Category Archives: lapjes en stofjes

Een merkwaardige hoofdstad

Van Yvonnep kreeg ik een lapje. Een heel bijzonder lapje: De plattegrond van Amsterdam is er op afgedrukt.

Het is wel een erg grappige plattegrond, de straatnamen zijn (volgens yvonnep) ingetoetst door een dronken Rus. Dat zou best kunnen kloppen! Hier en daar is het volkomen onbegrijpelijk. Ik dacht eerst dat ik de stof zou gebruiken als voering voor een tasje, maar dan zie je het natuurlijk niet.

Uiteindelijk maakte ik er een tafelloper van. Dan kunnen we bij het ontbijt eens puzzelen wat Nrcinui Moo.mec zou kunnen betekenen.

Scheef

Ooit had ik een gele sjaal met zwarte vlekken, Ik was er erg dol op en droeg hem vaak maar hij belandde een keer in de kookwas en toen was het geen sjaal meer.

Toen ik deze stof van Nooteboom textiel zag moest ik aan mijn betreurde sjaal denken en ik kocht er meteen anderhalve meter van. Vijftig centimeter voor een sjaal, de rest voor een legging. Of een t-shirt. Dit soort stof, tricot, wordt rondgebreid in de fabriek, als een lange koker. Zoals sokken gebreid worden, maar dan met fijner garen en met héél veel meer steken. Dan wordt de koker aan één kant doorgesneden zodat het een lap wordt. De knipranden worden ingesmeerd met een soort lijm, zodat de zaak niet gaat rafelen. En daar gaat het vaak fout, ook bij mijn stippenstof. Want als de koker wat gedraaid zit gaat de knip niet recht door de stof maar diagonaal. De verkoper van de stof knipt lappen van de rol, haaks op deze lijn, waardoor álle kanten van zo’n lap stof scheef worden. Ik kocht dus een soort van ruit, in plaats van de gewenste rechthoek. Kledingstukken die daarvan zijn gemaakt zullen blijven trekken, of om het lijf draaien. Aan alle kanten een hoek er af knippen om het recht te maken is een optie, maar dan wordt de lap veel kleiner.

Voor het maken van een sjaaltje is dat gelukkig niet zo erg. Maar ik zou met plezier de stof als koker kopen… want afgezien van het scheve is het prima materiaal.

De verstelmand

We proberen minder afval te produceren. Eigenlijk vind ik dat dingen die stuk zijn niet weggegooid maar gerepareerd moeten worden, als dat kan. Maar oef, wat is dat een vervelende klus…

Neem bijvoorbeeld dit overhemd. Nog voor het een jaar oud was viel het mooie glansgaren waarmee ik alle sierstiksels maakte uit elkaar. Waarom gebeurt zoiets? Geen idee… maar het overhemd is verder nog best in orde, alle naden die de constructie vormen zijn met ander garen gemaakt. Ik zou dus alle stiksels stukjes siergaren er uit moeten peuteren en het opnieuw doorstikken met het duurzame garen. Dat peuteren is een heel werk, want het oude garen is bijna helemaal vergaan, het moet steekje voor steekje verwijderd worden.

En van deze sportbroek gaat de zoom en het elastiek in de taille los. Ook dat moet los getornd en opnieuw genaaid. Maar dat lostornen is een rotklus, vooral omdat er door het elastiek is gestikt. Iets nieuws maken is een stuk glamoureuzer! ik zou best graag het overhemd én de sportbroek weg gooien, en overigens ook het hemdje met de losse schouderband en de wielrenbroek met de uitgescheurde naad.

Okee… uitgemopperd. *haalt diep adem en pakt het tornmesje*

Rompertjes en drukkertjes

Enkele jaren geleden kreeg ik eens een patroon voor een babypakje (een zogenaamd rompertje) ontworpen door Lara Sanner (die echt érg leuke kinderkleertjes ontwerpt!)

Erg geschikt als kraamkadootje. Kleindochter K. heeft het model terdege getest, het is een prettig kledingstuk.

