Morgen staat er een barbecue op de planning. Mijn bijdrage is een stukje vis, een stokbrood en verse kruidenboter.
Ik plukte bieslook, daslook, en fluitekruid1. Alles grondig gewassen, gedroogd en fijngehakt en met een beetje zout door een half pakje boter gemengd. Daar kan geen supermarktkuipje tegenop.
Fluitekruid, het jonge blad ervan, smaakt prettig groen, een beetje peterselie-achtig. Elke wildpluk-gids waarschuwt dat je het niet moet verwarren met gevlekte waterscheerling, want die lijkt er wel wat op en die is giftig. Érg giftig kennelijk, in een aflevering van Midsomer Murders neemt iemand één hapje van een pan soep waarin wat gevlekte waterscheerling is verwerkt, grijpt naar haar keel en valt ter plekke dood neer. Dat is wellicht wat overdreven, maar het is natuurlijk verstandig om goed te kijken of de stengel van je wildpluk-fluitekruid gevlekt is. ↩︎
In onze pogingen om de reeën te overtuigen dat onze tuin géén doorlopend buffet voor evenhoevigen is hebben we onze tuin inmiddels grotendeels omheind. Een klein stukje naast de compostbak was provisorisch met een paar rekken afgesloten. Het is zo’n loos hoekje, achter het huisje van de buurvrouw, onder een prikkelige meidoorn. Er groeiden vooral brandnetels. Vorig jaar heb ik de brandnetels verwijderd en er maagdenpalm (een schaduwminnende bodembedekker) geplant. Natuurlijk waren de brandnetels niet meteen ontmoedigd, de buurvrouw dekte haar deel van het hoekje daarom af met blauw plastic. De maagdenpalm heeft na enig twijfelen haar draai gevonden, tijd voor de volgende stap. De rekken gaan weer dienen om erwtjes tegenaan te laten klimmen…
En ik knutselde vandaag met behulp van wat oude fruitboompalen en een stapel takken van de onlangs geknotte wilg een echt, serieus hek. Ik ben er buitensporig trots op!
Ik kreeg een doos vol versgeplukte, biologische citroenen en avocado’s. Wat een weelde!
Natuurlijk deelde ik met andere liefhebbers, want het is écht veel. Voor avocado’s heb ik een toprecept: Geroosterde boterham, dun laagje mayonaise, plakjes avocado, beetje peper, opeten. Herhalen.
Om de citroenen op te krijgen moet ik iets beter mijn best doen. Vijf ervan perste ik uit, ik maakte ijsblokjes van het sap en de schillen verwerkte ik tot zogenaamde candied lemon peel. Geconfijte citroenschilletjes, dus.
Dat was niet zoveel werk als ik van tevoren vreesde, ik heb wel de voedseldroger ingezet toen het recept een periode van minstens 24 uur drogen voorschreef. Leuk en lekker dingetje om te maken en om toetjes en gebak mee te versieren. Volgende station: Lemon curd. Of limonade. Of ingelegde citroen. Of allemaal!
Al een jaar of twee krijg ik elk kwartaal een doos boodschappen thuisbezorgd van No Waste Army. Deze organisatie koopt restpartijen op, en onverkoopbare groenten en fruit. Peren die net te klein of te groot zijn voor het voorgevormde supermarkt-traytje, kromme wortels, aardappelen die niet verkocht worden omdat er toevallig een goede aardappel-oogst is. Bizar vind ik dit soort dingen. Hier in Zeeland gebeurt het nogal eens: De prijs van de uien is soms zó laag dat het voor de boer niet meer kostendekkend is om ze van het land te halen, dus worden ze ondergeploegd. Economie is een vak dat ik op school niet volgde, er zal vast een verklaring zijn, maar ik snap NIETS van deze verspilling. Maargoed. No Waste Army koopt dit soort partijen op, verwerkt het in houdbare producten en verkoopt dat in de kwartaalboxen aan haar abonnees. Ook organiseren ze van tijd tot tijd een extra campagne om een producent met een acuut overschot te helpen. No Waste Army heeft een vrolijke enthousiaste huisstijl met een heel eigen militaire retoriek en spreekt de abonnees aan als strijders (tegen voedselverspilling).
