Category Archives: Vandaag

Hangen in de tuin

Op onze volkstuin staat een wilgenboom. Zo eentje die in maart met achttien miljoen gele katjes bloeit. Maar vooral zo eentje die hoog is en stevige takken heeft, en goed geworteld is in onze soms wat drassige grond. Daarmee kon ik een lang gekoesterde wens vervullen: Een hangstoel. Ik maakte er eentje naar aanleiding van deze werkbeschrijving.

Het moet me wel even van het hart dat dit een wat rare werkbeschrijving is. Eerst vertellen ze je een stok van 2,10 meter te kopen, daarna moet je er 90 cm af zagen, die heb je nodig. Waarom dan niet een stok van 90 cm in de lijst met benodigdheden? Ook de stof: je moet twee meter aanschaffen, maar in de praktijk heb je 1,66 meter nodig. Nu ja. Ik kocht dus 1,70 meter canvas en een lapje rood voor een hoesje om het kussen. Ik haalde touw bij een watersportwinkel hier in de buurt en ik gebruikte een dikke kastanjetak uit eigen tuin als stok. Kastanjehout is erg recht en stevig, er worden bijvoorbeeld ook wandelstokken van gemaakt. Ik stikte de naden van mijn stoel met meubelmakersgaren en verstevigde de onderrand met een extra reep stof. Vandaag hingen we de hangstoel in onze wilg.

We moesten even zoeken naar de juiste hoogte. Te laag is natuurlijk niet prettig, als hij te hoog hangt is het erg moeilijk om er in te gaan zitten (nee, daar is geen filmpje van) en áls je dan eenmaal zit draai je steeds. Nu is hij precies de goede hoogte, je zit er heerlijk in, met desgewenst een teen op de grond. Ik ben de koning te rijk ermee!

Grondwerk

We hebben bedacht hoe we onze twee tuinen samen gaan voegen tot één, welk gedeelte ervan we gaan gebruiken voor groente. We gaan de helft van de tuin in negen veldjes verdelen die we volgens een teeltwisselschema willen gaan inzetten. We hebben regelmatig gesprekken als: “Waar stonden de aardappels vorig jaar ook weer?” “In de grote driehoek.” “Nee, dat was het jaar daarvoor. Of misschien zelfs 2015.” Dus daar hebben we dan geen last meer van. Ook moest er bedacht worden waar onze nieuwe aanwinst (!!!!) geplaatst gaat worden. We hebben met stokjes en touw onze plannen in de tuin uitgezet en Echtgenoot Yep is begonnen met het grondwerk. Hij verplaatst graspaden en een lavendelhaag.

Best een hele klus.

Ik stookte ondertussen een enorme stapel snoeiafval op. De wind stond goed, van zo’n omstandigheid moet je meteen gebruik maken.

Ik kreeg het er warm van.

En voor de houtwal blijken de sneeuwklokjes die we enkele jaren terug getransplanteerd hadden uit de tuin bij ons huis zich best thuis te voelen.

Sunrise, sunset

Precies een half jaar nadat ze uit het ei kwam legde één van de jonge kipjes haar eerste ei. We weten natuurlijk niet of het Fiep of Keet was.

Het is nog maar een klein eitje.

Van voor naar achter: Keet, Fiep en Donkeroogje.

Op deze foto is goed te zien dat de meisjes nog maar een beetje kleiner zijn dan Donkeroogje, hun adoptiemoeder. Die nu bepaald niet lief meer is voor ze, maar dat heb je nu eenmaal in een matriarchaat met een pikorde. Ze zien er patent uit! De oudjes leggen ook nog steeds eieren, hoewel wat minder frequent. Het zijn topkippen.

Licht in Gent

Ik denk dat het de derde keer was dat we het lichtfestival in Gent bezochten. Aan één van de vorige keren had ik een nare herinnering; we stonden geruime tijd helemaal “vast” in een enorme mensenmassa die geen kant op kon. Er was duidelijk niet op zo’n grote opkomst gerekend! Deze keer heeft Gent het heel goed georganiseerd met shuttlebusjes vanaf parkeerplaatsen buiten de stad en met een eenrichtingverkeer-wandeltraject door brede straten. Hoewel er heel wat mensen waren was het nergens dringen. Er waren veel hosts, er was genoeg horeca en toiletgelegenheid. Fijn! Het was wel erg koud maar mooi helder weer.

Op de brandweerkazerne werd een film geprojecteerd over schattige robotjes die cuberdons  maakten in een fabriek. Er brak brand uit in de fabriek, waarop de echte brandweer met zwaailichten, een ladderwagen en een spuit de robotjes kwam redden en de “brand” te lijf ging. Leuk hoe de projectie en de realiteit samenwerkten.

Aan het einde van het album “dark side of the moon” zegt een stem: There is no dark side of the moon. In fact, it’s all dark. In Gent werd het tegendeel getoond. Dit was een prachtig object, ik denk wel het meest gefotografeerde.

