Category Archives: Conserven

Wat ik maakte: peren in.

12 november 2016

Stoofpeertjes geweckt.

161112stoofpeertjes

De laatste dagen komt er een stortvloed aan negativiteit via allerlei media binnen. Het is moeilijk om níet somber te worden van het nieuws. Mijn eerste reactie hierop is een soort van escapisme denk ik: ik blijf thuis, ik naai en ik brei, ik weck stoofperen en maak pindakaas…ik sluit de wereld zoveel mogelijk buiten. Dat is struisvogelpolitiek en natuurlijk geen oplossing, bedacht ik tijdens het schillen van deze peertjes. Niet dat ik op de barricaden wil, maar positiviteit en goede bedoelingen uitdragen, dat kan ik best. Het zal de loop van de geschiedenis niet wijzigen, maar mijn gevoel over het leven -en misschien, wie weet, dat van iemand anders- wél. Dit zijn dus niet alleen lekkere gestoofde peertjes, vlak bij huis door ons zelf geplukt, maar ik kookte ook wat goede bedoelingen mee. Om bij een volgende sombere bui een potje open te trekken (of een glaasje limonade te nemen) en me de woorden van een grote wijsgeer te herinneren: “Everything will be alright in the end. And if it is not alright, it is not the end.”

 

Wat ik vandaag maakte: Appelmoes

9 oktober 2016

de complete appeloogst verwerkt.

161008appelmoes

Vorig jaar kwamen er kisten vol moesappels van onze Schone van Boskoop, afgelopen week had ik aan één plastic tasje voldoende: negen stuks. Het leverde toch nog een behoorlijke pan vol appelmoes op, bijna twee liter.

Wat ik gisteren maakte: Rodebessengelei

2 juli 2016:

Rodebessengelei. Met etiketjes.

160703besjes

We hebben vier rodebessenstruiken op de tuin en ze hebben er zin in dit jaar. Ik plukte gisteren een emmer met een inhoud van 6 liter helemaal vol, en dat was nog niet de helft van wat er aan hangt. ‘s Avonds waste ik alle besjes en kookte ze tot moes in mijn allergrootste pan. Daarna duwde ik het door een zeef (rode bessen hebben altijd zoveel pitjes!) en hield bijna 2 liter sap over. Daar roerde ik een kilo suiker door en 300 gram geleisuiker en kookte dat tot een druppel ervan stolde als ik die op een bord liet vallen. Daarna vulde ik zes potjes die we later op de avond, heel bevredigend, één voor één met een “plop” dicht hoorden klikken. Toen ik vanmorgen in de keuken kwam bleek dat Echtgenoot Yep, fantasierijk als hij is, de potjes inmiddels van etiketten had voorzien. 🙂

PicMonkey Collage

Wat ik vandaag maakte: Jam, maar weer eens

26 juni 2016:

Aardbeien-rodebessenjam

160626jam

Er zijn verschillende soorten aardbeienplanten, de zogenaamde doordragers en junidragers. Doordragers produceren gedurende de hele zomer steeds een paar aardbeien maar de junidragers maken alle aardbeien in drie weken af. Wij hebben junidragers, met name Senga Sengana. Ik vind het zo geweldig luxe om naar huis te fietsen met een hele kilo geurende aardbeien in de tas… dat vind ik fijner dan elke dag een handjevol. Aardbeien moet je ook plukken op het moment dat ze rijp zijn., je kunt niet een dag of twee dagen later eens gaan kijken. Dan hebben allerlei andere organismen je zomerkoninkjes al opgegeten. Nu het dus aardbeienoogst is moeten we elke dag heen om te plukken, maar dinsdag verwacht ik de laatste er af te halen, en dan is er weer wat ruimte in het schema. Hoe dan ook. We hebben véél aardbeien. Echt veel. Het is een luxe probleem, ik weet het. We eten ze bij het ontbijt, bij de lunch, als toetje, ze dienen als kadootje voor een aardige buur of een niet zo verre vriendin. En nog verwerkte ik vandaag een kilo aardbeien en het sap van de eerste rode bessen tot jam. We eten niet eens zo veel jam, hoewel… toen ik het resultaat proefde dacht ik dat ik daar verandering in ga brengen.

