Uitstapje

Om het eeuwfeest van onze volkstuinvereniging te vieren gingen we met een bus vol mensen naar de tuinbeurs op het park van Beervelde.  We hadden mooi weer, en er was véél te zien! Hoewel ik me had voorgenomen een beetje voorzichtig te doen met aankopen is dat niet best gelukt.

We kochten een blauwe bessenstruik, die inmiddels al een plekje in de tuin heeft. Een zuur plekje, want de verkoper, enkele van onze medetuinders en verder iedereen die ons met de struik zag lopen zei “denk er om, hij moet op zure grond!”  Yep haalde vier grote zakken tuinturf om het plantgat mee te vullen. En nu maar hopen op een mooie oogst.

We kochten ook wat daslook-knolletjes om te laten verwilderen onder onze grote wilgenboom. Ik hou van daslook omdat het zo lekker is en vroeg in het jaar, vóór de uitjes en bieslook, al geoogst kan worden. Ook hebben we een zak vol krokusbolletjes voor tussen het gras, goed voor het voorjaarsgevoel. We namen alliumbollen en drie kleurige dahlia’s mee, tot nu toe had ik alleen witte.

Er was een zaadhandel die voor het inrichten van de stand iemand met talent had ingehuurd, (zie rechts) maar de koopwaar was ook bijzonder. Allerlei exotische zaden maar ook geweldig veel keuze in -bijvoorbeeld- zonnebloemen. We schaften er zwart/bruine boontjes en edamame aan. En teff en quinoa en ossenhart-tomaten.

 

Over exotisch gesproken: Echtgenoot Yep viel voor een heel jong jacarandaboompje, ik ben benieuwd of we die wijs kunnen maken dat hij hier thuis hoort.

 

Niet alles wat we meenamen was tuinspul, er was ook een kraam met gerookte knoflook. Daar heb ik geen weerstand tegen. Echtgenoot Yep gaf me prachtige oorbellen. Eenmaal weer terug in Goes was er een feestelijke avond met barbecue en gezang, wat was dat een gezellige dag.

Bubbels

Als je je voorneemt om minder plastic te gebruiken kom je soms tot merkwaardige conclusies. Neem nu deze:

Douchegel en shampoo in plastic flessen willen we niet. Dus was ik mijn haar (naar grote tevredenheid) met een shampooblok en de rest van mij met een ouderwets stuk zeep. Zo’n stukje zeep wordt in gebruik kleiner en uiteindelijk lastig te hanteren. Ik had vier “restjes” van stukjes zeep en besloot daar weer vloeibare zeep van te maken, volgens het principe waarmee ik ook wasmiddel maak. Ik vond een recept voor een verhouding van 50 gram geraspte zeep en anderhalve liter kokend water. Mijn restjes waren samen 60 gram, dus ik kookte 100 ml water meer. Het ging prima, het rook heerlijk in de keuken, maar toen het een dag later was afgekoeld had ik een stuk zeep zo groot als mijn pan… niks vloeibaar! Ik voegde nog eens 400 CC kokend water toe en roerde. Het liet zich niet goed mengen, dus zette ik de staafmixer er in. Daar vergat ik een cruciale eigenschap van zeep: het schuimt! Niet te weinig! Maar na enige tijd wachten waren de meeste belletjes geknapt. Missie geslaagd, twee hele liters prima vloeibare zeep.

En pas toen bedacht ik hoe raar het is, dat 60 gram zeep voor twee (!) liter vloeibare zeep zorgt. Geen wonder dat de zeepfabrikanten geld over hadden om televisieseries te sponsoren! Je maakt zeep, je mengt het met water, het wordt 30 keer meer, je verpakt het in een plastic fles met een drupje geur en wat beauty-beloftes erbij waardoor het nog weer kostbaarder lijkt, die verkoop je voor vier keer zoveel als het oorspronkelijke stukje zeep… Kassa!

