Category Archives: lapjes en stofjes

Elk voordeel heeft z’n nadeel…

… Om de grote filosoof nog maar eens te citeren.

Het is (bijna) elke dag tuinieren. Afgezien van het werk aan het “nieuwe” gedeelte is er een heleboel te doen: Rijpe kersen en aalbessen te plukken, tuinbonen en erwtjes te doppen en in te vriezen, bergen onkruid te wieden. Bijvangst van al deze genoegens: “tuinhanden”. Die worden natuurlijk uitgebreid gewassen en verzorgd, ze zien er over het algemeen heel netjes uit . Maar ze zijn wel ruw en “hakerig”.

Ik voltooide dit shirtje-met-gedrapeerde-hals daarom met de grootste tegenzin.

Het materiaal is een mooie dunne gebreide viscose met een prettig paisley motief. Maar het zat doorlopend aan mijn handen geplakt, of ik ze die nu scrubde of insmeerde of allebei. Ik heb het shirtje nog niet gedragen, ik heb even hélemaal genoeg van hoe het aanvoelt.

Een centimetertje

Echtgenoot Yep heeft zijn  nieuwe jeans shirt een paar keer gedragen maar het bleef toch wat ergerlijk, de manchetten die net een béétje te krap zijn waardoor de linker steeds boven zijn horloge bleef hangen. Vanavond besloot ik het aan te pakken, nu het shirt nog redelijk nieuw is en niet verbleekt, een paar nieuwe manchetten zullen nog niet detoneren. Gelukkig had ik nog een stukje van de stof over, (ik denk dat ik na het maken van de nieuwe manchetten nog steeds genoeg heb voor een klein salopetje).

De drukkers moeten er nog op, maar dat is een luidruchtig klusje en zo ‘s avonds laat geen goed idee.

Casual Yep met LiBoZa*

Een jeans shirt voor Echtgenoot Yep. De stof zocht hij zelf uit, in een van de stoffenwinkels in Montmartre, Parijs. Ik gebruikte het patroon voor de wat formelere overhemden die ik eerder voor hem maakte, maar ik veranderde een paar dingetjes.

Ik voegde een plooi toe, middenachter, voor wat meer bewegingsruimte. En ik maakte de mouwen en de kraag iets wijder.

Ook zette ik er drukkers op in plaats van knopen en knoopsgaten, en borstzakjes met een stikseltje. Achteraf gezien had ik de manchetten wat smaller én wijder kunnen maken en de borstzakjes zitten wat hoog. Ik had de plaats voor de bostzakjes gekopieerd van een RTW shirt, maar dat is zo’n sportief outdoor shirt, de borstzakken daarop zijn dubbel zo groot als deze. Tja. Ook is het lastig om te bepalen hoe stevig de tussenvoering van de kraag en de manchetten moet zijn. Ik heb drie kwaliteiten in huis, voor de formele overhemden gebruik ik de stijfste. Voor deze koos ik de middelste, maar achteraf denk ik dat het voor een shirt als dit nog wat soepeler had mogen zijn. Nu ja, deze dingetjes neem ik mee voor de volgende keer en ondertussen is dit toch wel een erg fijn kledingstuk (zeker met de Echtgenoot er in).

Ik heb voor de grap eens getimed, het kostte me tien uur om te maken. Ik heb me heerlijk uitgesloofd met de platte naden en de stikseltjes… en natuurlijk borduurde ik zijn initialen op de binnenkant van de schouderpas.

*Toen ik hem zei dat ik er borstzakjes op ging maken zei hij: Leuk, een liboza!  Dat moest even uitgelegd worden. LInker BOrst ZAk in dit geval blijkt, tezamen met heel wat andere afkortingen, gangbare taal te zijn in het leger. 

Kelly en ik

Ik maakte een jas.

Een anorak. Of meer precies, een parka. Want een anorak is waterdicht en heeft geen voorsluiting, die moet over het hoofd worden aangetrokken.

