Bijtjes

Van Echtgenoot Yep kreeg ik een jaarabonnement op het tijdschrift Ottobre. Ik dacht een tijdlang dat het een Italiaans tijdschrift was voor echte fashionista’s. Dat is het niet, het is een Fins tijdschrift dat vertaald wordt in Engels, Duits en Nederlands (en misschien in nog wel meer talen) en het bevat redelijk eenvoudige naaipatronen. Ik denk aan één jaargang wel voor een hele tijd genoeg te hebben.

Uit de editie met kinderkleding koos ik dit shirtje om te maken voor Kleindochter K. Ik moest het patroon overnemen van het raderblad. Dat was sentiment! Toen ik als tienjarig Lieseke begon met naaien kwam álles van een raderblad. We legden een plaat zachtboard op de eettafel en daarop het raderblad zodat de tandjes van het raderwieltje de tafel niet zouden beschadigen en dan zaten mijn moeder en ik uren te zoeken in de wirwar van lijntjes naar het  juiste patroondeel. Ah, dat was zó gezellig! Maar goed. Toen ik dit patroon eenmaal had leek het me zo raar smal. Het duurde eventjes voor ik bedacht dat dit zónder naadtoeslag was, die moet je er zelf nog bij knippen. De patronen die ik tegenwoordig download en uit laat printen zijn allemaal inclusief naadtoeslag. Ik zag het gelukkig op tijd, het was anders zéker te klein geworden

Verder is het een eenvoudig shirtje, ik liet de zak en de gekleurde baan er af, maar maakte een schoudersluiting (op deze foto zitten er nog geen drukkertjes in) omdat Kleindochter K. er niet zo van houdt als haar hoofd door een kledingstuk moet worden gewurmd. Morgen gaat het op de post, ik hoop dat het past!

Roze

Roze is niet mijn kleur. Ik heb geen roze kledingstukken. In 1985 kocht ik, waarschijnlijk verblind door de hormonen van nieuw moederschap van een dochter een stuk roze jeans, het ligt nu nog stééds in de kast. Toen Kleindochter K. onderweg was overviel me een soortgelijk sentiment, ik kocht een lap roze tricot. Om een pyamaatje van de maken, dacht ik toen nog. Ik maakte inderdaad een pyamaatje, maar met blauwe en groene en gele ananassen. Dat was een juiste keuze, ik geloof dat Kleindochter K. -of meer precies: haar ouders- ook geen type voor roze is.

Een paar weken terug besloot ik (geheel volgens jaarlijkse traditie) dat ik nu toch eindelijk eens al die lappen in de kast ga verwerken. Ik begon maar meteen met het roze, ik maakte er ondergoed voor mijzelf van, want dat ziet bijna niemand*. Het is echt een keurig gemaakt onderbroekje en een heel decente body. Misschien ga ik het zelfs dragen. Ik heb mijn persoonlijke roze-quotum voor járen gehaald hiermee! Okee. Nu die jeans nog. Ik kán het natuurlijk verven.

*Ha, en vervolgens zet ik het op Internet. 

Hangen in de tuin

Op onze volkstuin staat een wilgenboom. Zo eentje die in maart met achttien miljoen gele katjes bloeit. Maar vooral zo eentje die hoog is en stevige takken heeft, en goed geworteld is in onze soms wat drassige grond. Daarmee kon ik een lang gekoesterde wens vervullen: Een hangstoel. Ik maakte er eentje naar aanleiding van deze werkbeschrijving.

Het moet me wel even van het hart dat dit een wat rare werkbeschrijving is. Eerst vertellen ze je een stok van 2,10 meter te kopen, daarna moet je er 90 cm af zagen, die heb je nodig. Waarom dan niet een stok van 90 cm in de lijst met benodigdheden? Ook de stof: je moet twee meter aanschaffen, maar in de praktijk heb je 1,66 meter nodig. Nu ja. Ik kocht dus 1,70 meter canvas en een lapje rood voor een hoesje om het kussen. Ik haalde touw bij een watersportwinkel hier in de buurt en ik gebruikte een dikke kastanjetak uit eigen tuin als stok. Kastanjehout is erg recht en stevig, er worden bijvoorbeeld ook wandelstokken van gemaakt. Ik stikte de naden van mijn stoel met meubelmakersgaren en verstevigde de onderrand met een extra reep stof. Vandaag hingen we de hangstoel in onze wilg.

We moesten even zoeken naar de juiste hoogte. Te laag is natuurlijk niet prettig, als hij te hoog hangt is het erg moeilijk om er in te gaan zitten (nee, daar is geen filmpje van) en áls je dan eenmaal zit draai je steeds. Nu is hij precies de goede hoogte, je zit er heerlijk in, met desgewenst een teen op de grond. Ik ben de koning te rijk ermee!

