Category Archives: lapjes en stofjes

Helmond

Naar het museum.

Het gemeentemuseum in Helmond heeft tot 12 maart 2017 een tentoonstelling over Vlisco.  Daar wilden vriendin H. en ik wel heen, en Echtgenoot Yep ging mee. Wat is Vlisco katoen toch een feestelijk product! Er was een korte uitleg over de historie en diverse eigentijdse ontwerpen met Vlisco. Geïnspireerd door de -wel wat kleine- uitstalling kocht ik meteen een stuk katoen met rood-paarse print  bij de fabrieksoutlet en een groen gestippelde bij Jansen-Naninck. Daar waren we twee en een half jaar geleden ook, en de aankopen die ik toen deed zijn allemaal gebruikt, of minstens aangesneden.

Je zou ze bijna ingelijst aan de muur hangen.

Wat ik maakte: een spijkerbroek dus.

een echte, goed passende jeans. Met stiksels en alles.

Klaar. Dit is de derde versie, en op een paar héél kleine dingetjes na is het precies zoals ik het hebben wil. Het patroon is de Ginger Jeans van Closet Case Patterns, maar daar heb ik aardig wat aan veranderd. Afgezien van die kleine dingetjes heb ik nu een prima passend jeanspatroon in de kast liggen.

De binnenkant van de broekband en de zakken is gemaakt van Vlisco katoen in een buitengewoon vrolijkmakend printje. Elke keer als ik de binnenkant van mijn broek zie moet ik glimlachen.

Eén van de kleine dingetjes waar ik nog wat aan moet veranderen is de onderkant van de broekspijpen. Ze draaien wat en zijn een centimeter of twee te smal: Ik kan deze broek niet aan samen met mijn favoriete laarsjes. Zoals ik al zei, kleine dingetjes. Ik heb er ook nog geen “spijkers” bij gekocht, dat gaat nog wel gebeuren.

Na het maken van deze foto heb ik eerst een paar minuten gelachen en daarna heb ik de achterzakken er gauw weer af gehaald en zes centimeter hoger gezet. Dat is stukken flatteuzer… en dáár heb ik dan weer geen foto van.

Ik heb hem de afgelopen twee dagen gedragen en het bevalt me prima. Ik ga nooit meer een spijkerbroek kopen. Al is het alleen al omdat een NYDJ broek zoals ik die meestal koop vroeger altijd kocht 140 euro kost. Een win-win situatie.

Wat ik maakte: een proefje

Een test met “piping”

Op mijn wensenlijstje staat een pyama. Een klassiek model, blauw met witte biesjes. Zulke biesjes bestaan uit een koordje, vastgenaaid in een dubbelgevouwen strookje stof. In het Engels heet het piping dus noem ik het ook maar zo. Ik probeerde het eens met wat restjes stof en een nieuwgekocht katoenen koord en dat lukte aardig. Ik heb er zelfs aan gedacht een meter van het koord te wassen om te kijken of het krimpen zou. (Dat deed het niet). Het resultaat van mijn testje deed me vooral aan een stoelkussen denken. Hmmm.

Wat ik maak: Een spijkerbroek

Versie 2.0

Al een middag en twee avonden ben ik alléén maar met deze broek bezig geweest. Inderdaad wel een beetje monomaan, maar voor mij is dat de beste manier om een nieuw kunstje te leren. Hij past me een stuk beter dan de eerste dus deze zal ik wél gaan dragen (foto’s volgen). En de voering van de zakken en de binnenkant van de band maak ik van de allervrolijkste Vlisco katoen. Maar er zijn ook nog wel een paar dingetjes aan te verbeteren, ik blijf nog wel even in mijn jeansbubbel.

Wat ik maakte: een rokje

Een experimenteel rokje.

