Zo af en toe maak ik op een zondagavond een heleboel haverkoekjes. Ik gebruik een recept van Rutger bakt , maar ik gebruik minder suiker en ik doe steeds een andere vulling er in: Pistachenootjes en cranberry, rozijnen, stukjes gedroogde appel, of walnoten. De koekjes worden niet direct gebakken, ik vorm ze in schijfjes en vries ze in, in stapeltjes van zes met velletjes bakpapier er tussen. En als de oven tóch aan staat om brood te maken, of een ovenschotel, en er zijn geen koekjes meer in de trommel, dan pak ik zo’n stapeltje uit de vriezer. Ze worden op een bakplaatje, ieder op hun eigen velletje papier in de oven gezet en hebben maar 12 minuten nodig.
Het zijn best stevige koekjes, dus geen dingetje voor bij de thee, maar een prima tussendoortje of om mee te nemen op een wandeling of fietstocht.
Gisterochtend vroeg, op de tuin, raakte ik mijn fietssleutel kwijt. Waarschijnlijk uit mijn jaszak gevallen, die inderdaad wel wat wijd en ondiep is. Ik neem aan dat de sleutel ergens in het gras ligt te wachten tot hij de grasmaaier kan beschadigen. Ergernis natuurlijk, want ik moest naar mijn werk en ik ben nog nóóit te laat geweest. Toch liep ik nog twee keer het pad heen en weer. Er zat een opvallend gekleurd lintje aan de sleutel geknoopt om hem makkelijker vindbaar te maken. Vooral makkelijker vindbaar in mijn tas, want in het gras valt enigzins verbleekt roze-groen-geel niet op. Ik zette de fiets veilig weg achter het huisje en zette het op een lopen. Gelukkig kwam Echtgenoot Yep me ongeveer halverwege tegemoet met de auto en werd de schade beperkt tot 5 minuten.
Er was dus een reservesleutel nodig. En ik wist dat we -zoals in ieder goed georganiseerd huishouden- ergens een doos vol sleutels hebben. Daarin zitten sleutels van alle fietsen die wij allebei sinds mensenheugenis hebben gehad, naast nog een stuk of twaalf waarvan niemand weet hoe ze hier in huis zijn verschenen. Én, hopelijk, de reservesleutel van mijn Koga. Ik stelde me voor dat ik een zaterdagmiddag met die hele doos naar de tuin zou gaan om ze één voor één te proberen, als het glazen muiltje van Assepoester.
Maar ik blijk in 2022, toen ik deze fiets kocht, het briljante idee te hebben gehad om hetzelfde lintje ook aan de reservesleutel te knopen. En daarom een bedankje aan mijn vroegere zelf. Dat was toen een kleine moeite en scheelt me nu uren.
Bij het kweken van erwtjes -vooral bij de erwtjes- nemen we veel maatregelen om ze zelf te kunnen opeten, want werkelijk alles dat op het tuincomplex leeft is er dol op. Om te beginnen moeten de muizen bij het zaaigoed weg gehouden worden. Dat doe ik door te zaaien in dakgoten, die ik in stukken van ongeveer een meter heb gezaagd. Ik plak een stuk ducttape over de uiteinden, daarbij laat ik onderaan een opening voor afwatering vrij. Compost en tuinaarde er in en elke 5 centimeter een erwtje.
Deze dakgoten staan dan enkele weken op een tafel. Tot nu toe zijn de muizen nog niet tot bovenop die tafel gevorderd. Vogels houden ook van erwtjes en kunnen ze heel goed vinden in het dakgoot-systeem, dus over de tafel staat een soort van tentje van fijnmazig kippengaas. Als de erwten uitgroeien tot plantjes vervlechten hun worteltjes in de dakgoot. Ondertussen maak ik elders in de tuin een paar hekken van rekken en paaltjes, waar de erwtenplanten in gaan klimmen. Als de plantjes groot genoeg zijn (dan hebben de muizen geen interesse meer) graaf ik een geultje onder zo’n hek, haal het tape van een uiteinde van een dakgoot af en schuif de hele rij plantjes er in één beweging uit, in de geul, op zijn plaats. Om de vogels, de hazen en de reeën bij de erwtjes weg te houden overspan ik de hele zaak, hekken en plantjes en al, met een net. Dan blijft er nog één diersoort over die zich niets van mijn netten aantrekt, mijn plantjes graag lust, en die in het verleden ook weleens allemaal heeft opgegeten: Slakken. Maar dank zij een briljante tip van een mede-Velt lid blijven die er nu ook af.
