Category Archives: Conserven

De limonade procedure

De kersen zijn nog niet op (bijna vijf emmers vol inmiddels!) maar ik denk dat ik voor een jaar genoeg kersen heb ingemaakt. De rode bessen zijn ook rijp tenslotte. Daarvan maak ik bessengelei, maar dit jaar wilde ik toch ook nog wat anders proberen: limonade. Of bessensap zoals mijn oma vroeger altijd had, voor over de griesmeelpudding.

Punt is: hoe krijg je het sap uit de besjes? Mijn slow juicer kraakt alle pitjes en maakt er een dikke, troebele, beetje bittere drab van, geen goede basis voor een fris drankje. Koken tot het stuk gaat en daarna door een zeef kan bij veel soorten fruit, maar niet bij aalbessen. Die bevatten véél pectine, als je ze tot meer dan 90 graden verwarmt wordt het direct gelei. Ik riste een pan vol besjes van hun steeltjes, plette ze een beetje en zette het op het vuur met een thermometer er in. Echtgenoot Yep vond intussen een bruikbaar uitziend recept voor bessenlimonade op Internet. Ik hield mijn pan goed in de gaten en elke keer als de inhoud 90 graden was zette ik het vuur weer een half uurtje uit tot (bijna) alle besjes stuk waren. Daarna zeefde ik het sap er uit. Het resultaat was nog steeds behoorlijk troebel. Voor gelei is dit prima, maar limonade is toch echt wat anders, dat moet doorzichtig en helder zijn. Daarom zeefde ik de kleinste deeltjes uit het sap, door een theedoek. Toen de theedoek-in-vergiet al stond te druppelen bedacht ik dat ik een profi passeerdoek -voor precies dit doel meegenomen uit een Franse kookwinkel- in huis heb… maar goed. Ik hield uiteindelijk 600 cc prachtig helder sap over. Maar toen kon ik dat recept niet meer vinden, Echtgenoot Yep was inmiddels elders. Ik wist van anderhalve kilo suiker oplossen in een liter water, daar dan citroenzuur bij en het sap. Of zoiets. Terwijl ik in de suikerstroop stond te roeren kwam Echtgenoot Yep thuis en bleek ik het verkeerd onthouden te hebben: Er kwam geen water bij kijken. Argh. Een pan vol verzadigde suikerstroop en dat was helemaal niet nodig. Ik besloot naar een oud Engels spreekwoord te luisteren en van de helft van mijn suikerstroop citroenlimonade te maken. Dat lukte prima. Maar daarna had ik het helemaal gehad ermee. Mijn theedoek was misschien nooit meer schoon te krijgen, ik was er al de hele dag mee bezig, de keuken was rood gespikkeld, de suiker was op en ikzelf plakte aan de vloer vast. Het kon me geen barst meer schelen wat de uitkomst was; ik hoefde al geen bessenlimonade meer. Ik mikte de rest van de suikerstroop bij mijn zo moeizaam verkregen heldere bessensap. Maar….

Tot mijn verrassing had ik anderhalve liter heerlijk fris-fruitige limonadesiroop. Ik denk dat het percentage suiker nu iets te laag is om het lang houdbaar te maken, ik bewaar het zekerheidshalve maar in de koelkast. Zo had ik aan het einde van de dag zelfs twéé soorten limonade.

 

Cherry baby

Onze kersenboom lijdt niet onder de aanhoudende droogte. Honderden kersen bungelen in het groen. We plukten waar we zonder halsbrekende toeren bij kunnen, de boom is hoog en we hebben alleen een keukentrap.  Drie grote emmers tot de rand gevuld sleepten we naar huis, toch gauw 22 kilo. Wat een weelde!

Natuurlijk aten we kersen bij ontbijt, lunch en als toetje en tussendoortje. We deelden ze uit aan buren, familie, vrienden en collega’s. Maar er bleef nog steeds een heleboel over. Drie avonden besteedde ik aan wassen, steeltjes verwijderen, ontpitten, snijden, koken, wecken… terwijl Echtgenoot Yep er op uit ging om potjes erbij te kopen en méér kersen te plukken. Ik maakte jam, (kersen ontpitten en in kwarten snijden, koken met geleisuiker en wat citroensap, in kleine potjes) ik maakte kersen op sap (kersen zo “netjes” mogelijk ontpitten, koken in een stroopje van water en aalbessensap, suiker en een beetje kaneel, in grotere potten). Ik kreeg zwarte handen en had nog steeds een heleboel kersen. De vraag is hoeveel kersenjam we nodig hebben in een jaar, waarbij ik veronderstel dat er volgend jaar weer een oogst is. Bovendien staan er nog diverse soorten jam uit 2015 en 2016 in de kast… De laatste emmer kersen verwerkte ik tot vlaaivulling.

