Wie wat bewaart die geeft wat.

Dik vijf jaar geleden voltooide ik een gebreide deken. Hij lag, tot we de kamer leegmaakten voor de verbouwing, op de bank waar een warm dekentje soms echt lekker is. Kort nadat ik de deken voltooide bedacht ik dat ik nog wol genoeg had om een bijpassend kussen te maken. Eigenlijk niet zo’n goed idee want deze wol is bepaald prikkerig, een kussen voor onder je hoofd bij een middagdutje zou het niet worden. En ik had er na een hele deken genoeg van ook. Uiteindelijk verdween het project, een half kussen groot, onderin de breimand waar het vergeten werd. Tot er twee dingen tegelijk gebeurden: In het kader van diezelfde verbouwing keerde ik de mand om* en Kleindochter K. vroeg of ik een deken voor haar pop wilde maken. Een half kussen is bijna net zo groot als een poppendekentje, ik breide nog twee strookjes en een randje er om heen en voila!

Prima kadootje voor haar vierde verjaardag, overmorgen.

*De inhoud van die mand veroorzaakte een merkwaardig mengsel van gevoelens: hernieuwd enthousiasme, licht schuldgevoel, en nostalgisch weerzien met oude bekenden. Ik ga alles wat uit die mand kwam rollen voltooien, of ik het leuk vind of niet. Project één, Kussen eeeh poppendeken: check.

Waar blijft de tijd!

April alweer! Door lockdown en avondklok is er weinig bezigheid buiten de deur, maar veel om over te schrijven, zou je denken. Dat is er ook, maar het komt niet tot een afgerond verhaal met een fotootje. Toch wil ik geen slapend blog…. dus een korte update:

Momenteel wonen Echtgenoot Yep en ik op de bovenverdieping, terwijl beneden allerlei buitengewoon handige mannen beton storten, scheuren in de muren repareren, stopcontacten verplaatsen en vloerverwarming aanleggen. Er wordt verbouwd, kortom.

De tuin is weer in voorjaarsversiering. Het is prachtig.

Ik brei en brei en brei aan Katherine. Ik ben vast van plan monogaam (of monomaan) te blijven tot het af is.

Kip Fiep is broeds, ze heeft negen eieren onder haar hoede, waaronder twee van Bresse kippen. Alle eieren komen van witte kippen, of zogenaamd “splash” dat is wit met zwarte vlekjes. We hopen dat ze over iets meer dan twee weken uitkomen.

Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.

Wasdoekjes

Ik breide weer eens wat. Gebaseerd op “bakerstwine“, eigenlijk een patroon voor pannenlappen, maakte ik een stapeltje wasdoekjes. Gewoon, om je mee te wassen onder de douche.

Ik vind ze zelf erg mooi.

Eigenlijk wil ik nu een heleboel heel kleintjes breien, om te gebruiken als make-up remover pads. Maar ik ben een beetje bang dat ze dan niet schoon te krijgen zijn en dat zou ik weer een beetje zonde vinden. Aan de andere kant, elke dag een wattenschijfje of twee weggooien is óók zonde. Hm. Eerst nog maar een paar pannenlappen.

Do Re Mi

Sinds mijn vierde brei ik. Soms een paar jaar niet, maar meestal staan er meerdere projecten op de pennen en er gaat geen dag voorbij zonder minstens een paar steken. Sokken breien kan ik ongeveer op de automatische piloot.

En al sinds het begon -in 2004- lees ik het blog van “Yarnharlot“, iemand die nóg meer van breien houdt dan ik, erg goed kan schrijven en haar brood verdient met beide. Ze schrijft over breien, maar vooral geeft ze cursussen. Meestal in Amerika dus de kans dat ik ooit een workshop volgen kan is erg klein.

Toen kwam de Corona-crisis en alle evenementen werden afgelast, ook de brei-gerelateerde in Amerika. Yarnharlot besloot een Patreon-cursus te gaan geven want zonder de evenementen is er voor haar veel minder werk en dus ook inkomen. Voor mij is Patreon een klein gouden voordeel in een groot, donker nadeel, want nu kan ik haar lessen volgen. Online. Tegen een wel heel bescheiden betaling, ik hoop van harte dat ik in het gezelschap ben van enkele duizenden andere betalende “Patreons”.

