel van aan. Zolang de plantjes klein zijn zetten we er een emmer zonder bodem overheen en leggen daar weer kippengaas op. Maar insecten kunnen natuurlijk makkelijk door het kippengaas en de koolplantjes worden snel te groot voor de emmer… we verzonnen een list.

We kochten drie stroken insectengaas van vijf meter lang en twee meter breed..

…die ik met de naaimachine en kleurige bias-bandjes aan elkaar naaide tot één grote lap van vijf bij zes. In de huiskamer, vanwege de ruimte.

Dat was weer eens wat anders dan een rokje. Ik vond het wel leuk om de ene liefhebberij in te zetten voor de andere. Ik denk niet dat juf Blom van de Modevakschool deze toepassing voor ogen had toen ze me deze techniek van naad-afwerking leerde. Hong Kong binding in de moestuin, waarom ook niet?

Yep zette twaalf paaltjes rondom en tussen de kolen, zodat ze één kool hoog bleven en verbond die met elkaar met waslijn.

Daarna haalde hij de emmers en kippengaas van de plantjes af, legde de lap gaas eroverheen en vouwde het dicht als een cadeautje. Wat stenen en zand op de rand en ziedaar: een kooltent. Met de mazen van 1 mm komt er licht en water genoeg binnen, maar kan er geen koolwitje of koolvlieg naar binnen. Duiven, hazen en reeën kunnen er alleen nog maar verlangend naar kijken. En dan kunnen ze fijn verderop weer gras gaan eten, het is niet dat ze iets te kort komen.

Onderhuurders

In de volkstuin hebben we twee nestkastjes. Eén van de twee (vorig jaar nog huis van een pimpelmezenfamilie) bevat een kolonie hommels. Die zijn verrassend waaks, als het op verstoring van hun huiselijke rust aankomt. Yep was nietsvermoedend aan het harken, iets te dichtbij naar des hommels’ zin, hij moest rennen om aan een kwaaie formatie te ontkomen.

In het andere huisje woonde een koolmezengezin. We zagen vader en moeder in hoog tempo wormpjes en rupsjes aanbrengen. Gelukkig heeft niemand in onze directe omgeving de buxusmot bestreden.

Foto gemaakt door Yep

Het viel ons op dat we één van beide ouders duidelijk fladderend hoorden vliegen, de andere was veel stiller. Het bleek dat het vrouwtje geen staart meer heeft.

foto van mij. 🙂 Dit vloog niet zo snel weg

Kort daarop vond Yep al haar staartveertjes bij elkaar in de tuin. Het vliegen moet daarmee behoorlijk zwaarder zijn voor een mees, de staart zorgt voor draagvlak en helpt bij het sturen in de lucht. Daarbij zal het best een blessure zijn, ik stel me zo voor dat het uittrekken van alle staartveren bepaald pijnlijk is. Hulde dus, voor deze mezenmoeder. Al haar kinderen zijn succesvol uitgevlogen en gaan onze oogst ontdoen van rupsen.

Het ploeterseizoen

Deze maanden -Maart tot en met Juni- is het werk in de tuin nooit klaar. We poten en planten en gieten en verplanten en zaaien en wieden en schoffelen en snoeien en timmeren en zagen en graven. En we genieten. Kijk maar:

kersenbloesem.
Peertjes in wording.
De buren zijn er ook weer, met nieuwe kalfjes.
Appelbloesem.

Echtgenoot Yep bereidde het bed voor de nieuwe asperges voor. Hij groef een geul die hij vervolgens vulde met afwisselend laagjes compost, tuinaarde en onze eigen grond. Asperge-lasagne.

Een hele klus.

Gezwam

Het is de tijd van het jaar voor plannen maken. En voor iets te grote verwachtingen en kleine tegenslagen, de muis in onze tuin heeft bijvoorbeeld wéér de gezaaide erwtjes opgegeten. Ik heb nu het “zaaien ter plaatse” voorschrift in de wind geslagen en thuis op de tuintafel zaaibakken gevuld. Als het eenmaal een plantje is eet de (ongetwijfeld inmiddels bijzonder goed doorvoede) tuinmuizenfamilie het niet.

