Een bloemetje

De prei wilde niet erg lukken. De zomer/herfstprei die in de volkstuin stond, bedoel ik. Het zal wel wat te heet en te droog zijn geweest, ze gingen bijna allemaal in bloei. Niet echt erg, want de bloemen waren prachtige paarse bollen op lange gekronkelde stengels, die erg populair waren bij bijen en hommels. Een paar ervan nam ik mee voor in een vaas. En van de doorgeschoten prei maakte ik bouillon.

Eén van de bloemen had ik over het hoofd gezien, die trof ik een paar weken geleden aan. Alle aparte bloemetjes in de bol hadden een zaadje gevormd, en de zaadjes waren onder invloed van de warme herfst gekiemd. Merkwaardig verschijnsel! Ik heb dat ook wel eens binnen in een tomaat aangetroffen.

excuseer het winteravond-lamplicht

Ik plukte de bundel preiplantjes met een pincet voorzichtig uit elkaar en plantte ze uit in goede potgrond. Ze staan nu een week in de vensterbank en lijken het nog steeds best naar de zin te hebben, wie weet heb ik hier mijn eerste prei van 2023!

Bonen voor de wetenschap

Een half jaar geleden schreef ik enthousiast over het hervonden Wieringer boontje. Een prachtig verhaal met een happy end. Enkele maanden geleden hoorde ik van een soortgelijk initiatief met betrekking tot bonen: pulsesincrease. Behoorlijk wat groter dan het her-introduceren van een bijna vergeten boontje maar minstens zo sympathiek: een Europees experiment om met het kweken van bonen de biodiversiteit te vergroten, het voedselaanbod te verbeteren en de mensen zelf te betrekken bij dit proces. Het idee is dat deelnemers aan het experiment allen een aantal boontjes toegestuurd krijgen van zes verschillende soorten. Deze moeten gezaaid worden en opgekweekt volgens een nauwgezette instructie. Op diverse cruciale momenten in het leven van de bonenplanten moeten er foto’s worden gemaakt en ge-upload. Nadat de oogst gefotografeerd en gewogen is mag de deelnemer ze zelf opeten maar ook een deel van de oogst weer als zaden gebruiken en bij voorkeur ook doorgeven aan andere liefhebbers. Er is een sympathieke app om de bonenkweker te begeleiden bij het wetenschappelijke deel, uiteindelijk zullen er ook recepten worden verzameld en gepubliceerd. Duizenden mensen in heel Europa doen mee.

Bonen zijn gezond, een goede bron van proteïnen, als we minder vlees eten een prima alternatief. Daarbij vind ik ze erg leuk om te kweken Dus meldde ik me aan (en echtgenoot Yep en schoondochter J. ook). Vandaag arriveerde er een grote envelop met zes envelopjes waarin steeds een stuk of tien boontjes. Ik heb ze allemaal gefotografeerd op de bijgeleverde kaart die bij elk fotomoment de achtergrond moet zijn. Zondag ga ik ze zaaien, ik ben benieuwd! Ik vind het wel een beetje jammer dat al mijn boontjes namen hebben als INCBN004126, en geen romantisch verhaal over stoere zeelui of volhardende boeren.

Bijna lente

Volgens de kalender is het lente. Het is nog niet écht losgebarsten in de tuin, maar je ziet dat het er aankomt.

Vorig jaar gingen we naar de Biennale in de Heilige Driehoek, de polsbandjes die bij het toegangsbewijs hoorden bevatten bloemzaadjes. Ik heb ze bewaard en eergisteren zijn ze in de grond gestopt. Ik kan geen beter moment bedenken om “hoop” te zaaien!

De dagpauwogen overwinteren als vlinder, ook in ons tuinhuisje. Ze komen weer tevoorschijn als het warm genoeg naar hun zin is.

De knopjes aan de perenboom zijn nogal punk, in dit stadium

En als je héél zachtjes doet kun je nog wel eens een fotograaf in het wild betrappen, die op zijn beurt weer een paar nietsvermoedende narcisjes besluipt.

Reasons to be cheerful*

Een nieuwe categorie omdat het een goed idee is om de mooie dingen te blijven zien (en de lieve, de troostrijke, de ontroerende en de grappige).