Natuurlijk probeer ik ook bij het kledingmaken zo min mogelijk afval te produceren en babykleertjes zijn perfect om restjes te verwerken.

Ik heb een doos vol lapjes tricot die te klein zijn voor een volwassen kledingstuk (en er is een grens aan de hoeveelheid slipjes die een mens gebruiken kan). De afgelopen maand naaide ik deel van de lapjesdoos tot rompertjes.

Ik heb weer een voorraadje. Ik wil ze ook wel verkopen, stuur maar een mailtje naar lspaink at gmail punt com als je er eentje wilt.

Het is erg leuk om ze te maken, met verschillende kleurtjes garen op de lockmachine. Maar één ding is vervelend: het inslaan van al die drukkertjes. Ik deed dat -nogal luidruchtig- op een plank op de tuintafel, met een hamer. Een heel gepruts: De delen van het drukkertje netjes tegenover elkaar met de pennetjes op de goede plaats in de stof, *mep*! zonder op de vingers te tikken, en dan maar hopen dat het ook goed zit. Ik zag op Internet dat er een pons voor dit soort werk te koop is, en verzuchtte tegen Echtgenoot Yep dat dat me nu eens makkelijk leek. Waarop hij binnen een minuut op datzelfde Internet een tang ontdekte die het kunstje ook doet, en voor véél minder geld. Metéén besteld natuurlijk!

Een halve avond kostte het om alle rompertjes van drukkertjes te voorzien. Geluidloos.

B*gger!

Uit Parijs nam ik ook nog een wit overhemdstofje mee. Het was het duurste lapje van de hele winkeltrip, maar oh, wat is het een mooi materiaal. Het is op de keper geweven, van een héél fijne draad. Daardoor is het volkomen ondoorzichtig, maar glad en zo dun en licht als elfenvleugeltjes, met een zachte glans. Ik kocht er speciaal garen bij om het door te stikken, een soort borduurgaren dat ook zo’n glans heeft.

Het bleek niet bepaald een makkelijk stofje. Het rafelde alsof het zijn bestaan als weefsel zo snel mogelijk weer ongedaan wilde maken en het wilde op geen enkele manier met me meewerken. Ik maakte er een rechte vouw in en perste die met de strijkbout en een vochtige doek in de stof. Dan pakte ik het werkstuk van de strijkplank en bleek mijn rechte vouw een golvende te zijn. Ik neem aan dat de keperbinding dat probleem veroorzaakt, dat moet ik eens met een deskundige bespreken. De kraag maken was een werk van zeer lange adem, ik was uiteindelijk blij dat ik wat ruim heb ingekocht want er zijn vier versies van de kraag gemaakt voor ik tevreden was. Na veel geworstel en gebruik van taal die een dame onwaardig is had ik dan toch een werkelijk prachtig overhemd gemaakt. Ik waste het nog even liefdevol en streek het zéér zorgvuldig voor ik het met tromgeroffel en gepaste trots aan de Echtgenoot overhandigde.

En pas toen bleek…. dat ik de knopen en knoopsgaten aan de verkeerde kant heb gezet. (Denk hier nog een rijtje onbeschaafde krachttermen) (en nog een paar) (met uitroeptekens). Yep lacht me op deze foto vrolijk toe* en verklaarde zich zelfs bereid het shirt op deze manier te gaan dragen. (Hij is een héél goede Echtgenoot, dat blijkt maar weer). Dat kan natuurlijk niet, dat staat mijn beroepstrots niet toe. Maar het shirt moet eerst een maandje in de kast. Ik weet niet of het veilig is als ik ermee alleen gelaten wordt.

*of zou hij me stiekem tóch uitlachen?

Een overhemd voor Yep

Toen ik een jaar of wat geleden een goed passend, oud overhemd van Echtgenoot Yep uit elkaar haalde en de patroondelen overnam vond ik een goed herenoverhemd maken echt een ding. Maar oefening baart kunst, inmiddels vind ik eigenlijk dat hij alleen maar door mij gemaakte overhemden zou moeten dragen. Dat gaat niet lukken vrees ik, iets met tijd en hoe ik dat besteed… Nu ja.

