De verdwenen olifant

Al zeker twaalf jaar kampeerden wij met onze beige tunneltent, die door de fabrikant was voorzien van de exotische naam “wildebeast dangare”. Zo wild was hij echter helemaal niet, het was een degelijke katoenen tent waarin het elke vakantie weer geweldig lekker slapen was. In mijn ogen had hij meer van een vriendelijke slapende olifant.

Onze afgelopen vakantie bestond uit een paar nachten kamperen, een weekje appartement in Marseille gevolgd door weer wat kamperen. Helaas besloten enkele onverlaten in de loop van die week in Marseille een ruitje van onze auto in te slaan en de tent er uit te stelen. We wisten natuurlijk wel van de reputatie van de stad als het op criminaliteit aankomt. En hier en daar zie je tekenen van dakloosheid en echte armoede, maar een oude, loodzware tent lijkt toch een artikel dat minder makkelijk te verpatsen is op een straathoek.

Alle plannen veranderden: We moesten langer in Marseille blijven om te wachten op de reparatie van het autoruitje. Tijdens ons verlengde verblijf begon net het wereldkampioenschap rugby, (een Heel Groot Ding, zo bleek) en dat was wel weer erg leuk. Het rugbypubliek, voor een groot deel bestaande uit Heel Grote Mannen bleek gezellig en sportief. Maar toen onze auto de weg weer op mocht hadden we natuurlijk geen tent om in te slapen… We losten het heel elegant op: we huurden een volledig ingerichte tent. Glamping zoals dat heet. Dat was ook best fijn, echte bedden, een koelkast… de camping had een royaal bemeten zwembad, een sauna, en…

een serieuze bibliotheek

Na thuiskomst deden we enig onderzoek en besloten we dat we eigenlijk dezelfde tent weer terug wilden. Klein probleem was dat de Wildebeast Dangare niet meer gemaakt wordt. Maar via Marktplaats vonden we er eentje die nog bijna niet gebruikt is, dus die schaften we aan. We waren heel wat vakantietijd kwijt aan het gedoe, en best nogal wat geld ook. Ik troost me maar met de gedachte dat onze oude olifant nu een paar van die dakloze mensen droog houdt.

Terug

We gingen op vakantie. Eerst kampeerden we een dag of wat op een oud, vertrouwd adres aan de Middellandse Zee. In 2018 waren we daar voor het laatst geweest, het was leuk om te zien dat er niet zo veel veranderd was. Daarna brachten we een week door in Marseille, samen met Dochter en haar meneer. Terwijl we daar waren gebeurde er van allerlei onvoorziens, maar daarover later meer.

Het weer was heerlijk (en het eten ook), de zee was blauw en Marseille is een geweldige stad.

Wel hiep, maar geen hoera

Na het knotten van een wilg ligt er een grote stapel takken in de tuin. Die stapel moet weg. Ik ontdoe eerst de dikke takken van zijtakken en zaag ze in kachelhoutblokjes. Daarna haal ik van de zijtakken de nog dunnere takjes en twijgjes af. Ik probeer zoveel mogelijk lange rechte takken te verzamelen om later tot een scherm te vlechten, maar ik hou een behoorlijke hoeveelheid klein en dun over. Dat verknip ik met de snoeischaar tot een grof strooisel, vooral dat laatste is nogal een klus. Er zijn tuinders die daarvoor een houtversnipperaar aanschaffen en vervolgens eindeloos problemen hebben omdat het apparaat geen takken van meer dan een centimeter doorsnee lust of hopeloos verstrikt raakt in dunne soepele twijgjes. Of allebei.

Echtgenoot Yep zag op Internet het verslag van iemand die een kordate oplossing voor dit probleem had gevonden: een hiep. Ja, zo heet dat echt. Deze persoon stond regelmatig de opgekropte emoties van zich af te meppen bij een hakblok en verhakselde zodoende het kleine snoeihout tot snippers. Dat leek ons wel wat, wij hebben ook klein snoeihout en opgekropte emoties. Geen hakblok, maar dat konden we nog wel regelen dachten we. Dus kochten we een hiep.

Helaas, het werd niets. Lag het aan het ontbreken van het juiste hakblok? Waren mijn opgekropte emoties niet gewelddadig genoeg? Hadden we de hiep (die er toch al best gevaarlijk uit zag) nog scherper moeten slijpen? Ik weet het niet, maar ik kon er niets van. Ik moest uit alle macht slaan voor er iets van schade te bespeuren was. De takjes één voor één klein slaan lukte wel, maar dat duurt stukken langer dan met de snoeischaar. De stukjes vlogen overal heen inplaats van netjes in een emmer te belanden en het was bovendien bepaald onprettig voor pols en oren. Tja, soms zit het tegen. Wil iemand een hiep kopen? Nauwelijks gebruikt, altijd binnen gestaan, van een oud vrouwtje geweest.

