De tijd vliegt

…. en ik ren er achteraan. Dat klinkt dramatischer dan het is, maar er was zo veel te doen aan leuke en gezellige dingen dat erover schrijven er even niet van kwam.

 

We bezorgden Kleindochter K. een kerstkadootje waar ze blij mee was. Grappig dat haar tante op die zelfde leeftijd zo’n bal-met-eendje ook erg leuk vond. Het was fijn om de hele familie weer eens bij elkaar te zien.

We lunchten tweede Kerstdag op de tuin

Ik maakte een oudejaars-champagnetaart met mirror-glazing. Best goed gelukt, maar het glazuur was wat rubberig. De enige kleurstof die ik in huis had hiervoor was rood, niet direct in overeenstemming met de champagnemousse-inhoud van de taart…. en een “restje champagne” is ook al iets dat ik niet in huis heb. (bestaat dat wel?)  Dus werd het een sauvignon blanc mousse. Maar ik heb leuk geknutseld!

We gingen naar Amsterdam Light en ik maakte gebruik van de gelegenheid om yvonnep weer eens op te zoeken. Dat was gezellig, en veel te lang geleden!

We gingen ook naar het Stedelijk Museum.

Maar het grootste deel van mijn vrije tijd ging in een Groot en nu nog Geheim Project. Dat inmiddels bijna klaar is, (onthulling volgt later dit jaar) dus de normale blogdienstregeling zal weer worden hervat.

Met, om te beginnen, een wat treurige mededeling. Vier van onze zes kuikens bleken uiteindelijk haantjes en zijn tot de vriezer bevorderd. Ik had gehoopt op drie of vier nieuwe legkippen, maar helaas.  Nu hebben we -behalve de “oude garde”  de twee meisjes nog in de ren, Fiep en Keet. Ze leggen nog geen eieren, hoewel ze er inmiddels oud genoeg voor zijn… maar de dagen zijn kort en het is koud, ik neem aan dat ze hun werkzame leven zullen aanvangen als er wat meer lente in de lucht is.

Aardappels met aardperen vergelijken.

Op ons volkstuintje staat al jarenlang een plukje aardperen. Tot nu toe oogstten we ze niet en vonden het wel goed dat ‘s winters de hazen ze opgroeven. Vorige week stak ik daar eens een spitvork in de grond en haalde met één beweging drie stuks boven.

Toch eens iets mee proberen, dacht ik, en groef er nog een stuk of wat op.

Ik vond op Internet en in mijn kookboeken een heel rijtje recepten ervoor. Veel recepten voor aardpeer met kaas, veel met knoflook en met prei. Vanavond schilde ik de oogst, sneed ze in plakjes van een centimeter dik en kookte ze een minuut of tien, daarna spreidde ik het uit in een ingevette ovenschotel. Ik sneed een dikke prei aan ringen en bakte die met een gesnipperde ui en vier kleingesneden knoflookteentjes in een koekenpan. Ik deed er komijnpoeder, kurkuma, cayennepeper en zout door en legde dat op de aarperen, daarna overgoot ik het geheel  met een mengsel van wat room en een losgeklopt ei en bestrooide het met parmezaanse kaas. Twintig minuten in de oven leverde een smakelijk uitziend resultaat:

Het was lekker, maar ik zag wel wat verbeterpunten. Aardperen zijn wat flauw, dus er moest toch nog wat meer smaakmaker in. Gebakken spekjes misschien. Ook denk ik dat een bechamelsaus in plaats van room-met-ei het geheel lekkerder en wat meer een geheel zal maken. Er zijn nog genoeg aardperen in de tuin. Maar aardperen hebben de reputatie dat ze tot eeh…. gasvorming leiden. Ik ga eerst afwachten hoe erg dat is.

 

De reis naar het licht

Al voor de zesde keer gingen we naar Lyon voor het Fête des lumieres.

Het uitzicht van bovenaf Fourvière over de stad, met het reuzenrad op het Bellecour als blikvanger.

Rondom het reuzenrad was een metershoge bloementuin, licht in alle kleuren.

Twee “sneeuwuilen” dansten samen in de lucht boven hun nest, op romantische muziek. In de vijver eronder stonden twee mensen de verlichte ballonnen te besturen, een soort van ondersteboven marionettenspel. Het was sprookjesachtig mooi.

