Naar de stad

Een prettige bijkomstigheid van 60-plusser zijn is dat je zogenaamde keuzedagen kunt aanschaffen bij de NS. Dat kan alleen in combinatie met een kortingkaart, die ik toevallig al had. Zeven keer per jaar kun je zo’n dag inzetten. Het maakt niet uit hoe ver je reist, je mag de hele dag in de trein, als je maar buiten de spits reist. Met een van die keuzedagen vervulde ik een lang gekoesterde wens: Ik ging naar Tilburg, naar Textielstad. Een stoffenwinkel waar ik al een paar keer online iets kocht, maar die -aan de website te zien- zo’n grote collectie heeft dat ik het graag eens van dichterbij wilde bekijken.

Dat viel niet tegen! Het is geen lief stoffenwinkeltje in het stadscentrum (óók leuk, maar helaas een uitstervend verschijnsel) maar een grote hal op een bedrijventerrein waarin een heel effectief midden is gevonden tussen een magazijn-achtige webshop en een inspirerende lapjeswinkel.

Ik kocht spullen -allemaal blauw, maar dat is toeval- om me een maandje of twee bezig te houden en keek uitgebreid rond, voor als ik in de toekomst weer wat wil bestellen. Nog een lunch bij het museumcafé van het textielmuseum, heel passend, en na een rondje fietsen op de stationsfiets weer in de trein naar Goes. Leuke dag, leuke winkel!

Monomanie heeft ook zijn charmes

Net als van het maken van overhemden hou ik ook van het maken van babyrompertjes. Ook daarvoor gebruik ik steeds hetzelfde patroon, maar ik gebruik tricot in allerlei verschillende kleurtjes en prints. En in tegenstelling tot mijn overhemdenfabriekje is het natuurlijk niet steeds voor dezelfde persoon. Het is een heel geschikt kraamcadeautje.

Vanmorgen maakte ik er eentje voor de baby van een collega, hoewel de spruit in kwestie tot Maart waarschijnlijk nog geen kleren nodig zal hebben.

Een doorlopend project

In 2015 maakte ik voor de eerste keer een “echt” overhemd voor Echtgenoot Yep. Dat is tien jaar geleden, best een hele tijd en toch voelt het overhemden maken als iets wat ik nog maar kort doe. Raar is dat!

Deze bijna-zwarte rolde vandaag van de machine. Meer bedoeld als vrijetijds-kleding, een beetje jeansachtig, gemaakt van wat stevigere katoen. De stof kwam mee uit Parijs, van Tissus Reine, wat is dat toch een fijne winkel.

Toen ik kort geleden wat opruimde in de kast keek ik eens in de doos waarin ik van elk overhemd de restjes stof heb bewaard. Ik heb het idee dat ik daar ooit eens een quilt of iets dergelijks van kan maken, (en stof gooi je NOOIT weg) dus ik bewaar de afknipseltjes. Stof van eenentwintig overhemden zat daarin. Natuurlijk heb ik voor lang niet allemaal een postje hier geplaatst, dat zou snel saai zijn… maar ik vond het heel wat.

Na het doorkijken van die doos overhemden-geschiedenis besloot ik de exemplaren die ik vanaf nu maak te dateren, met maand en jaar aan de binnenkant onderaan de knopenbies. Misschien voelt het dan minder als één doorlopend overhemd-project. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig leuk om ze te maken, de volgende ligt alweer geknipt (van in Londen aangeschaft tana lawn). En bij wijze van hoge uitzonderin ga ik Schoonzoon A. van een made-to-measure shirt voorzien. Ook daarvoor ligt een Liberty-katoentje klaar.

Tussen kerst en vuurwerk

Het zijn drukke tijden, de laatste maanden van het jaar. Ik hou naast mijn werk maar weinig tijd over. Maar ik had nog een eerder gemaakt projectje in de rij staan om hier te tonen:

De zwarte onderbroek is gemaakt van het rugpand van een T-shirt. De voorkant van dat shirt was beplakt met glimmende acryl druppels. Ik vond het een erg leuk shirt, maar toch is het stom dat ik het kocht, want na één keer wassen waren er drie druppels af. Precies de reden dat ik meestal kleding met pailetten, kraaltjes, glitter en dergelijke in de rekken laat hangen: die losgewassen stukjes plastic verdwijnen ergens heen waar het niet hoort. En de levensduur van het kledingstuk is héél kort. Na nog een keer dragen en wassen was mijn druppelshirt niet meer toonbaar. Ik schreef het tandenknarsend af als lesmateriaal en om de schade wat te beperken verwerkte ik het deel zonder lijmresten tot onderbroek. De stof voor vier gebloemde slips kocht ik van de zomer in Parijs. Altijd een leuk klusje, ondergoed maken.

