Sunrise, sunset

Precies een half jaar nadat ze uit het ei kwam legde één van de jonge kipjes haar eerste ei. We weten natuurlijk niet of het Fiep of Keet was.

Het is nog maar een klein eitje.

Van voor naar achter: Keet, Fiep en Donkeroogje.

Op deze foto is goed te zien dat de meisjes nog maar een beetje kleiner zijn dan Donkeroogje, hun adoptiemoeder. Die nu bepaald niet lief meer is voor ze, maar dat heb je nu eenmaal in een matriarchaat met een pikorde. Ze zien er patent uit! De oudjes leggen ook nog steeds eieren, hoewel wat minder frequent. Het zijn topkippen.

Sneller is niet beter

…Tenminste, niet altijd. Ik maakte een overhemd voor Echtgenoot Yep waarbij ik de tussenvoering in kraag en manchetten “plakte” met een spray. De theorie is mooi: Je spuit de te behandelen delen tussenvoering in met de spray, legt ze op de bijbehorende stofdelen en strijkt de boel. Dan zit het muurvast op elkaar. Dat is behoorlijk wat tijdwinst vergeleken met de normale gang van zaken die erop neerkomt dat ik het vast rijg. De rijgdraden moeten dan, als het overhemd klaar is, ook weer verwijderd worden, een heel gepeuter. Echtgenoot Yep droeg dit shirt een paar keer. Toen ik het voor de vierde keer gewassen had en stond te strijken ontdekte ik rare bobbels in de kraag en de manchetten. De spraylijm was los gegaan van de stof en samengeklonterd. Wat een domper.

Ik probeerde het te redden door de naad los te maken en de lijm eruit te schudden, maar dat lukte niet… de klontjes zaten overal en een deel ervan plakte nog wél. Ik gooide de spray weg en stopte het shirt in de kast op de stapel “nog eens een keertje naar kijken ooit, misschien”. Dit vond plaats in februari 2017.

Pas gisteren maakte ik een nieuwe kraag en manchetten zónder lijm voor dit -overigens prima- overhemd. Gelukkig had ik een rest van de stof die daar groot genoeg voor was. Het heeft een jaar in de kast gelegen. Hoezo tijdwinst…

Licht in Gent

Ik denk dat het de derde keer was dat we het lichtfestival in Gent bezochten. Aan één van de vorige keren had ik een nare herinnering; we stonden geruime tijd helemaal “vast” in een enorme mensenmassa die geen kant op kon. Er was duidelijk niet op zo’n grote opkomst gerekend! Deze keer heeft Gent het heel goed georganiseerd met shuttlebusjes vanaf parkeerplaatsen buiten de stad en met een eenrichtingverkeer-wandeltraject door brede straten. Hoewel er heel wat mensen waren was het nergens dringen. Er waren veel hosts, er was genoeg horeca en toiletgelegenheid. Fijn! Het was wel erg koud maar mooi helder weer.

Op de brandweerkazerne werd een film geprojecteerd over schattige robotjes die cuberdons  maakten in een fabriek. Er brak brand uit in de fabriek, waarop de echte brandweer met zwaailichten, een ladderwagen en een spuit de robotjes kwam redden en de “brand” te lijf ging. Leuk hoe de projectie en de realiteit samenwerkten.

Aan het einde van het album “dark side of the moon” zegt een stem: There is no dark side of the moon. In fact, it’s all dark. In Gent werd het tegendeel getoond. Dit was een prachtig object, ik denk wel het meest gefotografeerde.

De bloemen en takken op dit pand zijn een projectie. Mooi gedaan, vooral omdat het een vrij donker pand was. Dat schijnt moeilijker te zijn om als filmdoek te gebruiken.

 

Dit zijn niet twee voetballers die met lampjes behangen een penalty spelen, het zijn alleen maar lampjes. Knap gemaakt!

Deze draak was indrukwekkend. Ook hier stonden echte vlammenwerpers op het gebouw, gecombineerd met de video. Een echt vuurspuwende draak. Hij houdt verband met een draak op het Gentse Belfort. Natuurlijk was er véél meer, de piano van Mr. Beam was leuk en er was een metershoge vuurtornado in de stadshaven. (Alwéér vuur! Ik bespeur een thema.) Kortom, we genoten.

 

 

Wurm en spinneweb

Ik had het warm toen ik ‘s avonds van Kapelle naar huis fietste dus deed ik mijn mooie blauwe muts af en legde hem in mijn fietsmandje. Toen ik thuis aankwam was hij weg. Ik treurde er wel even om, het was een mooie muts. Sinds ik een kort kapsel heb krijg ik snel een koud hoofd zo ‘s winters, dus moest ik snel een nieuwe breien*.  Ik breide een Wurm want de vorige drie bevielen me prima. Ik gebruikte resten wol van twee  verschillende vesten.

