Zomerpluk, winterdrankje

Vlak bij de camping waar wij de laatste week van onze vakantie doorbrachten was een sleedoornhaag.

Stampvol rijpe bessen. Ik weet dat er jam en siroop van te maken zijn, zo uit het vuistje zijn ze niet zo lekker, zelfs ongezond. Maar ik plukte er toch een zak vol van want ik had er andere plannen mee: Ik hoor al jaren mensen in Engelse podcasts vertellen dat ze er “sloe gin” mee maken. Dat wilde ik ook eens proberen. Men plukke een kilootje sleedoornbessen, begin september. Deze worden gewassen, ze gaan een nachtje -of twee- in de vriezer, en daarna in een grote pot of fles met een liter gin. Daarna mag Vadertje Tijd zijn wonderen verrichten, eigenlijk hoef je alleen maar zo af en toe even te schudden. Tegen de kerst is het klaar. Vandaag zeefde ik de bessen er uit, en filterde de prachtig rode gin, terwijl mijn keuken rook als een speakeasy ten tijde van de drooglegging. Daarna bereidde ik mijzelf en Echtgenoot Yep een gin-tonic ermee.

Jammer dat de prachtige kerst-rode kleur niet op de foto wil, maar nog jammerder dat je dit niet even proeven kan. Ik ben niet zo’n drinker, maar ik denk dat het goed is dat sloe gin niet overal verkrijgbaar is… dan zou ik zomaar wél een drinker kunnen worden.

Later toegevoegd: Het blijkt wél verkrijgbaar… zo zie je maar weer hoe vaak ik bij de slijter kom. Maar iedereen die ik mijn product liet proeven zei het zelfde: Dat is gevaarlijk spul. Dus één zelfgemaakte fles per jaar is beslist genoeg.

Lichtjes

In onze huiskamer branden een stuk of tien kaarsjes. Als het donker is en wij thuis zijn tenminste. Waxinelichtjes in een aluminium cupje en dat weer in een gezellig gekleurd glaasje. In de cupjes blijft altijd een randje kaarsvet over, dat ik er uit peuter en bewaar.

De lege cupjes weet ik niets anders mee te doen dan weggooien. Aluminium kost een hoop om te produceren, en met een stuk of 20 kaarsjes per week maak ik toch behoorlijk wat afval. Hoewel ze in de PMD bak mogen is het toch nogal overbodig… dat moet anders kunnen.

Bij leven zonder afval verkoopt men die cupjes van staal, een steviger en houdbaarder materiaal. Ook zijn er “blote” waxinelichtjes te koop1, daarmee kunnen we het zonder aluminium. Een kleine investering, maar beduidend minder afval in de loop van de tijd.

Om te beginnen kocht ik ook nog wat passende lontjes en maakte van mijn restjes kaarsvet weer nieuwe waxinelichtjes. Terwijl ik stond te wachten tot het gesmolten was haalde ik de laatste bonen uit hun peulen.

  1. Hoewel ik online alleen maar behoorlijk dure kaarsjes-zonder-cup vond, van soja of van echte bijenwas. Dat was niet direct de bedoeling… toch dan maar alles zelf maken? Ik zoek nog even door. ↩︎

Een bosje boompjes

Elk jaar wordt via meerbomen.nu een bomen-uitdeeldag gehouden hier in de buurt. Een sympathiek idee, dat meerbomen.nu: Met teams van vrijwilligers halen ze zaailingen van bomen en struiken weg op plaatsen waar ze niet kunnen opgroeien. Deze zaailingen worden liefdevol behandeld, ze krijgen een tijdelijke standplaats zodat ze later in het jaar -in het plantseizoen- uitgedeeld kunnen worden en geplant op een plek met meer toekomstperspectief.

Het klinkt als heel wat, “bomen” maar het zijn natuurlijk nog maar hele jonkies. Echtgenoot Yep haalde er zes en die pasten allemaal in de fietstas. We hadden twee rode bes, een framboos, een Gelderse roos, een gele kornoelje en een wilde liguster. Alleen maar struiken deze keer… maar goed. Een paar brachten we naar een net-verhuisd familielid, die wel wat groen in de nieuwe tuin kon gebruiken, de rest mag in onze volkstuin deel van een haag gaan uitmaken.