De eerste cursus die online kwam is “sokken breien”. Ik weet nog dat ik bij de aankondiging ervan een kleine teleurstelling voelde en iets dacht van een aap leren vlooien (in welke vergelijking ik dan de aap ben). Maar ik ben het toch gaan doen: gewoon, met haar lessen mee een eenvoudige sok breien. En er blijken heel wat kleine maar ook een paar grotere dingen die ik toch niet wist. Of vergeten was. Of die uit gemakzucht uit de routine gesleten waren.

Dit wordt dus een ongelooflijk goede sok. En ik heb geweldig veel plezier in het breien ervan.

Momentum

Alles went, kennelijk. Zelfs het corona-regime.

Ik maakte een dekbedovertrek van gewone lakenkatoen gecombineerd met een stuk Vlisco. Ik vind de kleuren zo mooi! Ik heb voor de effen stof lang gezocht naar dubbelbrede lakenkatoen van precies de goede kleur groen (het donkerder groen in de Vlisco). Dat lukte niet, dus uiteindelijk koos ik donkergrijs.

Ik maakte fudge naar dit recept. Dat was ook erg leuk om te doen en de smaak is geweldig. Dat moet ik niet te vaak doen… blijf er maar eens af! En het zijn wel tachtig van die blokjes.

Ik breide ook twee katoenen pannelappen voor vriendin H. Het patroon heet Bakers Twine, en ik vind ze zo leuk dat ik ze nu ook voor mijzelf aan het maken ben.

Niets doen

De maatregelen om het verspreiden van het Covid-19 virus te beperken zijn nodig, maar behoorlijk ingrijpend. Echtgenoot Yep voert zijn werkzaamheden thuis uit. Ik ga nog wel dagelijks naar de winkel, maar er zijn nauwelijks klanten, alle afspraken die niet urgent zijn worden afgebeld. En vanzelfsprekend is de agenda voor alle avonden leeg. Geen sportschool, geen vergaderingen, geen cursus, geen uitstapjes en etentjes met vrienden.

Gelukkig kunnen we nog wel naar de volkstuin. Die krijgt heel wat meer aandacht dan gemiddeld nu.

Je zou denken dat iemand met mijn stapel liefhebberijen wel goed uit de voeten kan met min of meer gedwongen thuis blijven. Naaien, film kijken, breien, lekker koken en bakken, misschien eens wat borduren, rommelen met kraaltjes … ik heb kasten vol materiaal en zeur regelmatig dat ik nooit eens lekker de tijd heb om daar wat mee te doen. Maar nu héb ik tijd en komt er niets uit mijn handen. Behalve dan die prima onderhouden tuin is de focus helemaal kwijt. Een bijna voltooid overhemd hangt al drie weken op zijn laatste twee knoopsgaten te wachten. Ik dacht dat mijn grote breiproject wel een heel stuk verder zou komen in die zee van tijd, tijdens het -eindelijk- kijken naar alle films die ik de afgelopen 3 jaar opnam van televisie. Maar de afgelopen week breide ik twee pennen tijdens de kijk van Koolhoven, meer film werd het niet. Ik begon aan een toilettasje, maar vond het resultaat na drie naadjes al helemaal niets en propte het achter in de kast. Ik heb er gewoon geen rust voor. Misschien is het beter als ik het maar eens loslaat allemaal… ik móet tenslotte niets.

Wat nog net lukt is vierkantjes breien. Al mijn bolletjes sokkenwol-restjes zitten in een grote vaas op mijn bureau, een vierkantje breien duurt een half uurtje. Dat doe ik zo’n beetje elke dag. Er lagen er al heel wat, inmiddels zijn het er meer dan vijftig.