Rondom mijn planten leg ik strengen schapenwol. Gewoon, ongewassen, zo van het schaap. Daar kunnen slakken, zo blijkt, niet overheen. Ook rondom allerlei andere planten in de tuin ligt zo’n wollig heksenkringetje. En het lijkt écht te werken!
Wist u dat een ree met gemak over een hek van anderhalve meter hoog springt? Echt waar. Het schapenhekje langs onze tuin is 80 centimeter, daar schaterlachen de reeën om. Met volle mond, van onze bietenloof en appelbloesem.
Samen met Kleindochter K. zorgde ik dat het hek een stuk hoger lijkt. Met boompaaltjes, bamboestokken en touw. En om te voorkomen dat een ree het touw niet ziet of er tóch overheen wil springen en verstrikt raakt knoopten we er wapperende lintjes aan. De lintjes zijn allemaal afknipsels van overhemden die ik maakte, zo komen die kleine reepjes goed van pas.
Morgen staat er een barbecue op de planning. Mijn bijdrage is een stukje vis, een stokbrood en verse kruidenboter.
Ik plukte bieslook, daslook, en fluitekruid1. Alles grondig gewassen, gedroogd en fijngehakt en met een beetje zout door een half pakje boter gemengd. Daar kan geen supermarktkuipje tegenop.
Fluitekruid, het jonge blad ervan, smaakt prettig groen, een beetje peterselie-achtig. Elke wildpluk-gids waarschuwt dat je het niet moet verwarren met gevlekte waterscheerling, want die lijkt er wel wat op en die is giftig. Érg giftig kennelijk, in een aflevering van Midsomer Murders neemt iemand één hapje van een pan soep waarin wat gevlekte waterscheerling is verwerkt, grijpt naar haar keel en valt ter plekke dood neer. Dat is wellicht wat overdreven, maar het is natuurlijk verstandig om goed te kijken of de stengel van je wildpluk-fluitekruid gevlekt is. ↩︎
In onze pogingen om de reeën te overtuigen dat onze tuin géén doorlopend buffet voor evenhoevigen is hebben we onze tuin inmiddels grotendeels omheind. Een klein stukje naast de compostbak was provisorisch met een paar rekken afgesloten. Het is zo’n loos hoekje, achter het huisje van de buurvrouw, onder een prikkelige meidoorn. Er groeiden vooral brandnetels. Vorig jaar heb ik de brandnetels verwijderd en er maagdenpalm (een schaduwminnende bodembedekker) geplant. Natuurlijk waren de brandnetels niet meteen ontmoedigd, de buurvrouw dekte haar deel van het hoekje daarom af met blauw plastic. De maagdenpalm heeft na enig twijfelen haar draai gevonden, tijd voor de volgende stap. De rekken gaan weer dienen om erwtjes tegenaan te laten klimmen…
En ik knutselde vandaag met behulp van wat oude fruitboompalen en een stapel takken van de onlangs geknotte wilg een echt, serieus hek. Ik ben er buitensporig trots op!
Ik kreeg een doos vol versgeplukte, biologische citroenen en avocado’s. Wat een weelde!
Natuurlijk deelde ik met andere liefhebbers, want het is écht veel. Voor avocado’s heb ik een toprecept: Geroosterde boterham, dun laagje mayonaise, plakjes avocado, beetje peper, opeten. Herhalen.
Om de citroenen op te krijgen moet ik iets beter mijn best doen. Vijf ervan perste ik uit, ik maakte ijsblokjes van het sap en de schillen verwerkte ik tot zogenaamde candied lemon peel. Geconfijte citroenschilletjes, dus.
Dat was niet zoveel werk als ik van tevoren vreesde, ik heb wel de voedseldroger ingezet toen het recept een periode van minstens 24 uur drogen voorschreef. Leuk en lekker dingetje om te maken en om toetjes en gebak mee te versieren. Volgende station: Lemon curd. Of limonade. Of ingelegde citroen. Of allemaal!