J.C. Bloem had vast geen tuin

Het ijs stond op de plassen, maar we moesten naar de tuin. Met warme dranken in de tas en twee paar sokken over elkaar aan mijn voeten fietste ik over de dijk, toen de eerste druppels vielen. Het regent en het is November, geheel volgens het gedicht van J.C. Bloem dat ik minstens één keer per jaar wel vol pathos declameer. (Hoewel Huub van der Lubbe het echt veel mooier kan)

In de Datsja had Echtgenoot Yep al een vuurtje in de kachel aan. Gehuld in een oude regenjas haalde ik de dahliaknollen uit de grond, en met de regen tikkend op mijn capuchon plukte ik de laatste bonen. Yep maakte de boomspiegels van de zomerpeer en de pruimenboom schoon en gaf ze mest. Tussen de bedrijven door dronken we koffie en warmden op in het huisje.

De overburen -jonge dropneusrunderen- stonden het allemaal met belangstelling te bekijken. Na een uurtje of twee trokken we met doorweekte broekspijpen maar met rode wangen weer naar huis.

Markt

Een of twee keer per jaar gaan wij naar Antwerpen, naar de markt. Vroeger was dat de vogeltjesmarkt, maar gelukkig mogen er geen levende dieren meer verhandeld worden, en toen werd het de Vreemdelingenmarkt. Ook wel een beetje raar, want je kon er geen vreemdeling (die verdwaald is zeker) kopen. Nu is het wederom omgedoopt, nu heet het de Exotische markt. Lang niet al het aanbod is exotisch, er is veel uit België. Zo kochten we er vandaag een kaas die Gentse Keizer heet, alleen voor de naam. Gelukkig is hij ook erg lekker.

Er zijn veel kramen met een mediterraan en midden-oosters aanbod, er zijn prachtige groenten-en-fruit uitstallingen, viskramen, een koffiebrander, sokken, messen, bloemen, brood en gebak en veel terrasjes waar een hapje en een drankje -midden op de markt dus- genuttigd kan worden.

Met tassen vol lekkers liepen we nog even naar de stadsfeestzaal, een prachtige locatie waarin -naast allemaal “gewone” winkels een heel prettige toko te vinden is, en daar werden de tassen nog wat zwaarder. Wat een leuke manier om de boodschappen te doen.

Voortbetalen

Collega A. had een mooie sjaal, maar er was een brandgat in ontstaan. Gelukkig was dat vlak bij de rand. Zelf naait ze niet, dus ze vroeg mij of ik een reepje van de sjaal af wilde halen en weer opnieuw zomen.

Natuurlijk wilde ik dat wel. Ze vroeg me hoeveel ze daarvoor moest betalen, maar dat is nu echt een lastige vraag. Natuurlijk is mijn tijd en expertise wel wat waard, maar A. is een aardige collega, ik doe haar graag een plezier. Dus ik zei wat ik in zulke gevallen zeg: Pay it forward. Oftewel, doe voor iemand anders iets aardigs, als de gelegenheid zich voordoet. Geïnspireerd op de film uit 2000 waarin een jongetje voorstelt dat als je iets goeds doet voor drie anderen, met als tegenprestatie dat zij dan ook weer iets goeds doen voor drie anderen, de wereld een betere plek wordt. Een kettingbrief-model, maar dan met goede bedoelingen. Daar zit wat in, vind ik altijd (hoewel het in die film dan weer niet zo gezellig afloopt, maar goed…. Dat is natuurlijk fictie.)

Mijn collega vond het ook een goed idee. Na deze uitwisseling fietste ze naar huis en zag onderweg een andere fietser ten val komen. Ze hielp de gevallene overeind, stelde hem gerust en constateerde dat de schade meeviel. Zoals ik al zei, Collega A. is een aardig mens, ik weet wel zeker dat ze ook te hulp was geschoten zonder mijn “betaalvooruit” verzoek. Maar ze zei dat ze er wel aan had gedacht, toen ze daarna naar huis reed. Dat jongetje uit de film had toch best een punt.

Visjes

Via de sympathieke app Too good to go bemachtigde ik een “verrassingspakket” bij een viskwekerij hier in de buurt. Hier worden Yellowtail Kingfish gekweekt -ook bekend als Amberjack- en zo te lezen (en te proeven!) doen ze dat goed. Een paar dagen daarvoor aten we in een restaurant waar dezelfde vissoort uit dezelfde kwekerij op tafel kwam, dat maakte nieuwsgierig.

Ik kocht twee filets en daarnaast het verrassingspakket dat bestond uit twee hele vissen. Dat was inderdaad wel wat verrassend, want het zijn géén kleintjes, anderhalve kilo per stuk. Het pakket paste maar net in de lade van mijn vriezer. Zondag liet ik er eentje ontdooien. Ik marineerde hem met citroen, knoflook en rozemarijn en stak plakjes citroen en reepjes laurierblad onder de huid.

