Category Archives: Breien

Do Re Mi

Sinds mijn vierde brei ik. Soms een paar jaar niet, maar meestal staan er meerdere projecten op de pennen en er gaat geen dag voorbij zonder minstens een paar steken. Sokken breien kan ik ongeveer op de automatische piloot.

En al sinds het begon -in 2004- lees ik het blog van “Yarnharlot“, iemand die nóg meer van breien houdt dan ik, erg goed kan schrijven en haar brood verdient met beide. Ze schrijft over breien, maar vooral geeft ze cursussen. Meestal in Amerika dus de kans dat ik ooit een workshop volgen kan is erg klein.

Toen kwam de Corona-crisis en alle evenementen werden afgelast, ook de brei-gerelateerde in Amerika. Yarnharlot besloot een Patreon-cursus te gaan geven want zonder de evenementen is er voor haar veel minder werk en dus ook inkomen. Voor mij is Patreon een klein gouden voordeel in een groot, donker nadeel, want nu kan ik haar lessen volgen. Online. Tegen een wel heel bescheiden betaling, ik hoop van harte dat ik in het gezelschap ben van enkele duizenden andere betalende “Patreons”.

De eerste cursus die online kwam is “sokken breien”. Ik weet nog dat ik bij de aankondiging ervan een kleine teleurstelling voelde en iets dacht van een aap leren vlooien (in welke vergelijking ik dan de aap ben). Maar ik ben het toch gaan doen: gewoon, met haar lessen mee een eenvoudige sok breien. En er blijken heel wat kleine maar ook een paar grotere dingen die ik toch niet wist. Of vergeten was. Of die uit gemakzucht uit de routine gesleten waren.

Dit wordt dus een ongelooflijk goede sok. En ik heb geweldig veel plezier in het breien ervan.

Momentum

Alles went, kennelijk. Zelfs het corona-regime.

Ik maakte een dekbedovertrek van gewone lakenkatoen gecombineerd met een stuk Vlisco. Ik vind de kleuren zo mooi! Ik heb voor de effen stof lang gezocht naar dubbelbrede lakenkatoen van precies de goede kleur groen (het donkerder groen in de Vlisco). Dat lukte niet, dus uiteindelijk koos ik donkergrijs.

Ik maakte fudge naar dit recept. Dat was ook erg leuk om te doen en de smaak is geweldig. Dat moet ik niet te vaak doen… blijf er maar eens af! En het zijn wel tachtig van die blokjes.

Ik breide ook twee katoenen pannelappen voor vriendin H. Het patroon heet Bakers Twine, en ik vind ze zo leuk dat ik ze nu ook voor mijzelf aan het maken ben.

Niets doen

De maatregelen om het verspreiden van het Covid-19 virus te beperken zijn nodig, maar behoorlijk ingrijpend. Echtgenoot Yep voert zijn werkzaamheden thuis uit. Ik ga nog wel dagelijks naar de winkel, maar er zijn nauwelijks klanten, alle afspraken die niet urgent zijn worden afgebeld. En vanzelfsprekend is de agenda voor alle avonden leeg. Geen sportschool, geen vergaderingen, geen cursus, geen uitstapjes en etentjes met vrienden.

Gelukkig kunnen we nog wel naar de volkstuin. Die krijgt heel wat meer aandacht dan gemiddeld nu.

Je zou denken dat iemand met mijn stapel liefhebberijen wel goed uit de voeten kan met min of meer gedwongen thuis blijven. Naaien, film kijken, breien, lekker koken en bakken, misschien eens wat borduren, rommelen met kraaltjes … ik heb kasten vol materiaal en zeur regelmatig dat ik nooit eens lekker de tijd heb om daar wat mee te doen. Maar nu héb ik tijd en komt er niets uit mijn handen. Behalve dan die prima onderhouden tuin is de focus helemaal kwijt. Een bijna voltooid overhemd hangt al drie weken op zijn laatste twee knoopsgaten te wachten. Ik dacht dat mijn grote breiproject wel een heel stuk verder zou komen in die zee van tijd, tijdens het -eindelijk- kijken naar alle films die ik de afgelopen 3 jaar opnam van televisie. Maar de afgelopen week breide ik twee pennen tijdens de kijk van Koolhoven, meer film werd het niet. Ik begon aan een toilettasje, maar vond het resultaat na drie naadjes al helemaal niets en propte het achter in de kast. Ik heb er gewoon geen rust voor. Misschien is het beter als ik het maar eens loslaat allemaal… ik móet tenslotte niets.

