Verhoging

Wist u dat een ree met gemak over een hek van anderhalve meter hoog springt? Echt waar. Het schapenhekje langs onze tuin is 80 centimeter, daar schaterlachen de reeën om. Met volle mond, van onze bietenloof en appelbloesem.

Samen met Kleindochter K. zorgde ik dat het hek een stuk hoger lijkt. Met boompaaltjes, bamboestokken en touw. En om te voorkomen dat een ree het touw niet ziet of er tóch overheen wil springen en verstrikt raakt knoopten we er wapperende lintjes aan. De lintjes zijn allemaal afknipsels van overhemden die ik maakte, zo komen die kleine reepjes goed van pas.

Wilde kruidenboter

Morgen staat er een barbecue op de planning. Mijn bijdrage is een stukje vis, een stokbrood en verse kruidenboter.

Ik plukte bieslook, daslook, en fluitekruid1. Alles grondig gewassen, gedroogd en fijngehakt en met een beetje zout door een half pakje boter gemengd. Daar kan geen supermarktkuipje tegenop.

  1. Fluitekruid, het jonge blad ervan, smaakt prettig groen, een beetje peterselie-achtig. Elke wildpluk-gids waarschuwt dat je het niet moet verwarren met gevlekte waterscheerling, want die lijkt er wel wat op en die is giftig. Érg giftig kennelijk, in een aflevering van Midsomer Murders neemt iemand één hapje van een pan soep waarin wat gevlekte waterscheerling is verwerkt, grijpt naar haar keel en valt ter plekke dood neer. Dat is wellicht wat overdreven, maar het is natuurlijk verstandig om goed te kijken of de stengel van je wildpluk-fluitekruid gevlekt is. ↩︎

Afsluiten met een hekje

In onze pogingen om de reeën te overtuigen dat onze tuin géén doorlopend buffet voor evenhoevigen is hebben we onze tuin inmiddels grotendeels omheind. Een klein stukje naast de compostbak was provisorisch met een paar rekken afgesloten. Het is zo’n loos hoekje, achter het huisje van de buurvrouw, onder een prikkelige meidoorn. Er groeiden vooral brandnetels. Vorig jaar heb ik de brandnetels verwijderd en er maagdenpalm (een schaduwminnende bodembedekker) geplant. Natuurlijk waren de brandnetels niet meteen ontmoedigd, de buurvrouw dekte haar deel van het hoekje daarom af met blauw plastic. De maagdenpalm heeft na enig twijfelen haar draai gevonden, tijd voor de volgende stap. De rekken gaan weer dienen om erwtjes tegenaan te laten klimmen…

En ik knutselde vandaag met behulp van wat oude fruitboompalen en een stapel takken van de onlangs geknotte wilg een echt, serieus hek. Ik ben er buitensporig trots op!

Prik

Een prettige combinatie van omstandigheden: Prachtig lenteweer en ik was vrij. Naar de tuin dus! de uitjes moesten geplant worden. Daarvoor bestaat een specifiek gereedschapje: de pootstok. Die heb ik niet, maar het is een heel eenvoudig ding, ik denk regelmatig dat ik het best zelf kan maken. De eerste de beste keer dat een schop of spade breekt of wordt afgedankt ga ik de steel met handgreep bewerken tot pootstok, dat is het plan. Maar op de één of andere manier gebeurt dat nooit, wij hebben heel degelijk gereedschap.

Tijdens de lunch dacht ik na over het motto van deze site, pakte mijn mes, een stukje touw en een paar takken uit de houtwal en maakte mijn eigen pootstok. En daarmee plantte ik een stuk of honderd rode uitjes. Groeien maar, jongens.

Lichtjes

In onze huiskamer branden een stuk of tien kaarsjes. Als het donker is en wij thuis zijn tenminste. Waxinelichtjes in een aluminium cupje en dat weer in een gezellig gekleurd glaasje. In de cupjes blijft altijd een randje kaarsvet over, dat ik er uit peuter en bewaar.

De lege cupjes weet ik niets anders mee te doen dan weggooien. Aluminium kost een hoop om te produceren, en met een stuk of 20 kaarsjes per week maak ik toch behoorlijk wat afval. Hoewel ze in de PMD bak mogen is het toch nogal overbodig… dat moet anders kunnen.

Bij leven zonder afval verkoopt men die cupjes van staal, een steviger en houdbaarder materiaal. Ook zijn er “blote” waxinelichtjes te koop1, daarmee kunnen we het zonder aluminium. Een kleine investering, maar beduidend minder afval in de loop van de tijd.

Om te beginnen kocht ik ook nog wat passende lontjes en maakte van mijn restjes kaarsvet weer nieuwe waxinelichtjes. Terwijl ik stond te wachten tot het gesmolten was haalde ik de laatste bonen uit hun peulen.

  1. Hoewel ik online alleen maar behoorlijk dure kaarsjes-zonder-cup vond, van soja of van echte bijenwas. Dat was niet direct de bedoeling… toch dan maar alles zelf maken? Ik zoek nog even door. ↩︎

Hergebruik

Op zolder in ons huis lagen twee oude gordijnen. De vorige bewoners hadden deze in de keuken hangen, waar wij in 2007 een aanbouwtje aan plaatsten. Toen was daar geen gordijn meer nodig.

Ik haalde ze tevoorschijn, ik vond ze eigenlijk te leuk om op zolder te laten liggen. Ik verknipte ze, naaide er zoompjes in en hing ze voor de ramen van het volkstuinhuisje. Vrolijk, dat geel-blauw-groen!

