De duivel zit in de details

Toen Kleindochter K. er nog niet was maakte ik voor haar een rompertje. En omdat ik toch bezig was en er wel vaker baby’s arriveren in de kennissenkring maakte ik er nog drie. Leuk als cadeautje voor aanstaande moeders. Het maken ervan ging zo snel dat ik overwoog een paar avonden te investeren in het naaien van een stuk of dertig van die pakjes in verschillende kleurtjes en maten. Dan zou ik een tafel huren bij Mijntafel en ze verkopen. Op die manier zou ik al mijn restjes tricot op een prettige manier kwijt zijn, misschien zelfs nog een paar tientjes er aan overhouden… Leuk idee*, maar eerst eens zien hoe het kledingstuk het in de praktijk doet. Nu Kleindochter K. twee maanden is krijgt ze het pakje regelmatig, aan, hoewel het nog een béétje ruim zit.

Ze kan nog niet zitten, maar ze doet overtuigend alsof ze dat wél kan.

Ik zie haar niet heel vaak, wegens al die onhandig geplaatste kilometers ertussen. Maar ik krijg gelukkig vaak fotootjes per Whatsapp en het is leuk te zien dat de door mij gemaakte kleertjes behoorlijk “in rotatie” zijn.  Schoondochter J. zei dat ze dit pakje erg prettig in gebruik vond, Joepie! dus toen collega M. aankondigde dat ze in december moeder wordt pakte ik één van drie de reserve-rompertjes voor haar uit de kast. Die waren weliswaar klaar, maar er zaten nog geen drukkertjes op. Ik installeerde me buiten bij de tuintafel met hamer, centimeter en de doos met drukkers en mepte ze op hun plaats.

Ik was er wel drie kwartier zoet mee. Natuurlijk ging er één drukkertje helemaal scheef en moest ik dat met veel gepeuter weer uit de stof verwijderen zonder een gaatje te maken. Ondertussen heb ik mijn plan om een heleboel rompertjes te maken wel herzien. Het naaien kost me inderdaad niet veel tijd maar het bevestigen van honderden van die drukkertjes wél.

*Ik heb wel vaker van die woeste ideeën, meestal brengt de realiteit of anders Echtgenoot Yep me wel weer tot rede

Geen mug meer

Vandaag precies tien jaar geleden pakten we de complete inhoud van mijn Haarlemse huis in een heel grote vrachtwagen. Vervolgens reden we ermee naar (toen nog niet Echtgenoot) Yeps Rotterdamse huis en stapelden al zijn spullen er óók in. Daarna reden we door naar ons pas aangeschafte huis in Goes, en zetten alles uit de vrachtwagen in de woonkamer. In de woonkamer konden we er daarna zelf nauwelijks meer bij, maar in het huis in Goes werd nog verbouwd. We hebben er min of meer gekampeerd, de eerste maanden.

Ik moest best even wennen aan Goes, ik ben de eerste tijd zó vaak verdwaald! Oriëntatievermogen is niet een van mijn sterkste punten. Maar het werd al snel makkelijker, ik begon aan mijn huidige baan en we maakten werk van het temmen van de jungle waaronder, dat wist ik zeker, een volkstuin zat. En ik leerde meer mensen kennen. Haarlem houdt altijd een warm plekje in mijn hart, maar ik ben inmiddels echt thuis in Goes. Reden om de tien jaar inwonerschap te vieren. Oh en natuurlijk het feit dat we vandaag óók tien jaar samenwonen!

De limonade procedure

De kersen zijn nog niet op (bijna vijf emmers vol inmiddels!) maar ik denk dat ik voor een jaar genoeg kersen heb ingemaakt. De rode bessen zijn ook rijp tenslotte. Daarvan maak ik bessengelei, maar dit jaar wilde ik toch ook nog wat anders proberen: limonade. Of bessensap zoals mijn oma vroeger altijd had, voor over de griesmeelpudding.