Het bezorgt me elke keer een soort kerstpakket-gevoel. Het is altijd verrassend wat er nu weer bedacht is. Natuurlijk is het logisch dat er appelsap wordt gemaakt van de appels, maar falafelmix van witte bonen en crackers met wortel er in gebakken… Daar was ik zelf niet op gekomen.
Ik vind soms óók een tikje ongemakkelijk. Lekker luxe en makkelijk “strijden” zo, een keer per kwartaal een doos met heerlijke boodschappen die ook nog thuisbezorgd worden. Leunstoel-activisme, zo voelt het een beetje. Aan de andere kant sta ik helemaal achter de doelstelling om geen eten te verspillen en het systeem dat dit veroorzaakt te bevragen. En natuurlijk is het belangrijk dat het resultaat ook verkocht wordt. Daarbij zijn de producten altijd zó lekker dat ik het jammer vind dat het niet in de winkel te koop is. Dus, No Waste Army, ik blijf een dappere en trotse voetsoldaat in jullie leger.
Een prettige combinatie van omstandigheden: Prachtig lenteweer en ik was vrij. Naar de tuin dus! de uitjes moesten geplant worden. Daarvoor bestaat een specifiek gereedschapje: de pootstok. Die heb ik niet, maar het is een heel eenvoudig ding, ik denk regelmatig dat ik het best zelf kan maken. De eerste de beste keer dat een schop of spade breekt of wordt afgedankt ga ik de steel met handgreep bewerken tot pootstok, dat is het plan. Maar op de één of andere manier gebeurt dat nooit, wij hebben heel degelijk gereedschap.
Tijdens de lunch dacht ik na over het motto van deze site, pakte mijn mes, een stukje touw en een paar takken uit de houtwal en maakte mijn eigen pootstok. En daarmee plantte ik een stuk of honderd rode uitjes. Groeien maar, jongens.
Kleindochter K. logeert bij ons. Nog maar een paar maanden voor haar negende verjaardag zijn er veel dingen in haar leven die ik niet ken. Toen mijn eigen kinderen die leeftijd hadden had niemand een PC of smartphone, er is heel wat nieuwe jeugdcultuur waarvan ik nauwelijks wat weet. Zo is K. dol op Pokemon. Inmiddels een veelomvattend universum gevuld met raadselachtige wezens die gevangen en/of verzameld moeten worden en die allemaal mystieke krachten hebben. Ik ga dat niet meer proberen te doorgronden. Als Kleindochter K. bij ons logeert bakken we koekjes en gaan we naar het zwembad. En ‘s avonds kijken we niet naar een onafzienbare serie maar naar Jungle Book of Toy Story.
Maar toen één van haar Pokemon knuffels (met name Flareon, jaja!) averij had opgelopen mocht ik old school met naald en draad aan de slag om de schade onzichtbaar te repareren. Dat is dan weer mijn mystieke kracht.
Ooit verbleven we in een Italiaans huis, met een prachtig bloeiende wisteria boven het terras. Na thuiskomst schaften we een baby-wisteria aan, ook wit, en plantten die in onze achtertuin. Nu, een jaar of zes later is die behoorlijk groter geworden en bloeit ook, in Mei.
Aan de stengels bleven peulen hangen, die ik plukte, in december. Ze zijn best mooi, zien er fluwelig uit, maar ze zijn keihard. Ik dacht er misschien iets decoratiefs mee te doen, en zette ze zolang in een klein vaasje in de bijkeuken. Maar toen ze goed en wel gedroogd waren….
Sprongen ze één voor één met behoorlijk geweld in tweeën én uit hun vaasje. Meters verderop lagen de zaden en gehalveerde peulen in de keuken. Een effectieve manier om je te verspreiden, als plant zijnde!