Al een jaar of twee krijg ik elk kwartaal een doos boodschappen thuisbezorgd van No Waste Army. Deze organisatie koopt restpartijen op, en onverkoopbare groenten en fruit. Peren die net te klein of te groot zijn voor het voorgevormde supermarkt-traytje, kromme wortels, aardappelen die niet verkocht worden omdat er toevallig een goede aardappel-oogst is. Bizar vind ik dit soort dingen. Hier in Zeeland gebeurt het nogal eens: De prijs van de uien is soms zó laag dat het voor de boer niet meer kostendekkend is om ze van het land te halen, dus worden ze ondergeploegd. Economie is een vak dat ik op school niet volgde, er zal vast een verklaring zijn, maar ik snap NIETS van deze verspilling. Maargoed. No Waste Army koopt dit soort partijen op, verwerkt het in houdbare producten en verkoopt dat in de kwartaalboxen aan haar abonnees. Ook organiseren ze van tijd tot tijd een extra campagne om een producent met een acuut overschot te helpen. No Waste Army heeft een vrolijke enthousiaste huisstijl met een heel eigen militaire retoriek en spreekt de abonnees aan als strijders (tegen voedselverspilling).
Het bezorgt me elke keer een soort kerstpakket-gevoel. Het is altijd verrassend wat er nu weer bedacht is. Natuurlijk is het logisch dat er appelsap wordt gemaakt van de appels, maar falafelmix van witte bonen en crackers met wortel er in gebakken… Daar was ik zelf niet op gekomen.
Ik vind soms óók een tikje ongemakkelijk. Lekker luxe en makkelijk “strijden” zo, een keer per kwartaal een doos met heerlijke boodschappen die ook nog thuisbezorgd worden. Leunstoel-activisme, zo voelt het een beetje. Aan de andere kant sta ik helemaal achter de doelstelling om geen eten te verspillen en het systeem dat dit veroorzaakt te bevragen. En natuurlijk is het belangrijk dat het resultaat ook verkocht wordt. Daarbij zijn de producten altijd zó lekker dat ik het jammer vind dat het niet in de winkel te koop is. Dus, No Waste Army, ik blijf een dappere en trotse voetsoldaat in jullie leger.
Een prettige combinatie van omstandigheden: Prachtig lenteweer en ik was vrij. Naar de tuin dus! de uitjes moesten geplant worden. Daarvoor bestaat een specifiek gereedschapje: de pootstok. Die heb ik niet, maar het is een heel eenvoudig ding, ik denk regelmatig dat ik het best zelf kan maken. De eerste de beste keer dat een schop of spade breekt of wordt afgedankt ga ik de steel met handgreep bewerken tot pootstok, dat is het plan. Maar op de één of andere manier gebeurt dat nooit, wij hebben heel degelijk gereedschap.
Tijdens de lunch dacht ik na over het motto van deze site, pakte mijn mes, een stukje touw en een paar takken uit de houtwal en maakte mijn eigen pootstok. En daarmee plantte ik een stuk of honderd rode uitjes. Groeien maar, jongens.
Kleindochter K. logeert bij ons. Nog maar een paar maanden voor haar negende verjaardag zijn er veel dingen in haar leven die ik niet ken. Toen mijn eigen kinderen die leeftijd hadden had niemand een PC of smartphone, er is heel wat nieuwe jeugdcultuur waarvan ik nauwelijks wat weet. Zo is K. dol op Pokemon. Inmiddels een veelomvattend universum gevuld met raadselachtige wezens die gevangen en/of verzameld moeten worden en die allemaal mystieke krachten hebben. Ik ga dat niet meer proberen te doorgronden. Als Kleindochter K. bij ons logeert bakken we koekjes en gaan we naar het zwembad. En ‘s avonds kijken we niet naar een onafzienbare serie maar naar Jungle Book of Toy Story.
Maar toen één van haar Pokemon knuffels (met name Flareon, jaja!) averij had opgelopen mocht ik old school met naald en draad aan de slag om de schade onzichtbaar te repareren. Dat is dan weer mijn mystieke kracht.