Category Archives: lapjes en stofjes

Hangen in de tuin

Op onze volkstuin staat een wilgenboom. Zo eentje die in maart met achttien miljoen gele katjes bloeit. Maar vooral zo eentje die hoog is en stevige takken heeft, en goed geworteld is in onze soms wat drassige grond. Daarmee kon ik een lang gekoesterde wens vervullen: Een hangstoel. Ik maakte er eentje naar aanleiding van deze werkbeschrijving.

Het moet me wel even van het hart dat dit een wat rare werkbeschrijving is. Eerst vertellen ze je een stok van 2,10 meter te kopen, daarna moet je er 90 cm af zagen, die heb je nodig. Waarom dan niet een stok van 90 cm in de lijst met benodigdheden? Ook de stof: je moet twee meter aanschaffen, maar in de praktijk heb je 1,66 meter nodig. Nu ja. Ik kocht dus 1,70 meter canvas en een lapje rood voor een hoesje om het kussen. Ik haalde touw bij een watersportwinkel hier in de buurt en ik gebruikte een dikke kastanjetak uit eigen tuin als stok. Kastanjehout is erg recht en stevig, er worden bijvoorbeeld ook wandelstokken van gemaakt. Ik stikte de naden van mijn stoel met meubelmakersgaren en verstevigde de onderrand met een extra reep stof. Vandaag hingen we de hangstoel in onze wilg.

We moesten even zoeken naar de juiste hoogte. Te laag is natuurlijk niet prettig, als hij te hoog hangt is het erg moeilijk om er in te gaan zitten (nee, daar is geen filmpje van) en áls je dan eenmaal zit draai je steeds. Nu is hij precies de goede hoogte, je zit er heerlijk in, met desgewenst een teen op de grond. Ik ben de koning te rijk ermee!

Een beetje liefde

Er zijn mensen die hun naaimachine een naam geven. Zo ken ik een Karl, door zijn eigenaresse vernoemd naar Karl Lagerfeld, best ambitieus. En een Jan, die is van het merk Janome, dus dat is dan weer logisch. Ik heb een naam nooit nodig gevonden, ik dicht mijn Bernina 1008 ook geen persoonlijkheid toe. Wel vind ik het fijn dat we samen zulke leuke resultaten kunnen bereiken, ik ben dus wél erg blij met hem haar. (Toch een béétje persoonlijkheid)

Gisteravond maakte ze ineens allemaal overgeslagen steken. Ik verving de naald, ik reeg de draad opnieuw in, en dat deed ik nog een keer, ik veranderde de draadspanning en de bovendruk, maar nee. Nadat ik voor de vijfde keer hetzelfde stiksel had uitgehaald was ik het zo beu dat ik mijn project in de prullenmand mikte. Maar ja… dat lost het ook niet op natuurlijk. Dus haalde ik de voet en de steekplaat van de machine af, en het spoelenhuis er uit. Daarna heb ik me een minuut of wat zitten schamen, alvorens met een borsteltje, een zacht doekje en een flesje naaimachine-olie de machinekamer eens grondig schoon te maken. Daarna, vers geolied en glimmend schoon, klonk ze als een tevreden kat in het zonnetje en miste geen steek meer.

Sneller is niet beter

…Tenminste, niet altijd. Ik maakte een overhemd voor Echtgenoot Yep waarbij ik de tussenvoering in kraag en manchetten “plakte” met een spray. De theorie is mooi: Je spuit de te behandelen delen tussenvoering in met de spray, legt ze op de bijbehorende stofdelen en strijkt de boel. Dan zit het muurvast op elkaar. Dat is behoorlijk wat tijdwinst vergeleken met de normale gang van zaken die erop neerkomt dat ik het vast rijg. De rijgdraden moeten dan, als het overhemd klaar is, ook weer verwijderd worden, een heel gepeuter. Echtgenoot Yep droeg dit shirt een paar keer. Toen ik het voor de vierde keer gewassen had en stond te strijken ontdekte ik rare bobbels in de kraag en de manchetten. De spraylijm was los gegaan van de stof en samengeklonterd. Wat een domper.

Ik probeerde het te redden door de naad los te maken en de lijm eruit te schudden, maar dat lukte niet… de klontjes zaten overal en een deel ervan plakte nog wél. Ik gooide de spray weg en stopte het shirt in de kast op de stapel “nog eens een keertje naar kijken ooit, misschien”. Dit vond plaats in februari 2017.