Deze jas is niet waterdicht. Ik gebruikte een donkerpaarse gabardine die ik in Parijs kocht en de voering is een Vlisco wax print. Ik kan hem natuurlijk nog bij de stomerij laten behandelen om hem wat meer waterafstotend te maken, maar een regenjas is het niet, dat kan het ook niet worden.

Het patroon is de Kelly Anorak van Closetcase Patterns. Ik kocht de rits, drukknopen en koordstoppers ook bij haar. Een beetje omslachtig misschien, een stapeltje fournituren uit Canada postorderen… maar de verzendkosten vielen mee, en zo had ik een samenhangend setje. (het patroon zelf kocht ik als download)

Het plaatsen van deze drukkers is wel een angstige aangelegenheid. Er moet een gaatje in de stof worden gemaakt om de drukker aan te brengen. Met een priem, maar in deze stof werkt dat niet best, de opzij geduwde draden in het weefsel trekken centimeters lange sporen. Dus moest ik met een scherp mesje een heel klein kruisje er in snijden…. yikes. Maar het is bijzonder goed gelukt.

Zoals bij alle gekochte patronen heb ik de schouder aan de achterkant iets verhoogd en ik heb de mouwen niet gevoerd, want die zijn niet érg ruim. Dat zag ik wat te laat, want het zou niet zo’n kunst zijn geweest om dat aan te passen… Hoe dan ook, dat is  alles dat ik er op aan kan merken. Wat een fijne jas.

 

Temidden van de rommel, rommel

Knippen.

Ik wil een zomerjas maken. Daarvoor kocht ik in Parijs een stuk gabardine in een prachtig diepe paars en bij Vlisco een een stuk katoen bedrukt met een print die daar mooi bij past om te gebruiken als voering.  Het uitknippen van een patroon en daarna datzelfde patroon uit twee verschillende grote stukken stof is altijd een heel ding in mijn kamertje waar uiteindelijk alle horizontale oppervlakken in gebruik zijn en ik van alles kwijt ben. Er zijn modemakers die een heel rijtje patronen en bijbehorende stof knippen in één sessie en daarvoor bijvoorbeeld de eettafel gebruiken, of een behangtafel speciaal voor dat doel. Daarna kunnen ze weer een tijdje voort. Ik vind het wel moeilijk om ver vooruit te denken maar gezien de toestand van mijn kamer  -en de daaruit voortkomende ergernis- is dat wel iets om te overwegen.

Niet om in te slapen

Pyama!

Het ging minder snel dan ik hoopte, maar nu is hij dan toch klaar: Mijn eigengemaakte, klassieke pyama. Het patroon is van Closet case. Ja, inderdaad, ik maak zo ongeveer alles wat Heather Lou bedenkt… maar ze bedenkt ook van die leuke dingen!

Ik paste het patroon een béétje aan: Ik ben niet zo groot, dus ging er wat lengte van de broekspijpen en de mouwen af. Ook paste ik een FBA toe, ook wel bekend als een volleborsten-aanpassing. Het was een leuke oefening in het maken en verwerken van piping. Paspel heet het in het Nederlands, zag ik op het blog van Inge. Het materiaal is een gewone lakenkatoen, dat werkt prima. Hoewel het wel -zie de foto’s- nogal kreukelig is. Ooit wil ik zo’n soort pyama nog eens maken van een luxer materiaal, van zijde of van  Liberty katoen.

En nu zondagochtend met de krant en een broodje in mijn pyama op de bank. Of beter nog, op het terras in de warme voorjaarszon. Ik zie het helemaal zitten.

