Ik kreeg een doos vol versgeplukte, biologische citroenen en avocado’s. Wat een weelde!
Natuurlijk deelde ik met andere liefhebbers, want het is écht veel. Voor avocado’s heb ik een toprecept: Geroosterde boterham, dun laagje mayonaise, plakjes avocado, beetje peper, opeten. Herhalen.
Om de citroenen op te krijgen moet ik iets beter mijn best doen. Vijf ervan perste ik uit, ik maakte ijsblokjes van het sap en de schillen verwerkte ik tot zogenaamde candied lemon peel. Geconfijte citroenschilletjes, dus.
Dat was niet zoveel werk als ik van tevoren vreesde, ik heb wel de voedseldroger ingezet toen het recept een periode van minstens 24 uur drogen voorschreef. Leuk en lekker dingetje om te maken en om toetjes en gebak mee te versieren. Volgende station: Lemon curd. Of limonade. Of ingelegde citroen. Of allemaal!
Al een jaar of twee krijg ik elk kwartaal een doos boodschappen thuisbezorgd van No Waste Army. Deze organisatie koopt restpartijen op, en onverkoopbare groenten en fruit. Peren die net te klein of te groot zijn voor het voorgevormde supermarkt-traytje, kromme wortels, aardappelen die niet verkocht worden omdat er toevallig een goede aardappel-oogst is. Bizar vind ik dit soort dingen. Hier in Zeeland gebeurt het nogal eens: De prijs van de uien is soms zó laag dat het voor de boer niet meer kostendekkend is om ze van het land te halen, dus worden ze ondergeploegd. Economie is een vak dat ik op school niet volgde, er zal vast een verklaring zijn, maar ik snap NIETS van deze verspilling. Maargoed. No Waste Army koopt dit soort partijen op, verwerkt het in houdbare producten en verkoopt dat in de kwartaalboxen aan haar abonnees. Ook organiseren ze van tijd tot tijd een extra campagne om een producent met een acuut overschot te helpen. No Waste Army heeft een vrolijke enthousiaste huisstijl met een heel eigen militaire retoriek en spreekt de abonnees aan als strijders (tegen voedselverspilling).
Het bezorgt me elke keer een soort kerstpakket-gevoel. Het is altijd verrassend wat er nu weer bedacht is. Natuurlijk is het logisch dat er appelsap wordt gemaakt van de appels, maar falafelmix van witte bonen en crackers met wortel er in gebakken… Daar was ik zelf niet op gekomen.
Ik vind soms óók een tikje ongemakkelijk. Lekker luxe en makkelijk “strijden” zo, een keer per kwartaal een doos met heerlijke boodschappen die ook nog thuisbezorgd worden. Leunstoel-activisme, zo voelt het een beetje. Aan de andere kant sta ik helemaal achter de doelstelling om geen eten te verspillen en het systeem dat dit veroorzaakt te bevragen. En natuurlijk is het belangrijk dat het resultaat ook verkocht wordt. Daarbij zijn de producten altijd zó lekker dat ik het jammer vind dat het niet in de winkel te koop is. Dus, No Waste Army, ik blijf een dappere en trotse voetsoldaat in jullie leger.
Een prettige combinatie van omstandigheden: Prachtig lenteweer en ik was vrij. Naar de tuin dus! de uitjes moesten geplant worden. Daarvoor bestaat een specifiek gereedschapje: de pootstok. Die heb ik niet, maar het is een heel eenvoudig ding, ik denk regelmatig dat ik het best zelf kan maken. De eerste de beste keer dat een schop of spade breekt of wordt afgedankt ga ik de steel met handgreep bewerken tot pootstok, dat is het plan. Maar op de één of andere manier gebeurt dat nooit, wij hebben heel degelijk gereedschap.
Tijdens de lunch dacht ik na over het motto van deze site, pakte mijn mes, een stukje touw en een paar takken uit de houtwal en maakte mijn eigen pootstok. En daarmee plantte ik een stuk of honderd rode uitjes. Groeien maar, jongens.
Kleindochter K. logeert bij ons. Nog maar een paar maanden voor haar negende verjaardag zijn er veel dingen in haar leven die ik niet ken. Toen mijn eigen kinderen die leeftijd hadden had niemand een PC of smartphone, er is heel wat nieuwe jeugdcultuur waarvan ik nauwelijks wat weet. Zo is K. dol op Pokemon. Inmiddels een veelomvattend universum gevuld met raadselachtige wezens die gevangen en/of verzameld moeten worden en die allemaal mystieke krachten hebben. Ik ga dat niet meer proberen te doorgronden. Als Kleindochter K. bij ons logeert bakken we koekjes en gaan we naar het zwembad. En ‘s avonds kijken we niet naar een onafzienbare serie maar naar Jungle Book of Toy Story.
