Fabeldier

Kleindochter K. logeert bij ons. Nog maar een paar maanden voor haar negende verjaardag zijn er veel dingen in haar leven die ik niet ken. Toen mijn eigen kinderen die leeftijd hadden had niemand een PC of smartphone, er is heel wat nieuwe jeugdcultuur waarvan ik nauwelijks wat weet. Zo is K. dol op Pokemon. Inmiddels een veelomvattend universum gevuld met raadselachtige wezens die gevangen en/of verzameld moeten worden en die allemaal mystieke krachten hebben. Ik ga dat niet meer proberen te doorgronden. Als Kleindochter K. bij ons logeert bakken we koekjes en gaan we naar het zwembad. En ‘s avonds kijken we niet naar een onafzienbare serie maar naar Jungle Book of Toy Story.

Maar toen één van haar Pokemon knuffels (met name Flareon, jaja!) averij had opgelopen mocht ik old school met naald en draad aan de slag om de schade onzichtbaar te repareren. Dat is dan weer mijn mystieke kracht.

Plof

Ooit verbleven we in een Italiaans huis, met een prachtig bloeiende wisteria boven het terras. Na thuiskomst schaften we een baby-wisteria aan, ook wit, en plantten die in onze achtertuin. Nu, een jaar of zes later is die behoorlijk groter geworden en bloeit ook, in Mei.

Aan de stengels bleven peulen hangen, die ik plukte, in december. Ze zijn best mooi, zien er fluwelig uit, maar ze zijn keihard. Ik dacht er misschien iets decoratiefs mee te doen, en zette ze zolang in een klein vaasje in de bijkeuken. Maar toen ze goed en wel gedroogd waren….

Sprongen ze één voor één met behoorlijk geweld in tweeën én uit hun vaasje. Meters verderop lagen de zaden en gehalveerde peulen in de keuken. Een effectieve manier om je te verspreiden, als plant zijnde!

Naar de stad

Een prettige bijkomstigheid van 60-plusser zijn is dat je zogenaamde keuzedagen kunt aanschaffen bij de NS. Dat kan alleen in combinatie met een kortingkaart, die ik toevallig al had. Zeven keer per jaar kun je zo’n dag inzetten. Het maakt niet uit hoe ver je reist, je mag de hele dag in de trein, als je maar buiten de spits reist. Met een van die keuzedagen vervulde ik een lang gekoesterde wens: Ik ging naar Tilburg, naar Textielstad. Een stoffenwinkel waar ik al een paar keer online iets kocht, maar die -aan de website te zien- zo’n grote collectie heeft dat ik het graag eens van dichterbij wilde bekijken.

Dat viel niet tegen! Het is geen lief stoffenwinkeltje in het stadscentrum (óók leuk, maar helaas een uitstervend verschijnsel) maar een grote hal op een bedrijventerrein waarin een heel effectief midden is gevonden tussen een magazijn-achtige webshop en een inspirerende lapjeswinkel.

Ik kocht spullen -allemaal blauw, maar dat is toeval- om me een maandje of twee bezig te houden en keek uitgebreid rond, voor als ik in de toekomst weer wat wil bestellen. Nog een lunch bij het museumcafé van het textielmuseum, heel passend, en na een rondje fietsen op de stationsfiets weer in de trein naar Goes. Leuke dag, leuke winkel!

Zomerpluk, winterdrankje

Vlak bij de camping waar wij de laatste week van onze vakantie doorbrachten was een sleedoornhaag.

Stampvol rijpe bessen. Ik weet dat er jam en siroop van te maken zijn, zo uit het vuistje zijn ze niet zo lekker, zelfs ongezond. Maar ik plukte er toch een zak vol van want ik had er andere plannen mee: Ik hoor al jaren mensen in Engelse podcasts vertellen dat ze er “sloe gin” mee maken. Dat wilde ik ook eens proberen. Men plukke een kilootje sleedoornbessen, begin september. Deze worden gewassen, ze gaan een nachtje -of twee- in de vriezer, en daarna in een grote pot of fles met een liter gin. Daarna mag Vadertje Tijd zijn wonderen verrichten, eigenlijk hoef je alleen maar zo af en toe even te schudden. Tegen de kerst is het klaar. Vandaag zeefde ik de bessen er uit, en filterde de prachtig rode gin, terwijl mijn keuken rook als een speakeasy ten tijde van de drooglegging. Daarna bereidde ik mijzelf en Echtgenoot Yep een gin-tonic ermee.