Ik ontpitte de kersen en maalde een klein deel ervan tot pulp met de staafmixer. Daarna deed ik de ontpitte kersen erbij in de pan en kookte ik het hele zaakje met citroensap en half zoveel geleisuiker als voor jam. Ik voorzie een feestelijk jaar, met minstens acht kersenvlaaien! Terwijl ik de laatste potjes aan het sluiten was kwam Echtgenoot Yep binnen met vier dozen net geplukte aalbessen. Voor bessengelei.

Morellen

Op het nieuwe stuk tuin staan onder andere  twee morellenbomen. Nieuw voor mij, een soort kersen maar aan de kleine kant en heel zuur.

Ze rijpen wel erg decoratief, eerst kleuren ze van groen naar geel, dan krijgen ze een blosje en worden helemaal rood. Ik was niet van plan om er iets mee te gaan doen, maar de buurman zei dat ze prima geschikt zijn om in te leggen in brandewijn. En tja, zo is er dus toch een mandje vol mee naar huis gegaan. Maar verder kwam het plan niet. Ik heb werkelijk van alles in huis. We houden allebei niet van sterke drank, dus ik heb er een kast vol van, er komt wel eens wat bij maar het komt niet op. Er staat tequila, grappa, cointreau, cognac, jenever, calvados… maar géén brandewijn.

Een dag later:

En jahoor. Er is weer een halve liter drank toegevoegd. De andere halve liter zit tussen de morellen in deze pot, met suiker. Over enkele maanden pas kunnen we proeven of deze manier van conserveren een lekker resultaat geeft en in de tussentijd -vóór de volgende morellenoogst- ga ik ook op zoek naar andere recepten (want ik hou niet van drank).

Wat we vandaag maakten: zuurkool

15 januari 2017

de jaarlijkse zuurkoolstamp

Traditioneel verwerken we onze witte kool-oogst tot zuurkool. Minstens zo traditioneel doen we dat niet, zoals het beste zou zijn, direct na de oogst maar wachten we daar een maand mee. Of méér dan een maand, we zijn niet zulke accurate tuinders als we zouden willen zijn. En zoals elk jaar moeten we er wat bij kopen om een zinvolle hoeveelheid kool te hebben… maar dat komt niet door ons geteut. Er zijn beestjes die ook graag witte kool lusten, meestal nemen ze wel wat meer dan we af willen staan. Aan de andere kant, na de koolconsumptie worden het mooie vlindertjes, dat is ook wat waard, dus bestrijden we ze niet. We kopen gewoon op de markt nog een (biologische) kool of twee er bij. Vanmiddag schaafde ik vijf kolen tot sliertjes, Echtgenoot Yep pakte ze stevig in de zuurkoolpot met wat zout, een paar peperkorrels, jeneverbessen en een scheut witte wijn en stampte de zaak stevig aan.

Hij dekte het af met een paar hele koolbladeren en verzwaarde dat met een paar passende stenen. De pot sluit met een waterslot en blijft de komende dagen in de keuken. Dan komt het fermentatieproces op gang en gaat het waterslot gezellige “ploep” geluidjes maken. Daarna mag het wat langzamer gaan en zetten we de pot koeler, in de schuur. Over een week of zes maak ik hem open en hebben we voor minstens tien maaltijden heerlijke zuurkool.

Wat ik maakte: opschriften

6 januari 2017

Nooit meer etiketjes

Sommige ideeën zijn zo goed dat je niet snapt dat je jarenlang etiketjes koopt, schrijft, plakt en uiteindelijk met veel moeite weer van het inmiddels lege glas peutert. Lang leve de glasstift.

Wat ik maakte: Bietensalade

18 november 2016:

ingemaakte bietjes á la van Boven

chioggia-beet-seeds-edmonton-alberta

Er kwam een kilo of drie chioggia bietjes uit de tuin. Die zijn rauw doorgesneden prachtig om te zien. Als je ze kookt gaat het mooie roze-witte kleureffect verloren. Ik weet geen recepten voor rauwe biet, maar ik vond wel een leuke voor een salade van gekookte biet met appel en ui in “Home made” van Yvette van Boven, die ook bijzonder geschikt is om te wecken. Die heb ik dus maar gemaakt, er staan nu zes potten in de kelder. De bietjes zagen er na het koken toch mooi uit,  hoewel ze niet meer roze-wit waren.