Maar toen één van haar Pokemon knuffels (met name Flareon, jaja!) averij had opgelopen mocht ik old school met naald en draad aan de slag om de schade onzichtbaar te repareren. Dat is dan weer mijn mystieke kracht.
Een prettige bijkomstigheid van 60-plusser zijn is dat je zogenaamde keuzedagen kunt aanschaffen bij de NS. Dat kan alleen in combinatie met een kortingkaart, die ik toevallig al had. Zeven keer per jaar kun je zo’n dag inzetten. Het maakt niet uit hoe ver je reist, je mag de hele dag in de trein, als je maar buiten de spits reist. Met een van die keuzedagen vervulde ik een lang gekoesterde wens: Ik ging naar Tilburg, naar Textielstad. Een stoffenwinkel waar ik al een paar keer online iets kocht, maar die -aan de website te zien- zo’n grote collectie heeft dat ik het graag eens van dichterbij wilde bekijken.
Dat viel niet tegen! Het is geen lief stoffenwinkeltje in het stadscentrum (óók leuk, maar helaas een uitstervend verschijnsel) maar een grote hal op een bedrijventerrein waarin een heel effectief midden is gevonden tussen een magazijn-achtige webshop en een inspirerende lapjeswinkel.
Ik kocht spullen -allemaal blauw, maar dat is toeval- om me een maandje of twee bezig te houden en keek uitgebreid rond, voor als ik in de toekomst weer wat wil bestellen. Nog een lunch bij het museumcafé van het textielmuseum, heel passend, en na een rondje fietsen op de stationsfiets weer in de trein naar Goes. Leuke dag, leuke winkel!
Er ligt een pak sneeuw. Het was al aan het smelten en het was geen slecht weer, we waren allebei vrij vandaag dus we gingen naar de tuin. In de tuin werken bij koud weer is geen probleem, deze tijd van het jaar zijn er veel klussen waar je het vanzelf wel warm van krijgt. Wilgen knotten, brandhout zagen, (we hebben geen kettingzaag of zo, we doen het allemaal met de hand) blad harken, compost kruien. Het is zaak een muts en goede handschoenen te dragen. Het enige probleem was -tot vandaag- dat ik altijd koude voeten krijg in mijn groene rubberen regenlaarzen. Zelfs met twee paar sokken over elkaar heb ik na een uurtje of twee geen gevoel meer in mijn tenen en ben ik door en door koud.
Echtgenoot Yep overtuigde me om nu eens gewoon echt goede warme werklaarzen te kopen. Dat deed ik, en de hele middag, rondstampend in de sneeuw, had ik het niet koud en had ik warme voeten. Wát een goede aankoop! En ik vind ze nog leuk ook.
Het idee kwam van K:)dootje die een voedseldroger aanschafte en daar allerlei experimenten mee deed: Gemberthee. Natuurlijk had ik al een paar keer munt gedroogd om thee mee te maken, dat kwam dan vooral voort uit plotseling veel munt na een snoeibeurt van de plant in de tuin. Maar veel verder had ik niet nagedacht over deze mogelijkheid. Raar eigenlijk! Ik was wel blij met K:)dootjes frisse blik.
Gemberthee zoals je het in de horeca krijgt bestaat uit een beker heet water met wat plakjes verse gemberwortel. Ik vind het lekker, maar wel wat tam. De plakjes gember geven natuurlijk alleen wat smaak af aan het snijvlak, het is een nogal compacte wortel.
Meer snijvlak, dus! Ik schaafde een stuk verse gemberwortel in heel dunne plakjes en droogde die tot ze knisperig waren. En dat was andere koek. Eeh, thee. Niks tam gemberwatertje, maar heerlijke verwarmende thee, in meerdere betekenissen van het woord. En daarbij: met het stuk wortel dat ik droogde zou ik op de horecamanier misschien drie koppen thee kunnen maken. De stand staat nu op zes, en op de foto zie je de rest: genoeg gemberkrullen voor nog minstens zes keer thee.
In een boek van Nancy Birtwhistle vond ik een recept voor iets dat zij “lining paste” noemt. (Ik zou dat vertalen met bakvormpasta.) Het is een mengseltje dat je met een kwastje aanbrengt in een bakvorm in plaats van boter of spray of bakpapier. Wat je daarna in die vorm bakt komt probleemloos en mooi bruingebakken los. Vooral bij tulbandvormen is zoiets héél prettig. Wat een goed idee, dat wilde ik maken! Voor mezelf, maar ook als cadeautje voor een paar mede-bakkers. Eén van de ingredienten is “shortening”, iets dat wij hier in Nederland niet kennen, het is een soort margarine. Een goed voorbeeld van shortening, zo leerde ik, is Crisco.