Wat nog net lukt is vierkantjes breien. Al mijn bolletjes sokkenwol-restjes zitten in een grote vaas op mijn bureau, een vierkantje breien duurt een half uurtje. Dat doe ik zo’n beetje elke dag. Er lagen er al heel wat, inmiddels zijn het er meer dan vijftig.

Vandaag: sokken

In september 2016 kocht ik deze sokkenwol en vandaag haalde ik het paar van de sokblocker. Niet dat ik er drie jaar aan moest breien, maar soms moet wol een tijdje marineren.* Het werden gewone vanillesokken, niets bijzonders wat betreft het breipatroon, maar wel fijne zachte wol in vrolijke kleurtjes.

*dat is een eufemisme om mijn weinig doordachte aankoopbeleid te rechtvaardigen. Goeie hè?

Project Knie

Enkele weken geleden mocht ik mij -met mijn gammele linkerknie– melden bij een deskundige arts van de Mobility Clinic in het UMC in Utrecht. Tot mijn opluchting bleken er meer mogelijkheden om de problemen te lijf te gaan; een prothese kan hopelijk en hoogstwaarschijnlijk nog jaren uitgesteld worden. Hoera!

Het behandelplan heet ACP, een serie van drie injecties met bloedplasma (mijn eigen bloedplasma) in mijn knie, de eerste is eergisteren geplaatst.

De drie opeenvolgende bezoeken aan het ziekenhuis in Utrecht combineer ik met drie overnachtingen bij Dochter, die daar niet ver vandaan woont. Dit maakt dat ik behoorlijk wat reistijd heb. Dus ik zocht een vrolijk makende bol garen uit de voorraad en begon aan een breiwerk dat goed te doen is in treinen en wachtkamers. Het knieproject. Eens kijken wat het eerste weg is: de bol garen of de pijn in mijn knie.

Nog niet klaar met Katherine

In 2016 begon ik aan een ambitieus breiproject: Katherine Howard. Helemaal verliefd op het mooie patroon en zelfverzekerd genoeg om me niets van de reputatie (van moeilijk en langdurig) aan te trekken.

Prachtig, toch?

Het rugpand voltooide ik, de voorpanden waren ook al behoorlijk gevorderd voor ik me realiseerde dat het me echt nóóit zou gaan passen. En wat erger was: door mijn tegenzin om eindjes af te hechten had ik voor elke lichter blauwe diagonaal een héél lang eind garen in gebruik. Ik maakte er eerst knotjes van, die vreselijk in de war raakten natuurlijk. Er werd nogal eens aan de draden getrokken. Daar konden ze slecht tegen. Shetland wol bestaat uit vrij korte vezels, dus het garen werd dunner en brak soms. Ik probeerde het op te lossen met zogenaamde visjes, maar ook dat hielp niet veel, ook die raakten steeds in de knoop en het breiwerk werd er bepaald niet mooier van. Ik breide nog een klein stukje dapper door, maar toen kwam er een ander mooi garen langs. Ik breide een paar sokken. En een muts, en nog een muts. En toen werd het koud en vond ik dat ik een warm vest voor in de tuin nodig had.

Warm voor de winter

Ik breide het op pennen 4,5 van Cascadewol die me geleverd werd door huisdealer zevenkatten.nl .

Kabels breien is leuk.

