Het winnende team

In 2013 breide ik een lang, groen vest. In 2016 gebruikte ik hetzelfde patroon voor een paarsrood exemplaar.

Beide heb ik elke winter vaak aan, hoewel de groene nu wel echt op is en als kluskleding wordt ingezet. Het model is prettig, ze staan me goed. En zo kwam het dat de postbode vandaag ten derde male een pak Wollmeise DK kwam bezorgen, deze keer in een diep-verzadigd marineblauw.

Het is het één na leukste moment van een breiwerk, al dat mooie materiaal zo vlak voor het begin.

Holy Ravioli

Als goedbedoelende thuiskok met eigenlijk altijd een tijdprobleem staat ravioli niet vaak op het menu. Het is bewerkelijk en natuurlijk een klein hapje of voorgerechtje, dat maakt het alleen voor winterse zondagmiddagen geschikt. Maar ik maak wél vaak mijn pasta zelf, daarvan blijft eigenlijk altijd wel wat over. Dat wordt dan tot kippenvoer verwerkt, ik gooi geen eten weg. Ik gun onze gevederde vriendinnen het beste, echt wel, maar om ze verse pasta te voeren vind ik toch wel een klein beetje zonde.

En in de onvolprezen “Wat schaft de podcast” vertelde een Italië-kenner dat in ravioli altijd restjes worden verwerkt, denk aan stoofvlees bijvoorbeeld.

Hee, dacht ik. Twéé restjes in een gerechtje! Ik had wat boeuf Bourguignon in de koelkast en een rolletje pastadeeg, genoeg voor 10 “mezzaluna”. Dat gedoe met envelopjes vouwen werd me niet helemaal duidelijk, maar rondjes uitsteken en die dubbelklappen, dat lukte me prima. (En de stukjes tussen de rondjes bleven toch wéér over voor de kippen.) Het geheel was in een kwartier gefikst en Echtgenoot Yep was er helemaal niet op tegen. Misschien tóch iets om vaker te maken.

Wieringer boontjes

Op zoek naar iets “nieuws” om in de tuin te verbouwen kom ik soms echt bijzondere dingen tegen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat heilige boontjes échte boontjes zijn. En dat boerentenen ook eetbaar zijn. En dat pronkbonen inderdaad de goede naam hebben. Dat alles was bijvangst, want met het verhaal van de Wieringer boontjes zou je een historische roman kunnen vullen. Oorspronkelijk was Wieringen -toen nog een eiland- de eerste aanlegplaats en overslaghaven voor de schepen van en naar de Oost, en gedroogde bonen waren natuurlijk makkelijk mee te nemen als voedsel voor de lange reis. De Wieringer boeren waren ook niet dom, die gingen allemaal bonen telen.

Toen de scheepvaart moderniseerde en Wieringen werd ingepolderd hield het kweken van de boontjes op. Ook doordat bonen steeds meer in blik verkocht werden en de grootgrutters belangstelling hadden voor precies vier soorten verdwenen De Wieringer boontjes helemaal. Onder andere samen met de Heilige Boontjes, en naaste familie de Soldatenbonen, (hm, heilige boontjes en soldatenbonen zijn tweelingen, dat is wel veelzeggend…) en de Pronkbonen en de boerentenen, maar daarover gaat het nu niet. Het zijden draadje waaraan het ras hing bleek in handen van Nederlanders die naar Amerika waren geëmigreerd: ze hadden het meegenomen als zaaigoed. En gelukkig zijn er mensen als Ruurd Walrecht, die een paar handenvol ervan wist te bemachtigen en die samen met de Volkskrant verspreidde onder enkele tientallen tuinders.

En kijk nou es! Weer gewoon verkrijgbaar. Wat een mooi boontje.

Ik ga ze volgend jaar ook in mijn tuin zaaien.

Het depot

Vandaag (vrijdag 5 november 2021) opent de koning officieel Het Depot van Museum Boijmans van Beuningen.

Echtgenoot Yep en ik, hip en on trend als wij zijn, marcheren natuurlijk altijd voor de troepen uit dus gingen we er al kijken. (oftewel, echtgenoot Yep is “vriend” van het museum en krijgt in ruil voor zijn jaarlijkse bijdrage uitnodigingen voor dit soort leuks)

Buiten voor de ingang worden grote lichtcirkels in alle kleuren op de vloer geprojecteerd, een kunstwerk van Pippilotti Rist. Dat wordt weer gespiegeld door de bekleding van het gebouw. Het is een magische entree.

Binnen is van allerlei te zien uit de collectie dat is opgehangen of geplaatst ter bezichtiging, maar we mochten ook rondkijken in restauratie-ateliers en in de feitelijke schilderijen-opslag. Het dak is ook iets heel bijzonders: een berkenbos op grote hoogte in een wereldstad. We gaan beslist nog eens vaker kijken.