Wandelen

Ik liep weer eens een NS wandeling. Omdat ik deze keer alleen liep en omdat ik al een hele tijd geen lange wandelingen meer had gemaakt koos ik voor een kortere route met veel mogelijkheden om het nóg korter te maken: Dordrecht.

Natuurlijk maakte ik hem niet korter, want wat was het leuk.

en halverwege was er lunch in Villa Augustus.

Bijna aan het eind week ik nog een klein stukje van de route af om nu eens écht goed aan funshoppen te doen… bij Vreeken.

Lichtjes in Lyon

Vorig jaar werd het fête des lumieres in Lyon afgelast vanwege Corona, dit jaar ging het in aangepaste vorm wél door. Na wat nadenken en twijfelen besloten Yep en ik er naar toe te gaan. De achtste keer dat we gingen, twee nachten en met de trein heen en weer.

Dat was genieten. Het was kleiner van opzet, er waren geen kraampjes waar eten en drinken werd aangeboden. Dat maakte de sfeer heel anders. Mondkapjes waren overal verplicht, buiten op straat ook, bij alle binnenlocaties werd de QRcode gescand. Maar het was óók rustiger wat betreft bezoekers, er was meer ruimte tussen de projecten. Dat was fijn, voorgaande jaren vond ik de mensenmassa wel eens wat te veel. Nu dus niet, hoewel we later hoorden dat er zaterdagavond maatregelen zijn genomen om mensen te ontmoedigen naar het park te komen: het werd te druk. Toen waren wij alweer bijna thuis. Het is niet in tekst te vatten wat er te zien is op zo’n fête, deze video geeft een idee. Maar eigenlijk moet je erbij zijn.

Het depot

Vandaag (vrijdag 5 november 2021) opent de koning officieel Het Depot van Museum Boijmans van Beuningen.

Echtgenoot Yep en ik, hip en on trend als wij zijn, marcheren natuurlijk altijd voor de troepen uit dus gingen we er al kijken. (oftewel, echtgenoot Yep is “vriend” van het museum en krijgt in ruil voor zijn jaarlijkse bijdrage uitnodigingen voor dit soort leuks)

Buiten voor de ingang worden grote lichtcirkels in alle kleuren op de vloer geprojecteerd, een kunstwerk van Pippilotti Rist. Dat wordt weer gespiegeld door de bekleding van het gebouw. Het is een magische entree.

Binnen is van allerlei te zien uit de collectie dat is opgehangen of geplaatst ter bezichtiging, maar we mochten ook rondkijken in restauratie-ateliers en in de feitelijke schilderijen-opslag. Het dak is ook iets heel bijzonders: een berkenbos op grote hoogte in een wereldstad. We gaan beslist nog eens vaker kijken.

Oude liefde en een beetje roest

Afgelopen woensdag fietste Wout van Aert onnavolgbaar (letterlijk) de Mont Ventoux op. Ik kijk graag naar wielrennen op tv, ik volg de Tour elk jaar met aandacht. Veel van de plaatsen waar het peloton langs komt heb ik ook wel gezien, maar voor de Mont Ventoux heb ik een speciaal plekje in mijn hart. In 2003 fietste ik hem zelf op, ik schreef er een gloedvol verhaal over, nog steeds hier te lezen. Ik deed er logischerwijze meer dan twee keer zo lang over als Wout, maar ik was érg trots op deze prestatie.

Mijn racefiets staat nu al een paar jaar in de schuur. Waarom weet ik niet precies, ik maakte maar af en toe een ritje en verder kwam het er maar niet van. Pijnlijke knie, druk op het werk, moe, lui…. ik heb zóveel goede smoezen! Maar bij het kijken naar de touretappe in de Provence dacht ik: Als van Aert wint ga ik weer fietsen. En hij won! (Ik ben erg goed in magisch denken.)

Dus eergisteren worstelde ik mijn rijwiel vanachter de spullen in de schuur. Ik maakte hem schoon, pompte de banden op en smeerde de ketting. Ik zocht mijn schoenen, handschoenen, fietsbril, helm en bidon weer bij elkaar. Daarna maakte ik een voorzichtig proefritje om te kijken of de uitgedroogde bandjes niet leeg zouden lopen, maar dat werd al snel minder voorzichtig. De bandjes hielden het, allerlei ingedutte systemen werden wakker, de stofwebben waaiden weg. Ohja! Dat was was ook zo! fietsen is leuk!

