Gesuikerde schillen

Ik kreeg een doos vol versgeplukte, biologische citroenen en avocado’s. Wat een weelde!

Natuurlijk deelde ik met andere liefhebbers, want het is écht veel. Voor avocado’s heb ik een toprecept: Geroosterde boterham, dun laagje mayonaise, plakjes avocado, beetje peper, opeten. Herhalen.

Om de citroenen op te krijgen moet ik iets beter mijn best doen. Vijf ervan perste ik uit, ik maakte ijsblokjes van het sap en de schillen verwerkte ik tot zogenaamde candied lemon peel. Geconfijte citroenschilletjes, dus.

Dat was niet zoveel werk als ik van tevoren vreesde, ik heb wel de voedseldroger ingezet toen het recept een periode van minstens 24 uur drogen voorschreef. Leuk en lekker dingetje om te maken en om toetjes en gebak mee te versieren. Volgende station: Lemon curd. Of limonade. Of ingelegde citroen. Of allemaal!

Brood

Een brood of vier, vijf bakte ik met mijn zuurdesemstarter. De smaak was prima, maar het waren wel wat compacte broden. Ik gebruikte een gietijzeren braadpan als vorm, want in een gewone huishoud-oven als de mijne is het erg lastig de luchtvochtigheid op peil te houden. Brood moet eerst in een vrij vochtige omgeving worden gebakken, en pas als het helemaal is uitgerezen komt het bruine korstje er op, daarvoor moet het juist weer droog zijn. In een afgesloten pot is dat beter te organiseren.

Echtgenoot Yep verklaarde me voortijdig jarig en gaf me een aardewerken broodvorm kado. Ik bakte er een brood in en kijk nou eens! Het brood rees zelfs zoveel dat er barsten in kwamen. De smaak is prima, de structuur is goed. Er zijn een paar verbeterpuntjes, maar ik ben dan ook nog maar kort aan het bakken.

Yep maakte de foto’s. Mooi he?

Warme thee

Het idee kwam van K:)dootje die een voedseldroger aanschafte en daar allerlei experimenten mee deed: Gemberthee. Natuurlijk had ik al een paar keer munt gedroogd om thee mee te maken, dat kwam dan vooral voort uit plotseling veel munt na een snoeibeurt van de plant in de tuin. Maar veel verder had ik niet nagedacht over deze mogelijkheid. Raar eigenlijk! Ik was wel blij met K:)dootjes frisse blik.

Gemberthee zoals je het in de horeca krijgt bestaat uit een beker heet water met wat plakjes verse gemberwortel. Ik vind het lekker, maar wel wat tam. De plakjes gember geven natuurlijk alleen wat smaak af aan het snijvlak, het is een nogal compacte wortel.

Meer snijvlak, dus! Ik schaafde een stuk verse gemberwortel in heel dunne plakjes en droogde die tot ze knisperig waren. En dat was andere koek. Eeh, thee. Niks tam gemberwatertje, maar heerlijke verwarmende thee, in meerdere betekenissen van het woord. En daarbij: met het stuk wortel dat ik droogde zou ik op de horecamanier misschien drie koppen thee kunnen maken. De stand staat nu op zes, en op de foto zie je de rest: genoeg gemberkrullen voor nog minstens zes keer thee.

Wat je ver haalt

In een boek van Nancy Birtwhistle vond ik een recept voor iets dat zij “lining paste” noemt. (Ik zou dat vertalen met bakvormpasta.) Het is een mengseltje dat je met een kwastje aanbrengt in een bakvorm in plaats van boter of spray of bakpapier. Wat je daarna in die vorm bakt komt probleemloos en mooi bruingebakken los. Vooral bij tulbandvormen is zoiets héél prettig. Wat een goed idee, dat wilde ik maken! Voor mezelf, maar ook als cadeautje voor een paar mede-bakkers. Eén van de ingredienten is “shortening”, iets dat wij hier in Nederland niet kennen, het is een soort margarine. Een goed voorbeeld van shortening, zo leerde ik, is Crisco.

Dat had ik wel eens op de buitenland-afdeling van de Jumbo gezien, tussen de reeses peanutbuttercups en de marshmellow-boterhampasta. Maar toen ik naar de supermarkt ging vond ik het daar niet meer. Ik zocht nog in twee of drie andere winkels, maar helaas. Toen K:)dootje en haar meneer naar Engeland gingen vroeg ik hen om voor mij uit te kijken of het daar te koop was, maar ze hadden geen succes. Ik maakte bij wijze van experiment bakvormpasta met ghee, dat werkte wel goed maar ik vond ‘t niet heel lekker ruiken.

