Statistieken hebben altijd gelijk

Gespannen keken we uit naar de dag dat volgens onze berekeningen de eieren waarop onze Fiep zat te broeden zouden uitkomen. Op Moederdag zou ze, hoe toepasselijk, een aantal piepende kuikentjes onder de warme vleugels hebben. Waarschijnlijk gele kuikens deze keer, want de broedeieren zijn gelegd door witte en splash Marans. Er was ook een ei van een Bresse kip bij.

De eerste lege eierschaal lag vrijdagavond al naast het nest. Helaas, het kuikentje dat er uit was gekomen de volgende ochtend óók: Het was misvormd en had geen kans op overleven. Fiep had het uit het nest gelegd. Maar er waren nóg zeven eieren.

Een paar uur later meldde zich de volgende, gelukkig helemaal in orde. Weer een paar uur later was er nog een sterfgeval te betreuren, gevolgd door het tweede gezonde kuiken. En daar bleef het bij, vier eieren waaronder het Bresse kwamen niet uit. Twee kuikens is niet veel, wel een béétje teleurstellend. Volgens de kippenhouder waar wij de eieren van kregen is het wel te verklaren door de koude nachten die er geweest zijn. Als een ei twee uur niet onder de kip ligt is het al te koud en wordt het geen kuiken. En ook: volgens de statistieken komt er bij natuurbroed uit ongeveer zestig procent van de eieren een gezond kuiken. Dit is voor ons kippenhouderijtje de derde keer, het eerste nest was zes kuikens uit acht eieren, de tweede keer negen uit negen. En nu dus twee uit acht. In totaal 25 eieren waaruit 17 kuikens kwamen. Dat is nog steeds 68 procent. En wat wel hoopvol is: iets meer dan de helft van de kuikens is volgens de statistiek kip, de rest haantjes. Ik hoop dat deze twee kuikens allebei meisjes zijn en de kans daarop is best aanwezig: van de eerste twee nesten, vijftien kuikens, bleken er maar liefst tien van het mannelijk geslacht. De meiden hebben wat in te halen.

Maar we gaan er eerst volop van genieten want het is weer zó leuk! Fiep is een geweldige moeder. En Kleindochter K. mag de kleintjes namen geven.

Zoetzure tomaten

In augustus vorig jaar maakte ik twee literpotten zoetzure kerstomaatjes in. Ik gebruikte 500 gram azijn en 300 gram suiker, ik deed wat takjes rozemarijn en wat kleine uitjes tussen de tomaten.

Vandaag pas maakte ik een pot open om eens te proeven. Het was een experiment, want er wordt zoetzuur van van alles verkocht, maar van tomaatjes heb ik het nog nooit ergens gezien (of geproefd).

Vreemd, want het is werkelijk heerlijk! de tomaten zijn heel gebleven, hoewel de schil van de meeste wel gebarsten is. Maar ze zijn vol van smaak, de uitjes zijn de scherpte helemaal kwijt maar ze zijn wel knapperig gebleven. Deze gaat in het repertoire blijven.

Wie wat bewaart die geeft wat.

Dik vijf jaar geleden voltooide ik een gebreide deken. Hij lag, tot we de kamer leegmaakten voor de verbouwing, op de bank waar een warm dekentje soms echt lekker is. Kort nadat ik de deken voltooide bedacht ik dat ik nog wol genoeg had om een bijpassend kussen te maken. Eigenlijk niet zo’n goed idee want deze wol is bepaald prikkerig, een kussen voor onder je hoofd bij een middagdutje zou het niet worden. En ik had er na een hele deken genoeg van ook. Uiteindelijk verdween het project, een half kussen groot, onderin de breimand waar het vergeten werd. Tot er twee dingen tegelijk gebeurden: In het kader van diezelfde verbouwing keerde ik de mand om* en Kleindochter K. vroeg of ik een deken voor haar pop wilde maken. Een half kussen is bijna net zo groot als een poppendekentje, ik breide nog twee strookjes en een randje er om heen en voila!

Prima kadootje voor haar vierde verjaardag, overmorgen.

*De inhoud van die mand veroorzaakte een merkwaardig mengsel van gevoelens: hernieuwd enthousiasme, licht schuldgevoel, en nostalgisch weerzien met oude bekenden. Ik ga alles wat uit die mand kwam rollen voltooien, of ik het leuk vind of niet. Project één, Kussen eeeh poppendeken: check.

Waar blijft de tijd!

