Wat ik vandaag deed: Noten rapen

Als lid van Velt krijgen we regelmatig aanbiedingen, samen-aankoopacties van plantgoed of bloembollen bijvoorbeeld. Een van de leukste is het noten rapen. Hier vlakbij heeft een van onze mede-velt-leden een héél grote tuin met een stuk of zeventig walnotenbomen in een lange singel er om heen. Een volwassen walnotenboom maakt makkelijk 15 kilo noten per jaar, dus hier liggen er véél. Tegen een bescheiden betaling mag je er als Velt-lid drie grote emmers vol van rapen.

Er waren dit jaar wel behoorlijk minder noten dan vorig jaar. Een koud voorjaar en een natte zomer, er zijn veel gewassen die daardoor niet zo productief waren. Omdat we niet in het weekeinde konden rapen waren K:)dootje en haar meneer er deze keer jammer genoeg niet bij. Natuurlijk is het heerlijk, verse noten, biologisch geteeld en met vier hele voedselkilometers voor een heel prettige prijs…

Maar het noten rapen zelf is érg leuk om te doen. De wind heeft onze eigen hazelaar ook leeg geschud. Alle noten liggen veilig in de schuur naast de uien, aardappelen, knoflook en wortels. Ik word daar altijd erg tevreden van: we kunnen weer een winter vooruit. (Ergens in mijn verre voorouders zit een eekhoorn, vermoed ik)

Wat ik vandaag maakte: een boeket

Mei heet de bloeimaand te zijn, maar vlak September ook niet uit. Er zijn dahlia’s in alle mogelijke kleuren, maar wij hebben alleen witte. Ook bloeien de gladiolen, herfstasters, guldenroede en allerlei bloemen die eigenlijk geen snijbloem zijn, maar het prima doen in een vaas. Ik plukte riet, ligustertakken, venkelbloemen (van een vergeten-te-oogsten venkelknol) en aardpeer-bloemen. Onze huiskamer is nog leeg en kaal -er hangt nog geen kunst aan de muren- dus het dressoir is een goed podium voor een groot boeket.

Tijdmachine

Onze tuin bestaat voor ongeveer een derde deel uit veldjes waarop groenten geteeld worden en verder gras en fruitbomen. (En natuurlijk een huisje en een schuurtje en een kas, en een aardbeienbed)

Al dat gras kort houden was een behoorlijke klus elke twee weken. Met een lawaaiige motormaaier. Dus de boodschap dat alleen maar gras eigenlijk helemaal niet zo goed is kwam wel aan. “Groen asfalt” wordt het ook wel genoemd. Het blijkt dat als je maar enkele keren per jaar maait er allerlei andere plantjes gaan groeien en bloeien, tot vreugde van bijen en hommels en andere beestjes. En zo’n bloemenweide ziet er ook nog eens vrolijker uit. Win-win dachten wij. Maar áls je dan moet maaien en de bloemenweide staat een halve meter hoog kan de lawaaimaaier het niet meer goed aan… en hier kwam de zeis ten tonele. Echtgenoot Yep kocht eerst een klein zeisje en toen dat best bleek te werken bestelde hij een grote.

Ouderwetsch, niet? Maar wel leuk. Ik ga het ook proberen te leren denk ik. Om de steel te verduurzamen moest het hout volgens de bijsluiter worden ingesmeerd met een mengsel van lijnolie en terpentijnolie. Dat laatste had ik niet in huis, ik wist eigenlijk niet eens wat het was. Maar na enig zoeken vond ik een leverancier waar ik vanmorgen een flesje haalde. De geur van terpentijn blijkt een sneltrein naar de keuken van mijn oma in de jaren zestig: Boenwas.

Wat ik vandaag maakte: Mijn fietstassen vol

Er zijn dagen dat je eigenlijk de auto zou willen nemen naar de volkstuin*

Vandaag was zo’n dag. Ik fietste wankelend naar huis met twee witte kolen, twee rode, tomaten, moesappels, pepers, spekbonen en dahlia’s. De pompoen lag al thuis, ik vind hem zo mooi dat hij ook op de foto mocht.

*dat is natuurlijk niet echt zo. Zeker niet als het zulk lekker weer is, en er is zo’n mooie zonsondergang, en alle andere fietsers kijken jaloers naar je mooie bos dahlia’s…

Zoetzure tomaten

In augustus vorig jaar maakte ik twee literpotten zoetzure kerstomaatjes in. Ik gebruikte 500 gram azijn en 300 gram suiker, ik deed wat takjes rozemarijn en wat kleine uitjes tussen de tomaten.

Vandaag pas maakte ik een pot open om eens te proeven. Het was een experiment, want er wordt zoetzuur van van alles verkocht, maar van tomaatjes heb ik het nog nooit ergens gezien (of geproefd).

Vreemd, want het is werkelijk heerlijk! de tomaten zijn heel gebleven, hoewel de schil van de meeste wel gebarsten is. Maar ze zijn vol van smaak, de uitjes zijn de scherpte helemaal kwijt maar ze zijn wel knapperig gebleven. Deze gaat in het repertoire blijven.

Waar blijft de tijd!