De bloemen en takken op dit pand zijn een projectie. Mooi gedaan, vooral omdat het een vrij donker pand was. Dat schijnt moeilijker te zijn om als filmdoek te gebruiken.

 

Dit zijn niet twee voetballers die met lampjes behangen een penalty spelen, het zijn alleen maar lampjes. Knap gemaakt!

Deze draak was indrukwekkend. Ook hier stonden echte vlammenwerpers op het gebouw, gecombineerd met de video. Een echt vuurspuwende draak. Hij houdt verband met een draak op het Gentse Belfort. Natuurlijk was er véél meer, de piano van Mr. Beam was leuk en er was een metershoge vuurtornado in de stadshaven. (Alwéér vuur! Ik bespeur een thema.) Kortom, we genoten.

 

 

Watermanagement

Woensdagavond kreeg ik bericht dat er een watervat voor ons beschikbaar was. Een andere volkstuinder die zijn huur beëindigd heeft, had zijn 1000-litervat achtergelaten. Nu we een grotere tuin hebben komt zoiets goed van pas. Het vat stond op de lege tuin, ongeveer in het midden van het complex, ons lapje is aan de uiterste rand. Hoewel het al donker was gingen Echtgenoot Yep en ik er onmiddellijk heen. Weliswaar is het een groot ding -een meter bij een meter bij een meter- maar het was leeg, dus het naar onze tuin brengen moesten we kunnen.

Dat viel tegen. Het was op een half vergane pallet gemonteerd, het was glibberig en vies en te breed voor de smallere paadjes, we zouden het boven ons hoofd moeten dragen. Echtgenoot Yep is een sterke man, maar aan mij heb je niet veel bij dit soort uitdagingen. Iedereen heeft zo zijn sterke punten, sjouwen is er niet een van mij. Lekkere taart bakken wél. Dat deed ik dus, ik bakte een appeltaart en stelde die beschikbaar voor een paar sterke en behulpzame medetuinders, die zaterdag de pallet er af schroefden en de verhuizing in een vloek en een zucht volbrachten. Nu moet hij nog schoongemaakt en op zijn definitieve plaats gezet, maar dát kunnen we wel met zijn tweeën.

Vlinderkip.

Er zijn van die gerechten waarbij je even moet nadenken wat er nu precies op je bord ligt. Varkenshaas bijvoorbeeld. En nasipeer. Vandaag kwam daar een nieuwe bij in ons huishouden: Een vlinderkip. Of meer precies: een gevlinderde kip. Met een wildschaar -en met hulp van Echtgenoot Yep- knipte ik een hele kip door aan weerszijden van de ruggegraat, duwde hem plat, en dat was dat. Daarna zette ik hem in de oven met kruiden, citroen en knoflook. De gedachte achter “gevlinderde kip” is dat het in deze vorm minder lang in de oven moet. Daardoor krijgen de borstfilets geen tijd om uit te drogen.

Het ziet er toch wat vreemd uit: kip met X-benen. Dat minder lang in de oven klopte wel, ik had een half uur, maar net genoeg tijd om de bijgerechten te maken. Het was erg lekker maar er is eigenlijk geen verschil met gewone, niet-platte kip. Die rooster ik op een wat lagere temperatuur met aardappelen, wortel en uien erbij in de braadslee. De hele maaltijd wordt tegelijk bereid, dat duurt een ontspannen uurtje waarin ik nog een pennetje brei of iets dergelijks. En achteraf hoeft alleen de braadslee te worden afgewassen. Het was een leuk experiment, maar er worden hier dus geen vlinders meer gekipt.

Weekeindje weg

Een gekregen hotelbon brengt je soms op plaatsen waar je op een andere manier niet zo gauw terecht komt. We sliepen twee nachten in een hotel in Naaldwijk. Van daar af was het niet meer zo ver naar het museum Voorlinden.

Het gebouw is speciaal gemaakt om een paar omvangrijke kunstwerken te herbergen.

een kwart van een kunstwerk van Olafur Eliasson.

Maar er is ook ruimte voor het kleinere. Dat was prachtig.

De zondagmorgen besteedden we aan een bezoekje aan Zoon, Schoondochter en kleindochter K,

de middag gingen we naar de film.

En omdat we toen toch in Rotterdam waren nog naar museum Boymans. Waar een heuse wasserette was opgesteld, en je ook een statement over je eigen was op een button kon schrijven… wat ik natuurlijk deed.

 

In de soep

Sinds een paar jaar kopen we in het voorjaar een rundvleespakket. Daarom heb ik dus ook jaarlijks een hoeveelheid soepbotten, schenkel en poulet. Voorheen maakte ik altijd soep van een bouillonblokje en als ik eens echt feestelijk uit wilde pakken kocht ik een pot fond. Maar nu heb ik de grondstoffen, nu wil ik liefst alles zelf maken en eten weggooien doen we niet. Zelf bouillon trekken dus! De eerste keer deed ik soepvlees en bot in een pan met water, gooide er een laurierblaadje en een stuk prei bij en een handje zout en liet het een uurtje tegen de kook aan staan. Daarna vond ik het resultaat maar flauw en gooide er bouillonblokjes bij en maakte precies dezelfde soep als voorheen. Ik heb een hoop geleerd sinds die tijd.

