Mijn vriend Emile

Elk jaar als we in Lyon zijn komen we -de eerste keren toevallig, maar latere jaren doelbewust- in de winkel van Emile Henry terecht.

Emile produceert en verkoopt aardewerk, denk aan ovenschotels en dergelijke. Mijn tajine komt er vandaan, die heeft een gietijzeren schotel en een aardewerken deksel. Ik kocht er mijn quichevorm en nog zo wat klein spul. Deze keer had ik bedacht dat ik een tarte tatin vorm wilde meenemen. Eigenlijk een bakvorm die op het vuur kan om er karamel in te maken, waarna er appeltjes in gelegd worden en een lap deeg er overheen, daarna gaat de bereiding verder in de oven. Er zijn, naast de traditionele karamel-appeltjes, ook veel hartige tarte tatin-recepten te vinden en allerlei zoete variaties met andersoortig fruit. Zo’n bakvorm heeft oren aan twee kanten zodat het zaakje na het bakken probleemloos kan worden gekeerd.

Emile had alleen aardewerken tarte-tatin vormen. Huh, dacht ik nog… hoe maak je karamel in een aardewerken vorm? Maar deze kan gewoon op een vlam verwarmd worden, tot heet genoeg om suiker te smelten. Er zit een serveerschotel bij die precies past, zodat je spettervrij kunt omkeren. Ik moest wel even aan de gedachte wennen van een aardewerken schotel op het fornuis, want mij is altijd geleerd dat het daarvan breken zou. Ik probeerde het en het brak niet.

En de taart die er daarna in gebakken werd ging wel stuk. Vrij snel zelfs, het was heerlijk!

Volgend jaar een pizzasteen. Of misschien een broodcloche….

Holy Ravioli

Als goedbedoelende thuiskok met eigenlijk altijd een tijdprobleem staat ravioli niet vaak op het menu. Het is bewerkelijk en natuurlijk een klein hapje of voorgerechtje, dat maakt het alleen voor winterse zondagmiddagen geschikt. Maar ik maak wél vaak mijn pasta zelf, daarvan blijft eigenlijk altijd wel wat over. Dat wordt dan tot kippenvoer verwerkt, ik gooi geen eten weg. Ik gun onze gevederde vriendinnen het beste, echt wel, maar om ze verse pasta te voeren vind ik toch wel een klein beetje zonde.

En in de onvolprezen “Wat schaft de podcast” vertelde een Italië-kenner dat in ravioli altijd restjes worden verwerkt, denk aan stoofvlees bijvoorbeeld.

Hee, dacht ik. Twéé restjes in een gerechtje! Ik had wat boeuf Bourguignon in de koelkast en een rolletje pastadeeg, genoeg voor 10 “mezzaluna”. Dat gedoe met envelopjes vouwen werd me niet helemaal duidelijk, maar rondjes uitsteken en die dubbelklappen, dat lukte me prima. (En de stukjes tussen de rondjes bleven toch wéér over voor de kippen.) Het geheel was in een kwartier gefikst en Echtgenoot Yep was er helemaal niet op tegen. Misschien tóch iets om vaker te maken.

Wieringer boontjes

Op zoek naar iets “nieuws” om in de tuin te verbouwen kom ik soms echt bijzondere dingen tegen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat heilige boontjes échte boontjes zijn. En dat boerentenen ook eetbaar zijn. En dat pronkbonen inderdaad de goede naam hebben. Dat alles was bijvangst, want met het verhaal van de Wieringer boontjes zou je een historische roman kunnen vullen. Oorspronkelijk was Wieringen -toen nog een eiland- de eerste aanlegplaats en overslaghaven voor de schepen van en naar de Oost, en gedroogde bonen waren natuurlijk makkelijk mee te nemen als voedsel voor de lange reis. De Wieringer boeren waren ook niet dom, die gingen allemaal bonen telen.

Toen de scheepvaart moderniseerde en Wieringen werd ingepolderd hield het kweken van de boontjes op. Ook doordat bonen steeds meer in blik verkocht werden en de grootgrutters belangstelling hadden voor precies vier soorten verdwenen De Wieringer boontjes helemaal. Onder andere samen met de Heilige Boontjes, en naaste familie de Soldatenbonen, (hm, heilige boontjes en soldatenbonen zijn tweelingen, dat is wel veelzeggend…) en de Pronkbonen en de boerentenen, maar daarover gaat het nu niet. Het zijden draadje waaraan het ras hing bleek in handen van Nederlanders die naar Amerika waren geëmigreerd: ze hadden het meegenomen als zaaigoed. En gelukkig zijn er mensen als Ruurd Walrecht, die een paar handenvol ervan wist te bemachtigen en die samen met de Volkskrant verspreidde onder enkele tientallen tuinders.