Ik deed aan creatief minderen, zodat er een spinnenweb bovenop de bol ontstond.

En  ik maakte de steekmarkeerder die ik erbij gebruikte aan de rand vast. Laat die kou maar komen.

*Ik heb natuurlijk een stuk of zes mutsen, dus dit is echt een slechte smoes

Watermanagement

Woensdagavond kreeg ik bericht dat er een watervat voor ons beschikbaar was. Een andere volkstuinder die zijn huur beëindigd heeft, had zijn 1000-litervat achtergelaten. Nu we een grotere tuin hebben komt zoiets goed van pas. Het vat stond op de lege tuin, ongeveer in het midden van het complex, ons lapje is aan de uiterste rand. Hoewel het al donker was gingen Echtgenoot Yep en ik er onmiddellijk heen. Weliswaar is het een groot ding -een meter bij een meter bij een meter- maar het was leeg, dus het naar onze tuin brengen moesten we kunnen.

Dat viel tegen. Het was op een half vergane pallet gemonteerd, het was glibberig en vies en te breed voor de smallere paadjes, we zouden het boven ons hoofd moeten dragen. Echtgenoot Yep is een sterke man, maar aan mij heb je niet veel bij dit soort uitdagingen. Iedereen heeft zo zijn sterke punten, sjouwen is er niet een van mij. Lekkere taart bakken wél. Dat deed ik dus, ik bakte een appeltaart en stelde die beschikbaar voor een paar sterke en behulpzame medetuinders, die zaterdag de pallet er af schroefden en de verhuizing in een vloek en een zucht volbrachten. Nu moet hij nog schoongemaakt en op zijn definitieve plaats gezet, maar dát kunnen we wel met zijn tweeën.

De Ballen

Ik breide een sjaal. Ik breide een sjaal. Een dubbelgebreide sjaal, dus. Hahaha grapje.

Ik gebruikte één streng wollmeise twin (de blauwe) en anderhalve “zauberball”. Die laatste is niet getwijnde wol. Dat heeft nadelen, maar een voordeel in dit geval is dat het wat pluizig wordt na het breien, een mooi contrast met de gladde wollmeise. De techniek van dubbelbreien moest ik wel onder de knie krijgen, in het begin ging het langzaam. Je breit met twee draden tegelijk één recht en één averecht, de rechte steken met de ene kleur, de averechte met de andere. Als je dan op het juiste moment van kleur wisselt krijg je dit effect.

Het is vrij dun garen dat ik breide op pennen drie, het was best véél breiwerk voor ik een beetje bruikbare lengte sjaal had…. Ik was er klaar mee voor het klaar was zeg maar. Maar een te korte sjaal is ook een ergernis dus ik heb de hele streng wollmeise uiteindelijk opgemaakt. Bij het blocken zijn de ballen, perfect rond tijdens het breien wat meer ovaal geworden maar dat is niet erg. Hij is af, hij is af! Ik vind hem prachtig!

Vlinderkip.

Er zijn van die gerechten waarbij je even moet nadenken wat er nu precies op je bord ligt. Varkenshaas bijvoorbeeld. En nasipeer. Vandaag kwam daar een nieuwe bij in ons huishouden: Een vlinderkip. Of meer precies: een gevlinderde kip. Met een wildschaar -en met hulp van Echtgenoot Yep- knipte ik een hele kip door aan weerszijden van de ruggegraat, duwde hem plat, en dat was dat. Daarna zette ik hem in de oven met kruiden, citroen en knoflook. De gedachte achter “gevlinderde kip” is dat het in deze vorm minder lang in de oven moet. Daardoor krijgen de borstfilets geen tijd om uit te drogen.

Het ziet er toch wat vreemd uit: kip met X-benen. Dat minder lang in de oven klopte wel, ik had een half uur, maar net genoeg tijd om de bijgerechten te maken. Het was erg lekker maar er is eigenlijk geen verschil met gewone, niet-platte kip. Die rooster ik op een wat lagere temperatuur met aardappelen, wortel en uien erbij in de braadslee. De hele maaltijd wordt tegelijk bereid, dat duurt een ontspannen uurtje waarin ik nog een pennetje brei of iets dergelijks. En achteraf hoeft alleen de braadslee te worden afgewassen. Het was een leuk experiment, maar er worden hier dus geen vlinders meer gekipt.

