Bijna lente

Volgens de kalender is het lente. Het is nog niet écht losgebarsten in de tuin, maar je ziet dat het er aankomt.

Vorig jaar gingen we naar de Biennale in de Heilige Driehoek, de polsbandjes die bij het toegangsbewijs hoorden bevatten bloemzaadjes. Ik heb ze bewaard en eergisteren zijn ze in de grond gestopt. Ik kan geen beter moment bedenken om “hoop” te zaaien!

De dagpauwogen overwinteren als vlinder, ook in ons tuinhuisje. Ze komen weer tevoorschijn als het warm genoeg naar hun zin is.

De knopjes aan de perenboom zijn nogal punk, in dit stadium

En als je héél zachtjes doet kun je nog wel eens een fotograaf in het wild betrappen, die op zijn beurt weer een paar nietsvermoedende narcisjes besluipt.

Soepgroente

Er waren nog winterwortels. Meer dan we met ons tweetjes op kunnen. En van de tuin kwam een bos wat sneue prei, niet erg presentabel maar te mooi om weg te gooien. Daarmee ben je al op de helft voor soepgroente! Dus een bloemkooltje en een bosje kervel van de groenteman, nog wat selderij uit de kruidentuin. Eerst wassen, dan hakken, dan mengen. En dan invriezen.

Een kilo of anderhalf, goed voor minstens vier keer soep. Om het met onze huisfilosoof Loesje te zeggen: Het lijkt simpel, en dat is het ook.

Bloemenweelde

Ik hou erg van bloemen. Ik vind het daarom ook altijd wat moeilijk om een bos bloemen te kopen die gekweekt is met geen enkel ander doel dan langzaam te sterven in een vaas in mijn huis. Al helemaal omdat veel snijbloemen in het verre buitenland worden gekweekt en dan met een vliegtuig naar Nederland gebracht. Met bloemen die ik zelf pluk in tuin of berm is het gevoel weer anders. Mijn familie weet dat natuurlijk van mij, ik krijg dan ook zelden een boeket.

Voor mijn verjaardag kreeg ik van Dochter een grote doos met papier van een speelgoedwinkel er om heen. (Dat leek erg op wat zij vroeger van mij kreeg… merkwaardig!)

Er in zat een bos bloemen, maar dan anders. Ik vind ze geweldig! Ik beloofde Kleindochter K. dat ze mocht helpen met het in elkaar zetten, maar daar heb ik wel een beetje spijt van. Het kan nog weken duren voor ze hier weer eens is en ik wil eigenlijk meteen beginnen!

Trek

Het is zulk mooi lenteweer dat de kikkers op weg zijn naar de vijvers en sloten om daar voor nageslacht te zorgen.

Dit exemplaar wilde liefst dwars door ons huis, maar dat vond ik dan weer geen goed idee. Een kwartier later was de uitgang uit onze tuin gevonden; toen zag ik hem (of haar) over de oprit lopen met een gevaarlijke tocht (twee drukke straten oversteken) voor de boeg.

Reasons to be cheerful*

Een nieuwe categorie omdat het een goed idee is om de mooie dingen te blijven zien (en de lieve, de troostrijke, de ontroerende en de grappige).

Onze boswilg bloeit. Een grote gele poederdons van wilgenkatjes, waarin het zoemt van de bijen en de hommels die na de winterrust best wat stuifmeel lusten.

*met dank aan Ian Dury die van héél andere dingen vrolijk werd dan ik. Maar het is de gedachte die telt.

Grote en kleine onderwerpen

Op het wereldtoneel spelen zich angstaanjagende dingen af, op het moment. Het voelt wel wat vreemd om een blogje te maken over een breiwerk of de tuin, of de eieren die onze kip Kiwi legt. Terwijl ondertussen het nieuws gaat over oorlog, miljoenen mensen die alles moeten achterlaten en de dreiging van wapens die zo enorm zijn dat het elk voorstellingsvermogen te boven gaat.

Wat te doen? Kunnen we iets doen? Dit gaat zo ver boven onze hoofden, behalve wat geld doneren en vluchtelingen een veilige plek bieden staan we machteloos. Maar ondertussen schijnt de zon, het dagelijks leven gaat door. Er moet gewerkt worden, geslapen, geknuffeld en gegeten. Met somberen en met angst zijn we al helemaal niet geholpen. Het lijkt mij zaak om heel bewust met volle teugen te genieten van alles wat we wél hebben, in de wetenschap hoe kwetsbaar en bijzonder dat is.

Dus.

Kip Kiwi dankt haar naam aan het feit dat haar broertjes haar pestten toen ze klein was en haar prille staartveertjes uittrokken. Omdat ze toen ook nog geen kammetje had leek ze echt op de Nieuw-Zeelandse loopvogel.

Inmiddels zijn de broertjes coq au vin geworden en Kiwi is drie jaar, een volwassen zilverhals-Marans met kam én staart. En ze legt ENORME eieren.