Luxeprobleem

De overvloed die van de volkstuin mee naar huis komt (zelfs in wat mindere jaren zoals 2021) brengt zijn eigen problemen mee. Luxe problemen natuurlijk… maar het opslaan en houdbaar maken is vaak een hele klus. Sommige dingen -aardappels bijvoorbeeld- kunnen gewoon droog en schoon in jute zakken worden bewaard. Dat lijkt een eenvoudige zaak, maar ze moeten allemaal goed bekeken worden. Exemplaren met een vlekje of een deukje gaan in de éérst-opeten-doos , want als er eentje gaat rotten kun je ze allemaal wegdoen. Voor uien geldt hetzelfde, met het verschil dat die in kistjes liggen. Sommige dingen moeten geblancheerd en ingevroren, andere ingekuild of opgehangen. Er wordt gedroogd en verpakt, ontpit, gefermenteerd, of ingemaakt. Het is een heel industrietje en het zijn over het algemeen gewoon saaie werkjes.

Pompoenen zijn goed houdbaar. Zolang er geen nachtvorst is liggen ze op het tuinbankje, ze zijn nog decoratief ook. Maar hoe langer ze daar liggen hoe minder de kwaliteit wordt… als er niet minstens een deel van verwerkt wordt krijgen we ze niet op tijd opgegeten. En ze zijn gróót! Er komen wel drie of vier maaltijden uit één pompoen. Echtgenoot Yep hakte een exemplaar van zes kilo doormidden. Ik haalde de zaden er uit en sneed hem in schijven van een centimeter of twee dik, legde die op bakplaten en liet ze gaar worden in de oven. Daarna haalde ik de schil er af en draaide er een puree van in de blender. De puree werd verpakt en ingevroren: minstens vier keer pompoensoep of -taart. Ik bakte een yoghurt-pompoencake van een deel ervan, maar die is -heel gek- zomaar verdwenen. Niet veel leuks om te laten zien op het blog.

Paddenstoelen

Onlangs vierde Echtgenoot Yep zijn verjaardag. Omdat we “alles” al hebben ging ik op zoek naar een ervaring als cadeau, niet een ding. We hebben genoeg dingen in huis.

cantharellen

Zodoende kwamen wij afgelopen zaterdag terecht bij een workshop eetbare paddenstoelen plukken, gegeven door Edwin Flores van Casa Foresta. We schaften een veldgids aan (tóch een ding… maarja) en leerden tijdens een prachtige wandeling een stuk of tien eetbare paddenstoelen herkennen.

Ook een giftige (maar die wisten we al… dat weet toch iedereen al sinds Kabouter Spillebeen?) en een onbeschaamde.

Daarna was er lunch, en bekeken we de oogst nog eens grondig. Een deel ervan aten we later in de vorm van dim sum, wat een leuke dag!

We overnachtten in de buurt en gingen een dag later in het bos bij ons in de buurt rondkijken. Maar in Zeeland hebben we niet veel bos, en al helemaal niet van dat eeuwenoude. Gelukkig zijn er ook veel paddenstoelen die geen honderdjarige beuk nodig hebben.

Wat ik vandaag maakte: Nasi

Al zolang ik kook maak ik regelmatig nasi. Prima om restjes in weg te werken. Als beginnend huisvrouw kocht ik pakjes met een kruidenmengseltje en gedroogde groentedingetjes en een pakket waarin gesneden groenten zaten. Eventueel wat vlees, een gebakken ei en dat was dat, alle eters blij. Later ontdekte ik dat die gedroogde dingetjes niet zo nodig waren en dat ik ook best zelf dingen kon snijden. Maar in het kader van weinig-tijd-en-toch-lekker greep ik nog vaak naar het Pakket, en meestal daarbij wat aanvullingen in plastic zakjes en doosjes, zoals kroepoek bijvoorbeeld.

Toen kreeg ik van Echtgenoot Yep een kookboek. Dit kookboek, ik vind het een aanwinst in mijn collectie. De nasi die we vanavond aten maakte ik aan de hand van een recept hieruit. En dat was zó lekker (en in 24 minuten klaar) dat ik denk dat ik nooit meer een Pakket ga kopen. Er kwam verbazingwekkend weinig geld en verpakkingsmateriaal bij kijken: de groenten die er in zitten (kool, wortel, ui, knoflook, rode peper) zijn uit eigen tuin, de eieren ook. Pinda’s, limoen en gember moesten gekocht worden, ketjap, kurkuma en rijst heb ik altijd wel in huis.

