Wat ik vandaag maakte: Een kip kwaad

Onze kip Fiep heeft een kinderwens. Dat is niet onterecht, ze heeft al twee keer eerder blijk gegeven van een groot talent voor het moederschap. Haar jongste twee, door de Kleindochter Mila en Eend genoemd, zijn nog maar net de puberteit ontgroeid. De schattige gele kuikens groeiden uit tot forse kippen, sneeuwwit met een enkel zwart veertje. Het vermoeden bestaat dat Eend een haan is en ons daarom zal moeten verlaten, maar dat weten we nog niet zeker: Er is nog niet gekraaid en eieren leggen doen de jonkies ook nog niet.

Toch besloot Fiep dat ze weer nieuwe kuikens wil en ze werd broeds. Geen goed idee in September maar ze zit ijzerenheinig in het nachthok een denkbeeldig nest eieren warm te houden. Ze eet weinig, haar kammetje is bleek en verkreukeld en haar veren vallen uit. Als we daar niets aan doen houdt ze dat zomaar een week of zes vol. Een drastische oplossing is de broedse kip apart zetten in een kleine kooi op een betonnen vloer, dan is de broedsheid na een dag of drie wel weg. De keuze tussen zes weken vruchteloos broeden of drie dagen afzien in isolatie hebben wij voor haar gemaakt.

Dus zit ze nu met een éénkips portie eten en drinken opgesloten onder een krat in de garage. En ze is Níet Blij.

Statistieken hebben altijd gelijk

Gespannen keken we uit naar de dag dat volgens onze berekeningen de eieren waarop onze Fiep zat te broeden zouden uitkomen. Op Moederdag zou ze, hoe toepasselijk, een aantal piepende kuikentjes onder de warme vleugels hebben. Waarschijnlijk gele kuikens deze keer, want de broedeieren zijn gelegd door witte en splash Marans. Er was ook een ei van een Bresse kip bij.

De eerste lege eierschaal lag vrijdagavond al naast het nest. Helaas, het kuikentje dat er uit was gekomen de volgende ochtend óók: Het was misvormd en had geen kans op overleven. Fiep had het uit het nest gelegd. Maar er waren nóg zeven eieren.

Een paar uur later meldde zich de volgende, gelukkig helemaal in orde. Weer een paar uur later was er nog een sterfgeval te betreuren, gevolgd door het tweede gezonde kuiken. En daar bleef het bij, vier eieren waaronder het Bresse kwamen niet uit. Twee kuikens is niet veel, wel een béétje teleurstellend. Volgens de kippenhouder waar wij de eieren van kregen is het wel te verklaren door de koude nachten die er geweest zijn. Als een ei twee uur niet onder de kip ligt is het al te koud en wordt het geen kuiken. En ook: volgens de statistieken komt er bij natuurbroed uit ongeveer zestig procent van de eieren een gezond kuiken. Dit is voor ons kippenhouderijtje de derde keer, het eerste nest was zes kuikens uit acht eieren, de tweede keer negen uit negen. En nu dus twee uit acht. In totaal 25 eieren waaruit 17 kuikens kwamen. Dat is nog steeds 68 procent. En wat wel hoopvol is: iets meer dan de helft van de kuikens is volgens de statistiek kip, de rest haantjes. Ik hoop dat deze twee kuikens allebei meisjes zijn en de kans daarop is best aanwezig: van de eerste twee nesten, vijftien kuikens, bleken er maar liefst tien van het mannelijk geslacht. De meiden hebben wat in te halen.

Maar we gaan er eerst volop van genieten want het is weer zó leuk! Fiep is een geweldige moeder. En Kleindochter K. mag de kleintjes namen geven.

Ko Haan

Ko Hen barstte in de vroege ochtend uit in enthousiast gekraai. En ze hij is inmiddels de baas van het hele spul in de kippenren. Hij heeft nog geen grote staart, en ook nog niet zo’n decoratieve toef op de rug, dus hoopten we dat het tóch een-wat groot en bazig uitgevallen- kip was. Helaas… kraaien is niet gewenst in onze stadstuin, dus moeten we afscheid van hem nemen.

Ik dacht nog een foto te maken, in het kader van “dan hebben we tenminste de foto nog” maar hij had me door en stond niet stil.

Behalve als er wat te snaaien was.

En toen waren er nog twee

De negen kuikens zijn allemaal in verbazend tempo opgegroeid. Na een maand of twee stopte Fiep van de ene op de andere dag met moederen en werd er nogal geknokt af en toe. Vooral toen de vijf (!) hanen eehhh… hanig gedrag gingen vertonen.