Dus maak ik af en toe een overhemd als een soort van tussendoortje. Niet omdat ik het makkelijk vind -hoewel ik het een stuk beter kan dan toen ik die eerste maakte- want de kraag blijft een moeilijk geval. En alle stiksels moeten natuurlijk precies evenwijdig. Het fijne van overhemden naaien is dat het zo prettig hetzelfde is. Hoewel, nooit helemaal hetzelfde, in deze uitvoering maakte ik de binnenkant van de kraag en de manchet van een contrasterend stofje.

En ik maakte een tweekleurig mouwsplit-beleg, dat pakte prima uit. De stof, een dichtgeweven poplin met een mooie zachte glans, kocht ik een paar weken geleden in Parijs. Het kreukt wat makkelijk maar de kleur is prachtig, hoewel bij lamplicht moeilijk te fotograferen.

Ik borduurde deze keer geen initialen maar zijn alias op de binnenkant van de schouderpas. Het shirt staat hem prima, en hij heeft nog niet gezien dat het rechter voorpand een halve centimeter langer is dan het linker (oeps…). Maar wat wél hetzelfde is: zijn maat. Ik gebruik nog steeds hetzelfde patroon.

Een slaapzak voor een bibliotheek

Ik kocht een e-reader. Misschien was ik wat laat op het feestje, ik hou erg van mijn papieren boeken. Maar de voordelen van zo’n apparaat zijn niet te weerleggen en ik ben er erg blij mee. Honderden boeken beschikbaar in een apparaatje dat maar een beetje groter is dan mijn telefoon, hoe heerlijk! Ik sleep hem overal mee naar toe. Maar een beetje bloot was hij wel, zo los in mijn tas tussen sleutelbossen en stof.

Ik naaide een hoesje. Van een restje jeans, met een tussenvoering van zacht schuimrubber.

En Schots geruite wol van binnen. Kijk toch eens hoe zoet hij er in slaapt…

Retourtje Parijs

Omdat we beiden lapjes te weinig hebben gingen Martine en ik een dagje naar Parijs. In de stoffenwinkels van Montmartre hoopten we onze bescheiden collectie wat uit te breiden en inspiratie op te doen. We begonnen bij Janssens & Janssens. De prijzen in deze winkel overtreffen onze koopkracht (en ons gezond verstand) maar leuk is het wel, een geborduurde zijden crepe van 284 euro per meter van dichtbij te bekijken.

De inspiratie kwam ook uit diverse etalages waar we langs wandelden, deze bijvoorbeeld.

Toen we aldus helemaal geïnspireerd in Montmartre arriveerden bleek ongeveer de helft van de stoffenwinkels dicht. Hoewel niets daarover op de diverse websites vermeld werd… gelukkig was Tissus Reine wél open.

Op zichzelf de reis al bijna waard. Ze verkopen een grote collectie prachtige materialen en, erg leuk, op elke tafel staan etalagepopjes op halve schaal met kleding gemaakt van de stoffen waar ze bij staan. Ik sloeg mijn slag met poplin voor overhemden en een mooie voeringstof. De vriendelijke coupeur die het voor me van de rol knipte vertelde ook dat de gesloten winkels Jom Kipoer vierden. Een Joodse feestdag (Grote Verzoendag, wat we alleen maar kunnen toejuichen) en de gesloten winkels hebben dus een Joodse eigenaar. Dat wisten we niet. Maar aan het deel van de winkels dat wél open was beleefden we ruimschoots genoeg winkelplezier. Martine vond een lap echte zijde, zo mooi dat ze het waarschijnlijk eerst een paar maanden thuis aan de muur hangt, ik kocht nog garen en band en naalden. We stortten om half vijf met brandende voeten en volle tassen op een terrasje bij Gare du Nord, waar een uurtje later onze trein naar huis weer zou vertrekken. Pas daar dachten we er aan nog een foto van onszelf te maken.

