Warm, warmer, heet!

De kas is geheel dichtgegroeid. De augurken en komkommerplanten (twee van elk) en de tomaten groeien tot aan het plafond. Regelmatig gaat een van ons de zaak met een snoeischaar te lijf. En we plukken wat geplukt kan worden.

Eerlijk is eerlijk, alleen de tomaten, paprika en peper op deze foto komen uit de kas. De mirabellen lagen onder de boom, de uien lagen al een weekje te drogen, de bramen groeien naast de ingang van de tuin. Het is een goed bramenjaar!

We zaaiden twee soorten peperplanten: een heel hete en een gewoon hete. Ze hangen aardig vol met grote, nog goene pepers. Van de niet-zo-hete had ik al een exemplaar mee genomen om eens te proeven en dat was inderdaad lekker: een prettig pittige, beetje fruitig-groene smaak. Ik besloot ze allemaal in groene staat te plukken behalve een stuk of vier. Die vier mogen rijpen, ik ben benieuwd hoeveel de smaak dan nog verandert. De 235 gram die ik plukte maakte ik in volgens het recept voor jalapeños van Mevrouw Leesvoer. In kleine potjes, wat een goed idee is… hiervan zullen we maar kleine hoeveelheden tegelijk eten.

De heel hete pepers laat ik hangen tot ze rijp zijn, en tegen die tijd weet ik er vast iets mee te doen. Misschien maak ik er sambal van, misschien droog ik ze voor chiliflakes. Het is bij elkaar in ieder geval véél meer peper dan we normaliter eten.

Broodzakken.

In the Cabin in Schotland lag het zero waste home boek. Bea Johnson beschrijft daarin hoe zij en haar gezin erin slagen geen huishoudelijk afval te produceren. Ik had niet genoeg tijd om het helemaal te lezen. Daarbij, veel van haar adviezen zijn voor ons niet nieuw. Ze richt zich vooral op Amerikaanse consumenten, het is in Nederland al niet gewoon om in elk drankje een rietje te doen bijvoorbeeld. Maar het is goed om erover na te denken. Wij zelf proberen de hoeveelheid afval die we produceren zoveel mogelijk te beperken, dat lukt aardig… met uitzondering van plastic. Wekelijks breng ik een hoeveelheid plastic naar het inzamelpunt. Nu kun je natuurlijk zeggen: Het wordt gerecycled, dus is het goed, maar dat is het natuurlijk niet. Je kunt beter helemaal geen plastic hoeven recyclen, en beginnen met minder van het spul in huis te halen.

K:-)dootje maakte bijenwasdoekjes om plasticfolie te vervangen*, en ze maakte ook broodzakken om bij de bakker je verse halfje bruin in te doen. Goed plan! Ik volg haar voorbeeld.

Ik had een restantje Vlisco katoen dat precies groot genoeg was voor twee broodzakken. Vlisco is een dicht weefsel, ik neem aan dat dat voor brood wel prettig is. Ik koop vaak ambachtelijk brood waar nog meel aan de buitenkant zit, dat meel -of maanzaad, of sesam- moet natuurlijk niet los in de boodschappentas terecht komen. Ik zette er een elastiekje op als sluiting en een knoop ter decoratie. Dat was leuk om te maken, en ik denk ook wel praktisch. En, maximale voldoening, de blauwe Vlisco (gekocht in 2014) is nu precies, helemaal op. Geen snippertje afval. Morgen ga ik een volkorenbol kopen**. 

*waarover later meer

** Dat lukte prima. Mariekevandebakker zei dat er minstens tien regelmatige klanten hun eigen verpakking meenemen naar de winkel. 

Een blok en een orchidee

Het is niet dat ik niets had om over te schrijven… het probleem was meer dat er teveel was. We waren een dag in Londen gevolgd door een week vakantie in “the cabin” in Schotland, deze keer gingen de kinderen en aanhang ook mee. Er bleek een probleem met mijn linkerknie, van de niet-vanzelf-verdwijnende soort. We hadden week of wat heel warm en droog weer, maar in onze kas groeide alles zo overdadig dat we er zelf bijna niet meer naar binnen kunnen. We vierden een gezellige open dag op de volkstuin, en ook ons elfjarig huwelijk.  Teveel om achteraf over te schrijven, dus ik begin gewoon weer bij vandaag.