Kleine meisjes worden groot

Als kind las ik -natuurlijk-  de reeks “kleine huis” boeken. Ik leefde mee met Laura en de familie Ingalls, ik vond het vooral spannende verhalen. Helemaal begrijpen deed ik het niet, natuurlijk… dat Laura haar hoofd onder een kussen stopt als er een varken moet worden geslacht, maar zodra het dood is vrolijk gaat meehelpen met worst vullen en zelfs de krulstaart, knapperig gebraden, afkluift tot er alleen nog maar botjes zijn. Ik griezelde ervan. (Voor de duidelijkheid: ik werd vegetarisch opgevoed.) Maar ik weet nog dat ik er óók van genoot, hoe Pa ‘s avonds bij het kampvuur naast de huifkar op zijn viool speelde, van het uitgegraven huis in de oever van de rivier waar ze elke dag vis uit halen met een fuik. En hoe Ma van een knolraap en een halve emmer tarwe de heerlijkste maaltijden maakte en dat ze échte indianen zagen! Laura was stoer.

Ik heb nooit naar de televisieserie gekeken. Maar met behulp van mijn e-reader herlas ik afgelopen maand de hele serie. Behalve het feest van herkenning las ik nu ook echt heel wat anders. Hoe een sprinkhanenplaag de familie berooft van eten, drinken en vooruitzichten en Pa daarom 400 kilometer verderop werk zoekt (lopend, natuurlijk) en maanden van huis is om zijn gezin te redden. Dat die knolraap en tarwe vooral zo lekker waren omdat honger spreekwoordelijk rauwe bonen zoet maakt, en dat weken lang elke maaltijd vis eten ook geen luxe leven is. Wonen in een hol in de rivieroever. Zeven maanden strenge winter, in een houten huisje waar het alleen warm te houden is door de voorraad hooi op te stoken. Wat een hard leven, wat moesten ze inventief en volhardend zijn. Ik leefde deze keer vooral met de ouders mee. Maar Laura is nog steeds stoer.

Proefvrij koken

Uit onze kas kwamen onverwacht veel pepers. We hadden Ko Tao pepers, die geel zijn en heel erg heet, en Ko Chang die oranje zijn en gewoon erg heet. Of andersom, ik kan dat maar niet onthouden… daarbij ervaar ik bij beide pepers dezelfde sensatie als ik er in bijt (wat ik veiligheidshalve ook maar niet doe). Erg heet of heel erg heet is een nuance die ik niet kan onderscheiden.

Mooi zijn ze wel! En ik denk dat er minstens vijftig pepers van onze plantjes kwamen dus moest er sambal gemaakt. Ik kocht een stapel kleine potjes, we eten geen grote hoeveelheden sambal en als een potje eenmaal open is bederft de inhoud snel. Met handschoenen aan maakte ik de pepers schoon.

Het plan was er Sambal Badjak van te maken, vooral omdat dat heet wordt bereid (hahaha op een warmtebron bedoel ik) en het dus ook in schone hete potjes kan worden verpakt. Dat geeft de bacteriën minder kans. Een van de ingrediënten is trassie, ik denk dat de geur daarvan elke bacterie huilend naar zijn moeder jaagt… maar we nemen geen risico. Ik voegde aan het recept wel nog wat vers geraspte gember toe, gewoon omdat ik het in huis had. En ik verving de palmsuiker door rietsuiker.

En zie daar. Dertien potjes met elk 25 gram sambal, met ons consumptiepatroon genoeg voor een jaar of acht. De dekseltjes van de vijf aan de rechterkant “plopten” niet dus die wil ik liever niet te lang bewaren, het kan betekenen dat ze niet luchtdicht gesloten zijn. Toch bijzonder om iets te koken dat tijdens het koken niet geproefd kan worden. Nu ja, het kán natuurlijk wel… maar daarna proef je een heel tijdje niks meer.

Naar het museum

Met kleindochter K. en haar ouders mocht ik mee naar het Nijntje museum. Dat is geen museum over de ontstaansgeschiedenis of invloed op de hedendaagse kunst van het wereldberoemde konijnenmeisje. Het is een museum specifiek voor peuters. Er zijn eindeloos veel dingen om mee te spelen, alles is op kinderhoogte en -formaat. Heel verstandig moet er een tijdslot worden gereserveerd als je er naartoe wilt, zodat het niet te druk wordt.

