We beginnen weer!

Het is nog koud, vooral ‘s nachts. Maar het tuinseizoen is gestart.

Ik stookte een stapel afval van vorig jaar op. Het was niet veel, we worden steeds beter in het hergebruiken van tuinafval. In deze vuurton zitten vooral wortels van een bamboe die we verwijderd hebben, bamboe woekert enorm en de wortels zouden, als ze de kans kregen, meteen weer een nieuwe plant worden. Ook meidoorn-snoeisel heb ik verbrand, want meidoorn heeft akelige doorns.

De krokusjes werden vorig jaar vrijwel direct opgegeten, maar nu mogen wij er van genieten. Vrolijk! De tuinbonen zijn gezaaid, de sjalotten geplant, de katjeswilg bloeit bijna.

En de kippen hebben het ook begrepen, ze zijn allebei weer aan de leg.

Natuurijs

Ik ben niet zo’n grote drinker als het op alcoholische drankjes aankomt. Limonade-achtigen gaan ook al niet zo hard. Maar het lijkt wel of álles lekkerder (en luxer) wordt als het uit een groot glas met veel rinkelende ijsklontjes komt. Schaamtevolle bekentenis: Soms kocht ik in de supermarkt zo’n grote zak met ijsblokjes, want de ijsklontjes uit een siliconen hartjesvorm vanuit mijn eigen vriezer zijn troebel en dat is tóch anders.

Nu is het winter en best koud. Elke morgen haalde ik een grote, glasheldere klont ijs uit de drinkbak van de kippen.

Het duurde wel drie dagen voor ik de voor de hand liggende conclusie trok en mijn hartjesvorm ‘s avonds gevuld buiten zette en ‘s morgens handenvol prachtig heldere ijsblokjes naar mijn vriezer verhuisde.

Nouja, bijna helder.

Proost!

Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.

Chocomel

Er waren twee chocoladeletters die overbleven toen de Sint weer vertrokken was. En ik had een pak Droste cacaopoeder dat al vijf jaar in de kast stond. Ik houd niet zo van chocolade, ik ben als kind in de ketel gevallen. Dat wil zeggen, ik had vakantiebaantjes bij een chocoladefabriek en at daar genoeg voor de rest van mijn leven, mijn quotum is al op. Dus Sint zijn letters bleven liggen, hoewel de Echtgenoot er natuurlijk wél van eet.

Ik hakte de chocolade in stukjes en deed het samen met de cacao, suiker, wat vanille, een mespuntje zout en wat maizena in de keukenmachine en draaide het geheel tot gruis. Een volle eetlepel hiervan opgelost in een beker hete melk maakt een heerlijke beker chocolademelk, recept van smittenkitchen.

Wat een goed idee! Er bestaat ook een commerciële variant, vooral gericht op kinderen, waarbij op het etiket het woord cacaofantasie staat. Zou dat betekenen dat je de cacao er zelf in moet fantaseren? Ik zocht het even op, maar er zit kennelijk wel cacao in. En calcium en vitaminen en 16 procent minder suiker en een optistart formule, het is kennelijk hartstikke gezond spul! Maar goed. Ik maakte dus een bijzonder luxe versie daarvan. Niet gezond, wél erg lekker volgens mijn deskundige chocoladeproefpanel bestaande uit Echtgenoot Yep.

Daarna pakte ik mijn chocolademelkmix in potjes voor twee bekers elk, ik strikte er een mooi lintje om en hing er een instructie voor de bereiding en een kerstwens aan. Leuk cadeautje voor iedereen die we dit jaar niet kunnen zien rondom de feestdagen. We houden wijselijk afstand, het wordt bepaald minder gezellig… maar zo wordt het vast een warmere Kerst.

J a r i g !

Lies en Place bestaat 10 jaar vandaag: op 6 december 2010 plaatste ik het eerste berichtje. In de jaren ervoor had ik een typepad blog, want in die tijd had iederéén een blog. Kort nadat ik Haarlem verliet ben ik er mee gestopt. Maar toen ik eenmaal wat gesetteld was in Goes miste ik het toch. Ik ontdekte dat ik zelfs een eigen domein kon hebben en worstelde wordpress er op. Ik kon niet kiezen wat het hoofdonderwerp moest zijn en dat kan ik nog steeds niet, uiteindelijk besloot ik om mijn eigen pogingen te documenteren om “alles” zelf te maken. Hoewel ik in de afgelopen jaren ook ontdekte dat er beperkingen zijn aan wat ik zelf kan maken… ik heb bijvoorbeeld een tijdje het idee gehad dat ik alleen maar door mijzelf genaaide kleding zou gaan dragen. Theoretisch kan dat natuurlijk best, als je je alléén maar daarop zou richten. Maar praktisch is het niet haalbaar; er zijn meer dingen te doen. En ons eigen brood bakken zou best kunnen, maar het heet genoeg stoken van mijn huishoud-oven kost meer dan een broodje bij de bakker om de hoek. Het moet wel zinvol zijn om iets zelf te maken. Daarbij is de bedoeling van dat “alles zelf maken” dat de hoeveelheid afval, plastic en zinloos verstookte energie kleiner wordt en daarmee mijn ecologische voetafdruk.