Druk, drukker, drukker

In 2015 begon ik met het naaien van overhemden voor Echtgenoot Yep. Ik heb daar plezier in, inmiddels is minstens een derde deel van zijn collectie door mij gemaakt.

Hij koos zelf deze wollen ruit, voor een wat warmer shirt om in de winter in de tuin te werken. Ik maakte het iets wijder (om er nog comfortabel een laagje onder te kunnen dragen) en maakte de binnenkant van de kraag en de manchetten van een gladde katoen.

Dat laatste omdat ik denk dat wollen stof best kriebelig kan zijn. Omdat ik knoopsgaten in de wat grover geweven wol niet helemaal zag zitten maakte ik er drukkers in. Drukkers van de soort waarvoor je eerst een gaatje in de stof moet maken (best angstig om te doen) waarna de twee delen van de drukker muurvast aan elkaar vast worden geklonken. Mooi shirt, vond ik zelf! Echtgenoot Yep trok het aan en zei hee…. je hebt er een dames-sluiting op gezet. (Nu kunnen we een uurtje discussiëren over de onzinnigheid van dames- en heren sluiting, maar dat ga ik nu niet doen.) Punt was dat ik de sluiting andersom had gemaakt dan hij gewend is: Rechts over links in plaats van andersom. Gewoon niet opgelet. Nu is Echtgenoot Yep een heel goede Echtgenoot, hij verklaarde zich bereid om het overhemd te dragen zoals ik het had gemaakt, maar dat was mijn eer te na.

Ik boorde alle drukkers weer uit. Op mijn werk hebben we zo’n handstuk dat bijvoorbeeld de pedicure ook heeft en ik vond een oud kogelfreesje dat precies paste. Het lukte me wonderbaarlijk genoeg om geen grote schade aan te richten en de gaatjes in de stof niet groter te maken. En daarna plaatste ik nieuwe. Weer wat geleerd… maar ik hoop dat het nooit meer nodig is.

Januari

De stucadoors, schilders en behangers zijn klaar met ons huis, we konden onze spullen weer terug zetten. Toen we de bovenverdieping leeg maakten moest dat in één dag, dus gooiden we hupfluks alles in dozen en zakken en sjouwden het naar de schuur. Toen we het weer terug konden zetten deden we dat zorgvuldiger en ruimden en passant een boel op.

Ik sorteerde zelfs mijn naaigaren op kleur.

Kleindochter K. kwam logeren, gezellig! We knutselden en we gingen naar het zwembad en aten pannenkoeken.

Echtgenoot Yep kreeg -naast de traditionele kleuterschoolverkoudheid- een mooi portret van een giraf van haar.

Ik verwerkte een grote zak vol bieten tot heerlijke salade met appel en ui, en weckte dat. Wel tien toekomstige maaltijden.

In de tuin groeit nu niet veel, hoewel er een hoop te doen is: wilgen knotten, fruitbomen snoeien, spitten en opruimen in het algemeen.

In de kas stond een aardige hoeveelheid witlof ingekuild, dat kon geoogst worden.
Ik maakte er een tarte tatin van, met geitenkaas. Dat wordt een blijvertje.

Ook probeerde ik een oeroud recept uit: Gedroogd vlees. Beef jerky of biltong wordt het ook wel genoemd. Volgens de schrijfster van “de stam van de holenbeer” werd het in de tijd van de neanderthalers al gemaakt om vlees te conserveren. Natuurlijk is dat een roman en dus fictie, maar ik begreep dat zij haar huiswerk goed heeft gedaan vóór ze het schreef… ik geloof wel dat dit klopt. Hoewel de vroege mensen natuurlijk gewoon hun vuurtje gebruikten en ik een elektrische voedseldroger. En mijn zoon, die me dit recept gaf, gebruikt zijn grote groene barbeque, dat kan dus ook.

Het is erg lekker, maar ik heb ‘t wel wat te zout gemaakt denk ik.

En ook, eindelijk eindelijk, staat mijn naaimachine weer op haar plek.

Ik heb zingend van genoegen eerst eens een paar babypakjes gemaakt.

