Category Archives: Keuken

Een goed idee

Diana van de Mooie Moestuin postte over “suppengewürz”. Ik had het eens als een soort van bouillonpoeder gezien op een beurs, bij een stand die ook appelchips verkocht, en gedroogde kruiden en fruit van allerlei soort. Wat een goed idee, dacht ik toen. Maar wel bewerkelijk, alle kruiden en groenten drogen, fijnmalen tot poeder en daar dan een uitgebalanceerd mengsel van maken. Maar Diana maalt gewoon verse ingrediënten tot een pasta, voegt genoeg zout toe dat het geconserveerd is (14%) en stopt het in een potje. Dat is een nóg beter idee, dan kun je gaandeweg het proces proeven en er nog het een of ander aan wijzigen.

Ik had worteltjes, selderij, peterselie, kervel, sjalotten en venkelblad. En een paar teentjes zwarte knoflook en de geraspte schil van een citroen. Ik draaide het tot pasta en het smaakte fris en kruidig. Daarna mengde ik het zout erdoor en verpakte de zaak. Bij de eerstvolgende gelegenheid als ik bij het koken normaliter een bouillonblokje gepakt zou hebben ga ik een lepeltje suppengewürz toevoegen. Weer iets dat zelf gemaakt kan worden.

In de soep

Van de volkstuin komen nogal wat winterwortelen. Je kunt ze goed bewaren, maar een deel ervan verwerkte ik meteen

Ik sneed ze in stukjes, ik deed hetzelfde met een gekochte bloemkool en wat prei. Een bosje selderij, peterselie en geheim ingrediënt kervel hakte ik met de keukenmachine fijn. Ik mengde de heleboel in een grote kom en vulde zes zakjes met heerlijk kruidig geurende soepgroente. Lekker voor de winter!

Londen

Omdat we het werk van Olafur Eliasson erg bewonderen gingen we naar Londen om de tentoonstelling in Tate Modern te zien. De Eurostar tunneltrein maakt het prettig bereikbaar.

En tja, als je dan toch in Londen bent… We wandelden over de Tower Bridge, we gingen naar V&A waar ik geweldige Mary Quant oorbellen kocht. We lunchten bij Ottolenghi en keken rond op de Affordable Art Fair.

Maar de tentoonstelling was het hoogtepunt. Deze foto maakte Yep ongeveer halverwege een tunnel van een kleine 40 meter, waarin dichte, ietwat zoet smakende mist was gemaakt. Je kon maar heel weinig zien, maar de mist had elke paar stappen een andere, intense kleur. Het was prachtig. Ook was de kantine van Studio Olafur Eliasson in het museum gezet. De kok, het menu, de meubelen en het servies, je kon lunchen zoals de (100!) medewerkers dat ook doen. Dat was ook al erg leuk, en leerzaam. Het werk van Olafur Eliasson heeft vaak betrekking op zorgen over het klimaat, dus de lunch was zo duurzaam mogelijk. We kregen de menukaart mee, ik ga beslist proberen de worteldip na te maken. Erg inspirerend!

Feestelijk!

Vroeger waren bonen groen en wortels oranje. Ik weet dat nog. Dat is tegenwoordig wel anders.

De driekleurige spercieboontjes van de nieuwe tuin leken wel confetti, toen ik ze in ruitjes had gesneden. Na het koken zijn ze allemaal groen, dat is wel een beetje jammer. Er zijn ook lange gele “spek”bonen, rood-wit gevlekte kievitsbonen, bruin-zwart gevlekte peregionbonen, witte cocos de paimpol, knalgroene edamame, gele Fryske waldbeantsjes en zowaar, gewone groene snijbonen.

De quinoa is inmiddels uitgebloeid. De bloemetjes zelf zijn héél klein en wit, nauwelijks te zien. Maar de zaadpluimen verkleuren van geel naar rood, ze zijn prachtig.

Dit jaar gaat het helemaal niet lekker in onze kas, we hebben nauwelijks tomaten. Maar onze tuinbuurman ging op reis en vroeg of wij tijdens zijn afwezigheid voor zijn kas wilden zorgen.