Wie wat bewaart…

In het begin van de herfst, vorig jaar, maakte ik bietensalade van een kilo of wat rode bietjes en weckte het in zes literpotten. Dat kostte me een paar uur, verdeeld over twee dagen. Voor het snijden van de bietjes gebruikte ik een frietsnijder, wat best veel tijdwinst -en mooie vierkante blokjes- opleverde.

Het was niet de eerste keer dat ik dat deed… en terecht. Op drukke dagen is het erg makkelijk om zo’n pot bietensalade te verdelen over twee bordjes met wat sla, een halve appel aan schijfjes en een handje hazelnoten. Daarbij een half pistoletje met geitenkaas, met wat honing vanonder de grill. Paar druppels mooie balsamico-azijn er over en presto! Een verantwoorde, aan de zomer herinnerende maaltijd in vijf minuten,

 

De tijd vliegt

…. en ik ren er achteraan. Dat klinkt dramatischer dan het is, maar er was zo veel te doen aan leuke en gezellige dingen dat erover schrijven er even niet van kwam.

 

We bezorgden Kleindochter K. een kerstkadootje waar ze blij mee was. Grappig dat haar tante op die zelfde leeftijd zo’n bal-met-eendje ook erg leuk vond. Het was fijn om de hele familie weer eens bij elkaar te zien.

We lunchten tweede Kerstdag op de tuin

Ik maakte een oudejaars-champagnetaart met mirror-glazing. Best goed gelukt, maar het glazuur was wat rubberig. De enige kleurstof die ik in huis had hiervoor was rood, niet direct in overeenstemming met de champagnemousse-inhoud van de taart…. en een “restje champagne” is ook al iets dat ik niet in huis heb. (bestaat dat wel?)  Dus werd het een sauvignon blanc mousse. Maar ik heb leuk geknutseld!

We gingen naar Amsterdam Light en ik maakte gebruik van de gelegenheid om yvonnep weer eens op te zoeken. Dat was gezellig, en veel te lang geleden!

We gingen ook naar het Stedelijk Museum.

Maar het grootste deel van mijn vrije tijd ging in een Groot en nu nog Geheim Project. Dat inmiddels bijna klaar is, (onthulling volgt later dit jaar) dus de normale blogdienstregeling zal weer worden hervat.

Met, om te beginnen, een wat treurige mededeling. Vier van onze zes kuikens bleken uiteindelijk haantjes en zijn tot de vriezer bevorderd. Ik had gehoopt op drie of vier nieuwe legkippen, maar helaas.  Nu hebben we -behalve de “oude garde”  de twee meisjes nog in de ren, Fiep en Keet. Ze leggen nog geen eieren, hoewel ze er inmiddels oud genoeg voor zijn… maar de dagen zijn kort en het is koud, ik neem aan dat ze hun werkzame leven zullen aanvangen als er wat meer lente in de lucht is.

Aardappels met aardperen vergelijken.

Op ons volkstuintje staat al jarenlang een plukje aardperen. Tot nu toe oogstten we ze niet en vonden het wel goed dat ‘s winters de hazen ze opgroeven. Vorige week stak ik daar eens een spitvork in de grond en haalde met één beweging drie stuks boven.

Toch eens iets mee proberen, dacht ik, en groef er nog een stuk of wat op.

Ik vond op Internet en in mijn kookboeken een heel rijtje recepten ervoor. Veel recepten voor aardpeer met kaas, veel met knoflook en met prei. Vanavond schilde ik de oogst, sneed ze in plakjes van een centimeter dik en kookte ze een minuut of tien, daarna spreidde ik het uit in een ingevette ovenschotel. Ik sneed een dikke prei aan ringen en bakte die met een gesnipperde ui en vier kleingesneden knoflookteentjes in een koekenpan. Ik deed er komijnpoeder, kurkuma, cayennepeper en zout door en legde dat op de aarperen, daarna overgoot ik het geheel  met een mengsel van wat room en een losgeklopt ei en bestrooide het met parmezaanse kaas. Twintig minuten in de oven leverde een smakelijk uitziend resultaat:

Het was lekker, maar ik zag wel wat verbeterpunten. Aardperen zijn wat flauw, dus er moest toch nog wat meer smaakmaker in. Gebakken spekjes misschien. Ook denk ik dat een bechamelsaus in plaats van room-met-ei het geheel lekkerder en wat meer een geheel zal maken. Er zijn nog genoeg aardperen in de tuin. Maar aardperen hebben de reputatie dat ze tot eeh…. gasvorming leiden. Ik ga eerst afwachten hoe erg dat is.