Category Archives: Keuken

Alle lof

Elk jaar begin November komt er een telefoontje: Er is weer witlof. Dan rijdt Echtgenoot Yep weg en komt even later terug met een grote jute zak vol modderige wortels in de kofferbak. We zetten een aantal van die wortels in een emmertje met het groene puntje boven en de voetjes in een laagje water en dan plaatsen we het geheel in de kelderkast. Warm en donker, met voor de zekerheid nog een dubbele laag zwart plastic er losjes overheen gedrapeerd.

Na een week of twee, drie, staat op alle wortels een struikje witlof. Een emmer vol is teveel voor ons, dus zwaaien we K:)dootje en haar meneer ook wat lof toe…. En pakken een aantal nieuwe wortels uit de zak in de koele schuur en beginnen opnieuw.

Van de oogst maken we -bijvoorbeeld- de ovenschotel van gekaramelliseerde witlof met tijm en gruyère, volgens het recept van Yotam Ottolenghi. Heerlijk!

 

Onder druk

Mijn vriendin Marbel en haar man houden wel van lekker eten. Daarbij heeft ze  drie tienerzoons die, zoals dat gaat op die leeftijd, onwaarschijnlijke hoeveelheden voedsel nodig hebben. Kortom, ik heb wel vertrouwen in Marbels huishoudelijk/culinaire oordeel. Van haar hoorde ik voor het eerst over de Instapot (zij heeft er twee). Het is een elektrische snelkookpan die te programmeren is.  Er zijn een aantal functies voorgeprogrammeerd, rijst koken bijvoorbeeld. Maar je kunt ook zelf de duur en temperatuur aanpassen. Je kunt hem van tevoren vullen en intoetsen dat je bijvoorbeeld vier uur later aan tafel wilt. Heerlijk lijkt me dat, thuiskomen na een lange vermoeiende werkdag en dan gewoon de pan open maken waarin een troostrijke warme curry op je wacht. Hij kan bakken en sudderen en koken en warm houden. Na enig twijfelen en veelvoudig googelen kocht ik er ook een.

Ze zijn in Nederland niet verkrijgbaar (waarom niet?) dus liet ik hem uit Duitsland komen. Gisteren kookte ik er voor het eerst mee. Ik maakte deze spaghettisaus, wat prachtig lukte. En snel! Normaal kost me dat wel anderhalf uur, waarvan natuurlijk een half uur snij-en hakwerk is, dat blijft zo. Maar nu zette ik na het hakken en snijden de pan aan, fruitte de uitjes er in, mikte de rest van de spullen erbij en liet de pan zijn werk doen.

Een half uur later had ik voor vier maaltijden bolognesesaus. In dat halve uur sneed ik een rode kool en wat appels klein, die ik daarna (10 minuten opwarmen, 9 minuten koken) ook nog bereidde: voor drie maaltijden rode kool in de vriezer. Wat een aanwinst! Ik denk dat ik hem Remy noem.

In de soep

Sinds een paar jaar kopen we in het voorjaar een rundvleespakket. Daarom heb ik dus ook jaarlijks een hoeveelheid soepbotten, schenkel en poulet. Voorheen maakte ik altijd soep van een bouillonblokje en als ik eens echt feestelijk uit wilde pakken kocht ik een pot fond. Maar nu heb ik de grondstoffen, nu wil ik liefst alles zelf maken en eten weggooien doen we niet. Zelf bouillon trekken dus! De eerste keer deed ik soepvlees en bot in een pan met water, gooide er een laurierblaadje en een stuk prei bij en een handje zout en liet het een uurtje tegen de kook aan staan. Daarna vond ik het resultaat maar flauw en gooide er bouillonblokjes bij en maakte precies dezelfde soep als voorheen. Ik heb een hoop geleerd sinds die tijd.