Punt is: hoe krijg je het sap uit de besjes? Mijn slow juicer kraakt alle pitjes en maakt er een dikke, troebele, beetje bittere drab van, geen goede basis voor een fris drankje. Koken tot het stuk gaat en daarna door een zeef kan bij veel soorten fruit, maar niet bij aalbessen. Die bevatten véél pectine, als je ze tot meer dan 90 graden verwarmt wordt het direct gelei. Ik riste een pan vol besjes van hun steeltjes, plette ze een beetje en zette het op het vuur met een thermometer er in. Echtgenoot Yep vond intussen een bruikbaar uitziend recept voor bessenlimonade op Internet. Ik hield mijn pan goed in de gaten en elke keer als de inhoud 90 graden was zette ik het vuur weer een half uurtje uit tot (bijna) alle besjes stuk waren. Daarna zeefde ik het sap er uit. Het resultaat was nog steeds behoorlijk troebel. Voor gelei is dit prima, maar limonade is toch echt wat anders, dat moet doorzichtig en helder zijn. Daarom zeefde ik de kleinste deeltjes uit het sap, door een theedoek. Toen de theedoek-in-vergiet al stond te druppelen bedacht ik dat ik een profi passeerdoek -voor precies dit doel meegenomen uit een Franse kookwinkel- in huis heb… maar goed. Ik hield uiteindelijk 600 cc prachtig helder sap over. Maar toen kon ik dat recept niet meer vinden, Echtgenoot Yep was inmiddels elders. Ik wist van anderhalve kilo suiker oplossen in een liter water, daar dan citroenzuur bij en het sap. Of zoiets. Terwijl ik in de suikerstroop stond te roeren kwam Echtgenoot Yep thuis en bleek ik het verkeerd onthouden te hebben: Er kwam geen water bij kijken. Argh. Een pan vol verzadigde suikerstroop en dat was helemaal niet nodig. Ik besloot naar een oud Engels spreekwoord te luisteren en van de helft van mijn suikerstroop citroenlimonade te maken. Dat lukte prima. Maar daarna had ik het helemaal gehad ermee. Mijn theedoek was misschien nooit meer schoon te krijgen, ik was er al de hele dag mee bezig, de keuken was rood gespikkeld, de suiker was op en ikzelf plakte aan de vloer vast. Het kon me geen barst meer schelen wat de uitkomst was; ik hoefde al geen bessenlimonade meer. Ik mikte de rest van de suikerstroop bij mijn zo moeizaam verkregen heldere bessensap. Maar….

Tot mijn verrassing had ik anderhalve liter heerlijk fris-fruitige limonadesiroop. Ik denk dat het percentage suiker nu iets te laag is om het lang houdbaar te maken, ik bewaar het zekerheidshalve maar in de koelkast. Zo had ik aan het einde van de dag zelfs twéé soorten limonade.

 

Over grote onderbroeken

Als het behoorlijk warm is en ik een jurk draag heb ik last van “thigh shafing” oftewel het effect van ietwat bezwete, tegen elkaar schurende bovenbenen bij het lopen. Geen pretje! Ik ben de enige niet, kennelijk. Er wordt met een spray geadverteerd die het probleem moet oplossen, er bestaan Bandelettes, een soort van kousenbanden speciaal voor dit doel. Ik bedacht dat ik een onderbroek met pijpjes misschien makkelijker vind dan zulke bandelettes. Ik vond medestanders op Internet, Lana schreef een ode aan de grote onderbroek (hoewel “groot” bij haar een tailleslip is, niet een met pijpjes) en Inge maakte er zelf een paar. Ik deed erg mijn best om ze te kopen en ontdekte dat Sloggi iets dergelijks heeft. Daarvan schafte ik er eentje aan en inderdaad, dat bevalt prima. Maar natuurlijk wilde ik liever zelf gemaakte, dus kocht ik het enige patroon hiervoor dat ik vinden kon en maakte het volgens voorschrift.