Er was zoveel te zien! Heel groot:

De kathedraal st Jean, het paleis van justitie en le colline de Fourvière vormden samen het decor voor een lichtshow, te bekijken vanaf de tegenoverliggende oever van de de Saône.

En klein:

Een maquette waarop alweer het reuzenrad en de kathedraal te zien zijn.

In het museum stond een jurk van optische vezel. Ik vraag me wel af of er een batterypack bij gedragen moet worden… en zo ja hoe groot.

Er was een voorstelling met paarden die lampjes droegen en zelfs vuurwerk. Er waren projecties op gebouwen, spinnen gemaakt van TL balken, interactief dansende tekenfilmfiguurtjes, er was een pacmanspel zo groot als het gebouw waarop het vertoond werd.  In verband met de beveiliging wordt het festival de laatste twee jaar alleen nog op een paar locaties gehouden, voorheen was het door de hele stad. Het heeft zijn voordelen ook, dit was het eerste jaar dat we alles hebben kunnen zien (hoewel in verband met de harde wind van de laatste avond een paar installaties voortijdig waren weggehaald.) We legden heel wat kilometers af, lopend door de stad. We bezochten vier musea, we kochten kruiden en wat kerstcadeautjes en ook lekkere dingen in de Halles de Lyon. Drie dagen waren we weg, maar het lijkt wel een week!

Alle lof

Elk jaar begin November komt er een telefoontje: Er is weer witlof. Dan rijdt Echtgenoot Yep weg en komt even later terug met een grote jute zak vol modderige wortels in de kofferbak. We zetten een aantal van die wortels in een emmertje met het groene puntje boven en de voetjes in een laagje water en dan plaatsen we het geheel in de kelderkast. Warm en donker, met voor de zekerheid nog een dubbele laag zwart plastic er losjes overheen gedrapeerd.

Na een week of twee, drie, staat op alle wortels een struikje witlof. Een emmer vol is teveel voor ons, dus zwaaien we K:)dootje en haar meneer ook wat lof toe…. En pakken een aantal nieuwe wortels uit de zak in de koele schuur en beginnen opnieuw.

Van de oogst maken we -bijvoorbeeld- de ovenschotel van gekaramelliseerde witlof met tijm en gruyère, volgens het recept van Yotam Ottolenghi. Heerlijk!

 

Ontrouw

Weet u nog dat ik in Augustus een inventaris maakte van al mijn breiwerk?

De spiegelsokken werden voltooid (eindelijk! elf jaar onderweg geweest, minstens).

Echtgenoot Yep kreeg een paar perfect dezelfde sokken naar ontwerp van Arne en Carlos. Dit was mijn laatste bol Regia Pairfect en ik ga het niet meer aanschaffen. Echtgenoot Yep vindt zijn nieuwe sokken wel fijn, geloof ik.

Ik voltooide mijn vest, hier op de foto getoond door Marie Antoinette op het balkon. Het is gebreid uit één hele streng Wollmeise Lace in de kleur Grand mère. Ik vind het prachtig materiaal waar ik een vreemd probleem mee heb: ik denk dat het duur is; het kost 46 euro per streng. Dat lijkt ook wel veel misschien maar een heel vest voor 46 euro is bepaald voordelig. Het is goed gelukt, het heeft een interessante structuur door het ajourpatroon, maar het zakt wat van mijn schouders. Misschien moet ik het dragen met een mooie sluitspeld.

Ik haalde het groene sjaaltje uit, en gaf het glitterproject weg. Dat ruimde lekker op. Maar toen ging het mis. Ik breide echt wel een heel stuk verder aan de sjaal met ballen. En ik besteedde minstens twee avonden aan het log-cabin kussen. Maar in de kast vond ik een streng blauw Manos del Uruguay garen  met zijde er in. Die lag er al sinds 2008, dus zo’n verrassing was het niet. Maar had ik ooit die mooie diepe glans goed gezien? Was het niet het perfecte materiaal voor een reliefsteek, stevig en toch zacht? En die kleur…. ik gooide alle plechtige beloften overboord.

Ik maakte er een baretje van in gerstekorrel.

Met een heel chique binnen-boordje. Het kleurt niet bij mijn kobaltblauwe jas, dus ik draag het niet maar is het niet mooi?