Onze boswilg bloeit. Een grote gele poederdons van wilgenkatjes, waarin het zoemt van de bijen en de hommels die na de winterrust best wat stuifmeel lusten.

*met dank aan Ian Dury die van héél andere dingen vrolijk werd dan ik. Maar het is de gedachte die telt.

Hertjes

In het natuurgebied achter ons volkstuincomplex woont van alles: fazanten, hazen, ganzen, reeën… De meeste grotere dieren zijn wel eens gefilmd met onze wildcamera. Er is ook een vos, weten we sinds kort, maar die heeft zich niet laten filmen.

Het is erg leuk om de reeën “in het echt” te zien als ze lopen te grazen. Dat kan nu ook prima, het terrein is kort gemaaid. Over een maandje is het riet en het gras weer te hoog om ze te zien.

Wat ik vandaag maakte: een stapel

De takken die van een knotwilg af geknot worden zijn niet van die dunnetjes. Bij ons dan, wij knotten onze vier wilgen om het jaar en soms laten we ze zelfs drie jaar met rust.

Wilgenhout is niet het allerbeste brandhout, maar we willen geen stookhout kopen en ondertussen ons zelf gekweekte materiaal naar de stort brengen. Dus zaagde ik kachelhout van wilg en ook van een dikke tak van de mirabellenboom. We hebben geen motorzaag, zo krijg je het twee keer warm van je kachelhout.

Januari

De stucadoors, schilders en behangers zijn klaar met ons huis, we konden onze spullen weer terug zetten. Toen we de bovenverdieping leeg maakten moest dat in één dag, dus gooiden we hupfluks alles in dozen en zakken en sjouwden het naar de schuur. Toen we het weer terug konden zetten deden we dat zorgvuldiger en ruimden en passant een boel op.

Ik sorteerde zelfs mijn naaigaren op kleur.

Kleindochter K. kwam logeren, gezellig! We knutselden en we gingen naar het zwembad en aten pannenkoeken.

Echtgenoot Yep kreeg -naast de traditionele kleuterschoolverkoudheid- een mooi portret van een giraf van haar.

Ik verwerkte een grote zak vol bieten tot heerlijke salade met appel en ui, en weckte dat. Wel tien toekomstige maaltijden.

In de tuin groeit nu niet veel, hoewel er een hoop te doen is: wilgen knotten, fruitbomen snoeien, spitten en opruimen in het algemeen.

In de kas stond een aardige hoeveelheid witlof ingekuild, dat kon geoogst worden.
Ik maakte er een tarte tatin van, met geitenkaas. Dat wordt een blijvertje.

Ook probeerde ik een oeroud recept uit: Gedroogd vlees. Beef jerky of biltong wordt het ook wel genoemd. Volgens de schrijfster van “de stam van de holenbeer” werd het in de tijd van de neanderthalers al gemaakt om vlees te conserveren. Natuurlijk is dat een roman en dus fictie, maar ik begreep dat zij haar huiswerk goed heeft gedaan vóór ze het schreef… ik geloof wel dat dit klopt. Hoewel de vroege mensen natuurlijk gewoon hun vuurtje gebruikten en ik een elektrische voedseldroger. En mijn zoon, die me dit recept gaf, gebruikt zijn grote groene barbeque, dat kan dus ook.

Het is erg lekker, maar ik heb ‘t wel wat te zout gemaakt denk ik.

En ook, eindelijk eindelijk, staat mijn naaimachine weer op haar plek.

Ik heb zingend van genoegen eerst eens een paar babypakjes gemaakt.

Midden in de winternacht

Eerste kerstdag vierden we met de familie, heerlijk om ze weer te zien. Tweede kerstdag deden we iets héél anders.

Het huisje op de volkstuin is zo buiten het seizoen grotendeels leeg: de grasmaaier en divers ander gereedschap is elders ondergebracht. En er staat een kachel (maar er is geen elektriciteit, geen stromend water). Dus namen we alles mee wat we hebben aan verlichting-met-batterijen, een stapel droog brandhout en ook een zak waxinelichten. En de barbecue, eten, drinken en een draagbaar luidsprekertje voor de kerstmuziek. K:)dootje en haar meneer deden mee.