Mijn oog is groter dan mijn broeikas

Over iets meer dan een maand wordt het broeikasje geplaatst. Tijd om tomaten te zaaien! Ik ben erg enthousiast over het vooruitzicht eindelijk eens een behoorlijke oogst tomaten te hebben, en niet alle veelbelovende groene vruchtjes aan phytoftora of droogte of storm te verliezen vóór ze rood zijn. Ook verheug ik me erg op het wecken van zelfgemaakte tomatensaus zodat we van de oogst kunnen genieten tot in 2019.

We hadden zaad van zes tomatenvarianten en ook zes trays met ieder twaalf potjes. Dat lag dus voor de hand: Een tray per tomatensoort. In het vijfde zakje dat ik opende -een hoge-opbrengst-gegarandeerde F1 hybride- zaten maar 12 zaadjes. Wat praktisch, dat zijn er precies genoeg, dacht ik nog. Maar toen stapte Echtgenoot Yep binnen en maakte me duidelijk dat ik bezig was om 72 tomatenplanten te verkrijgen. Die samen wel vijf broeikasjes kunnen vullen. Waarin dan geen plaats meer is voor de paprika en peper (hete en heel erg hete) die ik ook zaaide. Laat staan voor de aubergine, de komkommer en wat er verder nog op mijn verlanglijstje staat.

Ik heb over een paar weken tomatenplantjes in de aanbieding. Iemand geïnteresseerd?

Een beetje liefde

Er zijn mensen die hun naaimachine een naam geven. Zo ken ik een Karl, door zijn eigenaresse vernoemd naar Karl Lagerfeld, best ambitieus. En een Jan, die is van het merk Janome, dus dat is dan weer logisch. Ik heb een naam nooit nodig gevonden, ik dicht mijn Bernina 1008 ook geen persoonlijkheid toe. Wel vind ik het fijn dat we samen zulke leuke resultaten kunnen bereiken, ik ben dus wél erg blij met hem haar. (Toch een béétje persoonlijkheid)

Gisteravond maakte ze ineens allemaal overgeslagen steken. Ik verving de naald, ik reeg de draad opnieuw in, en dat deed ik nog een keer, ik veranderde de draadspanning en de bovendruk, maar nee. Nadat ik voor de vijfde keer hetzelfde stiksel had uitgehaald was ik het zo beu dat ik mijn project in de prullenmand mikte. Maar ja… dat lost het ook niet op natuurlijk. Dus haalde ik de voet en de steekplaat van de machine af, en het spoelenhuis er uit. Daarna heb ik me een minuut of wat zitten schamen, alvorens met een borsteltje, een zacht doekje en een flesje naaimachine-olie de machinekamer eens grondig schoon te maken. Daarna, vers geolied en glimmend schoon, klonk ze als een tevreden kat in het zonnetje en miste geen steek meer.

Grondwerk

We hebben bedacht hoe we onze twee tuinen samen gaan voegen tot één, welk gedeelte ervan we gaan gebruiken voor groente. We gaan de helft van de tuin in negen veldjes verdelen die we volgens een teeltwisselschema willen gaan inzetten. We hebben regelmatig gesprekken als: “Waar stonden de aardappels vorig jaar ook weer?” “In de grote driehoek.” “Nee, dat was het jaar daarvoor. Of misschien zelfs 2015.” Dus daar hebben we dan geen last meer van. Ook moest er bedacht worden waar onze nieuwe aanwinst (!!!!) geplaatst gaat worden. We hebben met stokjes en touw onze plannen in de tuin uitgezet en Echtgenoot Yep is begonnen met het grondwerk. Hij verplaatst graspaden en een lavendelhaag.

Best een hele klus.

Ik stookte ondertussen een enorme stapel snoeiafval op. De wind stond goed, van zo’n omstandigheid moet je meteen gebruik maken.

Ik kreeg het er warm van.

En voor de houtwal blijken de sneeuwklokjes die we enkele jaren terug getransplanteerd hadden uit de tuin bij ons huis zich best thuis te voelen.

Sunrise, sunset

Precies een half jaar nadat ze uit het ei kwam legde één van de jonge kipjes haar eerste ei. We weten natuurlijk niet of het Fiep of Keet was.

Het is nog maar een klein eitje.

Van voor naar achter: Keet, Fiep en Donkeroogje.

