Prik

Een prettige combinatie van omstandigheden: Prachtig lenteweer en ik was vrij. Naar de tuin dus! de uitjes moesten geplant worden. Daarvoor bestaat een specifiek gereedschapje: de pootstok. Die heb ik niet, maar het is een heel eenvoudig ding, ik denk regelmatig dat ik het best zelf kan maken. De eerste de beste keer dat een schop of spade breekt of wordt afgedankt ga ik de steel met handgreep bewerken tot pootstok, dat is het plan. Maar op de één of andere manier gebeurt dat nooit, wij hebben heel degelijk gereedschap.

Tijdens de lunch dacht ik na over het motto van deze site, pakte mijn mes, een stukje touw en een paar takken uit de houtwal en maakte mijn eigen pootstok. En daarmee plantte ik een stuk of honderd rode uitjes. Groeien maar, jongens.

Fabeldier

Kleindochter K. logeert bij ons. Nog maar een paar maanden voor haar negende verjaardag zijn er veel dingen in haar leven die ik niet ken. Toen mijn eigen kinderen die leeftijd hadden had niemand een PC of smartphone, er is heel wat nieuwe jeugdcultuur waarvan ik nauwelijks wat weet. Zo is K. dol op Pokemon. Inmiddels een veelomvattend universum gevuld met raadselachtige wezens die gevangen en/of verzameld moeten worden en die allemaal mystieke krachten hebben. Ik ga dat niet meer proberen te doorgronden. Als Kleindochter K. bij ons logeert bakken we koekjes en gaan we naar het zwembad. En ‘s avonds kijken we niet naar een onafzienbare serie maar naar Jungle Book of Toy Story.

Maar toen één van haar Pokemon knuffels (met name Flareon, jaja!) averij had opgelopen mocht ik old school met naald en draad aan de slag om de schade onzichtbaar te repareren. Dat is dan weer mijn mystieke kracht.

Plof

Ooit verbleven we in een Italiaans huis, met een prachtig bloeiende wisteria boven het terras. Na thuiskomst schaften we een baby-wisteria aan, ook wit, en plantten die in onze achtertuin. Nu, een jaar of zes later is die behoorlijk groter geworden en bloeit ook, in Mei.

Aan de stengels bleven peulen hangen, die ik plukte, in december. Ze zijn best mooi, zien er fluwelig uit, maar ze zijn keihard. Ik dacht er misschien iets decoratiefs mee te doen, en zette ze zolang in een klein vaasje in de bijkeuken. Maar toen ze goed en wel gedroogd waren….

Sprongen ze één voor één met behoorlijk geweld in tweeën én uit hun vaasje. Meters verderop lagen de zaden en gehalveerde peulen in de keuken. Een effectieve manier om je te verspreiden, als plant zijnde!

Weekeindje weg

Voor het eerst in tijden gingen we weer eens naar het Rotterdamse filmfestival. We gingen naar de Volkskrant-dag waardoor de keuzestress weg was. (649!! films! Hoe kun je kiezen?)

We zagen deze, en deze, en deze. Daarna gingen we een biertje en een bitterbal halen, en gingen naar deze film kijken. Na een frietje van Bram zagen we nóg een film, en toen rolden we geheel voldaan het hotelbed in.

De dag erna sliepen we eerst wat uit en maakten een stadswandeling. Daarna reden we naar Villa Augustus voor een lunch en voor tuin-inspiratie. Ik vind dat altijd een erg vrolijk makende plek!

Echtgenoot Yep wilde op weg naar huis een stukje omrijden om de flamingo’s te fotograferen. De Wát? de Flamingo’s! In het winterse, moddergrauwe Grevelingenmeer verblijft een groep flamingo’s. Ze zien er geweldig misplaatst uit, roze poederdonsjes in de klei. Maar ze lijken het best naar hun zin te hebben… de meesten stonden vredig op één poot te slapen. Heel bijzonder.

Een spelletje Jenga

Op de volkstuin staan vier knotwilgen. Die moeten regelmatig geknot om recht op die naam te hebben. Dit jaar waren er twee aan de beurt die -nogal precair- in de houtril tussen de sloot en de kas staan.

Hier zie je Echtgenoot Yep doende met nog enkele grote takken te gaan. Aan de voet van de trap ligt de stapel takken die er al af zijn gehaald. Inmiddels hebben de twee wilgen een kale kruin, op één kleinere tak na. Het schijnt dat wilgen soms overlijden als er helemaal geen tak meer is om de sapstroom in gang te houden. Het ziet er grappig uit, een dikke stam met één sprietig takje er bovenop. Na het knotten moeten de takken die er af zijn gehaald verwerkt. We knippen de dunste twijgjes er af en nog iets kleiner, dat wordt strooisel voor het verstevigen van het achterste puntje van de tuin, dat tussen twee sloten gelegen is en soms wat moerassig. De langere takken worden deels gebruikt voor de houtwal, deels worden ze apart gehouden om een hek mee te vlechten. Maar de dikke takken worden allemaal in stukken van ongeveer een meter gezaagd en zo doorluchtig mogelijk in het houthok opgestapeld.

Daar liggen ze een jaar of twee te drogen, waarna ze in vieren worden gezaagd om in onze en K:)dootjes kachel te passen. Een pittig klusje (want alles gewoon met een handzaag gezaagd) maar wél iets dat veel voldoening geeft. En warmte, dat ook.