Kleindochter K heeft het lopen nog maar net onder de knie, en kiest nog vaak voor kruipen als ze ergens heen wil. Door het deurbeleid van het museum was daar ook alle ruimte voor. Ze plakte magnetische Nijntjes op een bord, ze reed een locomotief met Fred-Flintstone aandrijving, ze kroop door tunneltjes en stopte zachte blokken in bijbehorende gaten. Ze heeft zich kostelijk vermaakt! En wij dus ook.

Een slaapzak voor een bibliotheek

Ik kocht een e-reader. Misschien was ik wat laat op het feestje, ik hou erg van mijn papieren boeken. Maar de voordelen van zo’n apparaat zijn niet te weerleggen en ik ben er erg blij mee. Honderden boeken beschikbaar in een apparaatje dat maar een beetje groter is dan mijn telefoon, hoe heerlijk! Ik sleep hem overal mee naar toe. Maar een beetje bloot was hij wel, zo los in mijn tas tussen sleutelbossen en stof.

Ik naaide een hoesje. Van een restje jeans, met een tussenvoering van zacht schuimrubber.

En Schots geruite wol van binnen. Kijk toch eens hoe zoet hij er in slaapt…

Retourtje Parijs

Omdat we beiden lapjes te weinig hebben gingen Martine en ik een dagje naar Parijs. In de stoffenwinkels van Montmartre hoopten we onze bescheiden collectie wat uit te breiden en inspiratie op te doen. We begonnen bij Janssens & Janssens. De prijzen in deze winkel overtreffen onze koopkracht (en ons gezond verstand) maar leuk is het wel, een geborduurde zijden crepe van 284 euro per meter van dichtbij te bekijken.

De inspiratie kwam ook uit diverse etalages waar we langs wandelden, deze bijvoorbeeld.

Toen we aldus helemaal geïnspireerd in Montmartre arriveerden bleek ongeveer de helft van de stoffenwinkels dicht. Hoewel niets daarover op de diverse websites vermeld werd… gelukkig was Tissus Reine wél open.

Op zichzelf de reis al bijna waard. Ze verkopen een grote collectie prachtige materialen en, erg leuk, op elke tafel staan etalagepopjes op halve schaal met kleding gemaakt van de stoffen waar ze bij staan. Ik sloeg mijn slag met poplin voor overhemden en een mooie voeringstof. De vriendelijke coupeur die het voor me van de rol knipte vertelde ook dat de gesloten winkels Jom Kipoer vierden. Een Joodse feestdag (Grote Verzoendag, wat we alleen maar kunnen toejuichen) en de gesloten winkels hebben dus een Joodse eigenaar. Dat wisten we niet. Maar aan het deel van de winkels dat wél open was beleefden we ruimschoots genoeg winkelplezier. Martine vond een lap echte zijde, zo mooi dat ze het waarschijnlijk eerst een paar maanden thuis aan de muur hangt, ik kocht nog garen en band en naalden. We stortten om half vijf met brandende voeten en volle tassen op een terrasje bij Gare du Nord, waar een uurtje later onze trein naar huis weer zou vertrekken. Pas daar dachten we er aan nog een foto van onszelf te maken.

Dat was een gezellige dag.

 

Je bent nog niet klaar als je naar huis gaat*

Ongeveer de helft van onze tuin bestaat uit grasveld met fruitbomen, we hebben zes appelboompjes. Waar de kersen door ongedierte verloren gingen en de peren als gevolg van de droogte niet groter dan een walnoot werden, hebben de appelbomen het kennelijk geweldig naar hun zin gehad.

Tas na tas slepen we naar huis. We hebben moesappels, Schone van Boskoop. We hebben Elstar en nog een handappel waarvan ik niet precies weet welke soort het is. Het is een erg lekkere zachtfrisse appel met een dikke schil en wit vruchtvlees dat helaas wel makkelijk kneust. Thuis worden ze eerst gesorteerd: de appels met rotte plek of de verdenking van een illegale inwoner worden eruit gehaald en als eerste verwerkt. Als de schade te erg is worden ze aan de kippen gevoerd, die zijn niet zo kritisch. Appels die erg klein zijn worden appelsap.

De mooiste mogen op de fruitschaal. En dan zijn er enkele tientallen kilo’s over.

