Seizoensarbeid

Het is hoogzomer, er komt van alles van de tuin.

Wat een heerlijkheid. Maar ook een hoop te doen om alles te verwerken. Zulke beschaafde hoeveelheden als op deze foto hebben we niet vaak.

Niet alleen de bloemkolen lukten geweldig goed, onder de koolklamboe groeiden ook een stuk of zes grote witte kolen. En ja, wat doe je met witte kool… ik maakte een aantal potjes atjar, maar dat zet geen zoden aan de dijk. Ik denk niet dat ze houdbaar zijn tot november, als het tijd is om volgens de traditie de zuurkoolpot te vullen. En waarom zou je ook wachten?

Vanavond sneden we zes kilo kool klein en pakten het met zout en jeneverbessen in de zuurkoolpot. Zuurkool is vast in september ook lekker.

Deze post draag ik op aan Jeroen, zuurkool-connaisseur

Mislukt. Nee, gelukt! Of toch niet…

Al jaren proberen we bloemkool te kweken. Maar het resultaat is vooral droevig. Bloemkool is lekker, dat vindt al het (on)gedierte ook… dus vonden we jaar na jaar alleen wat afgekloven bladnerven terug. De kooltent die we een paar weken terug over het koolveldje plaatsten moest al die liefhebbers tegenhouden… en dat deed hij. Van een afstandje zagen we verheugd dat alles onder de tent voorspoedig groeide.

Tot Echtgenoot Yep vorige week eens wat beter keek, en zag dat de grootste bloemkool al geoogst had moeten worden, hij was een dag of wat voorbij ideaal. En nummer twee ook. We zijn niet gewend aan bloemkool-die-lukt, we hadden helemaal geen rekening gehouden met het feit dat we ook op tijd moesten oogsten.

We hebben ze acuut geplukt. Gelukkig zijn er nog een paar bloemkolen waar we wel op tijd bij zijn. Ik heb de grootste schutbladeren omgeknakt en over de kool gelegd, als ze geen licht krijgen zullen ze minder snel in bloei gaan, hoop ik.

Vanavond eten we doorgeschotenbloemkoolsoep. Ik kan me niet voorstellen dat het acuut niet lekker meer is, als je het twee of drie dagen te laat plukt. En ik heb mijn favoriete kookboek van de plank gepakt om creatieve bloemkoolrecepten te zoeken, want de komende week oogsten we er nog drie…. wél op precies het goede moment.

Negen!

De meeste kippen komen -jammer genoeg- ter wereld in een broedmachine. Maar in ons kippenhok wordt aan “natuurbroed” gedaan. Kip Fiep zat drie weken plichtsgetrouw op tien geadopteerde eieren, die gedateerd waren met potlood. Haar zus Keet legde er drie keer in de week nog eentje bij, die ze groothartig ook onder haar warme vleugels nam. Het was af en toe een heel gezoek om de eieren zónder potlood ertussenuit te vinden.

Maandagavond keek ik even bij de aanstaande moeder en zag dit. Joepie, de eerste was onderweg!

Een uur later, toen ik weer keek, was de geboorte een feit. Het kuikentje lag drijfnat uit te blazen van de inspanning, terwijl Fiep het allemaal verwonderd bekeek. Ik weet wel dat kippen geen gezichtsuitdrukking hebben, maar je kunt er natuurlijk moeiteloos verwondering op projecteren. Of moederlijke trots.

De volgende morgen waren er negen. Dat is veel, want er wordt bij natuurbroed van uitgegaan dat zestig procent van de eieren uitkomt.

Het zijn weer schattige kuikentjes! Dit exemplaar hebben we al Goudkopje gedoopt. En de televisie blijft uit, we hebben weer kuiken-tube in de tuin.

Project Knie

Enkele weken geleden mocht ik mij -met mijn gammele linkerknie– melden bij een deskundige arts van de Mobility Clinic in het UMC in Utrecht. Tot mijn opluchting bleken er meer mogelijkheden om de problemen te lijf te gaan; een prothese kan hopelijk en hoogstwaarschijnlijk nog jaren uitgesteld worden. Hoera!

Het behandelplan heet ACP, een serie van drie injecties met bloedplasma (mijn eigen bloedplasma) in mijn knie, de eerste is eergisteren geplaatst.

De drie opeenvolgende bezoeken aan het ziekenhuis in Utrecht combineer ik met drie overnachtingen bij Dochter, die daar niet ver vandaan woont. Dit maakt dat ik behoorlijk wat reistijd heb. Dus ik zocht een vrolijk makende bol garen uit de voorraad en begon aan een breiwerk dat goed te doen is in treinen en wachtkamers. Het knieproject. Eens kijken wat het eerste weg is: de bol garen of de pijn in mijn knie.