Maar goed. De plannen dus. Ik surfte op internet langs een website over het kweken van eetbare paddenstoelen en dacht heel Zeeuws: Mokokè*. Het lijkt in het geheel niet moeilijk. De grootste hindernis is het vinden van een vers gezaagd stammetje van de juiste afmetingen en bomensoort. Dat moet eerst een maandje liggen, daarna worden er gaten in geboord waarin deuvels met paddenstoelensporen worden aangebracht. Vervolgens leg je het stammetje ergens op een rustig schaduwrijk plekje in de tuin en wacht tot er heerlijke shii take op groeien. Of oesterzwammen. Wat een leuk idee! Ik ga op stammetjesjacht. (Hoewel ik het advies van de website om met een zaag het bos in te gaan en goed op te letten dat de boswachter je niet betrapt NIET zal volgen… zijn ze nou helemaal! Er worden al veel te veel bomen gekapt zonder dat allerlei hobbyisten er op los gaan zagen)

Gisteren trof ik alvast een afgezant uit het paddenstoelenrijk in onze tuin. Tot mijn verbazing staat er een bleke morielje in ons oude aardperenperkje. Morieljes zijn voorjaarspaddenstoelen en ook delicatessen, maar je kunt ze niet rauw eten. Ik laat deze ook maar staan, hij is zo mooi!

*Mokokè: Dat moet ik ook hebben.

Langetermijnplan

We kweken al minstens tien jaar met groot genoegen witte asperges in onze volkstuin. De planten zijn waarschijnlijk onderhand aan hun laatste seizoen begonnen, vorig jaar werd de opbrengst al minder. Omdat ik groene asperges ook erg lekker vind kochten we vorig jaar een zakje zaad bij De Nieuwe Tuin, en een maand geleden zaaide ik dat uit in een tray op de vensterbank.

Na een paar weken verschenen bijna onzichtbare sprietjes, maar die groeiden al snel uit tot herkenbare mini-aspergeplantjes.

Vanavond haalde ik er voorzichtig 24 van los en plantte die ieder in hun eigen potje. Over een week of twee gaan ze naar de kas, en dan weer twee weken later worden ze uitgeplant. Ze zijn erg mooi! De eerste twee jaar kunnen we van deze aspergeplanten nog niet oogsten, dus we moeten wel geduld hebben. Maar ik vind dit stukken leuker dan het kopen van “klauwen” (zo heet een plantklare tweejarige wortelstok van een aspergeplant). En ook daarvoor geldt dat je het eerste jaar niet, en het tweede jaar slechts beperkt oogsten kan. Wat zullen ze lekker smaken, in 2022!

Schrompeltomaatjes*

Met het oog op te verwachten Enorme Oogsten kocht ik een Excalibur voedseldroger. Een tweedehandse, niet te grote, want ik wil het voedseldrogen eerst eens een seizoen in alle rust proberen. Hoewel het me een ideale oplossing lijkt om de tuinopbrengst te bewaren. Je kunt appels drogen, champignons en groene kruiden. Je kunt rozijnen maken van je eigen druiven (we hebben die niet, maar toch…) je kunt je eigen groentebouillonpoeder maken en paprika- of chilipoeder is ook een mogelijkheid. Dat klinkt toch leuk! vooral gedroogde tomaten vond ik een aantrekkelijke gedachte dus toen het apparaat eenmaal gearriveerd was voerde ik een eerste test uit met mini roma tomaatjes. Uit de winkel natuurlijk.

Ik sneed ze doormidden en bestrooide ze met een klein beetje zout en wat verkruimelde tijmblaadjes, legde ze op de trays en zette het droogmachien aan.

Het duurde wel een uur of 10 voor ik ze droog genoeg vond. Maar zo’n droogapparaat gebruikt niet erg veel stroom, onze zonnepanelen zullen dat in het oogstseizoen probleemloos kunnen bijhouden. En het resultaat is werkelijk heerlijk.

*echtgenoot Yep verzon de term schrompelen als het om voedseldrogen gaat. Hulde! Die houden we er in.