Op deze foto is goed te zien dat de meisjes nog maar een beetje kleiner zijn dan Donkeroogje, hun adoptiemoeder. Die nu bepaald niet lief meer is voor ze, maar dat heb je nu eenmaal in een matriarchaat met een pikorde. Ze zien er patent uit! De oudjes leggen ook nog steeds eieren, hoewel wat minder frequent. Het zijn topkippen.

Sneller is niet beter

…Tenminste, niet altijd. Ik maakte een overhemd voor Echtgenoot Yep waarbij ik de tussenvoering in kraag en manchetten “plakte” met een spray. De theorie is mooi: Je spuit de te behandelen delen tussenvoering in met de spray, legt ze op de bijbehorende stofdelen en strijkt de boel. Dan zit het muurvast op elkaar. Dat is behoorlijk wat tijdwinst vergeleken met de normale gang van zaken die erop neerkomt dat ik het vast rijg. De rijgdraden moeten dan, als het overhemd klaar is, ook weer verwijderd worden, een heel gepeuter. Echtgenoot Yep droeg dit shirt een paar keer. Toen ik het voor de vierde keer gewassen had en stond te strijken ontdekte ik rare bobbels in de kraag en de manchetten. De spraylijm was los gegaan van de stof en samengeklonterd. Wat een domper.

Ik probeerde het te redden door de naad los te maken en de lijm eruit te schudden, maar dat lukte niet… de klontjes zaten overal en een deel ervan plakte nog wél. Ik gooide de spray weg en stopte het shirt in de kast op de stapel “nog eens een keertje naar kijken ooit, misschien”. Dit vond plaats in februari 2017.

Pas gisteren maakte ik een nieuwe kraag en manchetten zónder lijm voor dit -overigens prima- overhemd. Gelukkig had ik een rest van de stof die daar groot genoeg voor was. Het heeft een jaar in de kast gelegen. Hoezo tijdwinst…

Licht in Gent

Ik denk dat het de derde keer was dat we het lichtfestival in Gent bezochten. Aan één van de vorige keren had ik een nare herinnering; we stonden geruime tijd helemaal “vast” in een enorme mensenmassa die geen kant op kon. Er was duidelijk niet op zo’n grote opkomst gerekend! Deze keer heeft Gent het heel goed georganiseerd met shuttlebusjes vanaf parkeerplaatsen buiten de stad en met een eenrichtingverkeer-wandeltraject door brede straten. Hoewel er heel wat mensen waren was het nergens dringen. Er waren veel hosts, er was genoeg horeca en toiletgelegenheid. Fijn! Het was wel erg koud maar mooi helder weer.

Op de brandweerkazerne werd een film geprojecteerd over schattige robotjes die cuberdons  maakten in een fabriek. Er brak brand uit in de fabriek, waarop de echte brandweer met zwaailichten, een ladderwagen en een spuit de robotjes kwam redden en de “brand” te lijf ging. Leuk hoe de projectie en de realiteit samenwerkten.

Aan het einde van het album “dark side of the moon” zegt een stem: There is no dark side of the moon. In fact, it’s all dark. In Gent werd het tegendeel getoond. Dit was een prachtig object, ik denk wel het meest gefotografeerde.

De bloemen en takken op dit pand zijn een projectie. Mooi gedaan, vooral omdat het een vrij donker pand was. Dat schijnt moeilijker te zijn om als filmdoek te gebruiken.

 

Dit zijn niet twee voetballers die met lampjes behangen een penalty spelen, het zijn alleen maar lampjes. Knap gemaakt!

Deze draak was indrukwekkend. Ook hier stonden echte vlammenwerpers op het gebouw, gecombineerd met de video. Een echt vuurspuwende draak. Hij houdt verband met een draak op het Gentse Belfort. Natuurlijk was er véél meer, de piano van Mr. Beam was leuk en er was een metershoge vuurtornado in de stadshaven. (Alwéér vuur! Ik bespeur een thema.) Kortom, we genoten.

 

 

Wurm en spinneweb

Ik had het warm toen ik ‘s avonds van Kapelle naar huis fietste dus deed ik mijn mooie blauwe muts af en legde hem in mijn fietsmandje. Toen ik thuis aankwam was hij weg. Ik treurde er wel even om, het was een mooie muts. Sinds ik een kort kapsel heb krijg ik snel een koud hoofd zo ‘s winters, dus moest ik snel een nieuwe breien*.  Ik breide een Wurm want de vorige drie bevielen me prima. Ik gebruikte resten wol van twee  verschillende vesten.

Ik deed aan creatief minderen, zodat er een spinnenweb bovenop de bol ontstond.

En  ik maakte de steekmarkeerder die ik erbij gebruikte aan de rand vast. Laat die kou maar komen.

*Ik heb natuurlijk een stuk of zes mutsen, dus dit is echt een slechte smoes