Volkstuinbuurman J. meldde vorig jaar enthousiast dat hij een brede wespenorchis had aangetroffen op zijn lapje. Toch wel bijzonder, een echte orchidee zomaar op je volkstuintje. Gisteren liet ik een servetje uit mijn hand waaien, toen ik het ging oprapen vond ik er onder onze wilgenboom ook een.

Wat leuk! En wat een mooie bloemetjes. Echtgenoot Yep nam vandaag de camera mee om hem te fotograferen en vond er prompt nog een stuk of vier. Op de foto lijken ze best groot, maar in werkelijkheid zijn de bloemetjes ongeveer  een centimeter doorsnee… het is niet echt vreemd dat we ze niet eerder opmerkten. Maar, zoals dat gaat, nu we weten dat ze er staan kunnen we ons nauwelijks voorstellen dat we ze eerder over het hoofd zagen. De wespenorchis heeft een voorkeur voor licht verwaarloosde stukjes grond, een prachtig excuus om het veldje onder de wilgenboom met rust te gaan laten. Weer een klusje minder.

Expositie

In het Stadskantoor van Goes (ook wel De Grote Rode Doos genoemd) is een expositieruimte in de centrale hal. In de maand Juli zijn daar de foto’s van Echtgenoot Yep te zien. Drieënwintig foto’s in groot formaat hangen op panelen en een reportage bestaande uit tien kleinere foto’s ligt in een vitrine.

Deze foto haalde de uiteindelijke selectie nét niet.

Hij heeft met het thema licht/lucht een zorgvuldige selectie gemaakt, het zijn onderwerpen die hem na aan het hart liggen: lichtkunst, natuur, een beetje architectuur. Het zijn prachtige foto’s. Als je in de buurt woont, ga kijken, ga kijken!

De concurrentie (2)

Vorig jaar kwamen Dochter en Schoonzoon een avond begin Juli. Ze gingen mee naar de tuin en brachten daar een uur of twee door in en onder onze kersenboom. Emmers vol met kersen gingen mee naar huis, heerlijk! Gisteravond waren ze er weer om te helpen plukken. Maar al snel bleek dat in bijna alle kersen een gaatje zat, met daarin een onsmakelijk wit wormpje.

aangetaste kers

Enig googlen leerde ons dat we te maken hebben met de kersenvlieg. (hoe déden mensen zulke dingen voordat er Internet was?) Dit nare beestje verspreidt zich langzaam maar zeker Noordwaarts en kennelijk is nu Zeeland aan de beurt.

Twee weken geleden leek het nog zo mooi te gaan worden

Één kersenvlieg vrouwtje legt op wel honderd onrijpe kersen een eitje, waarna de made die eruit komt zich in de kers nestelt en die van binnenuit opeet. Jakkes. Na één emmer zijn we gestopt met plukken… wat een teleurstelling.

Indachtig het spreekwoord “when life gives you lemons, make lemonade” heb ik de alreeds geplukte kersen een tijdje in zout water gezet om de wormpjes eruit te jagen en gesorteerd. Er bleef toch nog een pondje gave kersen over. Daarna heb ik alle aangetaste exemplaren ontpit, de slechte stukjes eraf gesneden en er sap van gemaakt. Dat is best lekker sap, maar het was idioot veel werk. Vanavond halen we het net van de boom en mogen de vogels de rest van de kersen opeten, inclusief wormpjes. Dan worden dat in ieder geval geen nieuwe kersenvliegen, volgend jaar zullen we tijdig maatregelen nemen. Boeh.