Vroeger, toen ik nogal arm was en kostenbesparing het belangrijkste argument om zelf kleren te naaien maakte ik weleens een rokje van een oude spijkerbroek. Als het bovendeel van de broek nog aardig in orde was tornde ik de binnenbeennaad open, en de voorste kruisnaad tot aan de rits. Aan de achterkant haalde ik ook een stukje uit de kruisnaad los, ongeveer net zoveel als voor. Vervolgens knipte ik uit het onderste deel van de broekspijpen twee driehoeken die ik -punt naar boven- tussen de binnenbeennaden naaide, waarbij ik de punten van de kruisnaad over elkaar vast zette. Zoiets als dit. Zo kon je het nog een tijdje dragen vóór de broek definitief werd afgeschreven. Nu zijn we een jaar of dertig verder en probeer ik niet de levensduur van een oude broek te rekken, maar wil ik een goed passende nieuwe maken. Mijn eerste proefmodel hiervoor was matig succesvol. Het bovengedeelte paste perfect, maar op de heupen was het behoorlijk te wijd: ik moet op dit patroon een plattebillen-correctie doen. Bovendien had ik te weinig stof… dus toen ik voor de spiegel stond met mijn te wijde, knielange jeans (nee, daar is geen foto van) dacht ik terug aan mijn vroegere spijkerbroek-rokjes en dacht: dat kan hier ook wel mee. Het was zó wijd dat ik besloot het zonder de ingezette driehoeken te doen, maar de kruisnaad gewoon recht door te trekken vanaf de rits en in de zijnaden splitjes te laten voor loopruimte. Dat bleek een vergissing, want hoewel het rokje wel past zit het erg raar aan de voorkant (nee, óók geen foto van). Logisch… de ruimte die ik teveel had zit aan de achterkant waar die platte billen zich ook bevinden maar mijn voorkant is allesbehalve plat. Dit rokje is dus oefenmateriaal, ik heb fijn een gulp en achterzakstiksels geprobeerd. En als spijkerbroek versie 2.0 een feit is gooi ik het weg. Laat de Lies van 30 jaar geleden dat maar niet horen…

Bijna goed, de stiksels

Wat ik maakte: nóg twee kussentjes

22 januari 2017

Twee kleine kussensloopjes erbij.

Het allerlaatste restje witte lakenkatoen was precies genoeg voor de achterkant van deze twee overtrekjes. Ik maakte de naad aan de voorkant voor de variatie diagonaal, maar verder zijn het gewoon kleine kussenslopen. Van de donkerblauwe katoen en de Boateng-Vlisco heb ik nu nóg wat over, maar daarvoor komt wel weer eens een toepassing.

Wat ik maakte: Een dekbedovertrek

22 januari 2017:

Een dekbedovertrek en een paar kussenslopen

Vorige week kocht ik donkerblauw en wit lakenkatoen, 3,50 meter van elk om een dekbedovertrek te maken. Het heette allebei dubbelbreed, dat zou volgens de leverancier 2,40 meter moeten zijn. Na het wassen en strijken (ugh… twee lappen van 3,50 bij 2,40 strijken…) was de witte 2,46 meter breed maar de donkerblauwe was gekrompen: nog maar 2,32 meter breed, inclusief de zelfkanten. Zonder deze zelfkanten -die móeten er af- en minus de breedte van de te naaien naad en zoom bleef er slechts ruimte voor een  smal instopstrookje over; het dekbed dat er in moet is 2 meter lang. Niet getreurd, ik had nog een stuk Vlisco katoen in de kast liggen, een prachtig ontwerp van Ozwald Boateng dat wonderbaarlijk mooi paste bij mijn blauw-wit. Daarvan naaide ik een strook met een mooie platte naad langs het donkerblauw. Ik maakte er een “design feature” van. Ik paste hetzelfde kunstje op de kussenslopen toe en had toen nog ruim genoeg materiaal over voor een derde kussensloop. Helemaal fijn. Het was gisteren om elf uur ‘s avonds klaar, dus heb ik het meteen op mijn bed gelegd en ben er prinsesheerlijk onder gaan liggen.

Hoewel niemand de naden aan de binnenkant zal zien (behalve ikzelf) gebruikte ik vier verschillende kleuren blauw garen op de lockmachine. Ik word daar zo vrolijk van! Ook, trouwens, van het prijskaartje dat aan deze set hangt. Zelf maken is lang niet altijd voordeliger, maar in dit geval beslist wel.

Wat ik vandaag maakte: Een pakje open

13 januari 2017

Lapjes per post

Sinds begin december werk ik fulltime, vijf dagen in de week en een keer in de maand een zaterdag. Ik heb dus, dat begrijp je, geen tijd om naar de winkel te gaan om lapjes te kopen. Ik had nieuwe jeans nodig voor die spijkerbroek, ik wil graag een echt klassieke pyama maken… ik heb het patroon al liggen. Toen ik zag dat er dubbelbrede lakenkatoen te koop was bij het stoffenwinkeltje besloot ik een gok te wagen. Ik wil altijd even aan een stuk stof voelen vóór ik beslis, er doorheen kijken, ik heb nog nooit online stof gekocht. Hoewel, dat is niet helemaal waar… ik kocht stof voor Echtgenoot Yeps overhemden bij een bijzonder degelijke leverancier in Engeland. En nu dus, ik  bestelde genoeg lakenkatoen voor een dekbedovertrek, een wat luxere katoen voor een pyama en een stuk jeans voor spijkerbroek versie 2.1, deze keer groot genoeg. Vandaag arriveerde het pak. Alle lappen zijn inmiddels voorgewassen, ik geloof dat ik het voorspelde rotweer het komende weekeinde geen probleem vind.