Het ziet er best leuk uit maar ik vind het niet zo prettig zitten, dus ga ik mijn sloggi uit elkaar halen en dat gebruiken als voorbeeld. Waarom, wáárom zijn een beetje leuke grote onderbroeken -of een patroon ervan- zo moeilijk te vinden? Bij de aankoop van een beha in een goede lingeriewinkel kun je een bijpassend slipje kiezen: een string of een hipster. Tailleslips zijn er wel maar meestal alleen directoire-stijl in saaie kleuren verkrijgbaar, en een onderbroek met pijpjes is een rariteit. Een google zoektocht toont thermo- zwangerschaps- en periodeslips in wit en zwart en prothese-beige. Bah.  Het is vast een niche markt, maar er zullen beslist meer mensen blij worden van een beetje vrolijk gekleurde, frivole, lange onderbroeken met een kantje. En dat geldt trouwens óók voor thermo- zwangerschaps- periode- en incontinentie slips.

Cherry baby

Onze kersenboom lijdt niet onder de aanhoudende droogte. Honderden kersen bungelen in het groen. We plukten waar we zonder halsbrekende toeren bij kunnen, de boom is hoog en we hebben alleen een keukentrap.  Drie grote emmers tot de rand gevuld sleepten we naar huis, toch gauw 22 kilo. Wat een weelde!

Natuurlijk aten we kersen bij ontbijt, lunch en als toetje en tussendoortje. We deelden ze uit aan buren, familie, vrienden en collega’s. Maar er bleef nog steeds een heleboel over. Drie avonden besteedde ik aan wassen, steeltjes verwijderen, ontpitten, snijden, koken, wecken… terwijl Echtgenoot Yep er op uit ging om potjes erbij te kopen en méér kersen te plukken. Ik maakte jam, (kersen ontpitten en in kwarten snijden, koken met geleisuiker en wat citroensap, in kleine potjes) ik maakte kersen op sap (kersen zo “netjes” mogelijk ontpitten, koken in een stroopje van water en aalbessensap, suiker en een beetje kaneel, in grotere potten). Ik kreeg zwarte handen en had nog steeds een heleboel kersen. De vraag is hoeveel kersenjam we nodig hebben in een jaar, waarbij ik veronderstel dat er volgend jaar weer een oogst is. Bovendien staan er nog diverse soorten jam uit 2015 en 2016 in de kast… De laatste emmer kersen verwerkte ik tot vlaaivulling.

Ik ontpitte de kersen en maalde een klein deel ervan tot pulp met de staafmixer. Daarna deed ik de ontpitte kersen erbij in de pan en kookte ik het hele zaakje met citroensap en half zoveel geleisuiker als voor jam. Ik voorzie een feestelijk jaar, met minstens acht kersenvlaaien! Terwijl ik de laatste potjes aan het sluiten was kwam Echtgenoot Yep binnen met vier dozen net geplukte aalbessen. Voor bessengelei.

Elk voordeel heeft z’n nadeel…

… Om de grote filosoof nog maar eens te citeren.

Het is (bijna) elke dag tuinieren. Afgezien van het werk aan het “nieuwe” gedeelte is er een heleboel te doen: Rijpe kersen en aalbessen te plukken, tuinbonen en erwtjes te doppen en in te vriezen, bergen onkruid te wieden. Bijvangst van al deze genoegens: “tuinhanden”. Die worden natuurlijk uitgebreid gewassen en verzorgd, ze zien er over het algemeen heel netjes uit . Maar ze zijn wel ruw en “hakerig”.

Ik voltooide dit shirtje-met-gedrapeerde-hals daarom met de grootste tegenzin.

Het materiaal is een mooie dunne gebreide viscose met een prettig paisley motief. Maar het zat doorlopend aan mijn handen geplakt, of ik ze die nu scrubde of insmeerde of allebei. Ik heb het shirtje nog niet gedragen, ik heb even hélemaal genoeg van hoe het aanvoelt.

