Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.

Kaarsen

Vroeger, op de Vrije School, maakten we elk jaar een kaars in de adventperiode. Voorin de klas stond een potje met gesmolten bijenwas op het vuur, alle kinderen liepen in een rij erlangs en dompelden hun kaarsenpit in het vet. Dat dompelen moest niet te snel wegens spettergevaar en niet te langzaam want dan smolt je kaarsje kleiner in plaats van dat het aangroeide. Dompelde je te ondiep dan kreeg je maar een heel kort kaarsje maar te diep was natuurlijk ook niet goed want dan brandde je je vingers. Een oefening in beheersing en motoriek. Elke dag deden we één dompeling en met kerst hadden we een kaarsje. De hele school rook naar bijenwas. En naar dennenboom natuurlijk. Sweet memories.

Gisteren knipte ik de bovenkant van een leeg limonadeblik, zo’n hoge smalle, en vulde het met stukjes kaarsvet uit het doosje in de schuur waar al jaren alle stompjes en resten kaars in gaan. Het was natuurlijk geen bijenwas maar gewoon kaarsvet, grotendeels wit, ontdaan van restjes pit en stickers en dergelijke.

Ik zette het blik in een oud pannetje met water op het fornuis en klapte mijn pastadroogrek uit om de kaarsen aan te laten hangen. Ik knipte 6 stukken lont en begon te dompelen. Ondertussen moest ik natuurlijk regelmatig kaarsvet erbij doen en wachten tot dat gesmolten was, terwijl ik de afwas deed en zo nog wat keukenklusjes. Ik kon het nog:

Anderhalf uur later had ik twaalf kaarsen en een gevoel van diepe voldoening. Toch leuk!

De perfecte appeltaart

Er komen zakken vol appels uit de tuin, vooral veel zoete Elstar. En wat doet een mens met zoveel appels? Appelmoes, appelsap, gedroogde appels, appels op alle toetjes en ontbijten en bij de lunch. En appeltaart. Nu is de traditionele Oud-Hollandsche appeltaart natuurlijk héérlijk, maar hij bevat behoorlijk veel suiker. In andere appeltaart-landen (de VS, Nieuw Zeeland) zit er geen suiker in het deeg van de taart, maar in de vulling wordt wel meer verwerkt, vaak liggen de appeltjes in een soort van sausje. En de taart wordt warm met ijs of koud met custard gegeten als toetje. Ik besloot eens fijn te experimenteren.

Inspiratie was vooral deze foto -van een nog ongebakken taart- gemaakt door cloudykitchen. Prachtig toch? Ik ging aan de slag met haar recept.

Het resultaat ziet er héél anders uit. Maar: in het deeg zit geen suiker. Wel behoorlijk veel boter. Ik schudde de appelstukjes voor ik ze in de taart deed met kaneel en een beetje custardpoeder, om het vocht wat te binden. Het was een lekkere taart, maar het smaakte wat vlak.

Taart nummer twee haalde de foto niet eens. Het was hetzelfde recept, maar met minder boter door het deeg, en kaneel, custard, een ei en wat honing door de vulling. Honing is natuurlijk óók suiker… maar ik wilde toch wat meer feestelijk: Ja! Taart! en minder boterham-met-appel gevoel. De korst van deze was wel het lekkerste van de drie, de vulling nog steeds niet helemaal geweldig.

De derde taart kreeg nog minder boter in het deeg. En voor de vulling schudde ik een theelepel kaneel, een beetje kruidnagel (echt een heel klein beetje, want dat is snel te overheersend) en een eetlepel custard door de appelschijfjes, en daarna de geraspte schil én het sap van een citroen. Dat was echt heerlijk, fris en fruitig, niet te zoet maar de suiker werd niet gemist. De korst was na een dag al niet zo lekker meer, nogal kartonnig. Dus: Vulling zie boven en deeg van 260 gram bloem, een eetlepel basterdsuiker, wat zout, 150 gram ijskoude boter, een klein ei en wat ijswater met een lepel azijn er door, voor werkwijze zie hier . Ik halveerde overigens het originele recept voor een wat kleiner taartje. We hebben tenslotte een 2 persoons huishouden en weinig bereidwillige mede-proevers met de Coronatoestand en alles. Helaas zijn nu de appels weer op.

Selderij en selderij en zout

Dit jaar lukten de selderijknollen geweldig goed in de tuin. Minstens zes stonden er, ieder ter grootte van een kinderhoofdje. En de tweede rij zag er minstens zo veelbelovend uit.