Enkele weken geleden liep ik rond in de toko, 50 meter vanaf mijn werk gelegen, en ziedaar! stond er gewoon een stapel van. Nouja! Overal gezocht en het was zo ongeveer bij de buren te vinden! Ik kocht een blik, maakte er bakvormpasta mee, deed het in decoratieve potjes en deelde uit. Het werkt echt prima, alle taarten, koekjes en cake komen onbeschadigd en smakelijk gekleurd uit de bakvorm.

Maar, nu komt de maar, pas daarna ontdekte ik dat Crisco helemaal niet zulk prettig materiaal is. Het is geruime tijd van de markt geweest omdat het kunstmatige transvetten bevatte. Nu niet meer, maar in zijn geheel is het een nogal onnatuurlijk product en kennelijk wordt het ook voor heel andere toepassingen dan eten gebruikt. Het is jarenlang houdbaar, dat vind ik op zich al wat verdacht. Bakvormpasta blijft een heel goed idee, maar ik zoek nog even door naar een goed, wat gezonder en duurzamer alternatief voor deze shortening. Ideeën zijn welkom!

Zomerpluk, winterdrankje

Vlak bij de camping waar wij de laatste week van onze vakantie doorbrachten was een sleedoornhaag.

Stampvol rijpe bessen. Ik weet dat er jam en siroop van te maken zijn, zo uit het vuistje zijn ze niet zo lekker, zelfs ongezond. Maar ik plukte er toch een zak vol van want ik had er andere plannen mee: Ik hoor al jaren mensen in Engelse podcasts vertellen dat ze er “sloe gin” mee maken. Dat wilde ik ook eens proberen. Men plukke een kilootje sleedoornbessen, begin september. Deze worden gewassen, ze gaan een nachtje -of twee- in de vriezer, en daarna in een grote pot of fles met een liter gin. Daarna mag Vadertje Tijd zijn wonderen verrichten, eigenlijk hoef je alleen maar zo af en toe even te schudden. Tegen de kerst is het klaar. Vandaag zeefde ik de bessen er uit, en filterde de prachtig rode gin, terwijl mijn keuken rook als een speakeasy ten tijde van de drooglegging. Daarna bereidde ik mijzelf en Echtgenoot Yep een gin-tonic ermee.

Jammer dat de prachtige kerst-rode kleur niet op de foto wil, maar nog jammerder dat je dit niet even proeven kan. Ik ben niet zo’n drinker, maar ik denk dat het goed is dat sloe gin niet overal verkrijgbaar is… dan zou ik zomaar wél een drinker kunnen worden.

Later toegevoegd: Het blijkt wél verkrijgbaar… zo zie je maar weer hoe vaak ik bij de slijter kom. Maar iedereen die ik mijn product liet proeven zei het zelfde: Dat is gevaarlijk spul. Dus één zelfgemaakte fles per jaar is beslist genoeg.

Brood

Elf jaar geleden heb ik me een tijd bezig gehouden met het in leven houden van een zuurdesemstarter en het bakken van brood. Leuk om te doen! Ik wilde graag “alles” zelf maken, ook het dagelijks brood. Dat bleek toch best lastig in de praktijk, het bakken van een zuurdesembrood is een proces dat ongeveer een dag duurt (als je al een actieve starter hebt). Niet dat je de hele dag ermee bezig bent maar op gezette tijden moet je je met het deeg bemoeien. Lastig om dat tussen een fulltime werkweek in te plannen, nog lastiger om een weekeind-dag te offeren aan de bakkerij. Maar het grootste bezwaar vond ik dat ik de oven moest opstoken tot 240 graden en dat dat ongeveer net zoveel kostte als een brood uit een goede bakkerij. Het alles zelf maken moet ook wel een soort van zinvol zijn.

Fast forward naar nu, er zijn wel een paar dingen veranderd. Ik werk minder uren per week, dus de tijdkwestie is niet zo’n probleem meer. Het -inderdaad heerlijke- brood van onze bakkerij is meer dan twee keer zo duur geworden. Alle begrip voor de bakker overigens, het is haar niet kwalijk te nemen dat ongeveer alles duurder wordt. Op ons dak liggen zonnepanelen, die helpen met de energie voor die warme oven. En brood bakken blijft leuk om te doen, dat weegt ook mee. Dus nu fiets ik weer regelmatig naar de molen hier in de stad om meel te kopen, en in een potje in de keuken woont weer een bubbelende kolonie gistcellen. “Alles” zelf maken gaat niet lukken maar ongeveer de helft, dat is prima.

