Gehakt

In Engeland eet men zo rondom de kerst mince pies. Een soort van gevulde koek, maar dan met zogenaamd mince meat er in. Verwarrende naam, het is een jam-achtig zoet mengeltje van rozijnen en citrus en nog wat specerijen, noten en eventueel wat alcoholisch spul en niervet. Geen gehakt, maar ook niet helemaal vegetarisch dus. Rare jongens, die Britten! Maargoed, ik was er wel nieuwsgierig naar, dus toen Dochter vorig jaar naar Schotland ging vroeg ik haar of ze voor mij een potje van die mincemeat wilde meenemen, Groot of klein, vroeg ze nog… Bescheidenheid is geen deugd van mij, dus kreeg ik bij wijze van kerstkado anderhalve kilo van het spul van haar.

Met de kerst wéér in aantocht werd het tijd voor actie. Ik maakte een deegje, rolde dat uit en maakte gebruik van een muffinvorm om er de taartjes mee te maken.

Lekker knutselen was dat. Ik vroor er een heel aantal ongebakken in, ze kunnen meteen vanuit de vriezer de oven in en dan heb je twintig minuten later een behoorlijk imposant koekje bij de thee. Een heel praktisch idee, dat ik -samen met het recept voor het deeg- van Nancy Birtwhistle heb.

Maar natuurlijk bakte ik er ook een paar meteen af. Lekker zeg!

J.C. Bloem had vast geen tuin

Het ijs stond op de plassen, maar we moesten naar de tuin. Met warme dranken in de tas en twee paar sokken over elkaar aan mijn voeten fietste ik over de dijk, toen de eerste druppels vielen. Het regent en het is November, geheel volgens het gedicht van J.C. Bloem dat ik minstens één keer per jaar wel vol pathos declameer. (Hoewel Huub van der Lubbe het echt veel mooier kan)

In de Datsja had Echtgenoot Yep al een vuurtje in de kachel aan. Gehuld in een oude regenjas haalde ik de dahliaknollen uit de grond, en met de regen tikkend op mijn capuchon plukte ik de laatste bonen. Yep maakte de boomspiegels van de zomerpeer en de pruimenboom schoon en gaf ze mest. Tussen de bedrijven door dronken we koffie en warmden op in het huisje.

De overburen -jonge dropneusrunderen- stonden het allemaal met belangstelling te bekijken. Na een uurtje of twee trokken we met doorweekte broekspijpen maar met rode wangen weer naar huis.

Monomanie heeft ook zijn charmes

Net als van het maken van overhemden hou ik ook van het maken van babyrompertjes. Ook daarvoor gebruik ik steeds hetzelfde patroon, maar ik gebruik tricot in allerlei verschillende kleurtjes en prints. En in tegenstelling tot mijn overhemdenfabriekje is het natuurlijk niet steeds voor dezelfde persoon. Het is een heel geschikt kraamcadeautje.

Vanmorgen maakte ik er eentje voor de baby van een collega, hoewel de spruit in kwestie tot Maart waarschijnlijk nog geen kleren nodig zal hebben.

Hergebruik

Op zolder in ons huis lagen twee oude gordijnen. De vorige bewoners hadden deze in de keuken hangen, waar wij in 2007 een aanbouwtje aan plaatsten. Toen was daar geen gordijn meer nodig.

Ik haalde ze tevoorschijn, ik vond ze eigenlijk te leuk om op zolder te laten liggen. Ik verknipte ze, naaide er zoompjes in en hing ze voor de ramen van het volkstuinhuisje. Vrolijk, dat geel-blauw-groen!

Een doorlopend project

In 2015 maakte ik voor de eerste keer een “echt” overhemd voor Echtgenoot Yep. Dat is tien jaar geleden, best een hele tijd en toch voelt het overhemden maken als iets wat ik nog maar kort doe. Raar is dat!

Deze bijna-zwarte rolde vandaag van de machine. Meer bedoeld als vrijetijds-kleding, een beetje jeansachtig, gemaakt van wat stevigere katoen. De stof kwam mee uit Parijs, van Tissus Reine, wat is dat toch een fijne winkel.

Toen ik kort geleden wat opruimde in de kast keek ik eens in de doos waarin ik van elk overhemd de restjes stof heb bewaard. Ik heb het idee dat ik daar ooit eens een quilt of iets dergelijks van kan maken, (en stof gooi je NOOIT weg) dus ik bewaar de afknipseltjes. Stof van eenentwintig overhemden zat daarin. Natuurlijk heb ik voor lang niet allemaal een postje hier geplaatst, dat zou snel saai zijn… maar ik vond het heel wat.

Na het doorkijken van die doos overhemden-geschiedenis besloot ik de exemplaren die ik vanaf nu maak te dateren, met maand en jaar aan de binnenkant onderaan de knopenbies. Misschien voelt het dan minder als één doorlopend overhemd-project. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig leuk om ze te maken, de volgende ligt alweer geknipt (van in Londen aangeschaft tana lawn). En bij wijze van hoge uitzonderin ga ik Schoonzoon A. van een made-to-measure shirt voorzien. Ook daarvoor ligt een Liberty-katoentje klaar.