Recept: 950 gram schoongemaakte aardbeien, 350 cc sap van rode bessen uit de slow juicer, een pak geleisuiker “light” en een kopje water. Aardbeien en sap in de grote pan gepureerd met de staafmixer tot het helemaal glad was, daarna suiker er bij en al roerende drie minuten koken, in vier en een half schone potjes scheppen.

Wat we maakten: Aardbeien in.

14 juni 2016:

Jam, coulis, heel veel aardbeien.160614aardbeien

 

Ineens zijn onze achtenveertig aardbeiplanten op stoom. Elke dag plukken we, er zijn aardbeien bij het ontbijt, als tussendoortje en als toetje. Heerlijk. En nog hebben we over.

160612aardbeienjam

Echtgenoot Yep kookte jam, hij maakte drie potten aardbeien-rabarberjam.

160614coulis

En ik draaide een pondje aardbeien tot coulis. Dat is vooral lekker om uit de vriezer te halen en over een bolletje roomijs te eten als je in half januari even vergeten bent hoe fijn de zomer is.

Wat ik vandaag maakte: Elderflower cordial

25 mei 2016:

De jaarlijkse limonade

160525elderflowercordial

Net als vorig jaar maakte ik vlierbloesemsiroop. Deze keer volgde ik het recept precies. Hoewel, nee, ik deed een halve kilo minder suiker en een extra citroen er in.

Wat ik maakte: Patat

4 januari 2016

voorgebakken diepvriesfrieten

160104patatten

Het is ongewoon warm voor januari, dus ook in onze schuur. Daar ligt allerlei voorraad, die we koel willen bewaren. Maar met deze temperaturen beginnen de witlofwortels die liggen te wachten tot ze in de kelder mogen alvast voor zichzelf en de opgeslagen winterwortels zijn slap (maar gelukkig ook bijna op). Het grootste probleem zijn de aardappels: 2015 was een goed aardappeljaar voor ons, ik heb nog een kilo of 25 Carolussen liggen. Die allemaal optimistisch beginnen uit te lopen. Op een familiebijeenkomst probeerde ik dus aardappels te slijten, weggooien wil ik niet. Toen vertelde Zwager H. dat het goed mogelijk is om zelf voorgebakken patat in te vriezen…. Eureka! Waarom was ik daar zelf niet op gekomen? Zodoende heb ik een middag besteed aan schillen, wassen, snijden en voorbakken, afwegen en invriezen. Vanavond doe ik nog een paar kilo. Niet dat ik zo de hele voorraad verwerken zal, zoveel patat eten we niet eens, maar het scheelt weer.

Wat we maakten: Zuurkool

9 november 2015:

Ongeveer vier kilo zuurkool. Of tenminste, dat hopen we dat het wordt

151109zuurkool

Uit onze oorlogstuin kwam dit jaar één witte kool. En niet eens zo’n grote, ik kocht er op de markt nog twee stevige exemplaren bij. Vanavond schaafde ik die op de mandoline in zo dun mogelijke plakjes, Echtgenoot Yep schikte die in de zuurkoolpot, afgewisseld met zout en jeneverbessen waarna hij elk laagje met krachtige overtuiging met de zuurkoolstamper behandelde. Het idee is dat door dat gestamp de kool gekneusd wordt en er daardoor dan vocht uit komt. Voor de zekerheid goten we er nog wat wijn bij ook (wijn kan nooit kwaad) en daarna dekten we het af met een paar koolbladeren. Daar weer bovenop kwamen twee stenen die het zaakje onder moeten houden. Nu moet de pot met het waterslot er op drie dagen bij kamertemperatuur staan, waardoor het fermentatieproces begint. Daarna gaat hij naar de koele schuur en over zes weken pas weten we of het ook lekkere zuurkool is geworden. Maar daar heb ik alle vertrouwen in. Morgen hebben we vast allebei spierpijn, ik van het schaven en Echtgenoot Yep van het stampen. Het was wel een gezellige avond zo!

