Monomanie heeft ook zijn charmes

Net als van het maken van overhemden hou ik ook van het maken van babyrompertjes. Ook daarvoor gebruik ik steeds hetzelfde patroon, maar ik gebruik tricot in allerlei verschillende kleurtjes en prints. En in tegenstelling tot mijn overhemdenfabriekje is het natuurlijk niet steeds voor dezelfde persoon. Het is een heel geschikt kraamcadeautje.

Vanmorgen maakte ik er eentje voor de baby van een collega, hoewel de spruit in kwestie tot Maart waarschijnlijk nog geen kleren nodig zal hebben.

Een doorlopend project

In 2015 maakte ik voor de eerste keer een “echt” overhemd voor Echtgenoot Yep. Dat is tien jaar geleden, best een hele tijd en toch voelt het overhemden maken als iets wat ik nog maar kort doe. Raar is dat!

Deze bijna-zwarte rolde vandaag van de machine. Meer bedoeld als vrijetijds-kleding, een beetje jeansachtig, gemaakt van wat stevigere katoen. De stof kwam mee uit Parijs, van Tissus Reine, wat is dat toch een fijne winkel.

Toen ik kort geleden wat opruimde in de kast keek ik eens in de doos waarin ik van elk overhemd de restjes stof heb bewaard. Ik heb het idee dat ik daar ooit eens een quilt of iets dergelijks van kan maken, (en stof gooi je NOOIT weg) dus ik bewaar de afknipseltjes. Stof van eenentwintig overhemden zat daarin. Natuurlijk heb ik voor lang niet allemaal een postje hier geplaatst, dat zou snel saai zijn… maar ik vond het heel wat.

Na het doorkijken van die doos overhemden-geschiedenis besloot ik de exemplaren die ik vanaf nu maak te dateren, met maand en jaar aan de binnenkant onderaan de knopenbies. Misschien voelt het dan minder als één doorlopend overhemd-project. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig leuk om ze te maken, de volgende ligt alweer geknipt (van in Londen aangeschaft tana lawn). En bij wijze van hoge uitzonderin ga ik Schoonzoon A. van een made-to-measure shirt voorzien. Ook daarvoor ligt een Liberty-katoentje klaar.

Tussen kerst en vuurwerk

Het zijn drukke tijden, de laatste maanden van het jaar. Ik hou naast mijn werk maar weinig tijd over. Maar ik had nog een eerder gemaakt projectje in de rij staan om hier te tonen:

De zwarte onderbroek is gemaakt van het rugpand van een T-shirt. De voorkant van dat shirt was beplakt met glimmende acryl druppels. Ik vond het een erg leuk shirt, maar toch is het stom dat ik het kocht, want na één keer wassen waren er drie druppels af. Precies de reden dat ik meestal kleding met pailetten, kraaltjes, glitter en dergelijke in de rekken laat hangen: die losgewassen stukjes plastic verdwijnen ergens heen waar het niet hoort. En de levensduur van het kledingstuk is héél kort. Na nog een keer dragen en wassen was mijn druppelshirt niet meer toonbaar. Ik schreef het tandenknarsend af als lesmateriaal en om de schade wat te beperken verwerkte ik het deel zonder lijmresten tot onderbroek. De stof voor vier gebloemde slips kocht ik van de zomer in Parijs. Altijd een leuk klusje, ondergoed maken.

Druk, drukker, drukker

In 2015 begon ik met het naaien van overhemden voor Echtgenoot Yep. Ik heb daar plezier in, inmiddels is minstens een derde deel van zijn collectie door mij gemaakt.

Hij koos zelf deze wollen ruit, voor een wat warmer shirt om in de winter in de tuin te werken. Ik maakte het iets wijder (om er nog comfortabel een laagje onder te kunnen dragen) en maakte de binnenkant van de kraag en de manchetten van een gladde katoen.