Toen het eenmaal af was, was het natuurlijk niet koud meer, dat is zoals die dingen gaan. Het vest zal me beslist goed van pas komen in de komende winters dacht ik, en ik begon blijmoedig weer aan een sok. Maar ergens bleef tijdens al deze zijsprongen de gedachte aan Katherine Howard me wel dwarszitten. Ik hou niet van opgeven. Ik noem mijzelf vaak een procesbreier, het gaat mij meer om de bezigheid dan om het product, maar ik wil wel graag iets moois en draagbaars maken. Uithalen en opnieuw beginnen? Nee, niet met deze mishandelde wol. Dus gewoon helemaal opnieuw beginnen, en dat deed ik. Nu niet met lange draden in knotjes of visjes, maar kortere stukken wol. Ik schafte materiaal aan, ik maakte proeflapjes en zelfs een toile, en ik begon opnieuw. Katherine de Tweede.

het schootje aan het achterpand is al klaar.

De eerste poging beschouw ik maar als een heel degelijke oefening. Een super-proeflapje. De Katherine Howard waarnaar het patroon vernoemd werd kreeg geen tweede kans.

Pink Floyd aan je voeten

Ik breide voor Echtgenoot Yep een paar sokken. Gewoon, rechtuit sokken met een verstevigde hiel om te dragen in zijn werkschoenen op de tuin. Op zich allemaal niet zo bijzonder, maar het materiaal is dat wel.

De wol is geverfd naar het voorbeeld van het legendarische album Dark side of the moon, van Pink Floyd. Ik geloof dat de Echtgenoot dat wel waarderen kan.

Vier films en een tv-serie

Als ik naar de film ga neem ik een breiwerk mee, maar niet iets moeilijks.

Deze sjaal was erg geschikt voor de bioscoop: recht gebreid met elke tweede naald één steek minderen aan de ene kant en twee meerderen aan de andere. Dat maakt een interessant model van een langgerekte driehoek, en je kunt dóórbreien tot het garen op is. Erg geschikt voor een van mijn vele bollen sokkengaren dus! Ik koos een bijna effen blauwe en breide tijdens A Star is Born en tijdens Wad, ik zag Van verlies kun je niet betalen en een documentaire over Maria Callas. Thuis keek ik naar De Kijk van Koolhoven, wat ik film genoeg vond voor de filmsjaal, en toen was het garen op ook. Maar ik vond ik de sjaal nog wat te klein, dus zocht ik er een restje wit sokkengaren bij en maakte er -bij daglicht- een kantrand langs.

Toen leek het er meer op. Eergisteren blockte ik de sjaal. Dat is toch een beetje toveren, je begint met iets dat het meest op een pak noedels lijkt en eindigt met een glorieuze kanten rand.

Waarna je een heel bruikbaar accessoire hebt.

 

Net zoiets als fietsen

In 2008 gaf ik mezelf een workshop spinnen cadeau, om het behalen van mijn modevakschool-diploma te vieren. Echtgenoot Yep gaf me dat jaar voor mijn verjaardag een prachtig spinnewieltje en ik had er een paar topdagen mee bij Jacey Boggs. Ik leerde van haar effectgarens te maken, met sliertjes en bobbels en met verschillende materialen door elkaar gebruikt. Eenmaal thuis spon ik in één lange sessie een grote bol lontwol tot dik-dun garen.

Dat was erg leuk om te doen. Ook omdat ik het materiaal zo mooi vond (en vind), het is merinowol, in allerlei blauwen geverfd. Ik wond het op strengen en keek er verliefd naar. Maar ja. Het is ongetwijnd garen, niet prettig om mee te breien en door het dik-dun zal het beslist erg pluizen, het is niet of nauwelijks wasbaar… Het garen leek voorbestemd om levenslang te krijgen in de voorraadbox onder mijn bed, waar het motvrij en veilig lag terwijl het spinnewiel ook weinig meer te doen kreeg. De volkstuin, de kledingmakerij, allerlei andere leuke dingen drongen zich op de voorgrond.