Pas gisteren maakte ik een nieuwe kraag en manchetten zónder lijm voor dit -overigens prima- overhemd. Gelukkig had ik een rest van de stof die daar groot genoeg voor was. Het heeft een jaar in de kast gelegen. Hoezo tijdwinst…

Spijkerbroek twee punt nul

Ik maakte een spijkerbroek. Mijn eerste (nu ja, de eerste die redelijk lukte) heb ik nu een half jaar naar volle tevredenheid in gebruik, dus ik gebruikte het patroon daarvan. Hoewel ik het spijkerbroekenmaken zelf nu aardig onder de knie heb werkte mijn naaimachine niet mee. Hij weigerde met het dikke oranje garen door meer dan drie lagen stof te naaien, dan brak onherroepelijk de bovendraad. Nu gebruikte ik een jeansnaald daarvoor. Drie lagen jeans en in veel gevallen ook nog een laag of twee Vlisco katoen (daarvan maakte ik de binnenkant van de zakken) maakte dat de draad direct naast het naaldoog teveel te verduren kreeg en na een steek of vijf brak. Er blijken dus speciale naalden daarvoor te zijn: Cordonnetnaalden. Deze hebben een groot naaldoog met aan weerszijden een gleufje waar de draad comfortabel in ligt en zonder stress meegenomen wordt naar de volgende steek. Dat werkte prachtig, het enige nadeel is dat elke keer als ik het dikke garen op de machine zet de naald ook moet worden gewisseld… maar dat heb ik er wel voor over. Ik leer bij elk project weer wat bij! Ook het bijzonder handige kleurensysteem van deze fabrikant vind ik erg praktisch, zelfs met mijn nieuwe varifocaaltje kan ik écht de minuscule lettertjes die in een naald gestanst zijn niet lezen.  Ik heb geen foto’s gemaakt van mijn geworstel met de stiksels en ook niet van de spijkerbroek in gebruik. Dat komt misschien nog wel eens, deze broek lijkt minder goed te passen dan de eerste maar ik herinner me dat ik die aanvankelijk ook wat strak vond. Misschien moet ik hem eerst een dagje dragen en dan oordelen.

 

Overhemd

Overhemd nummer zeven (of is het de achtste?) voor Echtgenoot Yep.

Ik vreesde dat het wat showbizz-achtig zou worden, de kobaltblauwe accenten met diepzwart als achtergrond. Dat viel gelukkig erg mee.

Ik gebruikte hetzelfde patroon als altijd, zelfgemaakt aan de hand van een goed passend oud shirt. De zwarte poplin komt van de Stoffenmarkt in Utrecht.

 

 

De duivel zit in de details

Toen Kleindochter K. er nog niet was maakte ik voor haar een rompertje. En omdat ik toch bezig was en er wel vaker baby’s arriveren in de kennissenkring maakte ik er nog drie. Leuk als cadeautje voor aanstaande moeders. Het maken ervan ging zo snel dat ik overwoog een paar avonden te investeren in het naaien van een stuk of dertig van die pakjes in verschillende kleurtjes en maten. Dan zou ik een tafel huren bij Mijntafel en ze verkopen. Op die manier zou ik al mijn restjes tricot op een prettige manier kwijt zijn, misschien zelfs nog een paar tientjes er aan overhouden… Leuk idee*, maar eerst eens zien hoe het kledingstuk het in de praktijk doet. Nu Kleindochter K. twee maanden is krijgt ze het pakje regelmatig, aan, hoewel het nog een béétje ruim zit.

Ze kan nog niet zitten, maar ze doet overtuigend alsof ze dat wél kan.

Ik zie haar niet heel vaak, wegens al die onhandig geplaatste kilometers ertussen. Maar ik krijg gelukkig vaak fotootjes per Whatsapp en het is leuk te zien dat de door mij gemaakte kleertjes behoorlijk “in rotatie” zijn.  Schoondochter J. zei dat ze dit pakje erg prettig in gebruik vond, Joepie! dus toen collega M. aankondigde dat ze in december moeder wordt pakte ik één van drie de reserve-rompertjes voor haar uit de kast. Die waren weliswaar klaar, maar er zaten nog geen drukkertjes op. Ik installeerde me buiten bij de tuintafel met hamer, centimeter en de doos met drukkers en mepte ze op hun plaats.

Ik was er wel drie kwartier zoet mee. Natuurlijk ging er één drukkertje helemaal scheef en moest ik dat met veel gepeuter weer uit de stof verwijderen zonder een gaatje te maken. Ondertussen heb ik mijn plan om een heleboel rompertjes te maken wel herzien. Het naaien kost me inderdaad niet veel tijd maar het bevestigen van honderden van die drukkertjes wél.

*Ik heb wel vaker van die woeste ideeën, meestal brengt de realiteit of anders Echtgenoot Yep me wel weer tot rede

Over grote onderbroeken

Als het behoorlijk warm is en ik een jurk draag heb ik last van “thigh shafing” oftewel het effect van ietwat bezwete, tegen elkaar schurende bovenbenen bij het lopen. Geen pretje! Ik ben de enige niet, kennelijk. Er wordt met een spray geadverteerd die het probleem moet oplossen, er bestaan Bandelettes, een soort van kousenbanden speciaal voor dit doel. Ik bedacht dat ik een onderbroek met pijpjes misschien makkelijker vind dan zulke bandelettes. Ik vond medestanders op Internet, Lana schreef een ode aan de grote onderbroek (hoewel “groot” bij haar een tailleslip is, niet een met pijpjes) en Inge maakte er zelf een paar. Ik deed erg mijn best om ze te kopen en ontdekte dat Sloggi iets dergelijks heeft. Daarvan schafte ik er eentje aan en inderdaad, dat bevalt prima. Maar natuurlijk wilde ik liever zelf gemaakte, dus kocht ik het enige patroon hiervoor dat ik vinden kon en maakte het volgens voorschrift.