Jammer dat de prachtige kerst-rode kleur niet op de foto wil, maar nog jammerder dat je dit niet even proeven kan. Ik ben niet zo’n drinker, maar ik denk dat het goed is dat sloe gin niet overal verkrijgbaar is… dan zou ik zomaar wél een drinker kunnen worden.

Later toegevoegd: Het blijkt wél verkrijgbaar… zo zie je maar weer hoe vaak ik bij de slijter kom. Maar iedereen die ik mijn product liet proeven zei het zelfde: Dat is gevaarlijk spul. Dus één zelfgemaakte fles per jaar is beslist genoeg.

Lichtjes

In onze huiskamer branden een stuk of tien kaarsjes. Als het donker is en wij thuis zijn tenminste. Waxinelichtjes in een aluminium cupje en dat weer in een gezellig gekleurd glaasje. In de cupjes blijft altijd een randje kaarsvet over, dat ik er uit peuter en bewaar.

De lege cupjes weet ik niets anders mee te doen dan weggooien. Aluminium kost een hoop om te produceren, en met een stuk of 20 kaarsjes per week maak ik toch behoorlijk wat afval. Hoewel ze in de PMD bak mogen is het toch nogal overbodig… dat moet anders kunnen.

Bij leven zonder afval verkoopt men die cupjes van staal, een steviger en houdbaarder materiaal. Ook zijn er “blote” waxinelichtjes te koop1, daarmee kunnen we het zonder aluminium. Een kleine investering, maar beduidend minder afval in de loop van de tijd.

Om te beginnen kocht ik ook nog wat passende lontjes en maakte van mijn restjes kaarsvet weer nieuwe waxinelichtjes. Terwijl ik stond te wachten tot het gesmolten was haalde ik de laatste bonen uit hun peulen.

  1. Hoewel ik online alleen maar behoorlijk dure kaarsjes-zonder-cup vond, van soja of van echte bijenwas. Dat was niet direct de bedoeling… toch dan maar alles zelf maken? Ik zoek nog even door. ↩︎

Een bosje boompjes

Elk jaar wordt via meerbomen.nu een bomen-uitdeeldag gehouden hier in de buurt. Een sympathiek idee, dat meerbomen.nu: Met teams van vrijwilligers halen ze zaailingen van bomen en struiken weg op plaatsen waar ze niet kunnen opgroeien. Deze zaailingen worden liefdevol behandeld, ze krijgen een tijdelijke standplaats zodat ze later in het jaar -in het plantseizoen- uitgedeeld kunnen worden en geplant op een plek met meer toekomstperspectief.

Het klinkt als heel wat, “bomen” maar het zijn natuurlijk nog maar hele jonkies. Echtgenoot Yep haalde er zes en die pasten allemaal in de fietstas. We hadden twee rode bes, een framboos, een Gelderse roos, een gele kornoelje en een wilde liguster. Alleen maar struiken deze keer… maar goed. Een paar brachten we naar een net-verhuisd familielid, die wel wat groen in de nieuwe tuin kon gebruiken, de rest mag in onze volkstuin deel van een haag gaan uitmaken.

J.C. Bloem had vast geen tuin

Het ijs stond op de plassen, maar we moesten naar de tuin. Met warme dranken in de tas en twee paar sokken over elkaar aan mijn voeten fietste ik over de dijk, toen de eerste druppels vielen. Het regent en het is November, geheel volgens het gedicht van J.C. Bloem dat ik minstens één keer per jaar wel vol pathos declameer. (Hoewel Huub van der Lubbe het echt veel mooier kan)

In de Datsja had Echtgenoot Yep al een vuurtje in de kachel aan. Gehuld in een oude regenjas haalde ik de dahliaknollen uit de grond, en met de regen tikkend op mijn capuchon plukte ik de laatste bonen. Yep maakte de boomspiegels van de zomerpeer en de pruimenboom schoon en gaf ze mest. Tussen de bedrijven door dronken we koffie en warmden op in het huisje.