Oud en nieuw

Elke november kijken we onze voorraad groentezaden door, noteren wat we hebben opgemaakt en bestellen dat weer bij onze huisdealer. Dan is er ook altijd een moeilijk moment, want er zijn zaden die niet goed bewaarbaar zijn, er staat op al die envelopjes een datum. Echtgenoot Yep legt die met een verlopen datum op de stapel “wegdoen”. En ik kijk daarnaar en denk Oh, wat zonde, courgettes! En we kunnen toch gewoon probéren of deze bietjes nog opkomen? Elk jaar weer vind ik dat lastig, hoewel het echt niet zinnig is om ze nog te bewaren: vorig jaar heb ik er een paar stiekem tóch nog in de bewaardoos terug geschoven. Natuurlijk was er een hele rij bonen die dit jaar niet boven de grond verscheen, dit soort behoudzucht helpt niks.

Dus vanmorgen ging er een hele collectie in de groenbak, en vanavond bestelden we mooie vooruitzichten voor 2026. Gelukkig zitten er tegenwoordig minder zaden in ieder envelopje, dat maakt de kans dat er veel overblijft weer wat kleiner.

Markt

Een of twee keer per jaar gaan wij naar Antwerpen, naar de markt. Vroeger was dat de vogeltjesmarkt, maar gelukkig mogen er geen levende dieren meer verhandeld worden, en toen werd het de Vreemdelingenmarkt. Ook wel een beetje raar, want je kon er geen vreemdeling (die verdwaald is zeker) kopen. Nu is het wederom omgedoopt, nu heet het de Exotische markt. Lang niet al het aanbod is exotisch, er is veel uit België. Zo kochten we er vandaag een kaas die Gentse Keizer heet, alleen voor de naam. Gelukkig is hij ook erg lekker.

Er zijn veel kramen met een mediterraan en midden-oosters aanbod, er zijn prachtige groenten-en-fruit uitstallingen, viskramen, een koffiebrander, sokken, messen, bloemen, brood en gebak en veel terrasjes waar een hapje en een drankje -midden op de markt dus- genuttigd kan worden.

Met tassen vol lekkers liepen we nog even naar de stadsfeestzaal, een prachtige locatie waarin -naast allemaal “gewone” winkels een heel prettige toko te vinden is, en daar werden de tassen nog wat zwaarder. Wat een leuke manier om de boodschappen te doen.

Karate

Nu het dak op ons volkstuinhuisje vernieuwd is vond ik het ook nodig om het aan de buitenkant opnieuw te beitsen. Hier in Zeeland zijn boerenschuren traditioneel zwart of bijna zwart, dus die kleur heeft ons huisje ook. Zondag deed ik de westkant, vandaag de zuidzijde.

Natuurlijk moest alles dat er aan hing of er tegenaan stond opzij, dus het ziet er merkwaardig kaaltjes uit. Maar dat komt gauw weer goed. Ik moest wel even denken aan Karate Kid, die van zijn oude, wijze karate-leraar bij wijze van eerste les een enorme schutting moet schilderen. Een goede training voor pols en arm, en daarnaast een lesje nederigheid vermoed ik. Als het weer een beetje mee werkt doen we de andere twee wanden ook nog deze week, en de boeiborden. Waarna ik hoogstwaarschijnlijk nog steeds geen karate kan, maar wél erg tevreden zal zijn.

Voortbetalen

Collega A. had een mooie sjaal, maar er was een brandgat in ontstaan. Gelukkig was dat vlak bij de rand. Zelf naait ze niet, dus ze vroeg mij of ik een reepje van de sjaal af wilde halen en weer opnieuw zomen.

Natuurlijk wilde ik dat wel. Ze vroeg me hoeveel ze daarvoor moest betalen, maar dat is nu echt een lastige vraag. Natuurlijk is mijn tijd en expertise wel wat waard, maar A. is een aardige collega, ik doe haar graag een plezier. Dus ik zei wat ik in zulke gevallen zeg: Pay it forward. Oftewel, doe voor iemand anders iets aardigs, als de gelegenheid zich voordoet. Geïnspireerd op de film uit 2000 waarin een jongetje voorstelt dat als je iets goeds doet voor drie anderen, met als tegenprestatie dat zij dan ook weer iets goeds doen voor drie anderen, de wereld een betere plek wordt. Een kettingbrief-model, maar dan met goede bedoelingen. Daar zit wat in, vind ik altijd (hoewel het in die film dan weer niet zo gezellig afloopt, maar goed…. Dat is natuurlijk fictie.)

Mijn collega vond het ook een goed idee. Na deze uitwisseling fietste ze naar huis en zag onderweg een andere fietser ten val komen. Ze hielp de gevallene overeind, stelde hem gerust en constateerde dat de schade meeviel. Zoals ik al zei, Collega A. is een aardig mens, ik weet wel zeker dat ze ook te hulp was geschoten zonder mijn “betaalvooruit” verzoek. Maar ze zei dat ze er wel aan had gedacht, toen ze daarna naar huis reed. Dat jongetje uit de film had toch best een punt.