De uitgebreide post van Chocolate and Zucchini over kippenbouillon bijvoorbeeld. Het idee om in de vriezer een “stock box” te zetten, een doos  waarin de -schoongespoelde- kontjes van champignons en prei, de steeltjes van selderij en peterselie, de schil van winterwortel, nu ja, alles wat logisch lijkt bewaard worden tot de volgende soep. En nu, ik weet niet eens meer waar ik het zag, het idee om een paar uien dwars door te snijden en zachtjes te bakken tot ze bijna zwart zijn op het snijvlak. Bij grotere uien kun je meer snijvlakken hebben om te bakken. Dit alles gaat samen met het vlees, een scheutje azijn, zout en peper en wat me verder op dat moment te binnenschiet (een gedroogde tomaat of twee is ook fijn) in de pan en onder water. Ik breng het meestal op het fornuis aan de kook en schep het schuim er af als het nodig is, en dan gaat het op 95 graden in de oven, de hele dag. Liefst als de zon schijnt, want bij mooi weer in de winter leveren onze zonnepanelen nog wat stroom. Het resulterende brouwsel is niet zo zout als bouillon van een blokje, maar goudbruin en zo lekker “umami” dat er eigenlijk niet veel meer hoeft te gebeuren. Het moet gezeefd, eerst door een grove en dan -afhankelijk van de soep die het moet worden- door een fijnere zeef. En dan:  soepgroente en balletjes en vermicelli naar wens. Of tomaat. Of spek en bonen. Of nog meer gebakken ui voor uiensoep. Met lekker vers brood en roomboter of kruidenkaas of hummus… Laat de herfst maar komen!

Spijkerbroek twee punt nul

Ik maakte een spijkerbroek. Mijn eerste (nu ja, de eerste die redelijk lukte) heb ik nu een half jaar naar volle tevredenheid in gebruik, dus ik gebruikte het patroon daarvan. Hoewel ik het spijkerbroekenmaken zelf nu aardig onder de knie heb werkte mijn naaimachine niet mee. Hij weigerde met het dikke oranje garen door meer dan drie lagen stof te naaien, dan brak onherroepelijk de bovendraad. Nu gebruikte ik een jeansnaald daarvoor. Drie lagen jeans en in veel gevallen ook nog een laag of twee Vlisco katoen (daarvan maakte ik de binnenkant van de zakken) maakte dat de draad direct naast het naaldoog teveel te verduren kreeg en na een steek of vijf brak. Er blijken dus speciale naalden daarvoor te zijn: Cordonnetnaalden. Deze hebben een groot naaldoog met aan weerszijden een gleufje waar de draad comfortabel in ligt en zonder stress meegenomen wordt naar de volgende steek. Dat werkte prachtig, het enige nadeel is dat elke keer als ik het dikke garen op de machine zet de naald ook moet worden gewisseld… maar dat heb ik er wel voor over. Ik leer bij elk project weer wat bij! Ook het bijzonder handige kleurensysteem van deze fabrikant vind ik erg praktisch, zelfs met mijn nieuwe varifocaaltje kan ik écht de minuscule lettertjes die in een naald gestanst zijn niet lezen.  Ik heb geen foto’s gemaakt van mijn geworstel met de stiksels en ook niet van de spijkerbroek in gebruik. Dat komt misschien nog wel eens, deze broek lijkt minder goed te passen dan de eerste maar ik herinner me dat ik die aanvankelijk ook wat strak vond. Misschien moet ik hem eerst een dagje dragen en dan oordelen.

 

Souvenir de France

Uit Frankrijk namen we bolletjes van saffraankrokussen mee. De dame die ze ons verkocht drukte ons op het hart dat we ze meteen, tout suit in de grond moesten zetten, maar dat lukte niet helemaal… een week of drie geleden pas werden ze geplant. In een oude balkonbloembak, want we begrepen wel dat saffraankrokussen verwende prinsenkindjes zijn: Ze stellen hoge eisen aan de samenstelling van de grond en de onderlinge plantafstand. Maar vooral, boven alles, mogen hun voetjes NIET nat zijn… zo’n balkonbloembak kun je onderdak zetten als het regent. Alle bolletjes begonnen ondanks onze laksheid tout suit te groeien.

En eergisteren was de eerste bloemknop een feit.

Gisteren, ‘s morgens vroeg konden we de saffraandraadjes al zien.

Er waren er zelfs twee in volle bloei.

Echtgenoot Yep pakte een pincet en een borduurschaartje en oogstte de eerste draadjes. Die nu nog gedroogd moeten worden, voordat ik ze in een heerlijke paella ga verwerken. (Of misschien lijsten we ze wel in). Het is natuurlijk maar een heel klein dingetje, maar ik vind het zo leuk dat we, nu er in de volkstuin eigenlijk niets meer gebeurt, tóch nog iets moois hebben groeien.