Wat ik vandaag maakte: Peren in

25 oktober 2015:

Stoofpeertjes geweckt.

151025peertjes

Vandaag verwerkte ik de peertjes die nog over waren van de buit van vorige maand. Ik stoofde ze eerst in rode wijn, met plakken sinaasappel en met citroenzest en met kaneel en bessensap. Ik gebruikte wel wat suiker, maar zo weinig mogelijk want ik vind stoofpeertjes gauw te zoet. Na het koken schikte ik de peertjes zo economisch mogelijk in de potten wat niet meeviel: De potten waren heet, de peertjes waren heet, en als ik iets te hard kneep met mijn tang was zo’n gestoofd perenkwartje meteen perenmoes.  Ik vulde de potten verder af met het kookvocht, hoewel ik daar niet veel meer van nodig had. Geen probleem… het kookvocht van stoofpeertjes is een gewild drankje bij ons thuis. Ik voegde aan de drie kleine potten ook nog een scheutje Cointreau toe. Daarna sloot ik de potten en pas toen de drie kleine potten al klaar waren bedacht ik dat ik de randen niet schoongemaakt had voor het sluiten. Nu kan ik ze niet al te lang bewaren. He wat jammer zeg…. morgen de eerste maar opeten denk ik.

Wat ik vandaag (en gisteren en eergisteren en de dagen ervoor) maakte: Bonen in

19 oktober 2015:

Potten met bonen in saus.

151019bonen

Uit de volkstuin had ik nog een kleine kilo Fryske Waldbeantsjes van vorig jaar. Die van het jaar daarvoor had ik weggegooid omdat er een schimmel tussen begon te groeien, maar dat zou me met deze toch niet overkomen! Ik liet ze eerst een volle 24 uur weken. Daarna gebruikte ik het recept dat bij de bonen zat die ik uit Frankrijk meenam en verdubbelde dat, mijn allergrootste pan zat voor driekwart vol met bonen in heerlijke pittige saus. Na twee uur zachtjes pruttelen op het fornuis waren de bonen nauwelijks zachter dan toen ik begon. Ik liet de zaak een nachtje staan en zette het de volgende avond een uur of wat in de oven van 100 graden. De bonen waren ietsjes zachter, maar nog steeds verre van gaar. Ai. Inmiddels zat er zeven uur kooktijd in. Weer een dag later zette ik de pan wéér een paar uur in de oven. Nog steeds waren de bonen behoorlijk harder dan gewenst. Inmiddels was ik tot de overtuiging gekomen dat de bonen die ik met schimmel heb weggegooid die uit 2014 waren en ik hier de hopeloos oude lichting uit 2013 probeerde tot een eetbaar geheel te dwingen… maar nu er 11 uur kooktijd in zat werd het steeds erger om de pan om te keren boven de groenbak. Dus met de moed der wanhoop herhaalde ik het nog één keer, en toen leek het er toch waarachtig op. Met de wetenschap dat het wecken óók nog weer een uurtje koken is heb ik het aangedurfd om de zaak in te maken. De saus is erg lekker geworden van het lange sudderen dat wel! Maar de kievitsbonen die een paar weken geleden geplukt zijn en die nu liggen te drogen gaan deze week nog de pan in. Dat gebeurt me niet meer!

Later toegevoegd: Inmiddels hebben we één van de potten opengemaakt en met rijst en merquez-worstjes tot een maaltijd verwerkt. Ik wilde toch wel graag weten of het ook lekker was, het product van al dit gedoe. En dat was het. Gelukkig.