Het ziet er best leuk uit maar ik vind het niet zo prettig zitten, dus ga ik mijn sloggi uit elkaar halen en dat gebruiken als voorbeeld. Waarom, wáárom zijn een beetje leuke grote onderbroeken -of een patroon ervan- zo moeilijk te vinden? Bij de aankoop van een beha in een goede lingeriewinkel kun je een bijpassend slipje kiezen: een string of een hipster. Tailleslips zijn er wel maar meestal alleen directoire-stijl in saaie kleuren verkrijgbaar, en een onderbroek met pijpjes is een rariteit. Een google zoektocht toont thermo- zwangerschaps- en periodeslips in wit en zwart en prothese-beige. Bah.  Het is vast een niche markt, maar er zullen beslist meer mensen blij worden van een beetje vrolijk gekleurde, frivole, lange onderbroeken met een kantje. En dat geldt trouwens óók voor thermo- zwangerschaps- periode- en incontinentie slips.

Elk voordeel heeft z’n nadeel…

… Om de grote filosoof nog maar eens te citeren.

Het is (bijna) elke dag tuinieren. Afgezien van het werk aan het “nieuwe” gedeelte is er een heleboel te doen: Rijpe kersen en aalbessen te plukken, tuinbonen en erwtjes te doppen en in te vriezen, bergen onkruid te wieden. Bijvangst van al deze genoegens: “tuinhanden”. Die worden natuurlijk uitgebreid gewassen en verzorgd, ze zien er over het algemeen heel netjes uit . Maar ze zijn wel ruw en “hakerig”.

Ik voltooide dit shirtje-met-gedrapeerde-hals daarom met de grootste tegenzin.

Het materiaal is een mooie dunne gebreide viscose met een prettig paisley motief. Maar het zat doorlopend aan mijn handen geplakt, of ik ze die nu scrubde of insmeerde of allebei. Ik heb het shirtje nog niet gedragen, ik heb even hélemaal genoeg van hoe het aanvoelt.

Een centimetertje

Echtgenoot Yep heeft zijn  nieuwe jeans shirt een paar keer gedragen maar het bleef toch wat ergerlijk, de manchetten die net een béétje te krap zijn waardoor de linker steeds boven zijn horloge bleef hangen. Vanavond besloot ik het aan te pakken, nu het shirt nog redelijk nieuw is en niet verbleekt, een paar nieuwe manchetten zullen nog niet detoneren. Gelukkig had ik nog een stukje van de stof over, (ik denk dat ik na het maken van de nieuwe manchetten nog steeds genoeg heb voor een klein salopetje).

De drukkers moeten er nog op, maar dat is een luidruchtig klusje en zo ‘s avonds laat geen goed idee.

Casual Yep met LiBoZa*

Een jeans shirt voor Echtgenoot Yep. De stof zocht hij zelf uit, in een van de stoffenwinkels in Montmartre, Parijs. Ik gebruikte het patroon voor de wat formelere overhemden die ik eerder voor hem maakte, maar ik veranderde een paar dingetjes.

Ik voegde een plooi toe, middenachter, voor wat meer bewegingsruimte. En ik maakte de mouwen en de kraag iets wijder.

Ook zette ik er drukkers op in plaats van knopen en knoopsgaten, en borstzakjes met een stikseltje. Achteraf gezien had ik de manchetten wat smaller én wijder kunnen maken en de borstzakjes zitten wat hoog. Ik had de plaats voor de bostzakjes gekopieerd van een RTW shirt, maar dat is zo’n sportief outdoor shirt, de borstzakken daarop zijn dubbel zo groot als deze. Tja. Ook is het lastig om te bepalen hoe stevig de tussenvoering van de kraag en de manchetten moet zijn. Ik heb drie kwaliteiten in huis, voor de formele overhemden gebruik ik de stijfste. Voor deze koos ik de middelste, maar achteraf denk ik dat het voor een shirt als dit nog wat soepeler had mogen zijn. Nu ja, deze dingetjes neem ik mee voor de volgende keer en ondertussen is dit toch wel een erg fijn kledingstuk (zeker met de Echtgenoot er in).

Ik heb voor de grap eens getimed, het kostte me tien uur om te maken. Ik heb me heerlijk uitgesloofd met de platte naden en de stikseltjes… en natuurlijk borduurde ik zijn initialen op de binnenkant van de schouderpas.

*Toen ik hem zei dat ik er borstzakjes op ging maken zei hij: Leuk, een liboza!  Dat moest even uitgelegd worden. LInker BOrst ZAk in dit geval blijkt, tezamen met heel wat andere afkortingen, gangbare taal te zijn in het leger.