De concurrentie

We hebben dit jaar érg veel slakken in de tuin. Ze schuilen overdag op verborgen plekjes, ze komen ‘s nachts tevoorschijn en eten al onze spruitenplanten. En ook de sla, maar niet de rode sla. Ze eten de rode kool, de boerenkool, ze eten zelfs van de aardappelplanten. Het is natuurlijk volstrekt logisch, ik snap helemaal dat ze dat lekker vinden. Je kunt het een slak niet kwalijk nemen. Maar wij willen er óók van eten. We strooiden slakkenkorrels, maar eigenlijk voelt dat niet zo goed. We willen dat de slakken een ander menu kiezen, we willen ze niet vermoorden. Bovendien zagen we dat de kauwtjes de korrels oppikten en meenamen. Kauwtjes eten namelijk óók alles. Daar komt ook nog wel eens een aparte blogpost over, maar we nemen aan dat slakkenkorrels voor vogels niet gezond zijn. Dus zoeken we de slakken als ze uit hun schuilplaats komen bij schemering en bezorgen ze een avontuurlijke luchtreis naar het natuurgebied aan de andere kant van de sloot. Daar kunnen ze eten naar hartenlust, hoewel er natuurlijk niet van die lekkere spruitjesplanten staan.

Vakantieverblijf “achter de rietkraag”

Voor de slakken die geen vliegvakantie krijgen (omdat ze zich goed genoeg hebben verstopt) maken we de toegang naar onze gewassen zo moeilijk mogelijk. Bijvoorbeeld met gestampte eierschaal. Van alle eieren die we eten peuter ik het vliesje uit de schaal, waarna ik de gedroogde schalen tot gruis stamp. Dat strooien we rondom de planten, het idee is dat het voor een slak niet prettig is om daarover te kruipen.

Jammer dat kauwtjes zich daar niet veel van aantrekken. En rupsen ook niet.

 

In de kas en in de keuken

Elke dag moeten de planten in de kas water krijgen. Dat is best even een dingetje, voorheen gingen we drie of vier keer per week naar de tuin, dat moeten we nu elke dag. Regelmatig ga ik ‘s morgens vroeg en dan heb ik, als ik er eenmaal ben, nooit spijt. De vogels zingen, aan elke grasspriet hangt een glinsterende dauwdruppel, alles is groen en fris.

De peperplantjes bloeien. Kennelijk hebben ze geen bestuivende insecten nodig, want er hangen heel wat kleine pepertjes aan.

Een augurkenplant is een bijzonder mooi ding.

Ik benutte een regenachtige middag om twee kilo tomaten van de winkel tot saus te verwerken en in te maken, bij wijze van probeersel. Dat lukte prima. Hoewel, dat weet je natuurlijk pas zeker als het over een half jaar nog lekker smaakt.

Ik moet wel goed bedenken hoe ik het ga aanpakken, straks als onze eigen oogst er is. Zal ik tomatensaus (inclusief prei, wortel, ui, kruiden en alles) in gaan maken zoals ik vandaag deed, of tomatensaus zonder al die toevoegingen? Dat laatste heeft als voordeel dat  ik elke keer als ik er een maaltijd mee maak kruiden en andere groenten kan toevoegen, zo is het voor meer toepassingen in te zetten. Aan de andere kant is het ook erg makkelijk om een kant-en-klare saus te hebben voor drukke dagen. Nu ja, ik heb nog even de tijd om er over na te denken. Dat kan ik mooi doen tijdens het  verwerken van de rode besjes die deze week geplukt kunnen worden, en het ontpitten van de kersen, die ook al veelbelovend rood beginnen te worden.

 

Op de hoogte

Zoals elk jaar moet het vogelnet over de kersenboom vóór de kersen rijp zijn. We zagen een paar kauwtjes proberen of ze al lekker waren. Kauwtjes zijn best leuke vogels, maar ze lusten alles geloof ik.  De kersenboom voelt zich kennelijk goed bij ons, hij is sinds vorig jaar behoorlijk gegroeid. Zo groot dat hij niet meer in de kooi past waar het net overheen gedrapeerd moet worden. Het was tijd voor de zomersnoei.

Echtgenoot Yep klom eerst op de keukentrap, daarna in de kooi waar ik hem de grote snoeischaar aanreikte. Zo in de kooi staan kan alleen maar op de hoeken, het kunstje moest vier keer herhaald worden.