 

Opgeruimd

Lapjes in de kast

Na het zien van de werkelijk keurig recht gestapelde lappen stof in de Vlisco winkel ging het gesprek in de auto gisteren over netjes opruimen. De stukken stof van Vlisco worden natuurlijk machinaal gevouwen, er zit aan weerszijden een label op geplakt waardoor het netjes in de plooi blijft ook. Echtgenoot Yep was ooit Sergeant Yep en hij vertelde dat de rekruten geleerd werd hun kleren zo breed als hun mes te vouwen. (Een tafelmes, niks oorlogszuchtigs hier…) Vandaag heb ik een goed deel van de dag besteed aan het opnieuw opvouwen van al mijn lapjes. Ik verdeelde ze in drie stapels: katoen, tricot en “anders” en vouwde ze allemaal precies even groot. De lapjes die kleiner dan een meter zijn vouwde ik half zo groot en de restjes overhemdkatoen gingen op rolletjes in een doosje. Misschien dat dat ooit nog eens een quilt wordt.  Nu past mijn hele collectie op anderhalve kastplank. En heb ik weer een idee wat ik de komende twaalf jaar van mijn leven zou kunnen doen. 🙂

Helmond

Naar het museum.

Het gemeentemuseum in Helmond heeft tot 12 maart 2017 een tentoonstelling over Vlisco.  Daar wilden vriendin H. en ik wel heen, en Echtgenoot Yep ging mee. Wat is Vlisco katoen toch een feestelijk product! Er was een korte uitleg over de historie en diverse eigentijdse ontwerpen met Vlisco. Geïnspireerd door de -wel wat kleine- uitstalling kocht ik meteen een stuk katoen met rood-paarse print  bij de fabrieksoutlet en een groen gestippelde bij Jansen-Naninck. Daar waren we twee en een half jaar geleden ook, en de aankopen die ik toen deed zijn allemaal gebruikt, of minstens aangesneden.

Je zou ze bijna ingelijst aan de muur hangen.

Wat ik maakte: een spijkerbroek dus.

een echte, goed passende jeans. Met stiksels en alles.

Klaar. Dit is de derde versie, en op een paar héél kleine dingetjes na is het precies zoals ik het hebben wil. Het patroon is de Ginger Jeans van Closet Case Patterns, maar daar heb ik aardig wat aan veranderd. Afgezien van die kleine dingetjes heb ik nu een prima passend jeanspatroon in de kast liggen.

De binnenkant van de broekband en de zakken is gemaakt van Vlisco katoen in een buitengewoon vrolijkmakend printje. Elke keer als ik de binnenkant van mijn broek zie moet ik glimlachen.

Eén van de kleine dingetjes waar ik nog wat aan moet veranderen is de onderkant van de broekspijpen. Ze draaien wat en zijn een centimeter of twee te smal: Ik kan deze broek niet aan samen met mijn favoriete laarsjes. Zoals ik al zei, kleine dingetjes. Ik heb er ook nog geen “spijkers” bij gekocht, dat gaat nog wel gebeuren.

Na het maken van deze foto heb ik eerst een paar minuten gelachen en daarna heb ik de achterzakken er gauw weer af gehaald en zes centimeter hoger gezet. Dat is stukken flatteuzer… en dáár heb ik dan weer geen foto van.

Ik heb hem de afgelopen twee dagen gedragen en het bevalt me prima. Ik ga nooit meer een spijkerbroek kopen. Al is het alleen al omdat een NYDJ broek zoals ik die meestal koop vroeger altijd kocht 140 euro kost. Een win-win situatie.

Wat ik maakte: een proefje

Een test met “piping”

Op mijn wensenlijstje staat een pyama. Een klassiek model, blauw met witte biesjes. Zulke biesjes bestaan uit een koordje, vastgenaaid in een dubbelgevouwen strookje stof. In het Engels heet het piping dus noem ik het ook maar zo. Ik probeerde het eens met wat restjes stof en een nieuwgekocht katoenen koord en dat lukte aardig. Ik heb er zelfs aan gedacht een meter van het koord te wassen om te kijken of het krimpen zou. (Dat deed het niet). Het resultaat van mijn testje deed me vooral aan een stoelkussen denken. Hmmm.