Wat ik vandaag deed: Noten rapen

Als lid van Velt krijgen we regelmatig aanbiedingen, samen-aankoopacties van plantgoed of bloembollen bijvoorbeeld. Een van de leukste is het noten rapen. Hier vlakbij heeft een van onze mede-velt-leden een héél grote tuin met een stuk of zeventig walnotenbomen in een lange singel er om heen. Een volwassen walnotenboom maakt makkelijk 15 kilo noten per jaar, dus hier liggen er véél. Tegen een bescheiden betaling mag je er als Velt-lid drie grote emmers vol van rapen.

Er waren dit jaar wel behoorlijk minder noten dan vorig jaar. Een koud voorjaar en een natte zomer, er zijn veel gewassen die daardoor niet zo productief waren. Omdat we niet in het weekeinde konden rapen waren K:)dootje en haar meneer er deze keer jammer genoeg niet bij. Natuurlijk is het heerlijk, verse noten, biologisch geteeld en met vier hele voedselkilometers voor een heel prettige prijs…

Maar het noten rapen zelf is érg leuk om te doen. De wind heeft onze eigen hazelaar ook leeg geschud. Alle noten liggen veilig in de schuur naast de uien, aardappelen, knoflook en wortels. Ik word daar altijd erg tevreden van: we kunnen weer een winter vooruit. (Ergens in mijn verre voorouders zit een eekhoorn, vermoed ik)

Wat ik vandaag maakte: Kleindochter K blij

Toen ik kleindochter K haar roze muts opstuurde was ze vooral erg onder de indruk van de pompom. Dus beloofde ik haar dat ik haar zou leren die zelf te maken.

Vandaag was het zo ver: we zochten mooie roze en blauwe wolletjes uit de voorraad, ik knipte kartonnen “donuts” en liet haar zien hoe ze die moest omwikkelen. Ze is vier-en-een-half, natuurlijk vond ze het lang duren en begreep ze niet helemaal waar dit nu allemaal goed voor was maar ze hield vol. Het muntje dat ik zag vallen toen ik het werkstuk openknipte en het van een onduidelijke schijf in een mooie, ronde, aaibare bol veranderde was onbetaalbaar. Daarna was ze zó trots op haar pompom dat we haar ouders moesten beeldbellen om hem te laten zien. “Echt weldig!” vond ze het en hij moest ‘s nachts naast haar in het logeerbed. En ik keek met groot genoegen naar de hoeveelheid restjes-wol die uit mijn voorraad verdween. Ik zie ineens nieuwe perspectieven! Als ik haar nu eens bij elke logeerpartij een pompom laat maken….

Wat ik vandaag maakte: Hazelnoten open.

Ze rollen weer bij elke windvlaag in de tuin: Verse hazelnoten. Ik verzamel ze en leg ze te drogen, ze zijn erg lekker. Maar het kraken is een klus: noot in de notenkraker, knijp, nee, lukt niet, noot een kwartslag draaien, nog een kneep, noot doormidden, pulken om helften uit schaal te krijgen… Voor tien nootjes bij de borrel prima, maar we hebben er honderden. Bij het rapen van de oogst van 2021 bedacht ik dat bijna alle noten van 2020 nog op zolder stonden.

Kort geleden heb ik de laatste van de sociale media (Instagram) verlaten omdat ik niet gedisciplineerd genoeg ben om er minder tijd aan te besteden. Ik kon uren naar mijn telefoon zitten staren naar filmpjes van dartele alpaca’s, make up tutorials, heel stoere sportroutines en het versieren van bruidstaarten. Allemaal best grappig maar geen dingen die in mijn dagelijks leven toepassing vinden. Natuurlijk zag ik ook de foto’s die mijn familie en vrienden plaatsen, die wil ik eigenlijk niet missen. Maar het lukte niet om mezelf uit de Instagram draaikolk te houden zonder drastische maatregelen dus nam ik drastische maatregelen. Mijn familie en vrienden snappen dat wel, hoop ik.

Eén ding wat ik op zo’n Instagramfilmpje zag heb ik wél toegepast: Hazelnoten kraken.

Men neme een ringsleutel maat 22, een hamer en een stevige plank. De plank leg je op het aanrecht, daaronder open je de keukenla en zet er een platte schaal in. Hazelnoten op de plank, leg de ring van de sleutel om een noot heen, geef er een klap op met de hamer, schuif de ring naar de rand van de plank tot de noot in de schaal valt, herhalen. In een razend tempo mepte ik drie kilo hazelnoten stuk. Daarna zocht ik, gezeten op de bank, de noten tussen de scherven uit. Een aflevering van Midsomer Murders later kregen de kippen een emmer lege notedoppen om mee te spelen en eventueel nog restjes noot uit te zoeken.

En ik heb een grote zak vol noten voor in de muesli. Dat schoot lekker op! Maar de tijd die ik hiermee bespaarde was nog lange niet zoveel als de alpaca’s/make up/sportroutines/bruidstaarten me kostten.