De uitgebreide post van Chocolate and Zucchini over kippenbouillon bijvoorbeeld. Het idee om in de vriezer een “stock box” te zetten, een doos  waarin de -schoongespoelde- kontjes van champignons en prei, de steeltjes van selderij en peterselie, de schil van winterwortel, nu ja, alles wat logisch lijkt bewaard worden tot de volgende soep. En nu, ik weet niet eens meer waar ik het zag, het idee om een paar uien dwars door te snijden en zachtjes te bakken tot ze bijna zwart zijn op het snijvlak. Bij grotere uien kun je meer snijvlakken hebben om te bakken. Dit alles gaat samen met het vlees, een scheutje azijn, zout en peper en wat me verder op dat moment te binnenschiet (een gedroogde tomaat of twee is ook fijn) in de pan en onder water. Ik breng het meestal op het fornuis aan de kook en schep het schuim er af als het nodig is, en dan gaat het op 95 graden in de oven, de hele dag. Liefst als de zon schijnt, want bij mooi weer in de winter leveren onze zonnepanelen nog wat stroom. Het resulterende brouwsel is niet zo zout als bouillon van een blokje, maar goudbruin en zo lekker “umami” dat er eigenlijk niet veel meer hoeft te gebeuren. Het moet gezeefd, eerst door een grove en dan -afhankelijk van de soep die het moet worden- door een fijnere zeef. En dan:  soepgroente en balletjes en vermicelli naar wens. Of tomaat. Of spek en bonen. Of nog meer gebakken ui voor uiensoep. Met lekker vers brood en roomboter of kruidenkaas of hummus… Laat de herfst maar komen!

In de bonen

Elk jaar weer fijn om te telen: Bonen.

Kivietsbonen en cocos de paimpol

Dit jaar is K:)dootje samen met haar moeder naar onze volkstuin gegaan toen wij op vakantie waren. Gisteravond kregen we het merendeel van de bonen-oogst gedopt en gedroogd of afgehaald en ingevroren… al naar gelang het soort boon. Wat geweldig! Dank, K:)dootjesmoeder!

Ik had niet op zo’n grote oogst gerekend dit jaar, dus had ik ook nog twee kilo cocos de paimpol meegenomen uit Frankrijk. We kunnen nog even voort!

Witte bonen in tomatensaus.

 

Tarte fine met schroeischade

Je zou zeggen dat je leert van je fouten. Maar er blijken toch elke keer weer nieuwe fouten om te maken.

Ik kreeg gasten voor het eten en ik had geen toetje paraat. Maar ik had wél appels en bladerdeeg, een mooi recept van Clothilde en tijd genoeg om dat voor te bereiden. Dan kon het in de oven op het moment dat we aan tafel gingen. Zo gezegd zo gedaan… De taart moest eerst op 180 graden bakken tot het bladerdeeg en de appels gaar waren. Ingekwast met wat gesmolten boter en bestrooid met suiker ging de taart daarna nog even onder de grill. Zodoende zou dat laatste laagje boter en suiker in een heerlijke karamel veranderen. Zo’n grill is héét. Dus moet je er natuurlijk wél even bijblijven voor het beste resultaat… en niet gezellig met je gasten aan tafel gaan zitten.

 

Gelukkig ging de rookmelder nog net niet af.  Maar we hadden die avond geen toetje.

Hoewel de beide heren in het gezelschap erg hun best hebben gedaan nog een onverbrand stukje te vinden. Ik heb me voorgenomen mij zo snel mogelijk te revancheren.

Wat te doen met een miljoen…

…mirabellen. Hoewel, het zijn er geen miljoen. Enkele duizenden, nog steeds heel veel. Ze blijven een dag of twee goed, dus er moet iets mee gedaan om ze te kunnen bewaren. Dochter en ik verwijderden de pitten uit een schaal vol mooie exemplaren die ik daarna met de snijkant naar boven op een bakplaat uitspreidde.

Ik liet de oven de hele nacht op 70 graden aan en had vanmorgen vroeg een plaat vol met rozijn-achtige gedroogde pruimhelftjes. De smaak is prima, de substantie is wat minder. De schilletjes van de mirabellen zijn wat hard, ze werden in de oven nog wat harder. Ik zal ze in reepjes geknipt door de muesli mengen.

Toen dochter weer onderweg naar huis was ging ik nog een uurtje door met mirabellen ontpitten, maar ik haalde ook de schilletjes er af. Toen had ik anderhalve kilo vruchtvlees, waarvan ik jam kookte. Ik deed er de zaadjes uit een vanillepeul door en het sap van twee citroenen. Ik gebruikte héél weinig suiker want de pruimpjes zijn erg zoet van zichzelf. Wel voegde ik wat citroenzuur toe om de zaak te helpen conserveren, ik hoop dat dat werkt! Het resultaat smaakte in ieder geval lekker, niet zo mierzoet als een vorige poging tot mirabellenjam. Ik vulde drie potjes ermee, vervolgens stak ik het vuur weer aan onder de pan en roerde ik een stevige scheut whiskey door de rest. Twee potjes jam voor volwassenen.