Dat had ik wel eens op de buitenland-afdeling van de Jumbo gezien, tussen de reeses peanutbuttercups en de marshmellow-boterhampasta. Maar toen ik naar de supermarkt ging vond ik het daar niet meer. Ik zocht nog in twee of drie andere winkels, maar helaas. Toen K:)dootje en haar meneer naar Engeland gingen vroeg ik hen om voor mij uit te kijken of het daar te koop was, maar ze hadden geen succes. Ik maakte bij wijze van experiment bakvormpasta met ghee, dat werkte wel goed maar ik vond ‘t niet heel lekker ruiken.
Enkele weken geleden liep ik rond in de toko, 50 meter vanaf mijn werk gelegen, en ziedaar! stond er gewoon een stapel van. Nouja! Overal gezocht en het was zo ongeveer bij de buren te vinden! Ik kocht een blik, maakte er bakvormpasta mee, deed het in decoratieve potjes en deelde uit. Het werkt echt prima, alle taarten, koekjes en cake komen onbeschadigd en smakelijk gekleurd uit de bakvorm.
Maar, nu komt de maar, pas daarna ontdekte ik dat Crisco helemaal niet zulk prettig materiaal is. Het is geruime tijd van de markt geweest omdat het kunstmatige transvetten bevatte. Nu niet meer, maar in zijn geheel is het een nogal onnatuurlijk product en kennelijk wordt het ook voor heel andere toepassingen dan eten gebruikt. Het is jarenlang houdbaar, dat vind ik op zich al wat verdacht. Bakvormpasta blijft een heel goed idee, maar ik zoek nog even door naar een goed, wat gezonder en duurzamer alternatief voor deze shortening. Ideeën zijn welkom!
In onze huiskamer branden een stuk of tien kaarsjes. Als het donker is en wij thuis zijn tenminste. Waxinelichtjes in een aluminium cupje en dat weer in een gezellig gekleurd glaasje. In de cupjes blijft altijd een randje kaarsvet over, dat ik er uit peuter en bewaar.
De lege cupjes weet ik niets anders mee te doen dan weggooien. Aluminium kost een hoop om te produceren, en met een stuk of 20 kaarsjes per week maak ik toch behoorlijk wat afval. Hoewel ze in de PMD bak mogen is het toch nogal overbodig… dat moet anders kunnen.
Bij leven zonder afval verkoopt men die cupjes van staal, een steviger en houdbaarder materiaal. Ook zijn er “blote” waxinelichtjes te koop1, daarmee kunnen we het zonder aluminium. Een kleine investering, maar beduidend minder afval in de loop van de tijd.
Om te beginnen kocht ik ook nog wat passende lontjes en maakte van mijn restjes kaarsvet weer nieuwe waxinelichtjes. Terwijl ik stond te wachten tot het gesmolten was haalde ik de laatste bonen uit hun peulen.
Hoewel ik online alleen maar behoorlijk dure kaarsjes-zonder-cup vond, van soja of van echte bijenwas. Dat was niet direct de bedoeling… toch dan maar alles zelf maken? Ik zoek nog even door. ↩︎
Elf jaar geleden heb ik me een tijd bezig gehouden met het in leven houden van een zuurdesemstarter en het bakken van brood. Leuk om te doen! Ik wilde graag “alles” zelf maken, ook het dagelijks brood. Dat bleek toch best lastig in de praktijk, het bakken van een zuurdesembrood is een proces dat ongeveer een dag duurt (als je al een actieve starter hebt). Niet dat je de hele dag ermee bezig bent maar op gezette tijden moet je je met het deeg bemoeien. Lastig om dat tussen een fulltime werkweek in te plannen, nog lastiger om een weekeind-dag te offeren aan de bakkerij. Maar het grootste bezwaar vond ik dat ik de oven moest opstoken tot 240 graden en dat dat ongeveer net zoveel kostte als een brood uit een goede bakkerij. Het alles zelf maken moet ook wel een soort van zinvol zijn.
Fast forward naar nu, er zijn wel een paar dingen veranderd. Ik werk minder uren per week, dus de tijdkwestie is niet zo’n probleem meer. Het -inderdaad heerlijke- brood van onze bakkerij is meer dan twee keer zo duur geworden. Alle begrip voor de bakker overigens, het is haar niet kwalijk te nemen dat ongeveer alles duurder wordt. Op ons dak liggen zonnepanelen, die helpen met de energie voor die warme oven. En brood bakken blijft leuk om te doen, dat weegt ook mee. Dus nu fiets ik weer regelmatig naar de molen hier in de stad om meel te kopen, en in een potje in de keuken woont weer een bubbelende kolonie gistcellen. “Alles” zelf maken gaat niet lukken maar ongeveer de helft, dat is prima.