Waar een gemiddeld marans-ei -zoals onze drie anderen die ook leggen- 62 gram weegt zijn die van Kiwi altijd meer dan 90. En deze rechts op de foto weegt 125 gram. Echt waar. Het record volgens het Guiness book of records staat op 454 gram, maar dat geloof ik bijna niet… dat zou een kwart van het lichaamsgewicht van een stevige kip zijn. Ik heb wel te doen met Kiwi. Ze krijgt af en toe wat extra’s toegestopt.

Hertjes

In het natuurgebied achter ons volkstuincomplex woont van alles: fazanten, hazen, ganzen, reeën… De meeste grotere dieren zijn wel eens gefilmd met onze wildcamera. Er is ook een vos, weten we sinds kort, maar die heeft zich niet laten filmen.

Het is erg leuk om de reeën “in het echt” te zien als ze lopen te grazen. Dat kan nu ook prima, het terrein is kort gemaaid. Over een maandje is het riet en het gras weer te hoog om ze te zien.

Wat ik vandaag maakte: een stapel

De takken die van een knotwilg af geknot worden zijn niet van die dunnetjes. Bij ons dan, wij knotten onze vier wilgen om het jaar en soms laten we ze zelfs drie jaar met rust.

Wilgenhout is niet het allerbeste brandhout, maar we willen geen stookhout kopen en ondertussen ons zelf gekweekte materiaal naar de stort brengen. Dus zaagde ik kachelhout van wilg en ook van een dikke tak van de mirabellenboom. We hebben geen motorzaag, zo krijg je het twee keer warm van je kachelhout.

Januari

De stucadoors, schilders en behangers zijn klaar met ons huis, we konden onze spullen weer terug zetten. Toen we de bovenverdieping leeg maakten moest dat in één dag, dus gooiden we hupfluks alles in dozen en zakken en sjouwden het naar de schuur. Toen we het weer terug konden zetten deden we dat zorgvuldiger en ruimden en passant een boel op.

Ik sorteerde zelfs mijn naaigaren op kleur.

Kleindochter K. kwam logeren, gezellig! We knutselden en we gingen naar het zwembad en aten pannenkoeken.

Echtgenoot Yep kreeg -naast de traditionele kleuterschoolverkoudheid- een mooi portret van een giraf van haar.

Ik verwerkte een grote zak vol bieten tot heerlijke salade met appel en ui, en weckte dat. Wel tien toekomstige maaltijden.

In de tuin groeit nu niet veel, hoewel er een hoop te doen is: wilgen knotten, fruitbomen snoeien, spitten en opruimen in het algemeen.

In de kas stond een aardige hoeveelheid witlof ingekuild, dat kon geoogst worden.
Ik maakte er een tarte tatin van, met geitenkaas. Dat wordt een blijvertje.

Ook probeerde ik een oeroud recept uit: Gedroogd vlees. Beef jerky of biltong wordt het ook wel genoemd. Volgens de schrijfster van “de stam van de holenbeer” werd het in de tijd van de neanderthalers al gemaakt om vlees te conserveren. Natuurlijk is dat een roman en dus fictie, maar ik begreep dat zij haar huiswerk goed heeft gedaan vóór ze het schreef… ik geloof wel dat dit klopt. Hoewel de vroege mensen natuurlijk gewoon hun vuurtje gebruikten en ik een elektrische voedseldroger. En mijn zoon, die me dit recept gaf, gebruikt zijn grote groene barbeque, dat kan dus ook.

Het is erg lekker, maar ik heb ‘t wel wat te zout gemaakt denk ik.

En ook, eindelijk eindelijk, staat mijn naaimachine weer op haar plek.

Ik heb zingend van genoegen eerst eens een paar babypakjes gemaakt.

Midden in de winternacht

Eerste kerstdag vierden we met de familie, heerlijk om ze weer te zien. Tweede kerstdag deden we iets héél anders.

Het huisje op de volkstuin is zo buiten het seizoen grotendeels leeg: de grasmaaier en divers ander gereedschap is elders ondergebracht. En er staat een kachel (maar er is geen elektriciteit, geen stromend water). Dus namen we alles mee wat we hebben aan verlichting-met-batterijen, een stapel droog brandhout en ook een zak waxinelichten. En de barbecue, eten, drinken en een draagbaar luidsprekertje voor de kerstmuziek. K:)dootje en haar meneer deden mee.

We hingen wat lichtjes in de appelboom bij gebrek aan denneboom, wij zijn geen kniesoren. Het huisje zag er gezellig uit, van buiten én van binnen. De kachel hield het allemaal behaaglijk, het eten was heerlijk. De door K:)dootje in een thermosfles getransporteerde stoofpeertjes konden nog even op het kacheltje verder garen (nee, níet meer in die thermosfles natuurlijk), wat ze nog lekkerder maakte. We dronken op K. die de dag voor Kerst het grote podium verliet, de gedachte dat hij bij Petrus voor de poort staat samen met Aartsbisschop Tutu was wel troostend.

Het is wel goed om te ontdekken hoe luxe het hedendaagse leven is: dertig waxinelichten en vier lampjes op batterijen waren wel érg gezellig maar eigenlijk, voor het praktische, geen licht genoeg. Een houtkacheltje aanhouden is een bezigheid op zich. Maar wat een fijne avond was het.