Een collega van Yep heeft twee kippen en een haan geadopteerd. Op deze foto zie je ze samen in hun nieuwe woonomgeving. De haan (die met z’n hippe broekje achteraan staat) heeft de naam mr. Brown gekregen. Leuk, een Tarantino-verwijzing!

En deze heet Trompetta, vanwege haar opvallende stemgeluid. Ik ben zo blij dat ze zo’n goed nieuw huis hebben! De andere vier hanen bleven nog wat langer want een nieuw thuis vinden voor een haan is ondoenlijk. Tenslotte heb je één haan nodig (als je die al nodig hebt… wij hebben er al járen geen). Marktplaats staat vol met “gratis af te halen” hanen, bij kinderboerderijen worden ze ‘s nachts over het hek gezet… De enige uitzondering is voor een haan die helemaal voldoet aan de ras-standaard, zodat er mee gefokt kan worden. Maar dat was bij ons stel bepaald niet aan de orde. We hebben ze dan ook niet om prijzen op tentoonstellingen te winnen, met iets te donkere poten of net teveel vlekjes op de rug zijn ze me net zo lief. Maar, dus, de vier andere hanen uit onze tuin zijn in de vriezer beland. Niet leuk, maar tja. Ze hebben een goed kippenleven gehad en een snel, pijnloos einde. Eerlijk is eerlijk, het is prima vlees!

Nu wonen er vier kippen in de ren: Fiep en Keet, matrones van bijna twee en een half, en pubermeisjes Kiwi en Ko. Kiwi heet zo omdat ze bijna helemaal geen kammetje heeft, en als gevolg van het geklier van een van haar broers ook geen staart. Daardoor lijkt ze een beetje op de beroemde Nieuw Zeelandse loopvogel. De staart zal er nu wel snel aan groeien. En Ko vind ik een prima kippennaam. Ko Hen.

Nachtelijk bezoek

Echtgenoot Yep kreeg voor zijn verjaardag een wildcamera. Een onopvallend kastje dat we aan een boom in de volkstuin hingen* vanwaar het foto’s of korte filmpjes maakt van alles dat beweegt. Nu ja, niet álles dat beweegt. De blaadjes in de bomen wapperen ook, en we hoeven niet elke mug voorbij te zien vliegen… maar we waren wel benieuwd wie er allemaal door onze tuin stapt.

Dat is dus duidelijk! Leuk, zo’n medebewoner.

*Met een ketting en een hangslot natuurlijk…

Blijde verwachting

Onze kip Fiep is normaliter een redelijk schuw type. Ze eet niet uit de hand en loopt hard weg bij plotselinge bewegingen. Maar nu trekt ze zich niets van ons aan, ze is geheel in beslag genomen door een Belangrijke Taak. En door haar hormonen…

Ze blijft halsstarrig zitten…

Ze is broeds. Op deze foto zie je nog het kistje dat als legnest in gebruik was, waarin ze plaats nam op een ei van haar zus Keet. Dat kistje zal vast nogal ongemakkelijk zitten, dus ik haalde het weg toen ze even opstond om te eten. In plaats daarvan kreeg ze een paar handenvol stro om een nestje van te maken. Daarna reden we naar een kippenhouder die wél een haan bij zijn Maranskippen heeft. Dezelfde die ons de eieren leverde waar Fiep zelf uit kwam (en Keet en hun vier broers ook).

Ze moet soms éven naar buiten om te eten.

En zo zit ze nu al een week op tien bevruchte eieren. De vader en enkele van de moeders ervan zijn zilverhals-Marans, dus waarschijnlijk krijgen we ook wat kleurvariatie als het allemaal lukken wil. Nog twee weken…

De Kooltent

Iedereen die op onze tuin woont lust kool. Echt waar. Bijna altijd wordt het vóór het oogstklaar is opgegeten door allerlei gedierte. Witte koolvlieg, reeën, koolwitjes-rupsen, hazen, slakken, duiven, iedereen eet smakelijk van ons koolveldje, behalve wij. Daar hadden we genoeg van. We willen best wat delen, maar we kweken uiteindelijk voor ons zelf. Bestrijdingsmiddelen willen we niet gebruiken en bovendien trekken reeën zich daar niet zoveel van aan. Zolang de plantjes klein zijn zetten we er een emmer zonder bodem overheen en leggen daar weer kippengaas op. Maar insecten kunnen natuurlijk makkelijk door het kippengaas en de koolplantjes worden snel te groot voor de emmer… we verzonnen een list.

We kochten drie stroken insectengaas van vijf meter lang en twee meter breed..

…die ik met de naaimachine en kleurige bias-bandjes aan elkaar naaide tot één grote lap van vijf bij zes. In de huiskamer, vanwege de ruimte.