Al snel lag de grond vol met takken en onrijpe kersen. Ik snap dat het nodig is, maar ik vind snoeien diep in mijn hart altijd zonde.

Echtgenoot Yep klom daarna nog een keer op alle vier de hoeken naar boven om het vogelnet over het geheel te hangen. Ik fungeer als aangever en trapvasthouder en plaatsvervangend hoogtevrezer. Op deze foto lach ik weliswaar dapper, maar de witte knokkels waarmee ik de paal vasthoud -om te voorkomen dat de kooi met Yep en al omvalt natuurlijk- verraden me. Ik ben altijd erg opgelucht als het net hangt en iedereen weer gewoon met twee voeten op de grond staat.

Hij maakte wel een mooie overzichtfoto van onze “bastide”

De zure kersen kleuren al mooi rood. Maar die boom hoeft geen net, de vogels vinden deze duidelijk minder lekker… Net als wij.

Hoogseizoen

April, mei en juni zijn de drukste maanden in de volkstuin. Alles groeit in een enorm tempo, en alles wat nog niet groeit moet juist in deze periode gezaaid , gepoot of verplant worden. Dus weinig tijd voor een blogpost, maar wel een rijtje foto’s

De wilde roos bloeit, de bloemen zijn roze als ze net open zijn en verkleuren naar bijna wit als de bloemblaadjes vallen. Het lijkt wel of er een bruiloft is geweest onder de struik.

De vlier bloeit, ik maak een paar liter vlierbloesemsiroop. Of, hip gezegd, elderflowercordial. Het mengseltje ziet er niet lekker uit, maar het uiteindelijke resultaat is heerlijk.

Deze vrolijkerd staat naast mijn huis. Ik weet niet hoe hij heet, maar ik word er wel blij van.

In de kas groeit alles inderdaad erg snel. Ik kocht een paar kleine plantjes op de markt, binnen vier weken waren dat enorme kroppen sla.

Mist.

In het natuurgebied wonen een heel stel koeien met hun kalfjes. Af en toe krijgen de kleintjes het op de heupen en galopperen ze met zwaaiende staartjes rond. Prachtig.

Maar natuurlijk werken we ook erg hard. De kas ziet er inmiddels zo uit, van binnen. Een paar keer per week ga ik een uur eerder uit bed om voor werktijd nog het één en ander te doen. De planten in de kas moeten elke dag water krijgen. Voor het begieten van de rest van de tuin zorgt Moeder Natuur meestal.

De druiven zijn al te zien aan de wijnrank. Op de pergola van onze buren, zelf hebben we geen productieve druif. Dat is misschien iets voor volgend jaar!

We eten best vaak asperges.

Dat zeg ik.

 

Outdoor

Het wordt waarschijnlijk saai voor de lezer… ik maakte een overhemd voor Echtgenoot Yep. Een beetje meer sportief, een “outdoormodel”.

Het staat hem geweldig. En ik heb er weer fijn aan zitten knutselen. Ik maakte borstzakjes met een stolpplooi en een knoopsluiting, ik heb zelfs even epauletten overwogen. Maar ik weet eigenlijk niet waar die goed voor zijn, behalve dan bij militairen en padvinders. Echtgenoot Yep is geen van beide.

Eén ding is niet helemaal doordacht… ik zette knoopjes op de mouw, met een bandje-met-knoopsgat binnenin, om de mouw vast te zetten als hij opgerold wordt gedragen. Het is een oud grapje dat in Rotterdam de overhemden met opgerolde mouwen in de winkels hangen (om de werklust van de Rotterdammers te illustreren) en Rotterdam heeft een warm plekje in des Echtgenoots hart. Dus ik dacht dat zo’n knoop-met-bandje wel leuk was. Maar waar ik geen rekening mee hield is dat een mouw, teneinde hem comfortabel opgerold te dragen, wel wat wijder moet zijn dan een standaard overhemdmouw. Tja. Ik ga er nog maar eentje maken denk ik.