20161118_114820

Wat ik maakte: peren in.

12 november 2016

Stoofpeertjes geweckt.

161112stoofpeertjes

De laatste dagen komt er een stortvloed aan negativiteit via allerlei media binnen. Het is moeilijk om níet somber te worden van het nieuws. Mijn eerste reactie hierop is een soort van escapisme denk ik: ik blijf thuis, ik naai en ik brei, ik weck stoofperen en maak pindakaas…ik sluit de wereld zoveel mogelijk buiten. Dat is struisvogelpolitiek en natuurlijk geen oplossing, bedacht ik tijdens het schillen van deze peertjes. Niet dat ik op de barricaden wil, maar positiviteit en goede bedoelingen uitdragen, dat kan ik best. Het zal de loop van de geschiedenis niet wijzigen, maar mijn gevoel over het leven -en misschien, wie weet, dat van iemand anders- wél. Dit zijn dus niet alleen lekkere gestoofde peertjes, vlak bij huis door ons zelf geplukt, maar ik kookte ook wat goede bedoelingen mee. Om bij een volgende sombere bui een potje open te trekken (of een glaasje limonade te nemen) en me de woorden van een grote wijsgeer te herinneren: “Everything will be alright in the end. And if it is not alright, it is not the end.”

 

Wat ik vandaag maakte: Appelmoes

9 oktober 2016

de complete appeloogst verwerkt.

161008appelmoes

Vorig jaar kwamen er kisten vol moesappels van onze Schone van Boskoop, afgelopen week had ik aan één plastic tasje voldoende: negen stuks. Het leverde toch nog een behoorlijke pan vol appelmoes op, bijna twee liter.

Wat ik gisteren maakte: Rodebessengelei

2 juli 2016:

Rodebessengelei. Met etiketjes.

160703besjes

We hebben vier rodebessenstruiken op de tuin en ze hebben er zin in dit jaar. Ik plukte gisteren een emmer met een inhoud van 6 liter helemaal vol, en dat was nog niet de helft van wat er aan hangt. ‘s Avonds waste ik alle besjes en kookte ze tot moes in mijn allergrootste pan. Daarna duwde ik het door een zeef (rode bessen hebben altijd zoveel pitjes!) en hield bijna 2 liter sap over. Daar roerde ik een kilo suiker door en 300 gram geleisuiker en kookte dat tot een druppel ervan stolde als ik die op een bord liet vallen. Daarna vulde ik zes potjes die we later op de avond, heel bevredigend, één voor één met een “plop” dicht hoorden klikken. Toen ik vanmorgen in de keuken kwam bleek dat Echtgenoot Yep, fantasierijk als hij is, de potjes inmiddels van etiketten had voorzien. 🙂

PicMonkey Collage

Wat ik vandaag maakte: Jam, maar weer eens

26 juni 2016:

Aardbeien-rodebessenjam

160626jam

Er zijn verschillende soorten aardbeienplanten, de zogenaamde doordragers en junidragers. Doordragers produceren gedurende de hele zomer steeds een paar aardbeien maar de junidragers maken alle aardbeien in drie weken af. Wij hebben junidragers, met name Senga Sengana. Ik vind het zo geweldig luxe om naar huis te fietsen met een hele kilo geurende aardbeien in de tas… dat vind ik fijner dan elke dag een handjevol. Aardbeien moet je ook plukken op het moment dat ze rijp zijn., je kunt niet een dag of twee dagen later eens gaan kijken. Dan hebben allerlei andere organismen je zomerkoninkjes al opgegeten. Nu het dus aardbeienoogst is moeten we elke dag heen om te plukken, maar dinsdag verwacht ik de laatste er af te halen, en dan is er weer wat ruimte in het schema. Hoe dan ook. We hebben véél aardbeien. Echt veel. Het is een luxe probleem, ik weet het. We eten ze bij het ontbijt, bij de lunch, als toetje, ze dienen als kadootje voor een aardige buur of een niet zo verre vriendin. En nog verwerkte ik vandaag een kilo aardbeien en het sap van de eerste rode bessen tot jam. We eten niet eens zo veel jam, hoewel… toen ik het resultaat proefde dacht ik dat ik daar verandering in ga brengen.

Recept: 950 gram schoongemaakte aardbeien, 350 cc sap van rode bessen uit de slow juicer, een pak geleisuiker “light” en een kopje water. Aardbeien en sap in de grote pan gepureerd met de staafmixer tot het helemaal glad was, daarna suiker er bij en al roerende drie minuten koken, in vier en een half schone potjes scheppen.