En Zeeland is mooi.

Voornemens

Elk jaar weer roep ik dat ik niet aan goede voornemens doe, niet per 1 januari en dat ik eigenlijk áltijd goede voornemens heb. Maar toch bedenk ik elk jaar weer bij een oliebol en een glas champagne wat ik met het komende jaar zou willen doen.

Dus noem ik het toch maar een voornemen: Ik ga alles afmaken wat in diverse kasten, dozen en tassen op hernieuwde inspiratie ligt te wachten. De halfvoltooide wintermantel met de mooie voering, (zou die me nog passen?) en het vestje van Hanne Falkenberg waarvoor de stekenproef (60 naalden voor 10 cm) (echt!) bijna sadistisch te noemen is. Katherine Howard moet eindelijk uit mijn systeem, en minstens vier halskettingen, naast een hele stapel “kleine” projecten.

Ook een borduurwerk dat al minstens tien jaar onderweg is, een afbeelding van Eschers vogels en vissen wil ik eindelijk naar de lijstenmaker kunnen brengen.

Het kan misschien ook zonder de hernieuwde inspiratie, ik krijg ook vaak weer warme gevoelens voor zo’n verlaten weesproject als ik er eenmaal weer mee bezig ben. Zo. Dat houdt me vast wel even van de straat.

Hoewel binnenblijven ook niet helemaal de bedoeling is… van borduren, naaien, en breien wordt je wel een bankpatatje. Gelukkig wonen we in een prachtige provincie.

Maar vooral, eerst en voor alles heb ik zin in het nieuwe tuinjaar.

Twintig twintig

Het is alweer bijna half Januari. Ik moet me er maar bij neerleggen dat December veel blogmateriaal oplevert, maar dat ik er kennelijk niet aan toe kom om het ook feitelijk te plaatsen. De komende dagen zal ik vast wat van de schade gaan inhalen. Om te beginnen gingen we voor de achtste keer (denk ik, het kan ook de 9e zijn…) naar Lyon, naar het lichtfestival. We hadden treinkaartjes vanaf Gare Midi in Brussel, en een hotel-overnachting voorafgaand aan het vertrek zodat we rustigjes aan via het ontbijtbuffet naar de trein konden. Helaas besloten de medewerkers van Franse Hogesnelheidslijn tot een staking, juist de dagen dat we wilden reizen.

We gingen dus -na overwegen van een paar andere opties- met onze eigen auto. Echtgenoot Yep reed twee keer 800 kilometer in vijf dagen, ondanks mijn niet al te overtuigende “ik wil ook wel eens een stukje rijden hoor!” Hij vindt het leuker dan ik, (hoop ik maar) en zo niet klaagt hij er nooit over.

Het was het wel waard. Het weer was mooi, de lichtkunst prachtig.

foto van internet gestolen…

En omdat we de auto bij ons hadden gingen we ook nog couvent de la Tourette bezichtigen, een klooster vlak bij Lyon, ontworpen door Le Corbusier.

Ik vond vooral de kleuren mooi, tussen al het grijze beton.

Londen

Omdat we het werk van Olafur Eliasson erg bewonderen gingen we naar Londen om de tentoonstelling in Tate Modern te zien. De Eurostar tunneltrein maakt het prettig bereikbaar.

En tja, als je dan toch in Londen bent… We wandelden over de Tower Bridge, we gingen naar V&A waar ik geweldige Mary Quant oorbellen kocht. We lunchten bij Ottolenghi en keken rond op de Affordable Art Fair.

Maar de tentoonstelling was het hoogtepunt. Deze foto maakte Yep ongeveer halverwege een tunnel van een kleine 40 meter, waarin dichte, ietwat zoet smakende mist was gemaakt. Je kon maar heel weinig zien, maar de mist had elke paar stappen een andere, intense kleur. Het was prachtig. Ook was de kantine van Studio Olafur Eliasson in het museum gezet. De kok, het menu, de meubelen en het servies, je kon lunchen zoals de (100!) medewerkers dat ook doen. Dat was ook al erg leuk, en leerzaam. Het werk van Olafur Eliasson heeft vaak betrekking op zorgen over het klimaat, dus de lunch was zo duurzaam mogelijk. We kregen de menukaart mee, ik ga beslist proberen de worteldip na te maken. Erg inspirerend!