Eén van zijn tomatenplanten maakt prachtige groengevlekte vruchten…

Die van binnen ook groen zijn als de tomaat rijp is. Wat een pracht! Ik bewaar de zaadjes, eens kijken of ik die volgend jaar ook kweken kan.

Seizoensarbeid

Het is hoogzomer, er komt van alles van de tuin.

Wat een heerlijkheid. Maar ook een hoop te doen om alles te verwerken. Zulke beschaafde hoeveelheden als op deze foto hebben we niet vaak.

Niet alleen de bloemkolen lukten geweldig goed, onder de koolklamboe groeiden ook een stuk of zes grote witte kolen. En ja, wat doe je met witte kool… ik maakte een aantal potjes atjar, maar dat zet geen zoden aan de dijk. Ik denk niet dat ze houdbaar zijn tot november, als het tijd is om volgens de traditie de zuurkoolpot te vullen. En waarom zou je ook wachten?

Vanavond sneden we zes kilo kool klein en pakten het met zout en jeneverbessen in de zuurkoolpot. Zuurkool is vast in september ook lekker.

Deze post draag ik op aan Jeroen, zuurkool-connaisseur

Schrompeltomaatjes*

Met het oog op te verwachten Enorme Oogsten kocht ik een Excalibur voedseldroger. Een tweedehandse, niet te grote, want ik wil het voedseldrogen eerst eens een seizoen in alle rust proberen. Hoewel het me een ideale oplossing lijkt om de tuinopbrengst te bewaren. Je kunt appels drogen, champignons en groene kruiden. Je kunt rozijnen maken van je eigen druiven (we hebben die niet, maar toch…) je kunt je eigen groentebouillonpoeder maken en paprika- of chilipoeder is ook een mogelijkheid. Dat klinkt toch leuk! vooral gedroogde tomaten vond ik een aantrekkelijke gedachte dus toen het apparaat eenmaal gearriveerd was voerde ik een eerste test uit met mini roma tomaatjes. Uit de winkel natuurlijk.

Ik sneed ze doormidden en bestrooide ze met een klein beetje zout en wat verkruimelde tijmblaadjes, legde ze op de trays en zette het droogmachien aan.

Het duurde wel een uur of 10 voor ik ze droog genoeg vond. Maar zo’n droogapparaat gebruikt niet erg veel stroom, onze zonnepanelen zullen dat in het oogstseizoen probleemloos kunnen bijhouden. En het resultaat is werkelijk heerlijk.

*echtgenoot Yep verzon de term schrompelen als het om voedseldrogen gaat. Hulde! Die houden we er in.

Nog meer baksel

Ik ben al een hele tijd op zoek naar een goed Nederlands woord voor “tray bake.” Een gerecht waarbij je alle ingrediënten samen (maar niet noodzakelijk tegelijk) op een bakplaat in de oven bereidt. Heerlijke combinaties kun je zo maken!

En het ziet er vaak ook schilderachtig uit. Vanavond aten we een slanke variant. Zoete aardappel, drie kleuren wortel en rode ui gehusseld met wat olijfolie, zout, peper en tijm. Na iets meer dan een half uur in de oven op 190 graden was het gaar en brokkelde ik er nog wat geitenkaas over. En een dressing van citroensap, mosterd, een lepel maplesyrup en kappertjes. Heel gek, twintig minuten later was het helemaal verdwenen.

Wangetjes

Tijdens een gecombineerde winkeltrip naar Antwerpen liepen we langs Mille Vaches. Ik zou dit geen slagerij willen noemen, het woord vleesjuwelier is meer op zijn plaats. Men verkoopt topkwaliteit vlees van eigen vee -runderen én varkens- dat rondloopt op het gelijknamige terrein in Frankrijk.

Wij hebben natuurlijk onze eigen lokale leverancier. Ook eten we lang niet elke dag vlees en met ons tweepersoonshuishouden hebben we geen grote hoeveelheden nodig. Toch gingen we even binnen kijken, want in zo’n buitenlandse winkel krijg je vaak goede ideeën. Nu ook weer: Deze slager verkocht naast het dry-aged rundvlees uit de etalage heel veel andere artikelen waaronder ook varkenswangen. Dat is iets dat je bij de Nederlandse slagers niet in de vitrine ziet liggen, hoewel het heerlijk vlees is. Het is alleen geen snel-klaar lapje, in Nederland is het materiaal voor worst en gehakt.

