Al een jaar of twee krijg ik elk kwartaal een doos boodschappen thuisbezorgd van No Waste Army. Deze organisatie koopt restpartijen op, en onverkoopbare groenten en fruit. Peren die net te klein of te groot zijn voor het voorgevormde supermarkt-traytje, kromme wortels, aardappelen die niet verkocht worden omdat er toevallig een goede aardappel-oogst is. Bizar vind ik dit soort dingen. Hier in Zeeland gebeurt het nogal eens: De prijs van de uien is soms zó laag dat het voor de boer niet meer kostendekkend is om ze van het land te halen, dus worden ze ondergeploegd. Economie is een vak dat ik op school niet volgde, er zal vast een verklaring zijn, maar ik snap NIETS van deze verspilling. Maargoed. No Waste Army koopt dit soort partijen op, verwerkt het in houdbare producten en verkoopt dat in de kwartaalboxen aan haar abonnees. Ook organiseren ze van tijd tot tijd een extra campagne om een producent met een acuut overschot te helpen. No Waste Army heeft een vrolijke enthousiaste huisstijl met een heel eigen militaire retoriek en spreekt de abonnees aan als strijders (tegen voedselverspilling).
Het bezorgt me elke keer een soort kerstpakket-gevoel. Het is altijd verrassend wat er nu weer bedacht is. Natuurlijk is het logisch dat er appelsap wordt gemaakt van de appels, maar falafelmix van witte bonen en crackers met wortel er in gebakken… Daar was ik zelf niet op gekomen.
Ik vind soms óók een tikje ongemakkelijk. Lekker luxe en makkelijk “strijden” zo, een keer per kwartaal een doos met heerlijke boodschappen die ook nog thuisbezorgd worden. Leunstoel-activisme, zo voelt het een beetje. Aan de andere kant sta ik helemaal achter de doelstelling om geen eten te verspillen en het systeem dat dit veroorzaakt te bevragen. En natuurlijk is het belangrijk dat het resultaat ook verkocht wordt. Daarbij zijn de producten altijd zó lekker dat ik het jammer vind dat het niet in de winkel te koop is. Dus, No Waste Army, ik blijf een dappere en trotse voetsoldaat in jullie leger.