Dat was weer eens wat anders dan een rokje. Ik vond het wel leuk om de ene liefhebberij in te zetten voor de andere. Ik denk niet dat juf Blom van de Modevakschool deze toepassing voor ogen had toen ze me deze techniek van naad-afwerking leerde. Hong Kong binding in de moestuin, waarom ook niet?

Yep zette twaalf paaltjes rondom en tussen de kolen, zodat ze één kool hoog bleven en verbond die met elkaar met waslijn.

Daarna haalde hij de emmers en kippengaas van de plantjes af, legde de lap gaas eroverheen en vouwde het dicht als een cadeautje. Wat stenen en zand op de rand en ziedaar: een kooltent. Met de mazen van 1 mm komt er licht en water genoeg binnen, maar kan er geen koolwitje of koolvlieg naar binnen. Duiven, hazen en reeën kunnen er alleen nog maar verlangend naar kijken. En dan kunnen ze fijn verderop weer gras gaan eten, het is niet dat ze iets te kort komen.

Onderhuurders

In de volkstuin hebben we twee nestkastjes. Eén van de twee (vorig jaar nog huis van een pimpelmezenfamilie) bevat een kolonie hommels. Die zijn verrassend waaks, als het op verstoring van hun huiselijke rust aankomt. Yep was nietsvermoedend aan het harken, iets te dichtbij naar des hommels’ zin, hij moest rennen om aan een kwaaie formatie te ontkomen.

In het andere huisje woonde een koolmezengezin. We zagen vader en moeder in hoog tempo wormpjes en rupsjes aanbrengen. Gelukkig heeft niemand in onze directe omgeving de buxusmot bestreden.

Foto gemaakt door Yep

Het viel ons op dat we één van beide ouders duidelijk fladderend hoorden vliegen, de andere was veel stiller. Het bleek dat het vrouwtje geen staart meer heeft.

foto van mij. 🙂 Dit vloog niet zo snel weg

Kort daarop vond Yep al haar staartveertjes bij elkaar in de tuin. Het vliegen moet daarmee behoorlijk zwaarder zijn voor een mees, de staart zorgt voor draagvlak en helpt bij het sturen in de lucht. Daarbij zal het best een blessure zijn, ik stel me zo voor dat het uittrekken van alle staartveren bepaald pijnlijk is. Hulde dus, voor deze mezenmoeder. Al haar kinderen zijn succesvol uitgevlogen en gaan onze oogst ontdoen van rupsen.

Floortje

In januari 2015 kwam Floor bij ons wonen. Ze bleek een buitengewoon productieve legkip, bijna drie jaar legde ze consequent elke dag een ei. Het moeten er totaal toch gauw 1000 zijn geweest. Ongelooflijk, niet? Ze was de onderste in de pikorde maar kipje-de-voorste als er wat te halen viel en meestal de anderen te vlug af. We noemden haar ook weleens Wethouder Hekking.

Nadat ze stopte met eieren leggen heeft ze nog een jaar van haar pensioen genoten. Gisteren werd ze ziek en kwam het nachthok niet meer uit, vanmiddag is ze overleden.

Een stoere vogel en een blinde kip

In de buurt van mijn werk loopt een gehandicapt kauwtje. Zijn (of haar) rechtervleugel hangt er onbruikbaar bij en de slagpennen zijn afgesleten van het over de grond slepen. Vliegen is er dus niet bij. Maar deze vogel weet zich verbazend goed te redden. Hij is vaak te vinden tussen de struiken in de Manhuistuin, ik zag hem daar soepeltjes in een boom klimmen met gebruik van poten, snavel en één vleugel. In het buurtje is van alles voor hem te vinden, er is een viskraam, een pizzabakker, een warme bakker en een snackbar waar hij zijn kostje bij elkaar scharrelt. Hij is -logisch-  een stuk schuwer dan zijn soortgenoten, die wél gezellig met hem samen op straat lopen te kuieren. Maar een goede foto van hem maken is dus nogal lastig…

neem maar van me aan dat dit hem is. Wat een stoere vogel. Respect!

Nog een gehandicapte vogel: de kip die wij heel fantasievol de naam Die Andere gaven is volgens ons blind. Of toch minstens erg slechtziend. Als de ren opengaat gaat ze niet met haar collega’s mee buiten wormen zoeken, lekkere hapjes die we pal voor haar snavel leggen pikt ze niet op. Maar de voerbak weet ze wel te vinden, ze is gezond en ziet er patent uit. Het is in kippenjaren ook echt een oudere dame, ze woont sinds juni 2014  bij ons en legt allang geen eieren meer. Ze mag nog een tijdje van haar pensioen genieten.