Midden in de winternacht

Eerste kerstdag vierden we met de familie, heerlijk om ze weer te zien. Tweede kerstdag deden we iets héél anders.

Het huisje op de volkstuin is zo buiten het seizoen grotendeels leeg: de grasmaaier en divers ander gereedschap is elders ondergebracht. En er staat een kachel (maar er is geen elektriciteit, geen stromend water). Dus namen we alles mee wat we hebben aan verlichting-met-batterijen, een stapel droog brandhout en ook een zak waxinelichten. En de barbecue, eten, drinken en een draagbaar luidsprekertje voor de kerstmuziek. K:)dootje en haar meneer deden mee.

We hingen wat lichtjes in de appelboom bij gebrek aan denneboom, wij zijn geen kniesoren. Het huisje zag er gezellig uit, van buiten én van binnen. De kachel hield het allemaal behaaglijk, het eten was heerlijk. De door K:)dootje in een thermosfles getransporteerde stoofpeertjes konden nog even op het kacheltje verder garen (nee, níet meer in die thermosfles natuurlijk), wat ze nog lekkerder maakte. We dronken op K. die de dag voor Kerst het grote podium verliet, de gedachte dat hij bij Petrus voor de poort staat samen met Aartsbisschop Tutu was wel troostend.

Het is wel goed om te ontdekken hoe luxe het hedendaagse leven is: dertig waxinelichten en vier lampjes op batterijen waren wel érg gezellig maar eigenlijk, voor het praktische, geen licht genoeg. Een houtkacheltje aanhouden is een bezigheid op zich. Maar wat een fijne avond was het.

Wieringer boontjes

Op zoek naar iets “nieuws” om in de tuin te verbouwen kom ik soms echt bijzondere dingen tegen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat heilige boontjes échte boontjes zijn. En dat boerentenen ook eetbaar zijn. En dat pronkbonen inderdaad de goede naam hebben. Dat alles was bijvangst, want met het verhaal van de Wieringer boontjes zou je een historische roman kunnen vullen. Oorspronkelijk was Wieringen -toen nog een eiland- de eerste aanlegplaats en overslaghaven voor de schepen van en naar de Oost, en gedroogde bonen waren natuurlijk makkelijk mee te nemen als voedsel voor de lange reis. De Wieringer boeren waren ook niet dom, die gingen allemaal bonen telen.

Toen de scheepvaart moderniseerde en Wieringen werd ingepolderd hield het kweken van de boontjes op. Ook doordat bonen steeds meer in blik verkocht werden en de grootgrutters belangstelling hadden voor precies vier soorten verdwenen De Wieringer boontjes helemaal. Onder andere samen met de Heilige Boontjes, en naaste familie de Soldatenbonen, (hm, heilige boontjes en soldatenbonen zijn tweelingen, dat is wel veelzeggend…) en de Pronkbonen en de boerentenen, maar daarover gaat het nu niet. Het zijden draadje waaraan het ras hing bleek in handen van Nederlanders die naar Amerika waren geëmigreerd: ze hadden het meegenomen als zaaigoed. En gelukkig zijn er mensen als Ruurd Walrecht, die een paar handenvol ervan wist te bemachtigen en die samen met de Volkskrant verspreidde onder enkele tientallen tuinders.

En kijk nou es! Weer gewoon verkrijgbaar. Wat een mooi boontje.

Ik ga ze volgend jaar ook in mijn tuin zaaien.

Wat ik vandaag deed: Noten rapen

Als lid van Velt krijgen we regelmatig aanbiedingen, samen-aankoopacties van plantgoed of bloembollen bijvoorbeeld. Een van de leukste is het noten rapen. Hier vlakbij heeft een van onze mede-velt-leden een héél grote tuin met een stuk of zeventig walnotenbomen in een lange singel er om heen. Een volwassen walnotenboom maakt makkelijk 15 kilo noten per jaar, dus hier liggen er véél. Tegen een bescheiden betaling mag je er als Velt-lid drie grote emmers vol van rapen.

Er waren dit jaar wel behoorlijk minder noten dan vorig jaar. Een koud voorjaar en een natte zomer, er zijn veel gewassen die daardoor niet zo productief waren. Omdat we niet in het weekeinde konden rapen waren K:)dootje en haar meneer er deze keer jammer genoeg niet bij. Natuurlijk is het heerlijk, verse noten, biologisch geteeld en met vier hele voedselkilometers voor een heel prettige prijs…

Maar het noten rapen zelf is érg leuk om te doen. De wind heeft onze eigen hazelaar ook leeg geschud. Alle noten liggen veilig in de schuur naast de uien, aardappelen, knoflook en wortels. Ik word daar altijd erg tevreden van: we kunnen weer een winter vooruit. (Ergens in mijn verre voorouders zit een eekhoorn, vermoed ik)

Wat ik vandaag maakte: een boeket

Mei heet de bloeimaand te zijn, maar vlak September ook niet uit. Er zijn dahlia’s in alle mogelijke kleuren, maar wij hebben alleen witte. Ook bloeien de gladiolen, herfstasters, guldenroede en allerlei bloemen die eigenlijk geen snijbloem zijn, maar het prima doen in een vaas. Ik plukte riet, ligustertakken, venkelbloemen (van een vergeten-te-oogsten venkelknol) en aardpeer-bloemen. Onze huiskamer is nog leeg en kaal -er hangt nog geen kunst aan de muren- dus het dressoir is een goed podium voor een groot boeket.