Bladselderij

Misschien zelfs mooier, het loof was in ieder geval groot en groen. Vorige week trok ik eens aan een plant in die tweede rij en ontdekte dat dat helemaal geen knolselderij was. Het was bladselderij of misschien bleekselderij, in dit geval dus niet gebleekte bleekselderij. Niet getreurd, ik verhakselde een halve struik om in te vriezen met wortelen, bloemkool en prei als soepgroente. Terwijl ik dat deed en de geur van verse selderij door de keuken zweefde dacht ik terug aan vroeger. Tegenwoordig eten we vaak een boterham met kaas en tomaat. En soms ook nog met mayonaise of pesto of een uitje. Vroeger thuis kregen we ook wel tomaat op brood, maar dubbel beleg, daar deed mijn moeder niet aan. We kregen brood met tomaat en een beetje selderijzout. Ik googelde eens wat, selderijzout is natuurlijk gewoon nog verkrijgbaar, het wordt gemaakt van selderijzaad en zout. Maar selderijzaad had ik niet, het blad wel.

gedroogd blad

Ik droogde het blad in de voedseldroger tot het helemaal bros was, en ook de schuur (waar het apparaat staat) helemaal naar selderij rook.

selderijzout

Daarna maalde ik het in het kruidenmolentje tot poeder, zeefde de restjes van de stengeltjes er uit en mengde het met keukenzout. Ik nam een plakje tomaat en bestrooide dat met het mengseltje, nam een hap…. en voelde me opeens weer acht.

Noten

Toen we via Velt het aanbod kregen om noten te gaan rapen hoefden we niet lang na te denken. We hebben een hazelaar die ons elk jaar wel een kilo of drie levert, maar walnoten zijn ook niet te versmaden. Tegen een vergoeding mochten we noten gaan rapen bij iemand die te véél walnotenbomen heeft. K:)dootje en haar meneer waren wel geïnteresseerd om mee te gaan en de buit te delen. We hadden vijftien kilo afgesproken maar dat is best veel: Drie emmers met een kop er op.

Dat rapen was leuk om te doen, we troffen mooi weer en de notenbomen stonden in een prachtige tuin, meer een soort van landgoed. Ik heb helaas geen foto’s gemaakt. Uiteindelijk kwam er zelfs nog een emmer bij en reden we elk met tien kilo noten naar huis. Bij thuiskomst moesten de noten eerst gedroogd worden, daarvoor hebben we de voedseldroger ingezet.

Vandaag kraakte ik er een heleboel, anderhalve kilo denk ik, hoewel de doos waarin we ze bewaren niets leger lijkt. Ik bakte er een Engadiner notentaart van. Dat is best een stevige en voedzame taart, maar gelukkig is hij ook lang houdbaar. Ik vrees alleen dat dat lang houdbaar alleen theorie is, want hij is ook Serieus Lekker.

Ik maakte nog een paar koekjes van de restjes van het deeg. Er ging 350 gram noten in, eerder vandaag zag ik bij de supermarkt 100 gram gepelde walnoten voor €3,28, dus in mijn taart zit voor ongeveer €11,50 aan noten. Maar de mijne waren een stuk goedkoper, én onbespoten, én niet in plastic verpakt, én heel erg lokaal. Dat maakt die taart nóg lekkerder! Ik ga gauw nog een stukje nemen.

Najaar

Wat is het een vreemd jaar. Door de Covid maatregelen is bijna alles anders. Onze vakantie was twee weken op één plek waar we zo min mogelijk andere mensen tegenkwamen. We gingen niet naar steden, we winkelden niet en we hebben geen museum gezien. Maar het was wel erg fijn: het was mooi weer, we hadden het strand vlakbij en de eekhoorntjes speelden in de bomen boven de tent. We zwommen veel en maakten lange boswandelingen.

De tuin heeft érg veel aandacht gekregen, we kregen ook erg veel terug. De twee bladzijden in ons tuinlogboek waarin we de oogst noteren zijn helemaal vol. En vandaag kwamen er winterwortelen, prei, pastinaken, selderijknol, peren en appels en (nog steeds!) tomaten en komkommer mee naar huis.

Ik oogstte de laatste pompoenen, er liggen er al een paar thuis ook. Deze moeten wachten tot we weer eens met de auto zijn, want ze zijn te zwaar voor de fiets.