Na tien minuten op de barbecue bij K:)dootje en haar meneer vormde het een top maaltijd voor vier.

Nattigheid

We gingen met de kinderen het pinksterweekeinde kamperen, in Gelderland. Het was er erg leuk, er was zwemwater en minstens twee ooievaarsnesten vlak bij. We gingen wat winkelen in Den Bosch, we speelden campingspelletjes en bakten pannenkoeken. Het weer zat niet helemaal mee, er waren véél buien, maar daar tussendoor ook zon.

We hadden de pech dat we onze tent op een lage plek in het terrein hadden gezet, de vloer voelde af en toe aan als een waterbed. We pakten een natte, modderige bende in. Maar terug in Zeeland was het droog, dus brachten we de tent naar onze volkstuin en zetten hem daar op om droog te waaien.

Daar staat hij toch ook wel erg leuk. Jammer dat kamperen op de volkstuin niet is toegestaan! Al met al was het fijn dat we, ondanks de nattigheid, toch zo’n leuke kampeertrip hadden. Regen, daar kunnen we blijkbaar best mee omgaan.

De oneindige bol

Op mijn werk komt elke woensdag de bloemist een boeket in een vaas of een bloemstuk brengen, voor op tafel in de wachtruimte. Dan neemt ze het bloemwerk van de week ervoor -natuurlijk nog niet verlept- weer mee. Vaak zitten er wat zijdebloemen tussen, of een kaars, of glazen elementen, dus dat wordt dan opnieuw gebruikt in de bloemenwinkel. Maar de echte bloemen gaan gewoon weg. Zonde, maar begrijpelijk: de bloemist heeft niets aan bloemen van een week oud. Dus tegenwoordig haal ik op woensdagochtend de “natuurlijke” bloemen uit het bloemstuk en knutsel daar een kleiner boeketje van voor op tafel in onze personeelsruimte.

Zo kwam half oktober 2024 een amaryllisbol met 10 cm steel en een dikke knop uit een bloemstuk, waar de bloemist geen bestemming meer voor had. Ik nam de bol mee naar huis en zette hem in een schaaltje op de vensterbank. Kleindochter K kwam logeren en was wel benieuwd wat daar nu uit zou komen.

Eind oktober was ze weer thuis en appte ik deze foto aan haar vader, om de bloemen aan haar te laten zien. Maar dat was pas het begin. Na deze stengel met zes bloemen volgde er nog eentje met zes, en daarna nog eentje met vijf. Zeventien van die grote bloemen uit één bol! Het was prachtig. Diep onder de indruk besloten we te proberen de bol over te houden tot volgende herfst. Daarvoor zijn online goede handleidingen te vinden. De bol werd opgepot en op een koelere, lichte plaats gezet zodat hij bladeren kon vormen, waarmee hij dan de zomer door kan. Er kwam inderdaad een klein puntje blad, maar ook…

Nóg een stengel met vier bloemen. Verbazingwekkend. Ik heb even gezocht of er ergens een record beschreven is, maar niets gevonden. Dit is beslist een kampioensbol.

Voodoo

Wij kwamen terug van een paar dagen kamperen met de familie, aan de Maas. Het regende een middag en avond, maar daarbuiten was het mooi weer. Onze nieuwe tent bleek bijna geheel waterdicht. We wandelden in het bos, we gingen uit eten bij een bierbrouwer en we speelden Kubb. We zwommen ook even in de Maas, een sur place tegen de stroom in was het hoogst haalbare. Het was een heerlijk weekeinde. Maar, dus, toen kwamen we terug thuis en in de achtertuin dacht ik even dat ik de kippen misschien niet goed verzorgd had achtergelaten. Er hing een nare lucht. Het gebeurt wel vaker als het stevig geregend heeft dat je in de buurt van de kippenren iets van een mestgeur ruikt (signaal om de bodembedekking weer aan te vullen), maar dit was echt wat anders. Het vloog me bij de poort al in de neus en het was eeeh… niet bepaald kippig te noemen.

Pas na een half uurtje zag ik het: De voodoolelie bloeide. Best mooi en onverwacht. Ik snap hoe hij aan zijn Nederlandse naam komt, het ziet er erg ongewoon uit, de bloem is groot en er is nog geen blad bij. Dat is nog eens wat anders dan een madeliefje. En het stinkt dus enorm. Een dag later was de stank weg en de bloem verlept.