Tijdmachine

Onze tuin bestaat voor ongeveer een derde deel uit veldjes waarop groenten geteeld worden en verder gras en fruitbomen. (En natuurlijk een huisje en een schuurtje en een kas, en een aardbeienbed)

Al dat gras kort houden was een behoorlijke klus elke twee weken. Met een lawaaiige motormaaier. Dus de boodschap dat alleen maar gras eigenlijk helemaal niet zo goed is kwam wel aan. “Groen asfalt” wordt het ook wel genoemd. Het blijkt dat als je maar enkele keren per jaar maait er allerlei andere plantjes gaan groeien en bloeien, tot vreugde van bijen en hommels en andere beestjes. En zo’n bloemenweide ziet er ook nog eens vrolijker uit. Win-win dachten wij. Maar áls je dan moet maaien en de bloemenweide staat een halve meter hoog kan de lawaaimaaier het niet meer goed aan… en hier kwam de zeis ten tonele. Echtgenoot Yep kocht eerst een klein zeisje en toen dat best bleek te werken bestelde hij een grote.

Ouderwetsch, niet? Maar wel leuk. Ik ga het ook proberen te leren denk ik. Om de steel te verduurzamen moest het hout volgens de bijsluiter worden ingesmeerd met een mengsel van lijnolie en terpentijnolie. Dat laatste had ik niet in huis, ik wist eigenlijk niet eens wat het was. Maar na enig zoeken vond ik een leverancier waar ik vanmorgen een flesje haalde. De geur van terpentijn blijkt een sneltrein naar de keuken van mijn oma in de jaren zestig: Boenwas.

Wat ik vandaag maakte: Mijn fietstassen vol

Er zijn dagen dat je eigenlijk de auto zou willen nemen naar de volkstuin*

Vandaag was zo’n dag. Ik fietste wankelend naar huis met twee witte kolen, twee rode, tomaten, moesappels, pepers, spekbonen en dahlia’s. De pompoen lag al thuis, ik vind hem zo mooi dat hij ook op de foto mocht.

*dat is natuurlijk niet echt zo. Zeker niet als het zulk lekker weer is, en er is zo’n mooie zonsondergang, en alle andere fietsers kijken jaloers naar je mooie bos dahlia’s…

Zoetzure tomaten

In augustus vorig jaar maakte ik twee literpotten zoetzure kerstomaatjes in. Ik gebruikte 500 gram azijn en 300 gram suiker, ik deed wat takjes rozemarijn en wat kleine uitjes tussen de tomaten.

Vandaag pas maakte ik een pot open om eens te proeven. Het was een experiment, want er wordt zoetzuur van van alles verkocht, maar van tomaatjes heb ik het nog nooit ergens gezien (of geproefd).

Vreemd, want het is werkelijk heerlijk! de tomaten zijn heel gebleven, hoewel de schil van de meeste wel gebarsten is. Maar ze zijn vol van smaak, de uitjes zijn de scherpte helemaal kwijt maar ze zijn wel knapperig gebleven. Deze gaat in het repertoire blijven.

Waar blijft de tijd!

April alweer! Door lockdown en avondklok is er weinig bezigheid buiten de deur, maar veel om over te schrijven, zou je denken. Dat is er ook, maar het komt niet tot een afgerond verhaal met een fotootje. Toch wil ik geen slapend blog…. dus een korte update:

Momenteel wonen Echtgenoot Yep en ik op de bovenverdieping, terwijl beneden allerlei buitengewoon handige mannen beton storten, scheuren in de muren repareren, stopcontacten verplaatsen en vloerverwarming aanleggen. Er wordt verbouwd, kortom.

De tuin is weer in voorjaarsversiering. Het is prachtig.

Ik brei en brei en brei aan Katherine. Ik ben vast van plan monogaam (of monomaan) te blijven tot het af is.

Kip Fiep is broeds, ze heeft negen eieren onder haar hoede, waaronder twee van Bresse kippen. Alle eieren komen van witte kippen, of zogenaamd “splash” dat is wit met zwarte vlekjes. We hopen dat ze over iets meer dan twee weken uitkomen.

We beginnen weer!

Het is nog koud, vooral ‘s nachts. Maar het tuinseizoen is gestart.

Ik stookte een stapel afval van vorig jaar op. Het was niet veel, we worden steeds beter in het hergebruiken van tuinafval. In deze vuurton zitten vooral wortels van een bamboe die we verwijderd hebben, bamboe woekert enorm en de wortels zouden, als ze de kans kregen, meteen weer een nieuwe plant worden. Ook meidoorn-snoeisel heb ik verbrand, want meidoorn heeft akelige doorns.

De krokusjes werden vorig jaar vrijwel direct opgegeten, maar nu mogen wij er van genieten. Vrolijk! De tuinbonen zijn gezaaid, de sjalotten geplant, de katjeswilg bloeit bijna.

En de kippen hebben het ook begrepen, ze zijn allebei weer aan de leg.

Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.