Gehakt

In Engeland eet men zo rondom de kerst mince pies. Een soort van gevulde koek, maar dan met zogenaamd mince meat er in. Verwarrende naam, het is een jam-achtig zoet mengeltje van rozijnen en citrus en nog wat specerijen, noten en eventueel wat alcoholisch spul en niervet. Geen gehakt, maar ook niet helemaal vegetarisch dus. Rare jongens, die Britten! Maargoed, ik was er wel nieuwsgierig naar, dus toen Dochter vorig jaar naar Schotland ging vroeg ik haar of ze voor mij een potje van die mincemeat wilde meenemen, Groot of klein, vroeg ze nog… Bescheidenheid is geen deugd van mij, dus kreeg ik bij wijze van kerstkado anderhalve kilo van het spul van haar.

Met de kerst wéér in aantocht werd het tijd voor actie. Ik maakte een deegje, rolde dat uit en maakte gebruik van een muffinvorm om er de taartjes mee te maken.

Lekker knutselen was dat. Ik vroor er een heel aantal ongebakken in, ze kunnen meteen vanuit de vriezer de oven in en dan heb je twintig minuten later een behoorlijk imposant koekje bij de thee. Een heel praktisch idee, dat ik -samen met het recept voor het deeg- van Nancy Birtwhistle heb.

Maar natuurlijk bakte ik er ook een paar meteen af. Lekker zeg!

Wat ik vandaag maakte: Groene pasta

Dit jaar hebben we in de volkstuin voor het eerst een behoorlijke opbrengst van palmkool (hoewel ik het leuker vind om het cavolo nero te noemen). Het zijn forse planten met langwerpige bladeren die vanuit een stevige middenstengel groeien. Het idee is dat je steeds de onderste bladeren van de stengel plukt, waardoor je meerdere malen oogst van de plant die ondertussen bovenaan doorgroeit en uiteindelijk inderdaad wel wat van een palmboom weg heeft.

Ik brak per ongeluk de bovenste helft van één van de planten af, dus die zal in ieder geval niet meer groeien. Eenmaal geplukt is het niet best bewaarbaar, dus vanavond ging het meteen op tafel. De onvolprezen Jamie Oliver heeft in zijn serie “5 ingrediënten” een recept voor supergroene spaghetti, waar behoorlijk wat cavolo nero in moet, dus na het verwijderen van alle beestjes die het óók een lekkere groente vinden maakte ik dat.

Ik had geen ricotta, maar wel nog een restje brie. Het eindoordeel: Best lekker, het smaakt inderdaad erg groen. Maar het is wel wat eenvoudig als het de hele maaltijd is. Bij de volgende cavolo nero-pluk zoek ik een ander recept.

Visjes

Via de sympathieke app Too good to go bemachtigde ik een “verrassingspakket” bij een viskwekerij hier in de buurt. Hier worden Yellowtail Kingfish gekweekt -ook bekend als Amberjack- en zo te lezen (en te proeven!) doen ze dat goed. Een paar dagen daarvoor aten we in een restaurant waar dezelfde vissoort uit dezelfde kwekerij op tafel kwam, dat maakte nieuwsgierig.

Ik kocht twee filets en daarnaast het verrassingspakket dat bestond uit twee hele vissen. Dat was inderdaad wel wat verrassend, want het zijn géén kleintjes, anderhalve kilo per stuk. Het pakket paste maar net in de lade van mijn vriezer. Zondag liet ik er eentje ontdooien. Ik marineerde hem met citroen, knoflook en rozemarijn en stak plakjes citroen en reepjes laurierblad onder de huid.

Na tien minuten op de barbecue bij K:)dootje en haar meneer vormde het een top maaltijd voor vier.

Van het een komt het ander, en weer wat anders

Het begon met het verwerken van de laatste appels. Daarvan had ik een restje over, daar maakte ik een appel crumble van. In de toplaag verwerkte ik wat havermout om het geheel minder zoet en wat vezelrijker te maken, daarom was er meer crumble-deeg dan ik nodig had. Ik strooide er ook gehakte walnoten over want walnoten had ik tenslotte ook. Prima toetje, en ontbijt voor de dag er na. Ik kraakte meer noten dan ik nodig had, dus kraakte ik er nog meer en maakte er een Engadiner notentaart mee. Met Engadiner notentaarten is wel wat raars aan de hand, ze verdwijnen altijd zo snel dat ik ze niet fotograferen kan. Ook is het lastig om de deeglap precies op maat uit te rollen, dus had ik alwéér een restje.

Dus had ik een restje crumble-deeg, een restje notentaart-deeg, een restje “eggwash” (geklutst ei met een beetje water, is daar makkelijker Nederlands woord voor? ) en nog een handvol gekraakte noten.

Dat werden koekjes. En daarvan bleef niets over.