Category Archives: Tuin

Je bent nog niet klaar als je naar huis gaat*

Ongeveer de helft van onze tuin bestaat uit grasveld met fruitbomen, we hebben zes appelboompjes. Waar de kersen door ongedierte verloren gingen en de peren als gevolg van de droogte niet groter dan een walnoot werden, hebben de appelbomen het kennelijk geweldig naar hun zin gehad.

Tas na tas slepen we naar huis. We hebben moesappels, Schone van Boskoop. We hebben Elstar en nog een handappel waarvan ik niet precies weet welke soort het is. Het is een erg lekkere zachtfrisse appel met een dikke schil en wit vruchtvlees dat helaas wel makkelijk kneust. Thuis worden ze eerst gesorteerd: de appels met rotte plek of de verdenking van een illegale inwoner worden eruit gehaald en als eerste verwerkt. Als de schade te erg is worden ze aan de kippen gevoerd, die zijn niet zo kritisch. Appels die erg klein zijn worden appelsap.

De mooiste mogen op de fruitschaal. En dan zijn er enkele tientallen kilo’s over.

Ik droogde er een stuk of wat, in de oven. Ik bestreek elk plakje met citroensap, reeg ze aan satépennen en liet ze een uur of zes in de oven op 55 graden met de deur op een kiertje.

Lekker en goed houdbaar. Dat kunstje herhaal ik nog wel een keer.

Ik verwerkte een stuk of veertig appels -elstar en de andere soort door elkaar- volgens dit recept van Diana. Wat een goed idee om ze op deze manier te bewaren! Dat leverde een stuk of tien grote potten vol appelstukjes op. Ik had meer dan een liter van het wijn-suiker-citroensap mengsel over, dat deed ik bij de tien liter “gewone” appelcompote die ik maakte van de moesappels. Daar heb ik geen foto van gemaakt, maar daar kun je je vast wel iets bij voorstellen. Nu zijn alle grote potten die ik in huis heb gevuld, de kastplanken buigen door onder de last.

Vanavond aten we eendenborst met gekaramelliseerde appelstukjes, geflambeerd met calvados. Als toetje hadden we appeltaart, die ik tussen de bedrijven door ook nog bakte. Eerlijk gezegd kan ik na vandaag geen appel meer zien… maar er staan nog stééds twee grote tassen met appels in de bijkeuken.

*dit wordt altijd op dreigende toon tegen beginnende tuinders gezegd en het zijn -zie bovenstaande- ware woorden. 

Ratatouille

De oogst uit onze volkstuin bestaat deze dagen regelmatig uit precies de ingrediënten voor ratatouille. Dat is een fantastische groentestoofschotel én een leuke film waarin het gerecht een sleutelrol heeft. Overigens zijn tomaten een essentieel onderdeel van de ingrediëntenlijst, en juist die waren bij het plukken van bovenstaande mise-en-place helemaal op. Gelukkig had ik eerder een heleboel tomaten tot saus verwerkt die ik kon inzetten

Ik maak het met wat voorhanden is, de ene keer zit er meer paprika in, de andere keer meer courgette, alleen de olijfolie komt niet uit eigen tuin. Het kan gewoon in een pan of in de oven gemaakt worden en het smaakt naar zomer en naar de Provence. En het laat zich goed invriezen, voor als we van de winter weer eens heimwee hebben naar de warme nazomerdagen.

Tomaten tomaten tomaten

Ingrediënten voor deze ronde: courgettes, een peper, een winterwortel, knoflook en rode uien. En natuurlijk een emmer tomaten.

Er zijn kleine zoete pruimtomaatjes, honderden kerstomaatjes, (al even zoet) en prachtig lichtrood gestreepte tigerella’s. Er zijn dikke marmande vleestomaten, en lange roma’s. Ik pluk en ik pluk en ik pluk  en ik maak liters tomatensaus.