April alweer! Door lockdown en avondklok is er weinig bezigheid buiten de deur, maar veel om over te schrijven, zou je denken. Dat is er ook, maar het komt niet tot een afgerond verhaal met een fotootje. Toch wil ik geen slapend blog…. dus een korte update:

Momenteel wonen Echtgenoot Yep en ik op de bovenverdieping, terwijl beneden allerlei buitengewoon handige mannen beton storten, scheuren in de muren repareren, stopcontacten verplaatsen en vloerverwarming aanleggen. Er wordt verbouwd, kortom.

De tuin is weer in voorjaarsversiering. Het is prachtig.

Ik brei en brei en brei aan Katherine. Ik ben vast van plan monogaam (of monomaan) te blijven tot het af is.

Kip Fiep is broeds, ze heeft negen eieren onder haar hoede, waaronder twee van Bresse kippen. Alle eieren komen van witte kippen, of zogenaamd “splash” dat is wit met zwarte vlekjes. We hopen dat ze over iets meer dan twee weken uitkomen.

We beginnen weer!

Het is nog koud, vooral ‘s nachts. Maar het tuinseizoen is gestart.

Ik stookte een stapel afval van vorig jaar op. Het was niet veel, we worden steeds beter in het hergebruiken van tuinafval. In deze vuurton zitten vooral wortels van een bamboe die we verwijderd hebben, bamboe woekert enorm en de wortels zouden, als ze de kans kregen, meteen weer een nieuwe plant worden. Ook meidoorn-snoeisel heb ik verbrand, want meidoorn heeft akelige doorns.

De krokusjes werden vorig jaar vrijwel direct opgegeten, maar nu mogen wij er van genieten. Vrolijk! De tuinbonen zijn gezaaid, de sjalotten geplant, de katjeswilg bloeit bijna.

En de kippen hebben het ook begrepen, ze zijn allebei weer aan de leg.

Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.

Selderij en selderij en zout

Dit jaar lukten de selderijknollen geweldig goed in de tuin. Minstens zes stonden er, ieder ter grootte van een kinderhoofdje. En de tweede rij zag er minstens zo veelbelovend uit.

Bladselderij

Misschien zelfs mooier, het loof was in ieder geval groot en groen. Vorige week trok ik eens aan een plant in die tweede rij en ontdekte dat dat helemaal geen knolselderij was. Het was bladselderij of misschien bleekselderij, in dit geval dus niet gebleekte bleekselderij. Niet getreurd, ik verhakselde een halve struik om in te vriezen met wortelen, bloemkool en prei als soepgroente. Terwijl ik dat deed en de geur van verse selderij door de keuken zweefde dacht ik terug aan vroeger. Tegenwoordig eten we vaak een boterham met kaas en tomaat. En soms ook nog met mayonaise of pesto of een uitje. Vroeger thuis kregen we ook wel tomaat op brood, maar dubbel beleg, daar deed mijn moeder niet aan. We kregen brood met tomaat en een beetje selderijzout. Ik googelde eens wat, selderijzout is natuurlijk gewoon nog verkrijgbaar, het wordt gemaakt van selderijzaad en zout. Maar selderijzaad had ik niet, het blad wel.

gedroogd blad

Ik droogde het blad in de voedseldroger tot het helemaal bros was, en ook de schuur (waar het apparaat staat) helemaal naar selderij rook.

selderijzout

Daarna maalde ik het in het kruidenmolentje tot poeder, zeefde de restjes van de stengeltjes er uit en mengde het met keukenzout. Ik nam een plakje tomaat en bestrooide dat met het mengseltje, nam een hap…. en voelde me opeens weer acht.

Najaar

Wat is het een vreemd jaar. Door de Covid maatregelen is bijna alles anders. Onze vakantie was twee weken op één plek waar we zo min mogelijk andere mensen tegenkwamen. We gingen niet naar steden, we winkelden niet en we hebben geen museum gezien. Maar het was wel erg fijn: het was mooi weer, we hadden het strand vlakbij en de eekhoorntjes speelden in de bomen boven de tent. We zwommen veel en maakten lange boswandelingen.

De tuin heeft érg veel aandacht gekregen, we kregen ook erg veel terug. De twee bladzijden in ons tuinlogboek waarin we de oogst noteren zijn helemaal vol. En vandaag kwamen er winterwortelen, prei, pastinaken, selderijknol, peren en appels en (nog steeds!) tomaten en komkommer mee naar huis.

Ik oogstte de laatste pompoenen, er liggen er al een paar thuis ook. Deze moeten wachten tot we weer eens met de auto zijn, want ze zijn te zwaar voor de fiets.

De Afrikaantjes zijn de laatste bloemen die nog volop hun best doen, de hommels hebben het er druk mee. Ik plukte ook nog een paar dahlia’s, de laatste voor ik de planten verwijderde, we laten de knollen dit jaar in de grond. En zo tuinieren we naar de winter toe, Echtgenoot Yep kreeg voor zijn verjaardag een klein kacheltje voor in het tuinhuis. Dan kunnen we ook bij kouder weer meer tijd op de tuin doorbrengen. Want het lijkt er op dat we nog een tijd afstand van onze medemensen moeten gaan houden.