En toen zag ik in de webshop van Ysolda het materiaal en patroon voor deze wanten. Inmiddels ligt het naast me op tafel, ik begin er aan zodra dit blogje klaar is. Bij het zien van dit materiaal kon ik me nog maar net inhouden, ik heb het niet gekocht. Maar veel scheelde het niet. Gelukkig ben ik alleen op het gebied van wol en lapjes zo trouweloos.

Het is November (en het regent niet)

Gisteravond op een feestje vroeg iemand me of de tuin al winterklaar is. Ik moest daar even over nadenken, want “de tuin” en “klaar” in één zin… nee, dat kan bijna niet. Net zoiets als “wasmand”en “leeg”.

Vandaag troffen we een prachtige collectie paddenstoelen op een dood stammetje.

De oude mirabellenboom is gescheurd, onderaan de stam. Ik hoop dat hij nog even staan blijft…

Echtgenoot Yep beitste in het huisje een rij planken en balkjes waarvan de nieuwe compostbak gemaakt moet gaan worden.

Ik legde karton rondom de stammen van een aantal fruitboompjes, en verspreidde daar compost over. Het karton zal verteren, het gras eronder ook, zodat de voedingsstoffen uit de compost in de grond terecht komen. De bomen zijn in het vroege voorjaar beter af met een donkere “boomspiegel” want hoe raar het ook klinkt, kale grond is net een klein beetje warmer dan gras. Verder brachten we wat zakken met afgevallen beukenblad naar de volkstuin. Onze zanderige grond kan wel wat organisch materiaal gebruiken.

 

Weekeindje weg

Een gekregen hotelbon brengt je soms op plaatsen waar je op een andere manier niet zo gauw terecht komt. We sliepen twee nachten in een hotel in Naaldwijk. Van daar af was het niet meer zo ver naar het museum Voorlinden.

Het gebouw is speciaal gemaakt om een paar omvangrijke kunstwerken te herbergen.

een kwart van een kunstwerk van Olafur Eliasson.

Maar er is ook ruimte voor het kleinere. Dat was prachtig.

De zondagmorgen besteedden we aan een bezoekje aan Zoon, Schoondochter en kleindochter K,

de middag gingen we naar de film.

En omdat we toen toch in Rotterdam waren nog naar museum Boymans. Waar een heuse wasserette was opgesteld, en je ook een statement over je eigen was op een button kon schrijven… wat ik natuurlijk deed.

 

Onder druk

Mijn vriendin Marbel en haar man houden wel van lekker eten. Daarbij heeft ze  drie tienerzoons die, zoals dat gaat op die leeftijd, onwaarschijnlijke hoeveelheden voedsel nodig hebben. Kortom, ik heb wel vertrouwen in Marbels huishoudelijk/culinaire oordeel. Van haar hoorde ik voor het eerst over de Instapot (zij heeft er twee). Het is een elektrische snelkookpan die te programmeren is.  Er zijn een aantal functies voorgeprogrammeerd, rijst koken bijvoorbeeld. Maar je kunt ook zelf de duur en temperatuur aanpassen. Je kunt hem van tevoren vullen en intoetsen dat je bijvoorbeeld vier uur later aan tafel wilt. Heerlijk lijkt me dat, thuiskomen na een lange vermoeiende werkdag en dan gewoon de pan open maken waarin een troostrijke warme curry op je wacht. Hij kan bakken en sudderen en koken en warm houden. Na enig twijfelen en veelvoudig googelen kocht ik er ook een.

Ze zijn in Nederland niet verkrijgbaar (waarom niet?) dus liet ik hem uit Duitsland komen. Gisteren kookte ik er voor het eerst mee. Ik maakte deze spaghettisaus, wat prachtig lukte. En snel! Normaal kost me dat wel anderhalf uur, waarvan natuurlijk een half uur snij-en hakwerk is, dat blijft zo. Maar nu zette ik na het hakken en snijden de pan aan, fruitte de uitjes er in, mikte de rest van de spullen erbij en liet de pan zijn werk doen.

Een half uur later had ik voor vier maaltijden bolognesesaus. In dat halve uur sneed ik een rode kool en wat appels klein, die ik daarna (10 minuten opwarmen, 9 minuten koken) ook nog bereidde: voor drie maaltijden rode kool in de vriezer. Wat een aanwinst! Ik denk dat ik hem Remy noem.