Voor het eerst in tijden gingen we weer eens naar het Rotterdamse filmfestival. We gingen naar de Volkskrant-dag waardoor de keuzestress weg was. (649!! films! Hoe kun je kiezen?)
We zagen deze, en deze, en deze. Daarna gingen we een biertje en een bitterbal halen, en gingen naar deze film kijken. Na een frietje van Bram zagen we nóg een film, en toen rolden we geheel voldaan het hotelbed in.
De dag erna sliepen we eerst wat uit en maakten een stadswandeling. Daarna reden we naar Villa Augustus voor een lunch en voor tuin-inspiratie. Ik vind dat altijd een erg vrolijk makende plek!
Echtgenoot Yep wilde op weg naar huis een stukje omrijden om de flamingo’s te fotograferen. De Wát? de Flamingo’s! In het winterse, moddergrauwe Grevelingenmeer verblijft een groep flamingo’s. Ze zien er geweldig misplaatst uit, roze poederdonsjes in de klei. Maar ze lijken het best naar hun zin te hebben… de meesten stonden vredig op één poot te slapen. Heel bijzonder.
Op de volkstuin staan vier knotwilgen. Die moeten regelmatig geknot om recht op die naam te hebben. Dit jaar waren er twee aan de beurt die -nogal precair- in de houtril tussen de sloot en de kas staan.
Hier zie je Echtgenoot Yep doende met nog enkele grote takken te gaan. Aan de voet van de trap ligt de stapel takken die er al af zijn gehaald. Inmiddels hebben de twee wilgen een kale kruin, op één kleinere tak na. Het schijnt dat wilgen soms overlijden als er helemaal geen tak meer is om de sapstroom in gang te houden. Het ziet er grappig uit, een dikke stam met één sprietig takje er bovenop. Na het knotten moeten de takken die er af zijn gehaald verwerkt. We knippen de dunste twijgjes er af en nog iets kleiner, dat wordt strooisel voor het verstevigen van het achterste puntje van de tuin, dat tussen twee sloten gelegen is en soms wat moerassig. De langere takken worden deels gebruikt voor de houtwal, deels worden ze apart gehouden om een hek mee te vlechten. Maar de dikke takken worden allemaal in stukken van ongeveer een meter gezaagd en zo doorluchtig mogelijk in het houthok opgestapeld.
Daar liggen ze een jaar of twee te drogen, waarna ze in vieren worden gezaagd om in onze en K:)dootjes kachel te passen. Een pittig klusje (want alles gewoon met een handzaag gezaagd) maar wél iets dat veel voldoening geeft. En warmte, dat ook.
Een prettige bijkomstigheid van 60-plusser zijn is dat je zogenaamde keuzedagen kunt aanschaffen bij de NS. Dat kan alleen in combinatie met een kortingkaart, die ik toevallig al had. Zeven keer per jaar kun je zo’n dag inzetten. Het maakt niet uit hoe ver je reist, je mag de hele dag in de trein, als je maar buiten de spits reist. Met een van die keuzedagen vervulde ik een lang gekoesterde wens: Ik ging naar Tilburg, naar Textielstad. Een stoffenwinkel waar ik al een paar keer online iets kocht, maar die -aan de website te zien- zo’n grote collectie heeft dat ik het graag eens van dichterbij wilde bekijken.
Dat viel niet tegen! Het is geen lief stoffenwinkeltje in het stadscentrum (óók leuk, maar helaas een uitstervend verschijnsel) maar een grote hal op een bedrijventerrein waarin een heel effectief midden is gevonden tussen een magazijn-achtige webshop en een inspirerende lapjeswinkel.
Ik kocht spullen -allemaal blauw, maar dat is toeval- om me een maandje of twee bezig te houden en keek uitgebreid rond, voor als ik in de toekomst weer wat wil bestellen. Nog een lunch bij het museumcafé van het textielmuseum, heel passend, en na een rondje fietsen op de stationsfiets weer in de trein naar Goes. Leuke dag, leuke winkel!