Tussen kerst en vuurwerk

Het zijn drukke tijden, de laatste maanden van het jaar. Ik hou naast mijn werk maar weinig tijd over. Maar ik had nog een eerder gemaakt projectje in de rij staan om hier te tonen:

De zwarte onderbroek is gemaakt van het rugpand van een T-shirt. De voorkant van dat shirt was beplakt met glimmende acryl druppels. Ik vond het een erg leuk shirt, maar toch is het stom dat ik het kocht, want na één keer wassen waren er drie druppels af. Precies de reden dat ik meestal kleding met pailetten, kraaltjes, glitter en dergelijke in de rekken laat hangen: die losgewassen stukjes plastic verdwijnen ergens heen waar het niet hoort. En de levensduur van het kledingstuk is héél kort. Na nog een keer dragen en wassen was mijn druppelshirt niet meer toonbaar. Ik schreef het tandenknarsend af als lesmateriaal en om de schade wat te beperken verwerkte ik het deel zonder lijmresten tot onderbroek. De stof voor vier gebloemde slips kocht ik van de zomer in Parijs. Altijd een leuk klusje, ondergoed maken.

Van het een komt het ander, en weer wat anders

Het begon met het verwerken van de laatste appels. Daarvan had ik een restje over, daar maakte ik een appel crumble van. In de toplaag verwerkte ik wat havermout om het geheel minder zoet en wat vezelrijker te maken, daarom was er meer crumble-deeg dan ik nodig had. Ik strooide er ook gehakte walnoten over want walnoten had ik tenslotte ook. Prima toetje, en ontbijt voor de dag er na. Ik kraakte meer noten dan ik nodig had, dus kraakte ik er nog meer en maakte er een Engadiner notentaart mee. Met Engadiner notentaarten is wel wat raars aan de hand, ze verdwijnen altijd zo snel dat ik ze niet fotograferen kan. Ook is het lastig om de deeglap precies op maat uit te rollen, dus had ik alwéér een restje.

Dus had ik een restje crumble-deeg, een restje notentaart-deeg, een restje “eggwash” (geklutst ei met een beetje water, is daar makkelijker Nederlands woord voor? ) en nog een handvol gekraakte noten.

Dat werden koekjes. En daarvan bleef niets over.

Sloop

In 2020 maakte ik een dekbedovertrek, zie hier. Na iets meer dan drie jaar in rotatie (ik heb twee sets die elkaar afwisselen, dus anderhalf jaar effectief slapen) was het grijze gedeelte helemaal verkleurd en aan de bovenrand doorgesleten. Toch eigenlijk zonde. Op zolder ligt een hele stapel oude dekbedovertrekken, daar wil ik eigenlijk niets meer aan toevoegen. Zó veel poetsdoeken en afdekkleden hebben we niet nodig.

Ik begon met de slopen: Ik knipte de naden los en maakte er twee tassen van. De hengsels maakte ik van de instopstrook, de onderhoeken werkte ik af met zogenaamde box corners (ik weet niet hoe dat in het Nederlands heet). Het was een klusje van een uur, maar toen had ik twee tassen van stevig formaat. Op de volkstuin hebben we een tiental verschillende netten in gebruik, om vogels van de kersen af te houden, en koolwitjes van de kool, fazanten van de aardappelen en reeën van de bonen. Rondom zo ongeveer elk gewas moeten we een soort van tent of kooi oprichten om er zelf nog iets van te kunnen plukken, maar dat is natuurlijk maar een deel van de tijd nodig. Dus. Nu krijgen de netten ieder een verantwoorde slooptas, waarin ze allemaal kleurrijk, aan de muur van het schuurtje hangend, hun rustseizoen kunnen doorbrengen.

Misschien niet zo’n goed idee als het lijkt

De eerste week van het jaar liggen op straat heel wat afgedankte kerstbomen, de gemeente voert die af. Ik weet niet precies wat ze er mee doen. Vroeger, toen ik nog een klein Lieseke was, sleepten we de afgedankte kerstbomen naar de parkeerplaats bij de speeltuin en werd er op 6 januari (onder toeziend oog van de brandweer) een groot driekoningenvuur van gestookt. Tijden veranderen.

Vorig jaar nam ik er eentje mee naar de tuin, ik knipte de takken klein en stopte de stukjes in een grote zwarte plastic zak. Die zak zette ik in een achterafhoekje. De theorie is dat zo’n zak met dennenboomstukjes een soort van snelkookpan is waar in een jaar tijd prachtige compost in ontstaat, bijzonder geschikt voor blauwe bessenstruiken. Ik vind (nu ik niet zo klein meer ben) het afzagen van dennenboompjes voor kerst toch wat zonde, en zo komt er nog iets goeds uit voort.

De theorie klopte, de compost zag er best prima uit, het ligt al rond de blauwe bessen. Maar toen de kerstbomen van dit jaar op straat verschenen vertelde Echtgenoot Yep dat alle kerstbomen -tenminste de bomen die afgezaagd verkocht worden- óók een degelijke behandeling met een brandwerend middel krijgen. Op zich niet onverstandig natuurlijk… je wil geen driekoningenvuur in je huiskamer. Maar ik weet niet wat dat voor middel is, en of dat wel een goed bestanddeel is in mijn compost. Hm. Eerst maar even uitzoeken.

Later toegevoegd: Ik won informatie in bij een bevriende brandpreventie-specialist. Het brandwerende middel verdwijnt met een stevige regenbui en het breekt in korte tijd af. Kerstbomen composteren kan prima. Jammer genoeg liggen er nu geen meer op straat… nu ja. Volgend jaar dan maar weer.