In strijd met alle recepten laat ik de schillen van de tomaten er in, eigenlijk vooral omdat ik er nogal tegenop zie om tweehonderd kerstomaatjes te pellen. Waarom doe je die dan ook in de saus? vroeg Echtgenoot Yep terwijl hij er nog een paar in zijn mond stak. Het antwoord is simpel: het zijn er gewoon véél te veel om “zo” op te eten. Met de staafmixer kun je de schilletjes goed klein krijgen, en de saus is er niet minder lekker door.

Atjar tjampoer

Twee spitskolen overleefden in onze volkstuin eerst de slakkenplaag en daarna de droogte. Ik nam er eentje mee naar huis, maar ik moest nog even nadenken wat ik ermee zou doen. Dochter had net een week of wat ervoor verteld hoe ze zich nog steeds herinnert hoe vreselijk vies zij spitskool vond toen ze nog een klein Dochtertje was. En dat ik haar -hardvochtig als ik ben- ooit eens aan tafel had laten zitten tot haar bordje leeg was. Ikzelf herinner me vooral dat ze een tijdlang alles weigerde wat groen was.  Gelukkig is dat nu allemaal ver achter ons. Dochter is volwassen en eet groente bij de vleet en ik durf te denken dat ik nu van spitskool een gerecht kan maken dat een kleuter wél lekker vindt. Van deze kool maakte ik Atjar, ik vermoed dat dat ook niet populair is bij de kleintjes.

Ik gebruikte het recept van Diana, maar voegde er wel kurkuma, gember en laos aan toe. Over enkele weken weten we of het gelukt is en ik zal Dochter er ook een potje van geven… het is in ieder geval niet groen!

Warm, warmer, heet!

De kas is geheel dichtgegroeid. De augurken en komkommerplanten (twee van elk) en de tomaten groeien tot aan het plafond. Regelmatig gaat een van ons de zaak met een snoeischaar te lijf. En we plukken wat geplukt kan worden.

Eerlijk is eerlijk, alleen de tomaten, paprika en peper op deze foto komen uit de kas. De mirabellen lagen onder de boom, de uien lagen al een weekje te drogen, de bramen groeien naast de ingang van de tuin. Het is een goed bramenjaar!

We zaaiden twee soorten peperplanten: een heel hete en een gewoon hete. Ze hangen aardig vol met grote, nog goene pepers. Van de niet-zo-hete had ik al een exemplaar mee genomen om eens te proeven en dat was inderdaad lekker: een prettig pittige, beetje fruitig-groene smaak. Ik besloot ze allemaal in groene staat te plukken behalve een stuk of vier. Die vier mogen rijpen, ik ben benieuwd hoeveel de smaak dan nog verandert. De 235 gram die ik plukte maakte ik in volgens het recept voor jalapeños van Mevrouw Leesvoer. In kleine potjes, wat een goed idee is… hiervan zullen we maar kleine hoeveelheden tegelijk eten.

De heel hete pepers laat ik hangen tot ze rijp zijn, en tegen die tijd weet ik er vast iets mee te doen. Misschien maak ik er sambal van, misschien droog ik ze voor chiliflakes. Het is bij elkaar in ieder geval véél meer peper dan we normaliter eten.

Een blok en een orchidee

Het is niet dat ik niets had om over te schrijven… het probleem was meer dat er teveel was. We waren een dag in Londen gevolgd door een week vakantie in “the cabin” in Schotland, deze keer gingen de kinderen en aanhang ook mee. Er bleek een probleem met mijn linkerknie, van de niet-vanzelf-verdwijnende soort. We hadden week of wat heel warm en droog weer, maar in onze kas groeide alles zo overdadig dat we er zelf bijna niet meer naar binnen kunnen. We vierden een gezellige open dag op de volkstuin, en ook ons elfjarig huwelijk.  Teveel om achteraf over te schrijven, dus ik begin gewoon weer bij vandaag.

Volkstuinbuurman J. meldde vorig jaar enthousiast dat hij een brede wespenorchis had aangetroffen op zijn lapje. Toch wel bijzonder, een echte orchidee zomaar op je volkstuintje. Gisteren liet ik een servetje uit mijn hand waaien, toen ik het ging oprapen vond ik er onder onze wilgenboom ook een.