Blijde verwachting

Onze kip Fiep is normaliter een redelijk schuw type. Ze eet niet uit de hand en loopt hard weg bij plotselinge bewegingen. Maar nu trekt ze zich niets van ons aan, ze is geheel in beslag genomen door een Belangrijke Taak. En door haar hormonen…

Ze blijft halsstarrig zitten…

Ze is broeds. Op deze foto zie je nog het kistje dat als legnest in gebruik was, waarin ze plaats nam op een ei van haar zus Keet. Dat kistje zal vast nogal ongemakkelijk zitten, dus ik haalde het weg toen ze even opstond om te eten. In plaats daarvan kreeg ze een paar handenvol stro om een nestje van te maken. Daarna reden we naar een kippenhouder die wél een haan bij zijn Maranskippen heeft. Dezelfde die ons de eieren leverde waar Fiep zelf uit kwam (en Keet en hun vier broers ook).

Ze moet soms éven naar buiten om te eten.

En zo zit ze nu al een week op tien bevruchte eieren. De vader en enkele van de moeders ervan zijn zilverhals-Marans, dus waarschijnlijk krijgen we ook wat kleurvariatie als het allemaal lukken wil. Nog twee weken…

Nog niet klaar met Katherine

In 2016 begon ik aan een ambitieus breiproject: Katherine Howard. Helemaal verliefd op het mooie patroon en zelfverzekerd genoeg om me niets van de reputatie (van moeilijk en langdurig) aan te trekken.

Prachtig, toch?

Het rugpand voltooide ik, de voorpanden waren ook al behoorlijk gevorderd voor ik me realiseerde dat het me echt nóóit zou gaan passen. En wat erger was: door mijn tegenzin om eindjes af te hechten had ik voor elke lichter blauwe diagonaal een héél lang eind garen in gebruik. Ik maakte er eerst knotjes van, die vreselijk in de war raakten natuurlijk. Er werd nogal eens aan de draden getrokken. Daar konden ze slecht tegen. Shetland wol bestaat uit vrij korte vezels, dus het garen werd dunner en brak soms. Ik probeerde het op te lossen met zogenaamde visjes, maar ook dat hielp niet veel, ook die raakten steeds in de knoop en het breiwerk werd er bepaald niet mooier van. Ik breide nog een klein stukje dapper door, maar toen kwam er een ander mooi garen langs. Ik breide een paar sokken. En een muts, en nog een muts. En toen werd het koud en vond ik dat ik een warm vest voor in de tuin nodig had.

Warm voor de winter

Ik breide het op pennen 4,5 van Cascadewol die me geleverd werd door huisdealer zevenkatten.nl .

Kabels breien is leuk.

Toen het eenmaal af was, was het natuurlijk niet koud meer, dat is zoals die dingen gaan. Het vest zal me beslist goed van pas komen in de komende winters dacht ik, en ik begon blijmoedig weer aan een sok. Maar ergens bleef tijdens al deze zijsprongen de gedachte aan Katherine Howard me wel dwarszitten. Ik hou niet van opgeven. Ik noem mijzelf vaak een procesbreier, het gaat mij meer om de bezigheid dan om het product, maar ik wil wel graag iets moois en draagbaars maken. Uithalen en opnieuw beginnen? Nee, niet met deze mishandelde wol. Dus gewoon helemaal opnieuw beginnen, en dat deed ik. Nu niet met lange draden in knotjes of visjes, maar kortere stukken wol. Ik schafte materiaal aan, ik maakte proeflapjes en zelfs een toile, en ik begon opnieuw. Katherine de Tweede.

het schootje aan het achterpand is al klaar.

De eerste poging beschouw ik maar als een heel degelijke oefening. Een super-proeflapje. De Katherine Howard waarnaar het patroon vernoemd werd kreeg geen tweede kans.

De Kooltent

Iedereen die op onze tuin woont lust kool. Echt waar. Bijna altijd wordt het vóór het oogstklaar is opgegeten door allerlei gedierte. Witte koolvlieg, reeën, koolwitjes-rupsen, hazen, slakken, duiven, iedereen eet smakelijk van ons koolveldje, behalve wij. Daar hadden we genoeg van. We willen best wat delen, maar we kweken uiteindelijk voor ons zelf. Bestrijdingsmiddelen willen we niet gebruiken en bovendien trekken reeën zich daar niet zoveel van aan. Zolang de plantjes klein zijn zetten we er een emmer zonder bodem overheen en leggen daar weer kippengaas op. Maar insecten kunnen natuurlijk makkelijk door het kippengaas en de koolplantjes worden snel te groot voor de emmer… we verzonnen een list.

