Zuurkool van ‘t Hart

Uit het boek “Het dovemansoren dieet” van Maarten ‘t Hart heb ik maar één advies opgevolgd. Dat was zo’n goed advies dat daarmee het hele boek gerechtvaardigd was. Hoewel, dat is niet waar. Ik heb het als luisterboek, en  met genoegen helemaal uitgeluisterd. Het is gewoon niet echt een dieetboek als zodanig. Hoe dan ook, het recept voor zuurkool dat er in staat is in al zijn eenvoud geweldig. En vegetarisch. Wat ik ervan in mijn kookschriftje heb samengevat zet ik -zonder daarvoor toestemming te vragen- hieronder.

Schil en kook een kilo aardappels. Fruit een gesnipperd uitje in een koekenpan, doe er 300 gram zuurkool bij, en bak tot het licht begint te kleuren. Schaaf een grote zure appel (goudrenet) tot zo dun mogelijke plakjes.

Stamp van de aardappels met boter en warme melk een dunne puree, net niet vloeibaar. Voeg peper en zout toe, niet te zuinig met de peper, roer er de zuurkool en de appel door. Doe over in een ingevette ovenschaal, bestrooi royaal met oude kaas. Bak in de oven op 180 graden tot de bovenkant mooi goudbruin is.

Een clubje voor één persoon

Sinds 2003 brei ik sokken en heb ik altijd wel een sok op de breinaalden.  Ingewikkelde met patroontjes zijn leuk, vaak ook gewoon een fijne “nobrainer” om bij de televisie of in de trein te breien. Ik brei zelfs in de bioscoop. Niet bij enge films, om mijn buren niet in gevaar te brengen… met een breinaald zou je akelige schade kunnen toebrengen als gevolg van een schok-effect op het scherm.

Ik ben lid van de yahoo-sokkenbreigroep, waar de onvolprezen (en onvermoeibare) yvonne elke twee maanden de zogenaamde samenbrei-sok publiceert.  Zo hebben we de mogelijkheid om allemaal tegelijk hetzelfde sokkenpatroon te breien.  Het is een soort van virtueel brei-café, altijd leerzaam en erg gezellig!

Vaak wordt er aan het eind van het traject een prijs verloot, vorig jaar was ik zelf -met de sok “Aragorn” – een keer de gelukkige winnaar. Ik won een prachtige streng handgeverfde sokkenwol van Janneke “moonwise”

  De eerste Samenbreisok van 2011 vind ik wel erg aantrekkelijk, het is een ontwerp van Nancy Bush, een dame die haar sporen wel verdiend heeft in breiland. Ik wil hem erg graag met de groep mee gaan breien, maar éérst moet het paar op mijn naalden af: Een mooi, zelfstrepend garen dat ik ooit eens op een ruil bemachtigde, een doodgewone boter-en-suiker sok van twee recht, twee averecht. Het kost nogal wat discipline om niet dat saaie paar aan de kant te schuiven en een mooi wolletje voor de “vikkel” samenbreisok te gaan zoeken.

Daarom heb ik naar voorbeeld van Yarnharlot voor mezelf een Sok Van De Maand Club (echo’s en tromgeroffel hier invoegen) opgericht. Elke maand van 2011 ga ik een paar sokken breien. In de loop van het jaar mag het paar sokken één  keer vervangen worden door een paar wanten of handschoenen, één keer door een muts en één keer door een babytruitje.  Hieronder de boter-en-suikersokken zoals ze vanmorgen waren. Ik hoop ze half januari af te hebben.

Winter in de tuin

Afgezien van voornoemde witlof is er deze maanden niet veel te beleven in de tuin. En die witlof is niet eens in de tuin, maar in de kelder.

De boerenkool heeft -zeer decoratief, dat wel- kennelijk geen last van de kou.

Ik pluk steeds zoveel als ik voor een maaltijd nodig heb: De tuin is m’n vriezer.

