Category Archives: Vandaag

Elk voordeel heeft z’n nadeel…

… Om de grote filosoof nog maar eens te citeren.

Het is (bijna) elke dag tuinieren. Afgezien van het werk aan het “nieuwe” gedeelte is er een heleboel te doen: Rijpe kersen en aalbessen te plukken, tuinbonen en erwtjes te doppen en in te vriezen, bergen onkruid te wieden. Bijvangst van al deze genoegens: “tuinhanden”. Die worden natuurlijk uitgebreid gewassen en verzorgd, ze zien er over het algemeen heel netjes uit . Maar ze zijn wel ruw en “hakerig”.

Ik voltooide dit shirtje-met-gedrapeerde-hals daarom met de grootste tegenzin.

Het materiaal is een mooie dunne gebreide viscose met een prettig paisley motief. Maar het zat doorlopend aan mijn handen geplakt, of ik ze die nu scrubde of insmeerde of allebei. Ik heb het shirtje nog niet gedragen, ik heb even hélemaal genoeg van hoe het aanvoelt.

Morellen

Op het nieuwe stuk tuin staan onder andere  twee morellenbomen. Nieuw voor mij, een soort kersen maar aan de kleine kant en heel zuur.

Ze rijpen wel erg decoratief, eerst kleuren ze van groen naar geel, dan krijgen ze een blosje en worden helemaal rood. Ik was niet van plan om er iets mee te gaan doen, maar de buurman zei dat ze prima geschikt zijn om in te leggen in brandewijn. En tja, zo is er dus toch een mandje vol mee naar huis gegaan. Maar verder kwam het plan niet. Ik heb werkelijk van alles in huis. We houden allebei niet van sterke drank, dus ik heb er een kast vol van, er komt wel eens wat bij maar het komt niet op. Er staat tequila, grappa, cointreau, cognac, jenever, calvados… maar géén brandewijn.

Een dag later:

En jahoor. Er is weer een halve liter drank toegevoegd. De andere halve liter zit tussen de morellen in deze pot, met suiker. Over enkele maanden pas kunnen we proeven of deze manier van conserveren een lekker resultaat geeft en in de tussentijd -vóór de volgende morellenoogst- ga ik ook op zoek naar andere recepten (want ik hou niet van drank).

Buiten spelen

Terwijl op de volkstuin Echtgenoot Yep aan de infrastructuur van onze gebiedsuitbreiding werkte (zo, dat klinkt professioneel)  plantte ik Roma tomaten, augurken, komkommer en paprika in een daarvoor speciaal aangelegd perkje. Beschut achter het schuurtje staan ze daar lekker in de zon.

Ondertussen zijn de aardbeien rijp en er zijn meer liefhebbers voor. Wegens de droogte is de oogst in het bedje naast ons huis wat klein, we hebben niet de moeite genomen om er gaas overheen te zetten.

Deze merel-jongere betrapte ik met het aardbeiensap nog aan de snavel en zo volgevreten dat hij niet wegvloog toen ik hem fotografeerde.

Een blokje shampoo

Soms komt een heel goede tip uit onverwachte hoek. Zoon en een vriend van hem waren beiden erg positief over een shampoo van de winkelketen Lush. Dat ziet er uit als een stuk zeep, een ronde schijf. Daarmee zeep je onder de douche je hoofd in, er ontstaat schuim waarmee je je haar wast. Zoon zei dat het érg lang mee ging, zo’n blok. Natuurlijk werd ik nieuwsgierig en ik kocht er ook eentje. En inderdaad, het werkt prima. Ik heb hem nu een paar weken in gebruik, het blok is nog niet veel kleiner dan toen het nieuw was. Nu kost zo’n stuk shampoo 8,95, het mag dus wel lang meegaan om te kunnen concurreren met “gewone” shampoo. Maar het wordt gemaakt van natuurlijke ingredienten en het wordt in een papiertje gepakt als je het koopt, niet in een plastic fles. Dat vind ik een groot pluspunt, ook als het duurder uit zou pakken.