We hingen wat lichtjes in de appelboom bij gebrek aan denneboom, wij zijn geen kniesoren. Het huisje zag er gezellig uit, van buiten én van binnen. De kachel hield het allemaal behaaglijk, het eten was heerlijk. De door K:)dootje in een thermosfles getransporteerde stoofpeertjes konden nog even op het kacheltje verder garen (nee, níet meer in die thermosfles natuurlijk), wat ze nog lekkerder maakte. We dronken op K. die de dag voor Kerst het grote podium verliet, de gedachte dat hij bij Petrus voor de poort staat samen met Aartsbisschop Tutu was wel troostend.

Het is wel goed om te ontdekken hoe luxe het hedendaagse leven is: dertig waxinelichten en vier lampjes op batterijen waren wel érg gezellig maar eigenlijk, voor het praktische, geen licht genoeg. Een houtkacheltje aanhouden is een bezigheid op zich. Maar wat een fijne avond was het.

Wieringer boontjes

Op zoek naar iets “nieuws” om in de tuin te verbouwen kom ik soms echt bijzondere dingen tegen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat heilige boontjes échte boontjes zijn. En dat boerentenen ook eetbaar zijn. En dat pronkbonen inderdaad de goede naam hebben. Dat alles was bijvangst, want met het verhaal van de Wieringer boontjes zou je een historische roman kunnen vullen. Oorspronkelijk was Wieringen -toen nog een eiland- de eerste aanlegplaats en overslaghaven voor de schepen van en naar de Oost, en gedroogde bonen waren natuurlijk makkelijk mee te nemen als voedsel voor de lange reis. De Wieringer boeren waren ook niet dom, die gingen allemaal bonen telen.

Toen de scheepvaart moderniseerde en Wieringen werd ingepolderd hield het kweken van de boontjes op. Ook doordat bonen steeds meer in blik verkocht werden en de grootgrutters belangstelling hadden voor precies vier soorten verdwenen De Wieringer boontjes helemaal. Onder andere samen met de Heilige Boontjes, en naaste familie de Soldatenbonen, (hm, heilige boontjes en soldatenbonen zijn tweelingen, dat is wel veelzeggend…) en de Pronkbonen en de boerentenen, maar daarover gaat het nu niet. Het zijden draadje waaraan het ras hing bleek in handen van Nederlanders die naar Amerika waren geëmigreerd: ze hadden het meegenomen als zaaigoed. En gelukkig zijn er mensen als Ruurd Walrecht, die een paar handenvol ervan wist te bemachtigen en die samen met de Volkskrant verspreidde onder enkele tientallen tuinders.

En kijk nou es! Weer gewoon verkrijgbaar. Wat een mooi boontje.

Ik ga ze volgend jaar ook in mijn tuin zaaien.

Wat ik vandaag deed: Noten rapen

Als lid van Velt krijgen we regelmatig aanbiedingen, samen-aankoopacties van plantgoed of bloembollen bijvoorbeeld. Een van de leukste is het noten rapen. Hier vlakbij heeft een van onze mede-velt-leden een héél grote tuin met een stuk of zeventig walnotenbomen in een lange singel er om heen. Een volwassen walnotenboom maakt makkelijk 15 kilo noten per jaar, dus hier liggen er véél. Tegen een bescheiden betaling mag je er als Velt-lid drie grote emmers vol van rapen.

Er waren dit jaar wel behoorlijk minder noten dan vorig jaar. Een koud voorjaar en een natte zomer, er zijn veel gewassen die daardoor niet zo productief waren. Omdat we niet in het weekeinde konden rapen waren K:)dootje en haar meneer er deze keer jammer genoeg niet bij. Natuurlijk is het heerlijk, verse noten, biologisch geteeld en met vier hele voedselkilometers voor een heel prettige prijs…

Maar het noten rapen zelf is érg leuk om te doen. De wind heeft onze eigen hazelaar ook leeg geschud. Alle noten liggen veilig in de schuur naast de uien, aardappelen, knoflook en wortels. Ik word daar altijd erg tevreden van: we kunnen weer een winter vooruit. (Ergens in mijn verre voorouders zit een eekhoorn, vermoed ik)