Nachtelijke fotoshoot

Over een maand kunnen we verwachten dat de haantjes in ons kuikentoom beginnen te kraaien. Als we weten welke de jongens en welke de meisjes zijn zullen er onherroepelijk wat weg moeten. In ieder geval de haantjes, maar meer dan drie legkippen is ook -in ons stadstuintje- onwenselijk. Als er meer dan drie hennetjes bij zijn zullen we daar ook een keuze moeten maken. Daarom, en ook om het resultaat te laten zien aan de fokker van wie we de broedeieren kregen, wilden we ze allemaal eens goed op de foto zetten.

‘s Avonds, toen het goed donker was stelden we de camera op in de bijkeuken, op een statief. We deden zoveel mogelijk licht aan en haalden één voor één de kippen van stok om een goede foto van ze te maken. ‘s Nachts, met hun erwtenformaat breintjes in de slaapstand, blijven ze min of meer staan waar je ze neerzet. Dat lukt overdag beslist niet.

Joop was wel wat bang. Zie het hangende staartje.

Fiep poseerde geroutineerd

Keet is erg nieuwsgierig, ondanks het late uur

Je kunt er gewoon ook relaxt bij blijven

Of boos kijken. Terecht!

Toen we nummer zes gingen halen konden we niet meer zien welke er nog niet mee geweest was, en wilden we de hele menigte in het kippenhok niet nog langer lastig vallen. Elke keer als we een kip van stok pakten was het groot misbaar natuurlijk. We hebben de gefotografeerde kippen ook allemaal even gewogen. Fiep en Keet, de twee kleinsten, waren 800 gram, wel wat weinig. Dat heeft denkelijk te maken met het feit dat ze wat laat in het jaar zijn uitgebroed, ze moeten behoorlijk eten om te groeien en in deze tijd van het jaar zijn de dagen gewoon te kort om genoeg binnen te krijgen. En (kip-en-ei verhaal, hahaha) omdat ze de kleinsten zijn, zijn ze het laatst in de pikorde. Ze grijpen dus wel eens mis, denk ik. De twee grootsten waren omstreeks anderhalve kilo.

In de soep

Sinds een paar jaar kopen we in het voorjaar een rundvleespakket. Daarom heb ik dus ook jaarlijks een hoeveelheid soepbotten, schenkel en poulet. Voorheen maakte ik altijd soep van een bouillonblokje en als ik eens echt feestelijk uit wilde pakken kocht ik een pot fond. Maar nu heb ik de grondstoffen, nu wil ik liefst alles zelf maken en eten weggooien doen we niet. Zelf bouillon trekken dus! De eerste keer deed ik soepvlees en bot in een pan met water, gooide er een laurierblaadje en een stuk prei bij en een handje zout en liet het een uurtje tegen de kook aan staan. Daarna vond ik het resultaat maar flauw en gooide er bouillonblokjes bij en maakte precies dezelfde soep als voorheen. Ik heb een hoop geleerd sinds die tijd.

De uitgebreide post van Chocolate and Zucchini over kippenbouillon bijvoorbeeld. Het idee om in de vriezer een “stock box” te zetten, een doos  waarin de -schoongespoelde- kontjes van champignons en prei, de steeltjes van selderij en peterselie, de schil van winterwortel, nu ja, alles wat logisch lijkt bewaard worden tot de volgende soep. En nu, ik weet niet eens meer waar ik het zag, het idee om een paar uien dwars door te snijden en zachtjes te bakken tot ze bijna zwart zijn op het snijvlak. Bij grotere uien kun je meer snijvlakken hebben om te bakken. Dit alles gaat samen met het vlees, een scheutje azijn, zout en peper en wat me verder op dat moment te binnenschiet (een gedroogde tomaat of twee is ook fijn) in de pan en onder water. Ik breng het meestal op het fornuis aan de kook en schep het schuim er af als het nodig is, en dan gaat het op 95 graden in de oven, de hele dag. Liefst als de zon schijnt, want bij mooi weer in de winter leveren onze zonnepanelen nog wat stroom. Het resulterende brouwsel is niet zo zout als bouillon van een blokje, maar goudbruin en zo lekker “umami” dat er eigenlijk niet veel meer hoeft te gebeuren. Het moet gezeefd, eerst door een grove en dan -afhankelijk van de soep die het moet worden- door een fijnere zeef. En dan:  soepgroente en balletjes en vermicelli naar wens. Of tomaat. Of spek en bonen. Of nog meer gebakken ui voor uiensoep. Met lekker vers brood en roomboter of kruidenkaas of hummus… Laat de herfst maar komen!