Klaar om te gaan

Als ik alleen reis ga ik, als het ook maar éven kan, met het openbaar vervoer. Achter het stuur van de auto kan ik niet breien of lezen of dat allebei tegelijk. Het is door de Corona-maatregelen alweer een knappe tijd geleden dat ik in de trein zat, maar binnenkort komt het er hopelijk weer van. En dan moet mijn hoofd getooid zijn met een maskertje. Op mijn werk gebruiken we van die medische wegwerp-snuitjes als we dichter bij een cliënt in de buurt moeten komen dus daar zou ik er wel eentje van kunnen meenemen. Ik hou alleen niet zo van wegwerp en ik denk ook dat het mooier kan dan zo’n wit snaveltje op je gezicht.

Ik gebruikte een Libelle patroon en maakte er eentje om eens te proberen hoe de pasvorm is. Dat ging prima, ik hoefde niet veel aan te passen. Met bril en hoortoestellen is het al redelijk druk achter mijn oren, dus koos ik voor strikbandjes in plaats van elastiekjes achter de oren. De buitenste laag is gemaakt van een lapje dat ik overhield van een van de shirts van Echtgenoot Yep, dus gaf ik deze aan hem.

Daarna maakte ik er eentje van dezelfde stof als de voering van mijn jas, en versierde die met kraaltjes.

Toen had ik de smaak te pakken, ik maakte er eentje van crèmekleurig katoen met een kantje en een eeehhh… een neusbel.

En nog twee, van diezelfde katoen met een satijnen buitenlaag en twee eehhhh wangbellen

Nu maar hopen dat de kraaltjes bestand zijn tegen de voorgeschreven 60 graden in de wasmachine. Leuk knutseltje, zulke mondkapjes. En fijn dat nu al mijn restjes biaisband op zijn. Maar ik hoop dat ik ze niet lang hoef te gebruiken.

Momentum

Alles went, kennelijk. Zelfs het corona-regime.

Ik maakte een dekbedovertrek van gewone lakenkatoen gecombineerd met een stuk Vlisco. Ik vind de kleuren zo mooi! Ik heb voor de effen stof lang gezocht naar dubbelbrede lakenkatoen van precies de goede kleur groen (het donkerder groen in de Vlisco). Dat lukte niet, dus uiteindelijk koos ik donkergrijs.

Ik maakte fudge naar dit recept. Dat was ook erg leuk om te doen en de smaak is geweldig. Dat moet ik niet te vaak doen… blijf er maar eens af! En het zijn wel tachtig van die blokjes.

Ik breide ook twee katoenen pannelappen voor vriendin H. Het patroon heet Bakers Twine, en ik vind ze zo leuk dat ik ze nu ook voor mijzelf aan het maken ben.

Wilmaaaaa!

Mijn standaard werk-outfit bestaat uit een lang vest of jasje met daaronder een legging, een rokje en een zogenaamde body. Ideaal kledingstuk vind ik dat, het zit altijd glad aangesloten en kruipt niet op. Ik maak ze zelf, dus ik heb ze met lange mouwen, korte mouwen en mouwloos. Ook de vorm en diepte van de halsuitsnijding kan gevarieerd. Afgelopen week maakte ik er drie.

Een gewone zwarte met driekwart mouwen

Een donkergroene met lange mouwen,

En deze. Het is niet precies panterprint, maar het lijkt er wel wat op. Dit is geen kledingstuk waarin u mij ooit zult zien, ik denk dat dat de openbare orde niet ten goede zal komen. Als ik het draag zal het goed verstopt zijn onder een dikke trui. Maar ik vind het zó grappig! Eigenlijk is het net zoiets als duur zijden ondergoed wat misschien niemand ziet, maar wat je draagt omdat je jezelf er mooi en sexy in voelt. In dit geval heeft het niet zoveel met mooi of sexy te maken, integendeel… Het is vooral dat ik erg vrolijk word van mijn innerlijke Wilma Flintstone.

Een merkwaardige hoofdstad

Van Yvonnep kreeg ik een lapje. Een heel bijzonder lapje: De plattegrond van Amsterdam is er op afgedrukt.

Het is wel een erg grappige plattegrond, de straatnamen zijn (volgens yvonnep) ingetoetst door een dronken Rus. Dat zou best kunnen kloppen! Hier en daar is het volkomen onbegrijpelijk. Ik dacht eerst dat ik de stof zou gebruiken als voering voor een tasje, maar dan zie je het natuurlijk niet.

Uiteindelijk maakte ik er een tafelloper van. Dan kunnen we bij het ontbijt eens puzzelen wat Nrcinui Moo.mec zou kunnen betekenen.