Groene vingers

Als iemand een bijzonder talent heeft om planten te onderhouden wordt wel gezegd dat hij of zij “groene vingers” heeft. Ikzelf heb dat niet, volgens mij. Tot ik besloot dat ik het niet meer ging proberen met kamerplanten leek mijn vensterbank het meest op een sterfhuis. Op het moment kwijnt er een mangoplant en er staat een plant die verrassend groeide uit een verse kurkuma-wortel die ik in de grond stopte.

Naast mijn werk is een kleine bloemenwinkel, een pijpenlaatje waar de koopwaar vooral voor de deur is uitgestald. Het ziet er altijd erg gezellig uit. We zijn goede buren over en weer: zo is er geen koffie-apparaat in de bloemenwinkel, dus op de dagen dat M. (een echte koffieleut) werkt brengen we haar een vers bakkie. Bloemen en planten zijn bederfelijke waar. Bloeiende planten blijven soms te lang onverkocht -en worden daardoor onverkoopbaar omdat ze uitgebloeid zijn- of bestelde boeketten worden niet opgehaald. En dan gebeurt het wel eens dat ik bij het afsluiten van de winkel een winkeldochter in de handen of de fietstas krijg gestopt. De twee hangplanten die een paar weken terug mee kwamen zagen er bijzonder sneu uit… Ik dacht onderweg naar huis dat ze altijd nog op de composthoop konden. Maar kijk nu toch!

Elke avond water geven en af en toe tegen praten. Meer deed ik er niet aan. Zou ik toch groene vingers hebben? Of misschien, gezien dit kleurenschema, paarse vingers?

Veel te genieten

Dit arme blog wordt bijna verwaarloosd… mijn breiwerk ligt stil en het kleren maken is alleen een lijst met plannen op het moment. Buiten is het hoogseizoen!

Er is zoveel moois te zien.

Ik geloof dat ik elk jaar wel een keer hetzelfde boeketje maak…

Maar ja, ik pluk ook elk jaar aardbeien.

En maak er jam van.

gelukkig is er ook tijd voor rust.

 

Morellen

Op het nieuwe stuk tuin staan onder andere  twee morellenbomen. Nieuw voor mij, een soort kersen maar aan de kleine kant en heel zuur.

Ze rijpen wel erg decoratief, eerst kleuren ze van groen naar geel, dan krijgen ze een blosje en worden helemaal rood. Ik was niet van plan om er iets mee te gaan doen, maar de buurman zei dat ze prima geschikt zijn om in te leggen in brandewijn. En tja, zo is er dus toch een mandje vol mee naar huis gegaan. Maar verder kwam het plan niet. Ik heb werkelijk van alles in huis. We houden allebei niet van sterke drank, dus ik heb er een kast vol van, er komt wel eens wat bij maar het komt niet op. Er staat tequila, grappa, cointreau, cognac, jenever, calvados… maar géén brandewijn.

Een dag later:

En jahoor. Er is weer een halve liter drank toegevoegd. De andere halve liter zit tussen de morellen in deze pot, met suiker. Over enkele maanden pas kunnen we proeven of deze manier van conserveren een lekker resultaat geeft en in de tussentijd -vóór de volgende morellenoogst- ga ik ook op zoek naar andere recepten (want ik hou niet van drank).

Buiten spelen

Terwijl op de volkstuin Echtgenoot Yep aan de infrastructuur van onze gebiedsuitbreiding werkte (zo, dat klinkt professioneel)  plantte ik Roma tomaten, augurken, komkommer en paprika in een daarvoor speciaal aangelegd perkje. Beschut achter het schuurtje staan ze daar lekker in de zon.

Ondertussen zijn de aardbeien rijp en er zijn meer liefhebbers voor. Wegens de droogte is de oogst in het bedje naast ons huis wat klein, we hebben niet de moeite genomen om er gaas overheen te zetten.

Deze merel-jongere betrapte ik met het aardbeiensap nog aan de snavel en zo volgevreten dat hij niet wegvloog toen ik hem fotografeerde.