Ik kocht er anderhalve kilo van (voor 12 (!!) euro) en braadde ze bruin met een gesnipperde appel en een uitje. Daarna maakte ik een jus van appelcider en bouillon en wat kruiden en liet het geheel een uurtje of twee sudderen in de oven op 100 graden. Voor minstens vijf personen een topmaaltijd.

Ligt het aan mij of wordt de keuze in de “gewone” winkels steeds kleiner?

De complete spinazie-oogst

Spinazie is een gewas dat in onze volkstuin niet best wil. We hebben nogal arme, zanderige grond en spinazie houdt nu juist van nitraatrijke, dik bemeste aarde. Elk jaar proberen we het wel een keer: we voegen gedroogde koemestkorrels toe, of mest van onze eigen kippen en de spinaziezaadjes komen voortvarend op. Maar ergens gaat het altijd mis: voor het malse blaadjes zijn stopt het met groeien. Dit jaar zaaide ik in het najaar twee rijtjes van ongeveer een meter lang op het veld waar ik eerder dit jaar een ongeloofwaardige hoeveelheid enorm grote aardappelen oogstte. Dat stukje grond was enkele tientallen jaren niet bebouwd geweest, dat zal het geheim van de superoogst zijn geweest. Ik hoopte dat de magie nog niet helemaal was uitgewerkt, dat het ook nog zou werken voor spinazie.

En dat klopte. Er kwam een kleine kilo van mijn twee rijtjes af. Eindelijk! Maar ja, spinazie… na het wegwassen van alle modder die er op zat bleef er een pond over. Na het roerbakken was er precies genoeg voor dit kleine taartje: vier happen per persoon. Dat smaakte werkelijk heerlijk!

Lekker oefenen

Begin december zijn we uitgenodigd voor een etentje. De gastvrouw is een prima kok, want voor acht mensen een meergangendiner bereiden -zoals ze al vaker deed- is echt een hele klus! Een mooi cadeautje is dus op zijn plaats, maar wat nemen we voor haar mee in zo’n geval? Mooie bloemen of een fles goede wijn? Bonbons?  Ik heb een alternatief plan, ik maak gebruik van de gelegenheid om weer eens een echt mooi taartje te maken, als dessert voor het diner. Daarmee kan ik me weer eens fijn uitleven; ik vind het zo leuk om te doen! Ik maak niet vaak taart, want als je een taart bakt moet ie ook worden opgegeten en dat is gewoon teveel voor Echtgenoot Yep en mij. Win-win-win situatie dus! Ik mag heerlijk patisserietje spelen, ik heb een mooi cadeautje voor de gastvrouw en de anderen zullen  -hopelijk met genoegen- helpen met de verwerking van de calorieën.

Ik maakte dit kleine exemplaar om te oefenen. Met de rode glimmende toplaag (gemaakt van gesmolten bessengelei, met een scheutje rode port) maar vooral met de chocoladegarnering. Het oefentaartje zelf is een halve  monchou taart uit een doos, daar wilde ik niet teveel werk aan besteden. De chocolade smolt ik en deed ik in een spuitzakje, waarmee ik zigzaglijnen over elkaar maakte op een strook acetaatfolie. Toen dat wat was afgekoeld plakte ik de strook rondom mijn taartje en zette het hele spul in de koelkast. Na een uurtje kon het folie worden verwijderd en bleef er een kant-achtig chocoladerandje over. Ik rolde ook een stukje folie op tot een hoorntje voor de garnering. Dat ga ik met de uiteindelijke versie ook doen, het ziet er geweldig uit. Geslaagd experiment! En nu moet het proeftaartje natuurlijk op. Echtgenoot Yep at al taart als ontbijt, mijn collega ontfermt zich over een stukje. Ikzelf at een hapje van het middengedeelte, ik houd niet zo van chocolade. Ik heb tijdens mijn baantjes als jeugdige vakantiewerker bij de Droste fabriek in de jaren ’70 genoeg chocolade gegeten voor de rest van mijn leven. In de ketel gevallen, zeg maar… Met neiging tot het bijpassende figuur, helaas.