Op podcasts, en gewoon in het café waar op vrijdagmiddag de mannen van de bierbrouw-club te vinden zijn (ze drinken over het algemeen Westmalle tripel, overigens) ging het wel eens over Westvleteren. Een Belgisch trappistenbier, uit het gelijknamige klooster. Heel authentiek bier, gebrouwen door monniken en zonder winstoogmerk. De brouwerij heeft als doel het klooster van de nodige middelen te voorzien en niets meer dan dat. Daarom was het ook niet verkrijgbaar in de gewone winkel: een keer per maand gaat de poort open en kunnen de gelukkigen die zich op tijd gemeld hebben -online, dat dan weer wel- per persoon één kratje bier halen. Er was bier van 6, 8 of 12 procent alcohol, vooral de laatste had een mythische status. Het lekkerste bier van de wereld! Natuurlijk hielp de spaarzame distributie mee bij het vestigen van deze reputatie. Je krijgt als romantische ziel meteen visioenen van serieuze, baardige mannen in bruine pijen die in enorme antieke ketels roeren onder het zingen van gregoriaanse liederen. Ik hou wel van een biertje, en was natuurlijk best nieuwsgierig, maar niet nieuwsgierig genoeg om door de benodigde hoepels te springen en naar Westvleteren te rijden.
Ik was dus best verbaasd bij onze plaatselijke slijter een stuk of dertig exemplaren te zien staan. Huh? Ik vroeg hoe hij er aan was gekomen en kreeg geen duidelijk antwoord, maar wel dat het makkelijker verkrijgbaar was dan ik dacht. Dat blijkt, zes euro bij uw buurtslijter. Dus ik kocht een flesje. Niet die van 12 % want dat vind ik wat te heftig, maar een gewoon pilsje. Dat had ik beter niet kunnen doen, want dat was het, gewoon een biertje. Toch een beetje jammer.