De overburen -jonge dropneusrunderen- stonden het allemaal met belangstelling te bekijken. Na een uurtje of twee trokken we met doorweekte broekspijpen maar met rode wangen weer naar huis.

Markt

Een of twee keer per jaar gaan wij naar Antwerpen, naar de markt. Vroeger was dat de vogeltjesmarkt, maar gelukkig mogen er geen levende dieren meer verhandeld worden, en toen werd het de Vreemdelingenmarkt. Ook wel een beetje raar, want je kon er geen vreemdeling (die verdwaald is zeker) kopen. Nu is het wederom omgedoopt, nu heet het de Exotische markt. Lang niet al het aanbod is exotisch, er is veel uit België. Zo kochten we er vandaag een kaas die Gentse Keizer heet, alleen voor de naam. Gelukkig is hij ook erg lekker.

Er zijn veel kramen met een mediterraan en midden-oosters aanbod, er zijn prachtige groenten-en-fruit uitstallingen, viskramen, een koffiebrander, sokken, messen, bloemen, brood en gebak en veel terrasjes waar een hapje en een drankje -midden op de markt dus- genuttigd kan worden.

Met tassen vol lekkers liepen we nog even naar de stadsfeestzaal, een prachtige locatie waarin -naast allemaal “gewone” winkels een heel prettige toko te vinden is, en daar werden de tassen nog wat zwaarder. Wat een leuke manier om de boodschappen te doen.

Voortbetalen

Collega A. had een mooie sjaal, maar er was een brandgat in ontstaan. Gelukkig was dat vlak bij de rand. Zelf naait ze niet, dus ze vroeg mij of ik een reepje van de sjaal af wilde halen en weer opnieuw zomen.

Natuurlijk wilde ik dat wel. Ze vroeg me hoeveel ze daarvoor moest betalen, maar dat is nu echt een lastige vraag. Natuurlijk is mijn tijd en expertise wel wat waard, maar A. is een aardige collega, ik doe haar graag een plezier. Dus ik zei wat ik in zulke gevallen zeg: Pay it forward. Oftewel, doe voor iemand anders iets aardigs, als de gelegenheid zich voordoet. Geïnspireerd op de film uit 2000 waarin een jongetje voorstelt dat als je iets goeds doet voor drie anderen, met als tegenprestatie dat zij dan ook weer iets goeds doen voor drie anderen, de wereld een betere plek wordt. Een kettingbrief-model, maar dan met goede bedoelingen. Daar zit wat in, vind ik altijd (hoewel het in die film dan weer niet zo gezellig afloopt, maar goed…. Dat is natuurlijk fictie.)

Mijn collega vond het ook een goed idee. Na deze uitwisseling fietste ze naar huis en zag onderweg een andere fietser ten val komen. Ze hielp de gevallene overeind, stelde hem gerust en constateerde dat de schade meeviel. Zoals ik al zei, Collega A. is een aardig mens, ik weet wel zeker dat ze ook te hulp was geschoten zonder mijn “betaalvooruit” verzoek. Maar ze zei dat ze er wel aan had gedacht, toen ze daarna naar huis reed. Dat jongetje uit de film had toch best een punt.

Visjes

Via de sympathieke app Too good to go bemachtigde ik een “verrassingspakket” bij een viskwekerij hier in de buurt. Hier worden Yellowtail Kingfish gekweekt -ook bekend als Amberjack- en zo te lezen (en te proeven!) doen ze dat goed. Een paar dagen daarvoor aten we in een restaurant waar dezelfde vissoort uit dezelfde kwekerij op tafel kwam, dat maakte nieuwsgierig.

Ik kocht twee filets en daarnaast het verrassingspakket dat bestond uit twee hele vissen. Dat was inderdaad wel wat verrassend, want het zijn géén kleintjes, anderhalve kilo per stuk. Het pakket paste maar net in de lade van mijn vriezer. Zondag liet ik er eentje ontdooien. Ik marineerde hem met citroen, knoflook en rozemarijn en stak plakjes citroen en reepjes laurierblad onder de huid.

Na tien minuten op de barbecue bij K:)dootje en haar meneer vormde het een top maaltijd voor vier.