En kijk nou es! Weer gewoon verkrijgbaar. Wat een mooi boontje.

Ik ga ze volgend jaar ook in mijn tuin zaaien.

Luxeprobleem

De overvloed die van de volkstuin mee naar huis komt (zelfs in wat mindere jaren zoals 2021) brengt zijn eigen problemen mee. Luxe problemen natuurlijk… maar het opslaan en houdbaar maken is vaak een hele klus. Sommige dingen -aardappels bijvoorbeeld- kunnen gewoon droog en schoon in jute zakken worden bewaard. Dat lijkt een eenvoudige zaak, maar ze moeten allemaal goed bekeken worden. Exemplaren met een vlekje of een deukje gaan in de éérst-opeten-doos , want als er eentje gaat rotten kun je ze allemaal wegdoen. Voor uien geldt hetzelfde, met het verschil dat die in kistjes liggen. Sommige dingen moeten geblancheerd en ingevroren, andere ingekuild of opgehangen. Er wordt gedroogd en verpakt, ontpit, gefermenteerd, of ingemaakt. Het is een heel industrietje en het zijn over het algemeen gewoon saaie werkjes.

Pompoenen zijn goed houdbaar. Zolang er geen nachtvorst is liggen ze op het tuinbankje, ze zijn nog decoratief ook. Maar hoe langer ze daar liggen hoe minder de kwaliteit wordt… als er niet minstens een deel van verwerkt wordt krijgen we ze niet op tijd opgegeten. En ze zijn gróót! Er komen wel drie of vier maaltijden uit één pompoen. Echtgenoot Yep hakte een exemplaar van zes kilo doormidden. Ik haalde de zaden er uit en sneed hem in schijven van een centimeter of twee dik, legde die op bakplaten en liet ze gaar worden in de oven. Daarna haalde ik de schil er af en draaide er een puree van in de blender. De puree werd verpakt en ingevroren: minstens vier keer pompoensoep of -taart. Ik bakte een yoghurt-pompoencake van een deel ervan, maar die is -heel gek- zomaar verdwenen. Niet veel leuks om te laten zien op het blog.

Wat ik vandaag maakte: Nasi

Al zolang ik kook maak ik regelmatig nasi. Prima om restjes in weg te werken. Als beginnend huisvrouw kocht ik pakjes met een kruidenmengseltje en gedroogde groentedingetjes en een pakket waarin gesneden groenten zaten. Eventueel wat vlees, een gebakken ei en dat was dat, alle eters blij. Later ontdekte ik dat die gedroogde dingetjes niet zo nodig waren en dat ik ook best zelf dingen kon snijden. Maar in het kader van weinig-tijd-en-toch-lekker greep ik nog vaak naar het Pakket, en meestal daarbij wat aanvullingen in plastic zakjes en doosjes, zoals kroepoek bijvoorbeeld.

Toen kreeg ik van Echtgenoot Yep een kookboek. Dit kookboek, ik vind het een aanwinst in mijn collectie. De nasi die we vanavond aten maakte ik aan de hand van een recept hieruit. En dat was zó lekker (en in 24 minuten klaar) dat ik denk dat ik nooit meer een Pakket ga kopen. Er kwam verbazingwekkend weinig geld en verpakkingsmateriaal bij kijken: de groenten die er in zitten (kool, wortel, ui, knoflook, rode peper) zijn uit eigen tuin, de eieren ook. Pinda’s, limoen en gember moesten gekocht worden, ketjap, kurkuma en rijst heb ik altijd wel in huis.

Wat ik vandaag maakte: Hazelnoten open.

Ze rollen weer bij elke windvlaag in de tuin: Verse hazelnoten. Ik verzamel ze en leg ze te drogen, ze zijn erg lekker. Maar het kraken is een klus: noot in de notenkraker, knijp, nee, lukt niet, noot een kwartslag draaien, nog een kneep, noot doormidden, pulken om helften uit schaal te krijgen… Voor tien nootjes bij de borrel prima, maar we hebben er honderden. Bij het rapen van de oogst van 2021 bedacht ik dat bijna alle noten van 2020 nog op zolder stonden.

Kort geleden heb ik de laatste van de sociale media (Instagram) verlaten omdat ik niet gedisciplineerd genoeg ben om er minder tijd aan te besteden. Ik kon uren naar mijn telefoon zitten staren naar filmpjes van dartele alpaca’s, make up tutorials, heel stoere sportroutines en het versieren van bruidstaarten. Allemaal best grappig maar geen dingen die in mijn dagelijks leven toepassing vinden. Natuurlijk zag ik ook de foto’s die mijn familie en vrienden plaatsen, die wil ik eigenlijk niet missen. Maar het lukte niet om mezelf uit de Instagram draaikolk te houden zonder drastische maatregelen dus nam ik drastische maatregelen. Mijn familie en vrienden snappen dat wel, hoop ik.