Zaterdag was ik in een van de Lush winkels en kocht er nog een shampooblok (alvast voor 2018, zeg maar) en een deodorant, ook in vaste vorm, een blokje. Geen plastic of metalen verpakking, geen drijfgas en ook gemaakt van natuurlijke ingredienten. Vandaag -een erg warme dag met een paar uur werken in de tuin- heb ik het geprobeerd. Ik kan u melden, ook de deodorant in vaste vorm is prettig bruikbaar en functioneel. Ik ben er erg enthousiast over! (en nee, ik heb geen aandelen)

Hoogseizoen

Dit seizoen is onze volkstuin nauwelijks bij te houden. We maaien en harken en schoffelen en wieden. Ik maak een volkomen onkruidloos, aangeharkt stukje tuin, alleen de rijtjes wortelen staan op deze vierkante meters. Ik draai me om, ik kijk naar een gierzwaluw hoog in de lucht, ik drink een slokje water, ik kijk weer naar mijn wortelveldje en jahoor. Minstens drie stuks onkruid. Als ik even ga zitten komen er minstens tien op, en als ik naar huis ga… we kunnen eigenlijk niet eens naar huis.  Niet dat ik het erg vind allemaal.  Het is zó heerlijk in de tuin nu! Er is een pimpelmezengezin opgegroeid in ons nestkastje, het natuurgebied aan de overkant ziet geel van de boterbloemen, de lavendel geurt en gaat bijna bloeien.

De bonen mogen gezaaid, de ijsheiligen zijn tenslotte achter de rug. Ik pakte mijn zelf gedroogde bonen erbij en zag tot mijn verbazing dat het geen sperziebonen zijn, maar Fryske Waldbeantsjes.  Ook hebben ze allemaal een bruin plekje, dus deze ga ik maar niet zaaien, ik heb nog genoeg zaad uit de winkel. Maar eerst moet er gemaaid, geschoffeld, geharkt, dat onkruid moet worden aangepakt.

True colors

Als twintiger begon ik grijs haar te krijgen. Ik heb minstens 25 jaar mijn haar geverfd, meestal ongeveer in “mijn eigen” kleur.  Ik kreeg de laatste jaren een steeds grotere hekel aan het geverf.  Het geklieder met onprettig riekende pasta op mijn hoofd hield de vergrijzing maar een week of twee tegen, daarna verscheen er weer “uitgroei”. Niet mooi. Het kostte me een hele avond per keer en als ik het de kapper liet doen ook nog een behoorlijk bedrag. Buiten dat… ik tuinier zonder bestrijdingsmiddelen, ik scheid mijn afval zorgvuldig, ik douche niet langer dan nodig is… maar ik spoelde wel minstens één keer per maand een dosis onprettige chemicaliën door de afvoer. Ik besloot daarom te stoppen met die narigheid en mijn natuurlijke kleur te worden. Grijs dus. Dat klinkt wel heel gedecideerd, maar het was een lang proces van twijfelen en overwegen, want dan zie ik er natuurlijk ook écht anders uit.  Het kan niet even geprobeerd worden want haar dat donker gekleurd is kan niet grijs geverfd worden en in mijn geval is ongeveer de helft van mijn hoofd ook nog niet grijs maar gewoon donkerbruin. De verf moet er uit groeien.

De afgelopen twee maanden heb ik niet meer geverfd. Ik zag er op het laatst gewoon wat verwaarloosd uit… ik redderde nog wat met een uitwasbaar waterverfje om de strook aan weerszijden van mijn scheiding wat bij te kleuren. Maar gisteren heeft de kapper mijn haar zo kort geknipt als mogelijk was zónder dat mensen gaan denken dat ik een nare ziekte heb. Deze zomer laat ik het nog een paar keer knippen tot echt alle verf er uit is. En dan zien we wel weer, of ik het, grijs en al, nog weer langer laat groeien of kort houd. Ik hoef tenslotte niet door mijn droomprins uit een torenkamertje gered te worden.

Grand Entree

Mag ik jullie voorstellen aan Kleindochter K?

Ze is geboren op 30 april om half zeven. Ze is het mooiste baby’tje ooit, kijk maar.

Casual Yep met LiBoZa*

Een jeans shirt voor Echtgenoot Yep. De stof zocht hij zelf uit, in een van de stoffenwinkels in Montmartre, Parijs. Ik gebruikte het patroon voor de wat formelere overhemden die ik eerder voor hem maakte, maar ik veranderde een paar dingetjes.

Ik voegde een plooi toe, middenachter, voor wat meer bewegingsruimte. En ik maakte de mouwen en de kraag iets wijder.