De Afrikaantjes zijn de laatste bloemen die nog volop hun best doen, de hommels hebben het er druk mee. Ik plukte ook nog een paar dahlia’s, de laatste voor ik de planten verwijderde, we laten de knollen dit jaar in de grond. En zo tuinieren we naar de winter toe, Echtgenoot Yep kreeg voor zijn verjaardag een klein kacheltje voor in het tuinhuis. Dan kunnen we ook bij kouder weer meer tijd op de tuin doorbrengen. Want het lijkt er op dat we nog een tijd afstand van onze medemensen moeten gaan houden.

Wasdoekjes

Ik breide weer eens wat. Gebaseerd op “bakerstwine“, eigenlijk een patroon voor pannenlappen, maakte ik een stapeltje wasdoekjes. Gewoon, om je mee te wassen onder de douche.

Ik vind ze zelf erg mooi.

Eigenlijk wil ik nu een heleboel heel kleintjes breien, om te gebruiken als make-up remover pads. Maar ik ben een beetje bang dat ze dan niet schoon te krijgen zijn en dat zou ik weer een beetje zonde vinden. Aan de andere kant, elke dag een wattenschijfje of twee weggooien is óók zonde. Hm. Eerst nog maar een paar pannenlappen.

Paddenstoelenkwekerij

Veel voedselproducenten raken door de Coronacrisis hun producten niet kwijt en zoeken andere afzetmogelijkheden. Zo kochten we bij een boer hier in de buurt 15 kilo frietaardappelen. Ook zag ik een advertentie van een paddenstoelenkweker die al heel wat baaltjes substraat (paddenstoelenvoedingsbodem) had geënt. De paddenstoelen, shii take in dit geval, waren daarbinnen begonnen te groeien en zouden daar niet zo makkelijk meer mee stoppen. Maar zonder horeca waren er geen afnemers voor de opbrengst ervan. Of we misschien zo’n baaltje wilden adopteren en zelf, thuis, smakelijke shii take wilden laten groeien.

Ik vind zulke projecten altijd echt leuk en paddenstoelen heerlijk, dus bestelde ik er twee. Ik pakte er eentje mooi in en plaatste hem voor K:)dootjes voordeur, belde aan en rende hard weg. Ze was namelijk net jarig geweest en de RIVM richtlijnen bepalen hoe dicht we bij elkaar komen op het moment.

De andere kreeg een behuizing volgens voorschrift -in een kistje met plastic tentje- in onze keuken en werd twee keer daags beneveld met de plantenspuit.

Na enkele dagen, jahoor, plukten we een prachtige paddenstoel. De eerste! Van wat er een hele hoop zouden worden! Ik sneed hem in acht plakjes en deelde die eerlijk met Echtgenoot Yep bij een biefstuk. Heerlijk!

Daarna groeiden er nog twee. En daar bleef het bij. K:)dootje mocht zelfs helemaal geen paddenstoel oogsten. (Ik geef echt goeie verjaardagscadeaus!) Geen idee wat er mis was. We hebben ons netjes aan de regels gehouden, wat betreft de huisvesting, temperatuur, vocht en licht. Jammer hoor.

Hoe het gaat

Op mijn werk wordt de bak met “dingen om te doen na Corona” langzaam steeds voller.

We hebben hem maar voorzien van een passende afbeelding. Dingen om te doen vóórdat het zo ver is zijn er steeds minder, maar er zijn nog wel genoeg mensen die onze hulp nodig hebben. Genoeg in ieder geval om de winkel open te houden en te wennen aan de handschoenen-mondkapje-bril routine en daarna alles, alles schoonpoetsen.

We hebben de tuin natuurlijk…

We vierden Pasen met een thuismenu van restaurant Katseveer. Dat was super!

Mijn werkgever kwam een bos bloemen en een cadeautje brengen omdat ik twaalfeneenhalf jaar in dienst was. Ik was dat zelf helemaal vergeten! We hadden koffie met gebak op ruime afstand van elkaar. Het is allemaal prima te doen, en toch wat ongezellig en saai. Videobellen is leuk maar niet hetzelfde als samen aan tafel zitten, online plaatjes kijken lijkt niet op wat je in een museum meemaakt. Maar we hebben het goed, niets te mopperen.

En we hebben gelukkig de tuin.

Waar we nu ook ‘s avonds nog vaak zijn.