April alweer! Door lockdown en avondklok is er weinig bezigheid buiten de deur, maar veel om over te schrijven, zou je denken. Dat is er ook, maar het komt niet tot een afgerond verhaal met een fotootje. Toch wil ik geen slapend blog…. dus een korte update:

Momenteel wonen Echtgenoot Yep en ik op de bovenverdieping, terwijl beneden allerlei buitengewoon handige mannen beton storten, scheuren in de muren repareren, stopcontacten verplaatsen en vloerverwarming aanleggen. Er wordt verbouwd, kortom.

De tuin is weer in voorjaarsversiering. Het is prachtig.

Ik brei en brei en brei aan Katherine. Ik ben vast van plan monogaam (of monomaan) te blijven tot het af is.

Kip Fiep is broeds, ze heeft negen eieren onder haar hoede, waaronder twee van Bresse kippen. Alle eieren komen van witte kippen, of zogenaamd “splash” dat is wit met zwarte vlekjes. We hopen dat ze over iets meer dan twee weken uitkomen.

We beginnen weer!

Het is nog koud, vooral ‘s nachts. Maar het tuinseizoen is gestart.

Ik stookte een stapel afval van vorig jaar op. Het was niet veel, we worden steeds beter in het hergebruiken van tuinafval. In deze vuurton zitten vooral wortels van een bamboe die we verwijderd hebben, bamboe woekert enorm en de wortels zouden, als ze de kans kregen, meteen weer een nieuwe plant worden. Ook meidoorn-snoeisel heb ik verbrand, want meidoorn heeft akelige doorns.

De krokusjes werden vorig jaar vrijwel direct opgegeten, maar nu mogen wij er van genieten. Vrolijk! De tuinbonen zijn gezaaid, de sjalotten geplant, de katjeswilg bloeit bijna.

En de kippen hebben het ook begrepen, ze zijn allebei weer aan de leg.

Natuurijs

Ik ben niet zo’n grote drinker als het op alcoholische drankjes aankomt. Limonade-achtigen gaan ook al niet zo hard. Maar het lijkt wel of álles lekkerder (en luxer) wordt als het uit een groot glas met veel rinkelende ijsklontjes komt. Schaamtevolle bekentenis: Soms kocht ik in de supermarkt zo’n grote zak met ijsblokjes, want de ijsklontjes uit een siliconen hartjesvorm vanuit mijn eigen vriezer zijn troebel en dat is tóch anders.

Nu is het winter en best koud. Elke morgen haalde ik een grote, glasheldere klont ijs uit de drinkbak van de kippen.

Het duurde wel drie dagen voor ik de voor de hand liggende conclusie trok en mijn hartjesvorm ‘s avonds gevuld buiten zette en ‘s morgens handenvol prachtig heldere ijsblokjes naar mijn vriezer verhuisde.

Nouja, bijna helder.

Proost!

Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.

Chocomel

Er waren twee chocoladeletters die overbleven toen de Sint weer vertrokken was. En ik had een pak Droste cacaopoeder dat al vijf jaar in de kast stond. Ik houd niet zo van chocolade, ik ben als kind in de ketel gevallen. Dat wil zeggen, ik had vakantiebaantjes bij een chocoladefabriek en at daar genoeg voor de rest van mijn leven, mijn quotum is al op. Dus Sint zijn letters bleven liggen, hoewel de Echtgenoot er natuurlijk wél van eet.

Ik hakte de chocolade in stukjes en deed het samen met de cacao, suiker, wat vanille, een mespuntje zout en wat maizena in de keukenmachine en draaide het geheel tot gruis. Een volle eetlepel hiervan opgelost in een beker hete melk maakt een heerlijke beker chocolademelk, recept van smittenkitchen.

Wat een goed idee! Er bestaat ook een commerciële variant, vooral gericht op kinderen, waarbij op het etiket het woord cacaofantasie staat. Zou dat betekenen dat je de cacao er zelf in moet fantaseren? Ik zocht het even op, maar er zit kennelijk wel cacao in. En calcium en vitaminen en 16 procent minder suiker en een optistart formule, het is kennelijk hartstikke gezond spul! Maar goed. Ik maakte dus een bijzonder luxe versie daarvan. Niet gezond, wél erg lekker volgens mijn deskundige chocoladeproefpanel bestaande uit Echtgenoot Yep.

Daarna pakte ik mijn chocolademelkmix in potjes voor twee bekers elk, ik strikte er een mooi lintje om en hing er een instructie voor de bereiding en een kerstwens aan. Leuk cadeautje voor iedereen die we dit jaar niet kunnen zien rondom de feestdagen. We houden wijselijk afstand, het wordt bepaald minder gezellig… maar zo wordt het vast een warmere Kerst.