Vandaag: sokken

In september 2016 kocht ik deze sokkenwol en vandaag haalde ik het paar van de sokblocker. Niet dat ik er drie jaar aan moest breien, maar soms moet wol een tijdje marineren.* Het werden gewone vanillesokken, niets bijzonders wat betreft het breipatroon, maar wel fijne zachte wol in vrolijke kleurtjes.

*dat is een eufemisme om mijn weinig doordachte aankoopbeleid te rechtvaardigen. Goeie hè?

Project Knie

Enkele weken geleden mocht ik mij -met mijn gammele linkerknie– melden bij een deskundige arts van de Mobility Clinic in het UMC in Utrecht. Tot mijn opluchting bleken er meer mogelijkheden om de problemen te lijf te gaan; een prothese kan hopelijk en hoogstwaarschijnlijk nog jaren uitgesteld worden. Hoera!

Het behandelplan heet ACP, een serie van drie injecties met bloedplasma (mijn eigen bloedplasma) in mijn knie, de eerste is eergisteren geplaatst.

De drie opeenvolgende bezoeken aan het ziekenhuis in Utrecht combineer ik met drie overnachtingen bij Dochter, die daar niet ver vandaan woont. Dit maakt dat ik behoorlijk wat reistijd heb. Dus ik zocht een vrolijk makende bol garen uit de voorraad en begon aan een breiwerk dat goed te doen is in treinen en wachtkamers. Het knieproject. Eens kijken wat het eerste weg is: de bol garen of de pijn in mijn knie.

Nog niet klaar met Katherine

In 2016 begon ik aan een ambitieus breiproject: Katherine Howard. Helemaal verliefd op het mooie patroon en zelfverzekerd genoeg om me niets van de reputatie (van moeilijk en langdurig) aan te trekken.

Prachtig, toch?

Het rugpand voltooide ik, de voorpanden waren ook al behoorlijk gevorderd voor ik me realiseerde dat het me echt nóóit zou gaan passen. En wat erger was: door mijn tegenzin om eindjes af te hechten had ik voor elke lichter blauwe diagonaal een héél lang eind garen in gebruik. Ik maakte er eerst knotjes van, die vreselijk in de war raakten natuurlijk. Er werd nogal eens aan de draden getrokken. Daar konden ze slecht tegen. Shetland wol bestaat uit vrij korte vezels, dus het garen werd dunner en brak soms. Ik probeerde het op te lossen met zogenaamde visjes, maar ook dat hielp niet veel, ook die raakten steeds in de knoop en het breiwerk werd er bepaald niet mooier van. Ik breide nog een klein stukje dapper door, maar toen kwam er een ander mooi garen langs. Ik breide een paar sokken. En een muts, en nog een muts. En toen werd het koud en vond ik dat ik een warm vest voor in de tuin nodig had.

Warm voor de winter

Ik breide het op pennen 4,5 van Cascadewol die me geleverd werd door huisdealer zevenkatten.nl .

Kabels breien is leuk.

Toen het eenmaal af was, was het natuurlijk niet koud meer, dat is zoals die dingen gaan. Het vest zal me beslist goed van pas komen in de komende winters dacht ik, en ik begon blijmoedig weer aan een sok. Maar ergens bleef tijdens al deze zijsprongen de gedachte aan Katherine Howard me wel dwarszitten. Ik hou niet van opgeven. Ik noem mijzelf vaak een procesbreier, het gaat mij meer om de bezigheid dan om het product, maar ik wil wel graag iets moois en draagbaars maken. Uithalen en opnieuw beginnen? Nee, niet met deze mishandelde wol. Dus gewoon helemaal opnieuw beginnen, en dat deed ik. Nu niet met lange draden in knotjes of visjes, maar kortere stukken wol. Ik schafte materiaal aan, ik maakte proeflapjes en zelfs een toile, en ik begon opnieuw. Katherine de Tweede.

het schootje aan het achterpand is al klaar.

De eerste poging beschouw ik maar als een heel degelijke oefening. Een super-proeflapje. De Katherine Howard waarnaar het patroon vernoemd werd kreeg geen tweede kans.