Toen was er nóg een halve emmer mirabellen. Die heb ik alleen gewassen en daarna tot moes gekookt, vanavond zal ik het door een grove zeef doen zodat de pitten en schillen er uit zijn, en het invriezen. Dat zal ik gebruiken om appel-pruimenmoes te koken als de appels rijp zijn, volgende maand. En de 982 pruimen die nu nog in de boom hangen… die mogen de wespen hebben.

 

Nog meer limonade

Toen al het gehannes van mijn vorige poging om bessenlimonade te maken tóch tot een bruikbaar resultaat leidde voelde ik me aangemoedigd het nog eens te proberen, maar nu goed. Ik plukte de laatste struik vol rijpe bessen in de tuin, waste ze en ritste ze van de steeltjes. Ik plette de besjes, hing ze in een passeerdoek (jaja!) boven een kom en ging naar een feestje. De volgende dag wrong Echtgenoot Yep het laatste beetje sap uit de massa in de doek, ik had anderhalve liter onverwarmd, prachtig helder bessensap. Ik maakte het een beetje lauw: 40 graden. Want als het koud is duurt het erg lang om suiker er in op te lossen, maar als het te warm wordt heb je gelei. Ik las ook dat de pectine van rode bessen aan het werk gaat als je het sap langdurig en intensief roert, voorzichtigheid is geboden. Ik kiepte de voorgeschreven hoeveelheid suiker en citroenzuur met het lauwwarme sap in de keukenmachine en liet die op de laagste stand roeren tot de suiker was opgelost en geen seconde langer. We proefden, het was gelukt! heerlijk frisse limonadesiroop! Ik zette het koel en ging een paar literflessen schoonmaken om het te kunnen bewaren. Maar toen ik een uurtje later mijn kom met de geweldig lekkere limonadesiroop weer pakte was mijn fijne frisdrankje veranderd in… gelei. Weliswaar geweldig lekkere gelei, maar dat was niet het plan.  Ik snap er niks van. Ik heb het niet veel verwarmd en ook niet veel geroerd.

Ik had ook geen kleine potjes meer, dus heb ik nu drie literpotten met bessengelei over van het hele experiment. Als iemand een idee heeft hoe ik het volgend jaar zou kunnen aanpakken hoor ik het graag… voor nu heb ik geen bessen meer. En ik heb er grondig genoeg van.

De limonade procedure

De kersen zijn nog niet op (bijna vijf emmers vol inmiddels!) maar ik denk dat ik voor een jaar genoeg kersen heb ingemaakt. De rode bessen zijn ook rijp tenslotte. Daarvan maak ik bessengelei, maar dit jaar wilde ik toch ook nog wat anders proberen: limonade. Of bessensap zoals mijn oma vroeger altijd had, voor over de griesmeelpudding.

Punt is: hoe krijg je het sap uit de besjes? Mijn slow juicer kraakt alle pitjes en maakt er een dikke, troebele, beetje bittere drab van, geen goede basis voor een fris drankje. Koken tot het stuk gaat en daarna door een zeef kan bij veel soorten fruit, maar niet bij aalbessen. Die bevatten véél pectine, als je ze tot meer dan 90 graden verwarmt wordt het direct gelei. Ik riste een pan vol besjes van hun steeltjes, plette ze een beetje en zette het op het vuur met een thermometer er in. Echtgenoot Yep vond intussen een bruikbaar uitziend recept voor bessenlimonade op Internet. Ik hield mijn pan goed in de gaten en elke keer als de inhoud 90 graden was zette ik het vuur weer een half uurtje uit tot (bijna) alle besjes stuk waren. Daarna zeefde ik het sap er uit. Het resultaat was nog steeds behoorlijk troebel. Voor gelei is dit prima, maar limonade is toch echt wat anders, dat moet doorzichtig en helder zijn. Daarom zeefde ik de kleinste deeltjes uit het sap, door een theedoek. Toen de theedoek-in-vergiet al stond te druppelen bedacht ik dat ik een profi passeerdoek -voor precies dit doel meegenomen uit een Franse kookwinkel- in huis heb… maar goed. Ik hield uiteindelijk 600 cc prachtig helder sap over. Maar toen kon ik dat recept niet meer vinden, Echtgenoot Yep was inmiddels elders. Ik wist van anderhalve kilo suiker oplossen in een liter water, daar dan citroenzuur bij en het sap. Of zoiets. Terwijl ik in de suikerstroop stond te roeren kwam Echtgenoot Yep thuis en bleek ik het verkeerd onthouden te hebben: Er kwam geen water bij kijken. Argh. Een pan vol verzadigde suikerstroop en dat was helemaal niet nodig. Ik besloot naar een oud Engels spreekwoord te luisteren en van de helft van mijn suikerstroop citroenlimonade te maken. Dat lukte prima. Maar daarna had ik het helemaal gehad ermee. Mijn theedoek was misschien nooit meer schoon te krijgen, ik was er al de hele dag mee bezig, de keuken was rood gespikkeld, de suiker was op en ikzelf plakte aan de vloer vast. Het kon me geen barst meer schelen wat de uitkomst was; ik hoefde al geen bessenlimonade meer. Ik mikte de rest van de suikerstroop bij mijn zo moeizaam verkregen heldere bessensap. Maar….