Wat leuk! En wat een mooie bloemetjes. Echtgenoot Yep nam vandaag de camera mee om hem te fotograferen en vond er prompt nog een stuk of vier. Op de foto lijken ze best groot, maar in werkelijkheid zijn de bloemetjes ongeveer  een centimeter doorsnee… het is niet echt vreemd dat we ze niet eerder opmerkten. Maar, zoals dat gaat, nu we weten dat ze er staan kunnen we ons nauwelijks voorstellen dat we ze eerder over het hoofd zagen. De wespenorchis heeft een voorkeur voor licht verwaarloosde stukjes grond, een prachtig excuus om het veldje onder de wilgenboom met rust te gaan laten. Weer een klusje minder.

De concurrentie (2)

Vorig jaar kwamen Dochter en Schoonzoon een avond begin Juli. Ze gingen mee naar de tuin en brachten daar een uur of twee door in en onder onze kersenboom. Emmers vol met kersen gingen mee naar huis, heerlijk! Gisteravond waren ze er weer om te helpen plukken. Maar al snel bleek dat in bijna alle kersen een gaatje zat, met daarin een onsmakelijk wit wormpje.

aangetaste kers

Enig googlen leerde ons dat we te maken hebben met de kersenvlieg. (hoe déden mensen zulke dingen voordat er Internet was?) Dit nare beestje verspreidt zich langzaam maar zeker Noordwaarts en kennelijk is nu Zeeland aan de beurt.

Twee weken geleden leek het nog zo mooi te gaan worden

Één kersenvlieg vrouwtje legt op wel honderd onrijpe kersen een eitje, waarna de made die eruit komt zich in de kers nestelt en die van binnenuit opeet. Jakkes. Na één emmer zijn we gestopt met plukken… wat een teleurstelling.

Indachtig het spreekwoord “when life gives you lemons, make lemonade” heb ik de alreeds geplukte kersen een tijdje in zout water gezet om de wormpjes eruit te jagen en gesorteerd. Er bleef toch nog een pondje gave kersen over. Daarna heb ik alle aangetaste exemplaren ontpit, de slechte stukjes eraf gesneden en er sap van gemaakt. Dat is best lekker sap, maar het was idioot veel werk. Vanavond halen we het net van de boom en mogen de vogels de rest van de kersen opeten, inclusief wormpjes. Dan worden dat in ieder geval geen nieuwe kersenvliegen, volgend jaar zullen we tijdig maatregelen nemen. Boeh.

De concurrentie

We hebben dit jaar érg veel slakken in de tuin. Ze schuilen overdag op verborgen plekjes, ze komen ‘s nachts tevoorschijn en eten al onze spruitenplanten. En ook de sla, maar niet de rode sla. Ze eten de rode kool, de boerenkool, ze eten zelfs van de aardappelplanten. Het is natuurlijk volstrekt logisch, ik snap helemaal dat ze dat lekker vinden. Je kunt het een slak niet kwalijk nemen. Maar wij willen er óók van eten. We strooiden slakkenkorrels, maar eigenlijk voelt dat niet zo goed. We willen dat de slakken een ander menu kiezen, we willen ze niet vermoorden. Bovendien zagen we dat de kauwtjes de korrels oppikten en meenamen. Kauwtjes eten namelijk óók alles. Daar komt ook nog wel eens een aparte blogpost over, maar we nemen aan dat slakkenkorrels voor vogels niet gezond zijn. Dus zoeken we de slakken als ze uit hun schuilplaats komen bij schemering en bezorgen ze een avontuurlijke luchtreis naar het natuurgebied aan de andere kant van de sloot. Daar kunnen ze eten naar hartenlust, hoewel er natuurlijk niet van die lekkere spruitjesplanten staan.