J a r i g !

Lies en Place bestaat 10 jaar vandaag: op 6 december 2010 plaatste ik het eerste berichtje. In de jaren ervoor had ik een typepad blog, want in die tijd had iederéén een blog. Kort nadat ik Haarlem verliet ben ik er mee gestopt. Maar toen ik eenmaal wat gesetteld was in Goes miste ik het toch. Ik ontdekte dat ik zelfs een eigen domein kon hebben en worstelde wordpress er op. Ik kon niet kiezen wat het hoofdonderwerp moest zijn en dat kan ik nog steeds niet, uiteindelijk besloot ik om mijn eigen pogingen te documenteren om “alles” zelf te maken. Hoewel ik in de afgelopen jaren ook ontdekte dat er beperkingen zijn aan wat ik zelf kan maken… ik heb bijvoorbeeld een tijdje het idee gehad dat ik alleen maar door mijzelf genaaide kleding zou gaan dragen. Theoretisch kan dat natuurlijk best, als je je alléén maar daarop zou richten. Maar praktisch is het niet haalbaar; er zijn meer dingen te doen. En ons eigen brood bakken zou best kunnen, maar het heet genoeg stoken van mijn huishoud-oven kost meer dan een broodje bij de bakker om de hoek. Het moet wel zinvol zijn om iets zelf te maken. Daarbij is de bedoeling van dat “alles zelf maken” dat de hoeveelheid afval, plastic en zinloos verstookte energie kleiner wordt en daarmee mijn ecologische voetafdruk.

Er is een telsysteem om te weten hoeveel mensen hier regelmatig meelezen, (soms 5000 per maand, soms 13000) maar dat is niet zo informatief als je zou denken. Soms komen er 800 hits binnen 5 minuten uit Rusland of China, dat kan geen belangstellende lezer zijn. Maar er zijn véél mensen die regelmatig even komen kijken, soms een opmerking achterlaten of in het “echte” leven er iets over zeggen. Dat is echt leuk, daar ben ik altijd erg blij mee.

Wat gebeurde er veel in die jaren… beide kinderen trouwden en Kleindochter K. kwam er bij. Ik kreeg grijze haren (of eigenlijk accepteerde ik mijn grijze haren, grijze haren staan me beter dan geverfd haar, echt!) en een versleten knie. Die knie bracht toch ook weer een hoop goeds, zo ben ik sportiever dan ik ooit ben geweest want dat helpt de ongewenste prothese-operatie vooruitschuiven.

We werden beter in het tuinieren en breidden ons volkstuin”lapje” uit naar 800 vierkante meter met een kas en een huisje en een heel behoorlijke opbrengst. Als gevolg daarvan -eten weggooien doen we niet- leerde ik veel over conserveren en gingen we meer en meer nadenken over wat we eten en hoe we het verkrijgen. Dat zie je terug op het blog: meer over voedsel verwerken, drogen en inmaken, en veel meer over de tuin. We begonnen aan kippen en hebben daar erg veel plezier van. En heerlijke eieren.

De bloglezers kregen ook heel wat naaiwerk te zien. Ik leerde niet van “echt” te onderscheiden overhemden maken voor Echtgenoot Yep, ik maakte babykleertjes voor de kleindochter en kledingstukken -van slipjes tot jassen– voor mijzelf. Ik breide gestaag door, vesten, sokken, mutsen, sjaals…. Een jaar lang schreef ik elke dag op “wat ik vandaag maakte” dus daar zaten ook dingen als fietstochtjes in, en schoonmaakwerkzaamheden. Vakanties, lichtfestivals, wandelingen en films kregen ook aandacht. Er waren zijsprongetjes naar spinnen, kralen, quilten en er was een enkele uiting van boosheid of verdriet.

Er werd ook véél gekookt en gebakken. Hoewel bovenstaande taartjes van de banketbakker komen, want bij een blogverjaardag hoort taart. Maar, hoe ironisch, ik was niet in de gelegenheid dat zelf te maken. Nu ja. De versiering heb ik wel zelf gemaakt, van restjes katoen. Leuk, aan ongeveer elk vlaggetje kleeft de herinnering aan het oorspronkelijke doel van het lapje, eigenlijk is het net zoiets als dit blog. De eindconclusie? dat ik nóg wel een jaar of tien door zou willen zo.

Het is een cliché maar de meeste clichés zijn waar: Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers maken ophangen.