Eén ding wat ik op zo’n Instagramfilmpje zag heb ik wél toegepast: Hazelnoten kraken.

Men neme een ringsleutel maat 22, een hamer en een stevige plank. De plank leg je op het aanrecht, daaronder open je de keukenla en zet er een platte schaal in. Hazelnoten op de plank, leg de ring van de sleutel om een noot heen, geef er een klap op met de hamer, schuif de ring naar de rand van de plank tot de noot in de schaal valt, herhalen. In een razend tempo mepte ik drie kilo hazelnoten stuk. Daarna zocht ik, gezeten op de bank, de noten tussen de scherven uit. Een aflevering van Midsomer Murders later kregen de kippen een emmer lege notedoppen om mee te spelen en eventueel nog restjes noot uit te zoeken.

En ik heb een grote zak vol noten voor in de muesli. Dat schoot lekker op! Maar de tijd die ik hiermee bespaarde was nog lange niet zoveel als de alpaca’s/make up/sportroutines/bruidstaarten me kostten.

Wat ik maakte: Tarte au citron meringuée

Echtgenoot Yep vierde zijn verjaardag. Nog wel in klein comité, alleen zijn vader en broer en zussen met aanhang waren er.

Ik maakte soep en wat salade, en als toetje een citroentaart. Naar dit recept, maar met Italiaans meringueschuim er op. Dat is iets meer werk dan gewoon geklopt eiwit met suiker, maar zo geef je de visite geen rauw ei te eten. Bovendien is het steviger waardoor je er met een vork mooie patroontjes in kan maken voor je het met een brander bewerkt. De taart verdween in rap tempo, waarna we nog tot laat het leven doornamen. Wat een fijne avond. Gefeliciteerd Yep! Ik hoop nog heel wat verjaardagen met je te delen.

Wat ik maak: Kombucha

Als je niet houdt van frisdrank of vruchtensap en je alcoholconsumptie is ook erg bescheiden blijft er op terrasjes vaak weinig keus over: water of thee of koffie. Sinds enige tijd is er gelukkig ook vaak kombucha verkrijgbaar. Dat is gefermenteerde thee, prettig zuurzoet met een beetje prik. Het smaakt niet naar zuurkool, maar de geur roept wel die associatie op.

Schoondochter J. gaf me een starterkit om zelf thuis ook kombucha te brouwen. Leuk! Gisteravond maakte ik volgens de voorschriften een liter thee met suiker en liet daar de “scoby” in glijden. Een merkwaardig gel-achtig blokje gevormd door gisten en bacteriën die met mijn thee aan het werk gaan. Het ziet er nu niet bepaald erg aanlokkelijk uit, maar dat gebeurt vaker in het proces van lekkere dingen bereiden, ik trek me daar niets van aan. Ik ben benieuwd wat er over een week in mijn pot zit…

Wat ik vandaag maakte: Mijn fietstassen vol

Er zijn dagen dat je eigenlijk de auto zou willen nemen naar de volkstuin*

Vandaag was zo’n dag. Ik fietste wankelend naar huis met twee witte kolen, twee rode, tomaten, moesappels, pepers, spekbonen en dahlia’s. De pompoen lag al thuis, ik vind hem zo mooi dat hij ook op de foto mocht.

*dat is natuurlijk niet echt zo. Zeker niet als het zulk lekker weer is, en er is zo’n mooie zonsondergang, en alle andere fietsers kijken jaloers naar je mooie bos dahlia’s…

Plat brood

Brood bakken is een klus waar veel tijd aan te pas komt. Gewoon brood bedoel ik. En er moet een oven aan te pas komen met een behoorlijk hoge temperatuur. Hoe leuk ik het ook vind, de bakker kan het sneller, beter en goedkoper dan ik zelf. (Wij hebben dan ook een écht goede bakker.)

Maar flatbread is een ander verhaal. Snel voorbereid en snel gebakken, geschikt om te beleggen met lekkere smeersels maar ook lekker voor bij de soep of een warme maaltijd. Daarbij is het te maken met materiaal dat ik altijd in huis heb. Daar ging ik eens op oefenen.

Mooie ronde of ovale deegplakjes maken was een uitdaging, maar verder was het volgens dit recept heel niet ingewikkeld. Links is met wat olie gebakken, rechts in een droge koekenpan. Ik had een béétje een pannenkoeken-associatie, het mag nog wel wat bruiner. Een goede aanwinst op het repertoire.