Vakantieverblijf “achter de rietkraag”

Voor de slakken die geen vliegvakantie krijgen (omdat ze zich goed genoeg hebben verstopt) maken we de toegang naar onze gewassen zo moeilijk mogelijk. Bijvoorbeeld met gestampte eierschaal. Van alle eieren die we eten peuter ik het vliesje uit de schaal, waarna ik de gedroogde schalen tot gruis stamp. Dat strooien we rondom de planten, het idee is dat het voor een slak niet prettig is om daarover te kruipen.

Jammer dat kauwtjes zich daar niet veel van aantrekken. En rupsen ook niet.

 

In de kas en in de keuken

Elke dag moeten de planten in de kas water krijgen. Dat is best even een dingetje, voorheen gingen we drie of vier keer per week naar de tuin, dat moeten we nu elke dag. Regelmatig ga ik ‘s morgens vroeg en dan heb ik, als ik er eenmaal ben, nooit spijt. De vogels zingen, aan elke grasspriet hangt een glinsterende dauwdruppel, alles is groen en fris.

De peperplantjes bloeien. Kennelijk hebben ze geen bestuivende insecten nodig, want er hangen heel wat kleine pepertjes aan.

Een augurkenplant is een bijzonder mooi ding.

Ik benutte een regenachtige middag om twee kilo tomaten van de winkel tot saus te verwerken en in te maken, bij wijze van probeersel. Dat lukte prima. Hoewel, dat weet je natuurlijk pas zeker als het over een half jaar nog lekker smaakt.

Ik moet wel goed bedenken hoe ik het ga aanpakken, straks als onze eigen oogst er is. Zal ik tomatensaus (inclusief prei, wortel, ui, kruiden en alles) in gaan maken zoals ik vandaag deed, of tomatensaus zonder al die toevoegingen? Dat laatste heeft als voordeel dat  ik elke keer als ik er een maaltijd mee maak kruiden en andere groenten kan toevoegen, zo is het voor meer toepassingen in te zetten. Aan de andere kant is het ook erg makkelijk om een kant-en-klare saus te hebben voor drukke dagen. Nu ja, ik heb nog even de tijd om er over na te denken. Dat kan ik mooi doen tijdens het  verwerken van de rode besjes die deze week geplukt kunnen worden, en het ontpitten van de kersen, die ook al veelbelovend rood beginnen te worden.

 

Op de hoogte

Zoals elk jaar moet het vogelnet over de kersenboom vóór de kersen rijp zijn. We zagen een paar kauwtjes proberen of ze al lekker waren. Kauwtjes zijn best leuke vogels, maar ze lusten alles geloof ik.  De kersenboom voelt zich kennelijk goed bij ons, hij is sinds vorig jaar behoorlijk gegroeid. Zo groot dat hij niet meer in de kooi past waar het net overheen gedrapeerd moet worden. Het was tijd voor de zomersnoei.

Echtgenoot Yep klom eerst op de keukentrap, daarna in de kooi waar ik hem de grote snoeischaar aanreikte. Zo in de kooi staan kan alleen maar op de hoeken, het kunstje moest vier keer herhaald worden.

Al snel lag de grond vol met takken en onrijpe kersen. Ik snap dat het nodig is, maar ik vind snoeien diep in mijn hart altijd zonde.

Echtgenoot Yep klom daarna nog een keer op alle vier de hoeken naar boven om het vogelnet over het geheel te hangen. Ik fungeer als aangever en trapvasthouder en plaatsvervangend hoogtevrezer. Op deze foto lach ik weliswaar dapper, maar de witte knokkels waarmee ik de paal vasthoud -om te voorkomen dat de kooi met Yep en al omvalt natuurlijk- verraden me. Ik ben altijd erg opgelucht als het net hangt en iedereen weer gewoon met twee voeten op de grond staat.

Hij maakte wel een mooie overzichtfoto van onze “bastide”

De zure kersen kleuren al mooi rood. Maar die boom hoeft geen net, de vogels vinden deze duidelijk minder lekker… Net als wij.