Er is een telsysteem om te weten hoeveel mensen hier regelmatig meelezen, (soms 5000 per maand, soms 13000) maar dat is niet zo informatief als je zou denken. Soms komen er 800 hits binnen 5 minuten uit Rusland of China, dat kan geen belangstellende lezer zijn. Maar er zijn véél mensen die regelmatig even komen kijken, soms een opmerking achterlaten of in het “echte” leven er iets over zeggen. Dat is echt leuk, daar ben ik altijd erg blij mee.

Wat gebeurde er veel in die jaren… beide kinderen trouwden en Kleindochter K. kwam er bij. Ik kreeg grijze haren (of eigenlijk accepteerde ik mijn grijze haren, grijze haren staan me beter dan geverfd haar, echt!) en een versleten knie. Die knie bracht toch ook weer een hoop goeds, zo ben ik sportiever dan ik ooit ben geweest want dat helpt de ongewenste prothese-operatie vooruitschuiven.

We werden beter in het tuinieren en breidden ons volkstuin”lapje” uit naar 800 vierkante meter met een kas en een huisje en een heel behoorlijke opbrengst. Als gevolg daarvan -eten weggooien doen we niet- leerde ik veel over conserveren en gingen we meer en meer nadenken over wat we eten en hoe we het verkrijgen. Dat zie je terug op het blog: meer over voedsel verwerken, drogen en inmaken, en veel meer over de tuin. We begonnen aan kippen en hebben daar erg veel plezier van. En heerlijke eieren.

De bloglezers kregen ook heel wat naaiwerk te zien. Ik leerde niet van “echt” te onderscheiden overhemden maken voor Echtgenoot Yep, ik maakte babykleertjes voor de kleindochter en kledingstukken -van slipjes tot jassen– voor mijzelf. Ik breide gestaag door, vesten, sokken, mutsen, sjaals…. Een jaar lang schreef ik elke dag op “wat ik vandaag maakte” dus daar zaten ook dingen als fietstochtjes in, en schoonmaakwerkzaamheden. Vakanties, lichtfestivals, wandelingen en films kregen ook aandacht. Er waren zijsprongetjes naar spinnen, kralen, quilten en er was een enkele uiting van boosheid of verdriet.

Er werd ook véél gekookt en gebakken. Hoewel bovenstaande taartjes van de banketbakker komen, want bij een blogverjaardag hoort taart. Maar, hoe ironisch, ik was niet in de gelegenheid dat zelf te maken. Nu ja. De versiering heb ik wel zelf gemaakt, van restjes katoen. Leuk, aan ongeveer elk vlaggetje kleeft de herinnering aan het oorspronkelijke doel van het lapje, eigenlijk is het net zoiets als dit blog. De eindconclusie? dat ik nóg wel een jaar of tien door zou willen zo.

Het is een cliché maar de meeste clichés zijn waar: Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers maken ophangen.

Kaarsen

Vroeger, op de Vrije School, maakten we elk jaar een kaars in de adventperiode. Voorin de klas stond een potje met gesmolten bijenwas op het vuur, alle kinderen liepen in een rij erlangs en dompelden hun kaarsenpit in het vet. Dat dompelen moest niet te snel wegens spettergevaar en niet te langzaam want dan smolt je kaarsje kleiner in plaats van dat het aangroeide. Dompelde je te ondiep dan kreeg je maar een heel kort kaarsje maar te diep was natuurlijk ook niet goed want dan brandde je je vingers. Een oefening in beheersing en motoriek. Elke dag deden we één dompeling en met kerst hadden we een kaarsje. De hele school rook naar bijenwas. En naar dennenboom natuurlijk. Sweet memories.

Gisteren knipte ik de bovenkant van een leeg limonadeblik, zo’n hoge smalle, en vulde het met stukjes kaarsvet uit het doosje in de schuur waar al jaren alle stompjes en resten kaars in gaan. Het was natuurlijk geen bijenwas maar gewoon kaarsvet, grotendeels wit, ontdaan van restjes pit en stickers en dergelijke.

Ik zette het blik in een oud pannetje met water op het fornuis en klapte mijn pastadroogrek uit om de kaarsen aan te laten hangen. Ik knipte 6 stukken lont en begon te dompelen. Ondertussen moest ik natuurlijk regelmatig kaarsvet erbij doen en wachten tot dat gesmolten was, terwijl ik de afwas deed en zo nog wat keukenklusjes. Ik kon het nog:

Anderhalf uur later had ik twaalf kaarsen en een gevoel van diepe voldoening. Toch leuk!