Dat was een gezellige dag.

 

Een nieuwe jurk en een selfie

Er zijn naaibloggers die zichzelf met elke creatie prachtig op de foto zetten. Carolyn bijvoorbeeld. Zelfs zonder haar schattige collie naast zich of de skyline van Perth als achtergrond ziet ze er op haar foto’s altijd buitengewoon verantwoord uit. En Fiona fotografeert zichzelf altijd in dezelfde hoek van hetzelfde balkon, maar ook dat zijn echt goede foto’s.

Dat is geen talent van mij. Ik maakte een nieuwe jurk en worstelde een kwartiertje met mijn telefoon om er een leuke foto voor het blog van te maken, maar ik heb daar niet genoeg geduld (of vaardigheden) voor. Ik heb een rare scheve mond, de foto is gewoon niet scherp, ik sta er maar voor driekwart op… dus moet een gewone selfie maar even een indruk geven.

Het is een Appleton wikkeljurk, zoals ik er al een stuk of vier maakte, alleen liet ik hier de mouwen af. De stof is een halfsynthetische tricot, voor een paar euro van de markt. Ik viel voor de leuke kleurtjes, maar het is verschrikkelijk lastig materiaal. Na het wassen was het op de plaats waar de knijper had gezeten reddeloos ontwricht, dat bedoel ik met lastig materiaal. Het is de zoveelste keer dat ik daarin trap… Ik denk dan, verblind door de mooie kleurtjes dat het niet zoveel uitmaakt, want het kost zowat niets. Stom natuurlijk… De stof is goedkoop, maar er zit toch gauw een uur of vijf werk in, waarvan minstens vier en een half ergernis, wat een heel ander soort van kostenbalans is. Nu ja, nu het klaar is vind ik het toch wel weer een erg leuke jurk geworden. Een echte zomerjurk. Dat komt goed uit: veel zomerser wordt het niet.

Broodzakken.

In the Cabin in Schotland lag het zero waste home boek. Bea Johnson beschrijft daarin hoe zij en haar gezin erin slagen geen huishoudelijk afval te produceren. Ik had niet genoeg tijd om het helemaal te lezen. Daarbij, veel van haar adviezen zijn voor ons niet nieuw. Ze richt zich vooral op Amerikaanse consumenten, het is in Nederland al niet gewoon om in elk drankje een rietje te doen bijvoorbeeld. Maar het is goed om erover na te denken. Wij zelf proberen de hoeveelheid afval die we produceren zoveel mogelijk te beperken, dat lukt aardig… met uitzondering van plastic. Wekelijks breng ik een hoeveelheid plastic naar het inzamelpunt. Nu kun je natuurlijk zeggen: Het wordt gerecycled, dus is het goed, maar dat is het natuurlijk niet. Je kunt beter helemaal geen plastic hoeven recyclen, en beginnen met minder van het spul in huis te halen.

K:-)dootje maakte bijenwasdoekjes om plasticfolie te vervangen*, en ze maakte ook broodzakken om bij de bakker je verse halfje bruin in te doen. Goed plan! Ik volg haar voorbeeld.

Ik had een restantje Vlisco katoen dat precies groot genoeg was voor twee broodzakken. Vlisco is een dicht weefsel, ik neem aan dat dat voor brood wel prettig is. Ik koop vaak ambachtelijk brood waar nog meel aan de buitenkant zit, dat meel -of maanzaad, of sesam- moet natuurlijk niet los in de boodschappentas terecht komen. Ik zette er een elastiekje op als sluiting en een knoop ter decoratie. Dat was leuk om te maken, en ik denk ook wel praktisch. En, maximale voldoening, de blauwe Vlisco (gekocht in 2014) is nu precies, helemaal op. Geen snippertje afval. Morgen ga ik een volkorenbol kopen**. 

*waarover later meer

** Dat lukte prima. Mariekevandebakker zei dat er minstens tien regelmatige klanten hun eigen verpakking meenemen naar de winkel.