Bedankje

Gisterochtend vroeg, op de tuin, raakte ik mijn fietssleutel kwijt. Waarschijnlijk uit mijn jaszak gevallen, die inderdaad wel wat wijd en ondiep is. Ik neem aan dat de sleutel ergens in het gras ligt te wachten tot hij de grasmaaier kan beschadigen. Ergernis natuurlijk, want ik moest naar mijn werk en ik ben nog nóóit te laat geweest. Toch liep ik nog twee keer het pad heen en weer. Er zat een opvallend gekleurd lintje aan de sleutel geknoopt om hem makkelijker vindbaar te maken. Vooral makkelijker vindbaar in mijn tas, want in het gras valt enigzins verbleekt roze-groen-geel niet op. Ik zette de fiets veilig weg achter het huisje en zette het op een lopen. Gelukkig kwam Echtgenoot Yep me ongeveer halverwege tegemoet met de auto en werd de schade beperkt tot 5 minuten.

Er was dus een reservesleutel nodig. En ik wist dat we -zoals in ieder goed georganiseerd huishouden- ergens een doos vol sleutels hebben. Daarin zitten sleutels van alle fietsen die wij allebei sinds mensenheugenis hebben gehad, naast nog een stuk of twaalf waarvan niemand weet hoe ze hier in huis zijn verschenen. Én, hopelijk, de reservesleutel van mijn Koga. Ik stelde me voor dat ik een zaterdagmiddag met die hele doos naar de tuin zou gaan om ze één voor één te proberen, als het glazen muiltje van Assepoester.

Maar ik blijk in 2022, toen ik deze fiets kocht, het briljante idee te hebben gehad om hetzelfde lintje ook aan de reservesleutel te knopen. En daarom een bedankje aan mijn vroegere zelf. Dat was toen een kleine moeite en scheelt me nu uren.

Ik hou echt érg veel van erwtjes.

Bij het kweken van erwtjes -vooral bij de erwtjes- nemen we veel maatregelen om ze zelf te kunnen opeten, want werkelijk alles dat op het tuincomplex leeft is er dol op. Om te beginnen moeten de muizen bij het zaaigoed weg gehouden worden. Dat doe ik door te zaaien in dakgoten, die ik in stukken van ongeveer een meter heb gezaagd. Ik plak een stuk ducttape over de uiteinden, daarbij laat ik onderaan een opening voor afwatering vrij. Compost en tuinaarde er in en elke 5 centimeter een erwtje.

Deze dakgoten staan dan enkele weken op een tafel. Tot nu toe zijn de muizen nog niet tot bovenop die tafel gevorderd. Vogels houden ook van erwtjes en kunnen ze heel goed vinden in het dakgoot-systeem, dus over de tafel staat een soort van tentje van fijnmazig kippengaas. Als de erwten uitgroeien tot plantjes vervlechten hun worteltjes in de dakgoot. Ondertussen maak ik elders in de tuin een paar hekken van rekken en paaltjes, waar de erwtenplanten in gaan klimmen. Als de plantjes groot genoeg zijn (dan hebben de muizen geen interesse meer) graaf ik een geultje onder zo’n hek, haal het tape van een uiteinde van een dakgoot af en schuif de hele rij plantjes er in één beweging uit, in de geul, op zijn plaats. Om de vogels, de hazen en de reeën bij de erwtjes weg te houden overspan ik de hele zaak, hekken en plantjes en al, met een net. Dan blijft er nog één diersoort over die zich niets van mijn netten aantrekt, mijn plantjes graag lust, en die in het verleden ook weleens allemaal heeft opgegeten: Slakken. Maar dank zij een briljante tip van een mede-Velt lid blijven die er nu ook af.

Rondom mijn planten leg ik strengen schapenwol. Gewoon, ongewassen, zo van het schaap. Daar kunnen slakken, zo blijkt, niet overheen. Ook rondom allerlei andere planten in de tuin ligt zo’n wollig heksenkringetje. En het lijkt écht te werken!

Verhoging

Wist u dat een ree met gemak over een hek van anderhalve meter hoog springt? Echt waar. Het schapenhekje langs onze tuin is 80 centimeter, daar schaterlachen de reeën om. Met volle mond, van onze bietenloof en appelbloesem.

Samen met Kleindochter K. zorgde ik dat het hek een stuk hoger lijkt. Met boompaaltjes, bamboestokken en touw. En om te voorkomen dat een ree het touw niet ziet of er tóch overheen wil springen en verstrikt raakt knoopten we er wapperende lintjes aan. De lintjes zijn allemaal afknipsels van overhemden die ik maakte, zo komen die kleine reepjes goed van pas.

Wilde kruidenboter

Morgen staat er een barbecue op de planning. Mijn bijdrage is een stukje vis, een stokbrood en verse kruidenboter.

Ik plukte bieslook, daslook, en fluitekruid1. Alles grondig gewassen, gedroogd en fijngehakt en met een beetje zout door een half pakje boter gemengd. Daar kan geen supermarktkuipje tegenop.

  1. Fluitekruid, het jonge blad ervan, smaakt prettig groen, een beetje peterselie-achtig. Elke wildpluk-gids waarschuwt dat je het niet moet verwarren met gevlekte waterscheerling, want die lijkt er wel wat op en die is giftig. Érg giftig kennelijk, in een aflevering van Midsomer Murders neemt iemand één hapje van een pan soep waarin wat gevlekte waterscheerling is verwerkt, grijpt naar haar keel en valt ter plekke dood neer. Dat is wellicht wat overdreven, maar het is natuurlijk verstandig om goed te kijken of de stengel van je wildpluk-fluitekruid gevlekt is. ↩︎