Naar de stad

Een prettige bijkomstigheid van 60-plusser zijn is dat je zogenaamde keuzedagen kunt aanschaffen bij de NS. Dat kan alleen in combinatie met een kortingkaart, die ik toevallig al had. Zeven keer per jaar kun je zo’n dag inzetten. Het maakt niet uit hoe ver je reist, je mag de hele dag in de trein, als je maar buiten de spits reist. Met een van die keuzedagen vervulde ik een lang gekoesterde wens: Ik ging naar Tilburg, naar Textielstad. Een stoffenwinkel waar ik al een paar keer online iets kocht, maar die -aan de website te zien- zo’n grote collectie heeft dat ik het graag eens van dichterbij wilde bekijken.

Dat viel niet tegen! Het is geen lief stoffenwinkeltje in het stadscentrum (óók leuk, maar helaas een uitstervend verschijnsel) maar een grote hal op een bedrijventerrein waarin een heel effectief midden is gevonden tussen een magazijn-achtige webshop en een inspirerende lapjeswinkel.

Ik kocht spullen -allemaal blauw, maar dat is toeval- om me een maandje of twee bezig te houden en keek uitgebreid rond, voor als ik in de toekomst weer wat wil bestellen. Nog een lunch bij het museumcafé van het textielmuseum, heel passend, en na een rondje fietsen op de stationsfiets weer in de trein naar Goes. Leuke dag, leuke winkel!

Brood

Een brood of vier, vijf bakte ik met mijn zuurdesemstarter. De smaak was prima, maar het waren wel wat compacte broden. Ik gebruikte een gietijzeren braadpan als vorm, want in een gewone huishoud-oven als de mijne is het erg lastig de luchtvochtigheid op peil te houden. Brood moet eerst in een vrij vochtige omgeving worden gebakken, en pas als het helemaal is uitgerezen komt het bruine korstje er op, daarvoor moet het juist weer droog zijn. In een afgesloten pot is dat beter te organiseren.

Echtgenoot Yep verklaarde me voortijdig jarig en gaf me een aardewerken broodvorm kado. Ik bakte er een brood in en kijk nou eens! Het brood rees zelfs zoveel dat er barsten in kwamen. De smaak is prima, de structuur is goed. Er zijn een paar verbeterpuntjes, maar ik ben dan ook nog maar kort aan het bakken.

Yep maakte de foto’s. Mooi he?

Muizenvoer

Ieder jaar het eerste dat gezaaid wordt in de tuin: tuinbonen. Ze kunnen behoorlijk wat kou hebben, daarnaast is het prettig als je de bonen kunt oogsten vóór de bonenluis ze te pakken neemt. Tot dit jaar zaaide ik ze altijd omstreeks half februari, maar collega-tuinders hadden dan vaak al behoorlijke plantjes. Dus plaatste ik half januari al een rij potten op het schap in de kas, vulde die met zaaigrond en deed in ieder twee bonen. Als ik ze buiten zaai moet er een emmertje-zonder-bodem half ingegraven om iedere boon én kippengaas daar weer overheen, want de muizen houden net zoveel van tuinbonen eten als ik. Maar in een potje, op het schap in de kas, daar komen geen muizen.

Dacht ik. Nu ja, ze hebben groot gelijk, het zijn ook heerlijke bonen. Maar ik wil ze toch echt graag zelf eten. Vorige week troffen we op beelden van onze wildcamera een beestje dat vlug langs hupste in het donker, deskundigen werden het er uiteindelijk over eens dat het (hoogstwaarschijnlijk) een boommarter is. En die eet muizen. Go boommarter!

Nog meer warmte

Er ligt een pak sneeuw. Het was al aan het smelten en het was geen slecht weer, we waren allebei vrij vandaag dus we gingen naar de tuin. In de tuin werken bij koud weer is geen probleem, deze tijd van het jaar zijn er veel klussen waar je het vanzelf wel warm van krijgt. Wilgen knotten, brandhout zagen, (we hebben geen kettingzaag of zo, we doen het allemaal met de hand) blad harken, compost kruien. Het is zaak een muts en goede handschoenen te dragen. Het enige probleem was -tot vandaag- dat ik altijd koude voeten krijg in mijn groene rubberen regenlaarzen. Zelfs met twee paar sokken over elkaar heb ik na een uurtje of twee geen gevoel meer in mijn tenen en ben ik door en door koud.

Echtgenoot Yep overtuigde me om nu eens gewoon echt goede warme werklaarzen te kopen. Dat deed ik, en de hele middag, rondstampend in de sneeuw, had ik het niet koud en had ik warme voeten. Wát een goede aankoop! En ik vind ze nog leuk ook.

Warme thee

Het idee kwam van K:)dootje die een voedseldroger aanschafte en daar allerlei experimenten mee deed: Gemberthee. Natuurlijk had ik al een paar keer munt gedroogd om thee mee te maken, dat kwam dan vooral voort uit plotseling veel munt na een snoeibeurt van de plant in de tuin. Maar veel verder had ik niet nagedacht over deze mogelijkheid. Raar eigenlijk! Ik was wel blij met K:)dootjes frisse blik.

Gemberthee zoals je het in de horeca krijgt bestaat uit een beker heet water met wat plakjes verse gemberwortel. Ik vind het lekker, maar wel wat tam. De plakjes gember geven natuurlijk alleen wat smaak af aan het snijvlak, het is een nogal compacte wortel.

Meer snijvlak, dus! Ik schaafde een stuk verse gemberwortel in heel dunne plakjes en droogde die tot ze knisperig waren. En dat was andere koek. Eeh, thee. Niks tam gemberwatertje, maar heerlijke verwarmende thee, in meerdere betekenissen van het woord. En daarbij: met het stuk wortel dat ik droogde zou ik op de horecamanier misschien drie koppen thee kunnen maken. De stand staat nu op zes, en op de foto zie je de rest: genoeg gemberkrullen voor nog minstens zes keer thee.