Dat laatste omdat ik denk dat wollen stof best kriebelig kan zijn. Omdat ik knoopsgaten in de wat grover geweven wol niet helemaal zag zitten maakte ik er drukkers in. Drukkers van de soort waarvoor je eerst een gaatje in de stof moet maken (best angstig om te doen) waarna de twee delen van de drukker muurvast aan elkaar vast worden geklonken. Mooi shirt, vond ik zelf! Echtgenoot Yep trok het aan en zei hee…. je hebt er een dames-sluiting op gezet. (Nu kunnen we een uurtje discussiëren over de onzinnigheid van dames- en heren sluiting, maar dat ga ik nu niet doen.) Punt was dat ik de sluiting andersom had gemaakt dan hij gewend is: Rechts over links in plaats van andersom. Gewoon niet opgelet. Nu is Echtgenoot Yep een heel goede Echtgenoot, hij verklaarde zich bereid om het overhemd te dragen zoals ik het had gemaakt, maar dat was mijn eer te na.

Ik boorde alle drukkers weer uit. Op mijn werk hebben we zo’n handstuk dat bijvoorbeeld de pedicure ook heeft en ik vond een oud kogelfreesje dat precies paste. Het lukte me wonderbaarlijk genoeg om geen grote schade aan te richten en de gaatjes in de stof niet groter te maken. En daarna plaatste ik nieuwe. Weer wat geleerd… maar ik hoop dat het nooit meer nodig is.

Januari

De stucadoors, schilders en behangers zijn klaar met ons huis, we konden onze spullen weer terug zetten. Toen we de bovenverdieping leeg maakten moest dat in één dag, dus gooiden we hupfluks alles in dozen en zakken en sjouwden het naar de schuur. Toen we het weer terug konden zetten deden we dat zorgvuldiger en ruimden en passant een boel op.

Ik sorteerde zelfs mijn naaigaren op kleur.

Kleindochter K. kwam logeren, gezellig! We knutselden en we gingen naar het zwembad en aten pannenkoeken.

Echtgenoot Yep kreeg -naast de traditionele kleuterschoolverkoudheid- een mooi portret van een giraf van haar.

Ik verwerkte een grote zak vol bieten tot heerlijke salade met appel en ui, en weckte dat. Wel tien toekomstige maaltijden.

In de tuin groeit nu niet veel, hoewel er een hoop te doen is: wilgen knotten, fruitbomen snoeien, spitten en opruimen in het algemeen.

In de kas stond een aardige hoeveelheid witlof ingekuild, dat kon geoogst worden.
Ik maakte er een tarte tatin van, met geitenkaas. Dat wordt een blijvertje.

Ook probeerde ik een oeroud recept uit: Gedroogd vlees. Beef jerky of biltong wordt het ook wel genoemd. Volgens de schrijfster van “de stam van de holenbeer” werd het in de tijd van de neanderthalers al gemaakt om vlees te conserveren. Natuurlijk is dat een roman en dus fictie, maar ik begreep dat zij haar huiswerk goed heeft gedaan vóór ze het schreef… ik geloof wel dat dit klopt. Hoewel de vroege mensen natuurlijk gewoon hun vuurtje gebruikten en ik een elektrische voedseldroger. En mijn zoon, die me dit recept gaf, gebruikt zijn grote groene barbeque, dat kan dus ook.

Het is erg lekker, maar ik heb ‘t wel wat te zout gemaakt denk ik.

En ook, eindelijk eindelijk, staat mijn naaimachine weer op haar plek.

Ik heb zingend van genoegen eerst eens een paar babypakjes gemaakt.

Wilmaaaaa!

Mijn standaard werk-outfit bestaat uit een lang vest of jasje met daaronder een legging, een rokje en een zogenaamde body. Ideaal kledingstuk vind ik dat, het zit altijd glad aangesloten en kruipt niet op. Ik maak ze zelf, dus ik heb ze met lange mouwen, korte mouwen en mouwloos. Ook de vorm en diepte van de halsuitsnijding kan gevarieerd. Afgelopen week maakte ik er drie.