We kochten drie stroken insectengaas van vijf meter lang en twee meter breed..

…die ik met de naaimachine en kleurige bias-bandjes aan elkaar naaide tot één grote lap van vijf bij zes. In de huiskamer, vanwege de ruimte.

Dat was weer eens wat anders dan een rokje. Ik vond het wel leuk om de ene liefhebberij in te zetten voor de andere. Ik denk niet dat juf Blom van de Modevakschool deze toepassing voor ogen had toen ze me deze techniek van naad-afwerking leerde. Hong Kong binding in de moestuin, waarom ook niet?

Yep zette twaalf paaltjes rondom en tussen de kolen, zodat ze één kool hoog bleven en verbond die met elkaar met waslijn.

Daarna haalde hij de emmers en kippengaas van de plantjes af, legde de lap gaas eroverheen en vouwde het dicht als een cadeautje. Wat stenen en zand op de rand en ziedaar: een kooltent. Met de mazen van 1 mm komt er licht en water genoeg binnen, maar kan er geen koolwitje of koolvlieg naar binnen. Duiven, hazen en reeën kunnen er alleen nog maar verlangend naar kijken. En dan kunnen ze fijn verderop weer gras gaan eten, het is niet dat ze iets te kort komen.

Onderhuurders

In de volkstuin hebben we twee nestkastjes. Eén van de twee (vorig jaar nog huis van een pimpelmezenfamilie) bevat een kolonie hommels. Die zijn verrassend waaks, als het op verstoring van hun huiselijke rust aankomt. Yep was nietsvermoedend aan het harken, iets te dichtbij naar des hommels’ zin, hij moest rennen om aan een kwaaie formatie te ontkomen.

In het andere huisje woonde een koolmezengezin. We zagen vader en moeder in hoog tempo wormpjes en rupsjes aanbrengen. Gelukkig heeft niemand in onze directe omgeving de buxusmot bestreden.

Foto gemaakt door Yep

Het viel ons op dat we één van beide ouders duidelijk fladderend hoorden vliegen, de andere was veel stiller. Het bleek dat het vrouwtje geen staart meer heeft.

foto van mij. 🙂 Dit vloog niet zo snel weg

Kort daarop vond Yep al haar staartveertjes bij elkaar in de tuin. Het vliegen moet daarmee behoorlijk zwaarder zijn voor een mees, de staart zorgt voor draagvlak en helpt bij het sturen in de lucht. Daarbij zal het best een blessure zijn, ik stel me zo voor dat het uittrekken van alle staartveren bepaald pijnlijk is. Hulde dus, voor deze mezenmoeder. Al haar kinderen zijn succesvol uitgevlogen en gaan onze oogst ontdoen van rupsen.

Behouden vaart

Altijd als ik iets gezaaid of geplant heb in onze volkstuin zeg ik iets in de trant van “doe je best!” Het schijnt goed te zijn om tegen je planten te praten, tenslotte. Meestal is het weinig ceremonieel: gewoon een kwestie van de plaats bepalen, in de grond ploppen en het beste wensen. Maar soms gaat er heel wat meer zorg in. Zoals de groene asperges. Ik heb ze thuis gezaaid, dagelijks besproeid met een zacht neveltje en enthousiast gejuicht toen ze boven de grond kwamen. Daarna heb ik ze -heel voorzichtig om de worteltjes niet te beschadigen- in potjes gezet, die ik ook weer precies genoeg water -opkamertemperatuur- gaf en bemoedigend toesprak. We brachten ze naar de tuin, waar ze een beetje konden acclimatiseren.

Echtgenoot Yep maakte dat degelijke aspergebed voor ze en gisteren plantte ik ze uit, op precies de goede afstand en diepte, met het groeipuntje in de juiste richting. Toen ze allemaal stonden te wuiven in de voorjaarsbries had ik even de behoefte er een fles champagne tegen stuk te gooien.

Het ploeterseizoen

Deze maanden -Maart tot en met Juni- is het werk in de tuin nooit klaar. We poten en planten en gieten en verplanten en zaaien en wieden en schoffelen en snoeien en timmeren en zagen en graven. En we genieten. Kijk maar:

kersenbloesem.
Peertjes in wording.
De buren zijn er ook weer, met nieuwe kalfjes.
Appelbloesem.

Echtgenoot Yep bereidde het bed voor de nieuwe asperges voor. Hij groef een geul die hij vervolgens vulde met afwisselend laagjes compost, tuinaarde en onze eigen grond. Asperge-lasagne.

Een hele klus.