Behangetje

Al mijn foto’s op het blog waren uit hun verband gerukt. En een heel aantal werd gewoon niet meer getoond. Ik gebruikte al jaren hetzelfde template -zeg maar meubilair- kennelijk was dat niet meer geschikt. Ik heb een heel aantal dingen geprobeerd voor ik bij deze redelijk eenvoudige inrichting terecht kwam, een paar trouwe lezers vroegen me verontrust wat er toch aan de hand was… een restyling dus! Ik ben niet zo handig met CSS en widgets HTML en sliders en watnietal, het kostte wat hoofdbrekens. Hopelijk kan ik weer een hele tijd vooruit zo.

De perfecte appeltaart

Er komen zakken vol appels uit de tuin, vooral veel zoete Elstar. En wat doet een mens met zoveel appels? Appelmoes, appelsap, gedroogde appels, appels op alle toetjes en ontbijten en bij de lunch. En appeltaart. Nu is de traditionele Oud-Hollandsche appeltaart natuurlijk héérlijk, maar hij bevat behoorlijk veel suiker. In andere appeltaart-landen (de VS, Nieuw Zeeland) zit er geen suiker in het deeg van de taart, maar in de vulling wordt wel meer verwerkt, vaak liggen de appeltjes in een soort van sausje. En de taart wordt warm met ijs of koud met custard gegeten als toetje. Ik besloot eens fijn te experimenteren.

Inspiratie was vooral deze foto -van een nog ongebakken taart- gemaakt door cloudykitchen. Prachtig toch? Ik ging aan de slag met haar recept.

Het resultaat ziet er héél anders uit. Maar: in het deeg zit geen suiker. Wel behoorlijk veel boter. Ik schudde de appelstukjes voor ik ze in de taart deed met kaneel en een beetje custardpoeder, om het vocht wat te binden. Het was een lekkere taart, maar het smaakte wat vlak.

Taart nummer twee haalde de foto niet eens. Het was hetzelfde recept, maar met minder boter door het deeg, en kaneel, custard, een ei en wat honing door de vulling. Honing is natuurlijk óók suiker… maar ik wilde toch wat meer feestelijk: Ja! Taart! en minder boterham-met-appel gevoel. De korst van deze was wel het lekkerste van de drie, de vulling nog steeds niet helemaal geweldig.

De derde taart kreeg nog minder boter in het deeg. En voor de vulling schudde ik een theelepel kaneel, een beetje kruidnagel (echt een heel klein beetje, want dat is snel te overheersend) en een eetlepel custard door de appelschijfjes, en daarna de geraspte schil én het sap van een citroen. Dat was echt heerlijk, fris en fruitig, niet te zoet maar de suiker werd niet gemist. De korst was na een dag al niet zo lekker meer, nogal kartonnig. Dus: Vulling zie boven en deeg van 260 gram bloem, een eetlepel basterdsuiker, wat zout, 150 gram ijskoude boter, een klein ei en wat ijswater met een lepel azijn er door, voor werkwijze zie hier . Ik halveerde overigens het originele recept voor een wat kleiner taartje. We hebben tenslotte een 2 persoons huishouden en weinig bereidwillige mede-proevers met de Coronatoestand en alles. Helaas zijn nu de appels weer op.

Selderij en selderij en zout

Dit jaar lukten de selderijknollen geweldig goed in de tuin. Minstens zes stonden er, ieder ter grootte van een kinderhoofdje. En de tweede rij zag er minstens zo veelbelovend uit.

Bladselderij

Misschien zelfs mooier, het loof was in ieder geval groot en groen. Vorige week trok ik eens aan een plant in die tweede rij en ontdekte dat dat helemaal geen knolselderij was. Het was bladselderij of misschien bleekselderij, in dit geval dus niet gebleekte bleekselderij. Niet getreurd, ik verhakselde een halve struik om in te vriezen met wortelen, bloemkool en prei als soepgroente. Terwijl ik dat deed en de geur van verse selderij door de keuken zweefde dacht ik terug aan vroeger. Tegenwoordig eten we vaak een boterham met kaas en tomaat. En soms ook nog met mayonaise of pesto of een uitje. Vroeger thuis kregen we ook wel tomaat op brood, maar dubbel beleg, daar deed mijn moeder niet aan. We kregen brood met tomaat en een beetje selderijzout. Ik googelde eens wat, selderijzout is natuurlijk gewoon nog verkrijgbaar, het wordt gemaakt van selderijzaad en zout. Maar selderijzaad had ik niet, het blad wel.

gedroogd blad

Ik droogde het blad in de voedseldroger tot het helemaal bros was, en ook de schuur (waar het apparaat staat) helemaal naar selderij rook.

selderijzout

Daarna maalde ik het in het kruidenmolentje tot poeder, zeefde de restjes van de stengeltjes er uit en mengde het met keukenzout. Ik nam een plakje tomaat en bestrooide dat met het mengseltje, nam een hap…. en voelde me opeens weer acht.