Een gewone zwarte met driekwart mouwen

Een donkergroene met lange mouwen,

En deze. Het is niet precies panterprint, maar het lijkt er wel wat op. Dit is geen kledingstuk waarin u mij ooit zult zien, ik denk dat dat de openbare orde niet ten goede zal komen. Als ik het draag zal het goed verstopt zijn onder een dikke trui. Maar ik vind het zó grappig! Eigenlijk is het net zoiets als duur zijden ondergoed wat misschien niemand ziet, maar wat je draagt omdat je jezelf er mooi en sexy in voelt. In dit geval heeft het niet zoveel met mooi of sexy te maken, integendeel… Het is vooral dat ik erg vrolijk word van mijn innerlijke Wilma Flintstone.

De verstelmand

We proberen minder afval te produceren. Eigenlijk vind ik dat dingen die stuk zijn niet weggegooid maar gerepareerd moeten worden, als dat kan. Maar oef, wat is dat een vervelende klus…

Neem bijvoorbeeld dit overhemd. Nog voor het een jaar oud was viel het mooie glansgaren waarmee ik alle sierstiksels maakte uit elkaar. Waarom gebeurt zoiets? Geen idee… maar het overhemd is verder nog best in orde, alle naden die de constructie vormen zijn met ander garen gemaakt. Ik zou dus alle stiksels stukjes siergaren er uit moeten peuteren en het opnieuw doorstikken met het duurzame garen. Dat peuteren is een heel werk, want het oude garen is bijna helemaal vergaan, het moet steekje voor steekje verwijderd worden.

En van deze sportbroek gaat de zoom en het elastiek in de taille los. Ook dat moet los getornd en opnieuw genaaid. Maar dat lostornen is een rotklus, vooral omdat er door het elastiek is gestikt. Iets nieuws maken is een stuk glamoureuzer! ik zou best graag het overhemd én de sportbroek weg gooien, en overigens ook het hemdje met de losse schouderband en de wielrenbroek met de uitgescheurde naad.

Okee… uitgemopperd. *haalt diep adem en pakt het tornmesje*

Rompertjes en drukkertjes

Enkele jaren geleden kreeg ik eens een patroon voor een babypakje (een zogenaamd rompertje) ontworpen door Lara Sanner (die echt érg leuke kinderkleertjes ontwerpt!)

Erg geschikt als kraamkadootje. Kleindochter K. heeft het model terdege getest, het is een prettig kledingstuk.

Natuurlijk probeer ik ook bij het kledingmaken zo min mogelijk afval te produceren en babykleertjes zijn perfect om restjes te verwerken.

Ik heb een doos vol lapjes tricot die te klein zijn voor een volwassen kledingstuk (en er is een grens aan de hoeveelheid slipjes die een mens gebruiken kan). De afgelopen maand naaide ik deel van de lapjesdoos tot rompertjes.

Ik heb weer een voorraadje. Ik wil ze ook wel verkopen, stuur maar een mailtje naar lspaink at gmail punt com als je er eentje wilt.

Het is erg leuk om ze te maken, met verschillende kleurtjes garen op de lockmachine. Maar één ding is vervelend: het inslaan van al die drukkertjes. Ik deed dat -nogal luidruchtig- op een plank op de tuintafel, met een hamer. Een heel gepruts: De delen van het drukkertje netjes tegenover elkaar met de pennetjes op de goede plaats in de stof, *mep*! zonder op de vingers te tikken, en dan maar hopen dat het ook goed zit. Ik zag op Internet dat er een pons voor dit soort werk te koop is, en verzuchtte tegen Echtgenoot Yep dat dat me nu eens makkelijk leek. Waarop hij binnen een minuut op datzelfde Internet een tang ontdekte die het kunstje ook doet, en voor véél minder geld. Metéén besteld natuurlijk!