Ook zette ik er drukkers op in plaats van knopen en knoopsgaten, en borstzakjes met een stikseltje. Achteraf gezien had ik de manchetten wat smaller én wijder kunnen maken en de borstzakjes zitten wat hoog. Ik had de plaats voor de bostzakjes gekopieerd van een RTW shirt, maar dat is zo’n sportief outdoor shirt, de borstzakken daarop zijn dubbel zo groot als deze. Tja. Ook is het lastig om te bepalen hoe stevig de tussenvoering van de kraag en de manchetten moet zijn. Ik heb drie kwaliteiten in huis, voor de formele overhemden gebruik ik de stijfste. Voor deze koos ik de middelste, maar achteraf denk ik dat het voor een shirt als dit nog wat soepeler had mogen zijn. Nu ja, deze dingetjes neem ik mee voor de volgende keer en ondertussen is dit toch wel een erg fijn kledingstuk (zeker met de Echtgenoot er in).

Ik heb voor de grap eens getimed, het kostte me tien uur om te maken. Ik heb me heerlijk uitgesloofd met de platte naden en de stikseltjes… en natuurlijk borduurde ik zijn initialen op de binnenkant van de schouderpas.

*Toen ik hem zei dat ik er borstzakjes op ging maken zei hij: Leuk, een liboza!  Dat moest even uitgelegd worden. LInker BOrst ZAk in dit geval blijkt, tezamen met heel wat andere afkortingen, gangbare taal te zijn in het leger. 

Een plekje in de zon

De tomaten en paprika’s die ik zaaide zijn bijna allemaal opgekomen. Afgelopen week zijn ze allemaal verspeend, ieder in hun eigen potje geplaatst. De vensterbank staat gezellig vol zo.

Ik had drie verschillende paprikazaden: Uit een verse supermarktpaprika, zelfgedroogde uit een supermarktpaprika en een zogenaamde F1 hybride soort, uit een zakje.  Het leek er even op dat de verse zaadjes het hardste gingen, maar toen bleek dat verschil vooral te komen door de plaats op de vensterbank. De plantjes die het dichtst bij het glas stonden kregen regelmatig een stevige dosis zon te verduren, de grond werd daar ook sneller droog. Alle tomaten en paprika’s die vooraan (tegen het glas) stonden bleven kleiner dan hun achterburen. Nu ik de potjes regelmatig verwissel is dat verschil niet meer te zien: Voorlopig is de stand gelijk.

S-town

Ik kijk niet zoveel televisie, ik vind het óf ontregelend of saai. Een enkele detectiveserie, soms een kookprogramma, dan heb je het wel gehad. Ik luister wel graag naar podcasts. Ik ben een trouwe Wittertainee zoals de luisteraars naar het BBC 5live filmprogramma zich noemen. Dat geeft me het gevoel dat ik op de hoogte blijf zonder films te zien, nu ons Goese filmhuis meer dan een jaar gesloten is geweest. Ik genoot van The Message, een sciencefiction hoorspel van acht afleveringen, en ik luister al jaren graag naar de podcastversie van het radioprogramma This American Life.

Maar vooral de serie-podcasts vind ik fijn, ik genoot van Serial. Het is documentaire, onderzoeksjournalistiek, maar zo gemonteerd dat het bijna een hoorspel is. Het is geen fictie dus is er geen voorspelbaar verloop in het verhaal, het “echte” leven is zelden voorspelbaar. Er is dus ook geen schurk, geen slachtoffer en geen held maar de personages zijn echte mensen met -soms- rare trekjes. De dader wordt lang niet altijd gepakt, de gelieven krijgen elkaar niet. Of misschien krijgen ze elkaar maar of ze inderdaad lang en gelukkig leven is nog maar de vraag… De nieuwste loot aan deze stam is S-town. Hoofdpersoon is John B. McLemore, een klokkenmaker -of eigenlijk een restaurateur van antieke klokken- die wel meer dan een paar rare trekjes heeft. Hoewel, daar doe ik hem geen recht mee… hij is een echt mens met mooie en minder mooie karaktertrekken, geen romanpersonage. Hij mailde een van de medewerkers van This American Life over een moord die gepleegd zou zijn in zijn woonplaats, waarvan de dader nooit gestraft is, er zelfs over pocht. De journalist gaat naar S-town (shit town… tja) om het uit te zoeken. Waarna het verhaal allerlei onverwachte wendingen krijgt. Ik kan er niet veel over zeggen zonder de pret te bederven voor nieuwe luisteraars, maar áls je geen moeite hebt met zeven afleveringen Engelstalige documentaire, luister het. De serie is in de eerste week 16 miljoen keer gedownload, een ontzagwekkend aantal.  Ik luisterde alle zeven afleveringen en daarna luisterde ik ze nog een keer.