Wat ik maak: Een spijkerbroek

9 januari 2017:

Een leerproces in jeans

Al jaren wil ik een spijkerbroek maken. En dan geen half passend, duidelijk zelfgebakken exemplaar, maar een echte. Met van die oranjebruine stiksels en met echte “spijkers”. Ik ben kennelijk niet de enige, want closetcasefiles bracht een spijkerbroekpatroon op de markt met een onlinecursus jeans naaien erbij. De spijkers heten Rivets in het Engels en ze zijn gewoon te koop. Ik twijfelde een jaartje en toen dacht ik: Dat kan ik misschien ook! Het begon meteen goed: Ik had te weinig stof gekocht. Het blijkt dat je patroondelen uit jeans op een speciale manier moet knippen om te voorkomen dat het kledingstuk scheef trekt. Dus kun je niet, zoals ik meestal doe, een spelletje patroon-tetris spelen en zo min mogelijk restjes hebben. Ik besloot het dan maar als oefenmateriaal te beschouwen en er een korte broek van te maken. Dat lukte bést aardig. Er was wat aan de pasvorm te veranderen maar niet veel: ik moet een platte-billen-correctie doen. (tja…) Maar ik heb een stapel zelfvertrouwen opgedaan. Nu genoeg stof kopen, aan de gang!

Wat ik maakte: een soort van tas.

16 december 2016:

een luiertas

Toen Dochter nog heel klein was kreeg ik een kanariegele plastic luiertas kado. Ik had zelf niet gedacht dat dat handig was, maar de tas bleek vooral de eerste paar maanden erg praktisch voor korte uitstapjes. Hij bevatte een of twee luiers, een pakje billendoekjes en een schone outfit. De tas zelf bestond, uitgevouwen, uit een afneembaar matje waarop de te verschonen nazaat paste. Zoiets wilde ik maken voor schoondochter J, maar wel van een andere kleur, en wat vriendelijker materiaal dan dat plastic.

Ik zocht een patroon en verzamelde materiaal: jeans en een soepele vinyl, beiden lichtblauw. Daarbij de eerder beschreven bandjes. Ik wist toen nog niet of de baby een jongen of een meisje was, maar buiten dat, niet de baby maar de ouders moeten de tas dragen. Toen ik alles bij elkaar had maakte ik eerst een paar proefjes met verschillende soorten vulmateriaal.

De bovenste is gevuld met één laag schuim, speciaal om in tassen te verwerken om ze wat “body” en stijfheid genoeg te geven. De middelste proef heeft twee lagen van datzelfde schuim, de onderste een laag schuim en een laag fiberfill. Het bleek dat mijn naaimachine de dikkere varianten niet goed aankan, hij ging steken overslaan. Buiten dat lieten de dikkere materialen zich niet zo makkelijk tot een envelop-model vouwen. Ik bedacht dat de baby er natuurlijk geen uren op hoeft te liggen, dus de uiteindelijke keuze voor één laag schuim is wel goed. Het is een heel andere tak van sport, tassen maken. Alleen al het verwerken van zo’n plaat schuim: de hele tafel moest leeg om het onder de naaimachine door te kunnen schuiven. Ik leerde de biasband-truc via een tutorial van een quilt-website. Het vinyl moest in één keer goed genaaid worden, als je een naadje uithaalt blijven er zichtbare gaatjes achter.  Maar het lukte allemaal toch best goed.

De twee zakjes klappen opzij weg en dan kun je bij de inhoud (de beer mocht even voor baby spelen).

Dit is een tas waar ook mijn stoere zoon wel mee over straat wil, denk ik…. als hij achter de kinderwagen loopt. Of het ook echt een bruikbaar ding is blijkt natuurlijk pas als de baby er is. Ik weet nog dat ik mijn gele tas niet meer gebruikte toen Dochter een maand of vier, vijf was. Er moesten steeds meer speeltjes en fruithapjes en slabbetjes en nog meer speeltjes mee.