Een halve avond kostte het om alle rompertjes van drukkertjes te voorzien. Geluidloos.

B*gger!

Uit Parijs nam ik ook nog een wit overhemdstofje mee. Het was het duurste lapje van de hele winkeltrip, maar oh, wat is het een mooi materiaal. Het is op de keper geweven, van een héél fijne draad. Daardoor is het volkomen ondoorzichtig, maar glad en zo dun en licht als elfenvleugeltjes, met een zachte glans. Ik kocht er speciaal garen bij om het door te stikken, een soort borduurgaren dat ook zo’n glans heeft.

Het bleek niet bepaald een makkelijk stofje. Het rafelde alsof het zijn bestaan als weefsel zo snel mogelijk weer ongedaan wilde maken en het wilde op geen enkele manier met me meewerken. Ik maakte er een rechte vouw in en perste die met de strijkbout en een vochtige doek in de stof. Dan pakte ik het werkstuk van de strijkplank en bleek mijn rechte vouw een golvende te zijn. Ik neem aan dat de keperbinding dat probleem veroorzaakt, dat moet ik eens met een deskundige bespreken. De kraag maken was een werk van zeer lange adem, ik was uiteindelijk blij dat ik wat ruim heb ingekocht want er zijn vier versies van de kraag gemaakt voor ik tevreden was. Na veel geworstel en gebruik van taal die een dame onwaardig is had ik dan toch een werkelijk prachtig overhemd gemaakt. Ik waste het nog even liefdevol en streek het zéér zorgvuldig voor ik het met tromgeroffel en gepaste trots aan de Echtgenoot overhandigde.

En pas toen bleek…. dat ik de knopen en knoopsgaten aan de verkeerde kant heb gezet. (Denk hier nog een rijtje onbeschaafde krachttermen) (en nog een paar) (met uitroeptekens). Yep lacht me op deze foto vrolijk toe* en verklaarde zich zelfs bereid het shirt op deze manier te gaan dragen. (Hij is een héél goede Echtgenoot, dat blijkt maar weer). Dat kan natuurlijk niet, dat staat mijn beroepstrots niet toe. Maar het shirt moet eerst een maandje in de kast. Ik weet niet of het veilig is als ik ermee alleen gelaten wordt.

*of zou hij me stiekem tóch uitlachen?

Een overhemd voor Yep

Toen ik een jaar of wat geleden een goed passend, oud overhemd van Echtgenoot Yep uit elkaar haalde en de patroondelen overnam vond ik een goed herenoverhemd maken echt een ding. Maar oefening baart kunst, inmiddels vind ik eigenlijk dat hij alleen maar door mij gemaakte overhemden zou moeten dragen. Dat gaat niet lukken vrees ik, iets met tijd en hoe ik dat besteed… Nu ja.

Dus maak ik af en toe een overhemd als een soort van tussendoortje. Niet omdat ik het makkelijk vind -hoewel ik het een stuk beter kan dan toen ik die eerste maakte- want de kraag blijft een moeilijk geval. En alle stiksels moeten natuurlijk precies evenwijdig. Het fijne van overhemden naaien is dat het zo prettig hetzelfde is. Hoewel, nooit helemaal hetzelfde, in deze uitvoering maakte ik de binnenkant van de kraag en de manchet van een contrasterend stofje.

En ik maakte een tweekleurig mouwsplit-beleg, dat pakte prima uit. De stof, een dichtgeweven poplin met een mooie zachte glans, kocht ik een paar weken geleden in Parijs. Het kreukt wat makkelijk maar de kleur is prachtig, hoewel bij lamplicht moeilijk te fotograferen.

Ik borduurde deze keer geen initialen maar zijn alias op de binnenkant van de schouderpas. Het shirt staat hem prima, en hij heeft nog niet gezien dat het rechter voorpand een halve centimeter langer is dan het linker (oeps…). Maar wat wél hetzelfde is: zijn maat. Ik gebruik nog steeds hetzelfde patroon.