Ik droogde er een stuk of wat, in de oven. Ik bestreek elk plakje met citroensap, reeg ze aan satépennen en liet ze een uur of zes in de oven op 55 graden met de deur op een kiertje.

Lekker en goed houdbaar. Dat kunstje herhaal ik nog wel een keer.

Ik verwerkte een stuk of veertig appels -elstar en de andere soort door elkaar- volgens dit recept van Diana. Wat een goed idee om ze op deze manier te bewaren! Dat leverde tien grote potten vol appelstukjes op. Ik had meer dan een liter van het wijn-suiker-citroensap mengsel over, dat deed ik bij de tien liter “gewone” appelcompote die ik maakte van de moesappels. Daar heb ik geen foto van gemaakt, maar daar kun je je vast wel iets bij voorstellen. Nu zijn alle grote potten die ik in huis heb gevuld, de kastplanken buigen door onder de last.

Vanavond aten we eendenborst met gekaramelliseerde appelstukjes, geflambeerd met calvados. Als toetje hadden we appeltaart, die ik tussen de bedrijven door ook nog bakte. Eerlijk gezegd kan ik na vandaag geen appel meer zien… maar er staan nog stééds twee grote tassen met appels in de bijkeuken.

*dit wordt altijd op dreigende toon tegen beginnende tuinders gezegd en het zijn -zie bovenstaande- ware woorden. 

Ratatouille

De oogst uit onze volkstuin bestaat deze dagen regelmatig uit precies de ingrediënten voor ratatouille. Dat is een fantastische groentestoofschotel én een leuke film waarin het gerecht een sleutelrol heeft. Overigens zijn tomaten een essentieel onderdeel van de ingrediëntenlijst, en juist die waren bij het plukken van bovenstaande mise-en-place helemaal op. Gelukkig had ik eerder een heleboel tomaten tot saus verwerkt die ik kon inzetten

Ik maak het met wat voorhanden is, de ene keer zit er meer paprika in, de andere keer meer courgette, alleen de olijfolie komt niet uit eigen tuin. Het kan gewoon in een pan of in de oven gemaakt worden en het smaakt naar zomer en naar de Provence. En het laat zich goed invriezen, voor als we van de winter weer eens heimwee hebben naar de warme nazomerdagen.

Chapeau, chapeau!

Op vakantie nam Echtgenoot Yep het grootste deel van het autorijden voor zijn rekening. Eigenlijk reed hij alles, behalve die ene keer terug naar de tent van een restaurantje, toen hij wat meer had gedronken en ik wat minder. Ik gebruik al die passagierstijd om te breien. Ik had, voordat we vertrokken, samen met YvonneP vijf breiwerken geselecteerd die mee mochten. Dat was natuurlijk wel erg ambitieus…. er werden twee mutsen voltooid.

Ten eerste een wurm. De vijfde of zesde denk ik, ze zijn prettig om te breien, min of meer op de automatische piloot. En ze zijn leuk om te dragen, hoewel ik natuurlijk maar één hoofd heb, en dat hoef ik niet al te vaak warm te houden…. vijf min of meer dezelfde mutsen is wel een béétje raar. Maar goed. Deze maakte ik van een effen grijze wol gecombineerd met een langzaam van blauw naar paars verlopend garen, beide van het merk Kauni. Ik heb nog genoeg van beide kleuren voor een bijpassende sjaal.

En ik maakte een Brackish hat van een “kit” van Stephen en Penelope. Fijn, zo’n kit: er zit een patroon in, en precies genoeg garen. Leuk ding, niet?

De minderingen bovenop de muts maakte ik eerst volgens de werkbeschrijving maar ik vond het erg lelijk. Ik haalde het weer uit en maakte een gladde bol met de minderingen in een zeshoek.

Daarvoor had ik dus net weer te weinig blauw garen (tja, wees eigenwijs en betaal de prijs) dus gebruikte ik nog een stuk van het grijze garen waar ik wel wat van over had. Ik maakte een pompon wat ik sinds de kleuterschool (van de Vrije School) niet meer gedaan had, en monteerde hem er op. Ik ben dik tevreden!