Tot mijn verrassing had ik anderhalve liter heerlijk fris-fruitige limonadesiroop. Ik denk dat het percentage suiker nu iets te laag is om het lang houdbaar te maken, ik bewaar het zekerheidshalve maar in de koelkast. Zo had ik aan het einde van de dag zelfs twéé soorten limonade.

 

Cherry baby

Onze kersenboom lijdt niet onder de aanhoudende droogte. Honderden kersen bungelen in het groen. We plukten waar we zonder halsbrekende toeren bij kunnen, de boom is hoog en we hebben alleen een keukentrap.  Drie grote emmers tot de rand gevuld sleepten we naar huis, toch gauw 22 kilo. Wat een weelde!

Natuurlijk aten we kersen bij ontbijt, lunch en als toetje en tussendoortje. We deelden ze uit aan buren, familie, vrienden en collega’s. Maar er bleef nog steeds een heleboel over. Drie avonden besteedde ik aan wassen, steeltjes verwijderen, ontpitten, snijden, koken, wecken… terwijl Echtgenoot Yep er op uit ging om potjes erbij te kopen en méér kersen te plukken. Ik maakte jam, (kersen ontpitten en in kwarten snijden, koken met geleisuiker en wat citroensap, in kleine potjes) ik maakte kersen op sap (kersen zo “netjes” mogelijk ontpitten, koken in een stroopje van water en aalbessensap, suiker en een beetje kaneel, in grotere potten). Ik kreeg zwarte handen en had nog steeds een heleboel kersen. De vraag is hoeveel kersenjam we nodig hebben in een jaar, waarbij ik veronderstel dat er volgend jaar weer een oogst is. Bovendien staan er nog diverse soorten jam uit 2015 en 2016 in de kast… De laatste emmer kersen verwerkte ik tot vlaaivulling.

Ik ontpitte de kersen en maalde een klein deel ervan tot pulp met de staafmixer. Daarna deed ik de ontpitte kersen erbij in de pan en kookte ik het hele zaakje met citroensap en half zoveel geleisuiker als voor jam. Ik voorzie een feestelijk jaar, met minstens acht kersenvlaaien! Terwijl ik de laatste potjes aan het sluiten was kwam Echtgenoot Yep binnen met vier dozen net geplukte aalbessen. Voor bessengelei.

Morellen

Op het nieuwe stuk tuin staan onder andere  twee morellenbomen. Nieuw voor mij, een soort kersen maar aan de kleine kant en heel zuur.

Ze rijpen wel erg decoratief, eerst kleuren ze van groen naar geel, dan krijgen ze een blosje en worden helemaal rood. Ik was niet van plan om er iets mee te gaan doen, maar de buurman zei dat ze prima geschikt zijn om in te leggen in brandewijn. En tja, zo is er dus toch een mandje vol mee naar huis gegaan. Maar verder kwam het plan niet. Ik heb werkelijk van alles in huis. We houden allebei niet van sterke drank, dus ik heb er een kast vol van, er komt wel eens wat bij maar het komt niet op. Er staat tequila, grappa, cointreau, cognac, jenever, calvados… maar géén brandewijn.

Een dag later:

En jahoor. Er is weer een halve liter drank toegevoegd. De andere halve liter zit tussen de morellen in deze pot, met suiker. Over enkele maanden pas kunnen we proeven of deze manier van conserveren een lekker resultaat geeft en in de tussentijd -vóór de volgende morellenoogst- ga ik ook op zoek naar andere recepten (want ik hou niet van drank).