Een jaar of wat later schafte ik, verblind door de mooie kleur een bol kobaltblauwe Lana Grossa Olympia aan. Waar was mijn verstand die dag? Olympia is pluizige wol, zo dik dat het op pennen 12 gebreid moet worden en het is ook al ongetwijnd. Alleen die kleur…zo mooi! De Olympia verdween ook in de kerker-onder-het-bed. Ik kwam het vorige week tegen toen ik er iets anders wilde verbergen.  Het lijkt warempel wel lontwol, dacht ik nog. Wacht even… het lijkt inderdaad lontwol, maar dan iets teveel gedraaid. Het spinnewieltje werd afgestoft en opgetuigd, ik bleek het nog best te kunnen, spinnen verleer je niet. Ik spon een heel stuk van de Olympia achteruit, zodat de twist er uit ging en het inderdaad dunne lontwol was. Daarna spon ik er een regelmatige, dunne draad van. Die twijnde ik met mijn -na tien jaar ook weer bevrijde- dik-en-dunne merino.

Tadaaaa! Dat werkt prachtig. Wat een mooi garen is het zo. Doordat het getwijnd is heeft het balans, de Lana Grossa is gedeeltelijk plastic (ik weet niet eens wat voor plastic, maar het zal ongetwijfeld een acrylvariant zijn) en dat brengt wat stevigheid.

Ik breide er een klein proeflapje van om te zien of ik er ideeën van kreeg, want ik heb geen idee wat met dit garen te maken.  Ik moet bekennen, ik weet het nog steeds niet. Het blijft natuurlijk onpraktisch materiaal, niet goed wasbaar en het zal nog steeds behoorlijk pluizen. Het is een lastig vraagstuk, of ik uren en uren ga besteden aan het spinnen van garen waar ik waarschijnlijk nooit wat bruikbaars van maak. Of misschien kan ik het garen als het eindproduct beschouwen. Moeilijk. In de ene hoek de calvinist, in de andere hoek de artiest, klaar voor de zoveelste ronde.

Chapeau, chapeau!

Op vakantie nam Echtgenoot Yep het grootste deel van het autorijden voor zijn rekening. Eigenlijk reed hij alles, behalve die ene keer terug naar de tent van een restaurantje, toen hij wat meer had gedronken en ik wat minder. Ik gebruik al die passagierstijd om te breien. Ik had, voordat we vertrokken, samen met YvonneP vijf breiwerken geselecteerd die mee mochten. Dat was natuurlijk wel erg ambitieus…. er werden twee mutsen voltooid.

Ten eerste een wurm. De vijfde of zesde denk ik, ze zijn prettig om te breien, min of meer op de automatische piloot. En ze zijn leuk om te dragen, hoewel ik natuurlijk maar één hoofd heb, en dat hoef ik niet al te vaak warm te houden…. vijf min of meer dezelfde mutsen is wel een béétje raar. Maar goed. Deze maakte ik van een effen grijze wol gecombineerd met een langzaam van blauw naar paars verlopend garen, beide van het merk Kauni. Ik heb nog genoeg van beide kleuren voor een bijpassende sjaal.

En ik maakte een Brackish hat van een “kit” van Stephen en Penelope. Fijn, zo’n kit: er zit een patroon in, en precies genoeg garen. Leuk ding, niet?

De minderingen bovenop de muts maakte ik eerst volgens de werkbeschrijving maar ik vond het erg lelijk. Ik haalde het weer uit en maakte een gladde bol met de minderingen in een zeshoek.

Daarvoor had ik dus net weer te weinig blauw garen (tja, wees eigenwijs en betaal de prijs) dus gebruikte ik nog een stuk van het grijze garen waar ik wel wat van over had. Ik maakte een pompon wat ik sinds de kleuterschool (van de Vrije School) niet meer gedaan had, en monteerde hem er op. Ik ben dik tevreden!