De rozemarijnstruik houdt ook dapper stand, maar voor het eten pak ik gedurende de winter maar gewoon de gedroogde variant uit het keukenkastje.

De vorst maakte een surrealistisch schilderijtje van de slootkant.

De winter maakt ook slachtoffers. En het zal ongetwijfeld ook de kou zijn die ervoor zorgt dat deze bevroren scholekster geen buizerdvoer geworden is.

En wij, wij blijven binnen bij de kachel, maken plannen, overwegen ‘n stoofperenboom aan te planten. Kijken de voorraad zaadjes door, en overwegen of we dit jaar maar minder peultjes zullen doen (nog stééds een kilo of drie in de vriezer, nu) en wat méér erwtjes. Van die lekkere pluksla, en een naaktzadige pompoen, en een rijtje zonnebloemen… was het maar vast weer voorjaar!

Mayonaise

Er bestaat een hardnekkig misverstand, dat mayonaise maken moeilijk is.  Er is zelfs een roman met de titel “De dag dat de mayonaise mislukte”, waarin bij wijze van plotwending de mayonaise op een cruciaal moment aan het schiften slaat, waardoor de heldin haar carriere als televisiekok misloopt.

Ook herinner ik me een komisch stripje waarin de mayo-maker steeds ingredienten bij moet voegen, en uiteindelijk eindigt met een badkuip vol mislukte eierstruif-en-olie 

Nogal geïntimideerd door deze reputatie heb ik ook heel wat potten van het spul aangeschaft, tot ik op Culinette’s blog  dit recept tegenkwam, en dacht ach, wat kan me gebeuren… Niemand kijkt, en als het inderdaad mislukt gooi ik het gauw weg en heeft het me een kwartje gekost. En tien minuten. En dan weet ik voor eens en voor altijd dat ik het niet kan.

Ik kon het wel, ik heb sinds die dag nooit meer een pot gekocht. En ‘t is niet dat ik buitengewoon knap ben: iedereen kan het. Het enige waar je even op moet letten is dat al je ingredienten dezelfde (kamer) temperatuur hebben.

Met dank aan Culinette dus:

Snelle mayonaise
Heb je zo’n hoge mengbeker bij je staafmixer? Dan is mayonaise maken geen kunst en zo klaar. In de mengbeker 2 eidooiers, 1 el franse mosterd, het sap van een halve citroen en 200 ml (olijf)olie met wat peper/zout. Zet de staafmixer op de bodem en laat hem even draaien. Vervolgens trek je hem heel, heel langzaam omhoog. Tegen de tijd dat je boven bent heb je mayonaise.

En de overgebleven eiwitten zijn een goede motivatie om me eens aan macarons te wagen. (díe zijn moeilijk!)

Lof oogsten

Elk jaar kopen we in november een jute zak vol witlofwortels bij een Zeeuwse boer. Daarin wordt bemiddeld door een van de (andere) stamgasten van het plaatselijke bruine café.

Deze zak zetten we in de garage, waar het koud is. Een stuk of wat wortels mogen naar binnen, die zetten we rechtop in een emmer met een paar centimeter water onderin. De emmer wordt afgedekt met een dubbele zwarte vuilniszak en dan in de donkere, warme kelderkast gezet.

Twee weken later staan er witlofkropjes op, elke wortel één. Afsnijden, wortels weg, nieuwe in de emmer, verse witlof op het menu.

Dit jaar hebben we voor het eerst geprobeerd zelf witlofwortels te kweken in de tuin. Niet dat die van de boer slecht waren of duur, (integendeel!) we hebben er zekerheidshalve toch nog maar een zak van gekocht.

Vandaag ben ik de laatste wortels gaan opgraven.  “Onze” witlofwortels zijn wel wat magertjes… misschien komen er ook maar smalle kropjes op. We zullen zien. De hazen in de Wilhelminapolder vonden onze witlofwortels zo te zien al heel smakelijk.

Wij zelf hebben de eerste “trek”, van wortels van de boer,  inmiddels ook al opgegeten.