Naar de stad

Een prettige bijkomstigheid van 60-plusser zijn is dat je zogenaamde keuzedagen kunt aanschaffen bij de NS. Dat kan alleen in combinatie met een kortingkaart, die ik toevallig al had. Zeven keer per jaar kun je zo’n dag inzetten. Het maakt niet uit hoe ver je reist, je mag de hele dag in de trein, als je maar buiten de spits reist. Met een van die keuzedagen vervulde ik een lang gekoesterde wens: Ik ging naar Tilburg, naar Textielstad. Een stoffenwinkel waar ik al een paar keer online iets kocht, maar die -aan de website te zien- zo’n grote collectie heeft dat ik het graag eens van dichterbij wilde bekijken.

Dat viel niet tegen! Het is geen lief stoffenwinkeltje in het stadscentrum (óók leuk, maar helaas een uitstervend verschijnsel) maar een grote hal op een bedrijventerrein waarin een heel effectief midden is gevonden tussen een magazijn-achtige webshop en een inspirerende lapjeswinkel.

Ik kocht spullen -allemaal blauw, maar dat is toeval- om me een maandje of twee bezig te houden en keek uitgebreid rond, voor als ik in de toekomst weer wat wil bestellen. Nog een lunch bij het museumcafé van het textielmuseum, heel passend, en na een rondje fietsen op de stationsfiets weer in de trein naar Goes. Leuke dag, leuke winkel!

Brood

Een brood of vier, vijf bakte ik met mijn zuurdesemstarter. De smaak was prima, maar het waren wel wat compacte broden. Ik gebruikte een gietijzeren braadpan als vorm, want in een gewone huishoud-oven als de mijne is het erg lastig de luchtvochtigheid op peil te houden. Brood moet eerst in een vrij vochtige omgeving worden gebakken, en pas als het helemaal is uitgerezen komt het bruine korstje er op, daarvoor moet het juist weer droog zijn. In een afgesloten pot is dat beter te organiseren.

Echtgenoot Yep verklaarde me voortijdig jarig en gaf me een aardewerken broodvorm kado. Ik bakte er een brood in en kijk nou eens! Het brood rees zelfs zoveel dat er barsten in kwamen. De smaak is prima, de structuur is goed. Er zijn een paar verbeterpuntjes, maar ik ben dan ook nog maar kort aan het bakken.

Yep maakte de foto’s. Mooi he?

Muizenvoer

Ieder jaar het eerste dat gezaaid wordt in de tuin: tuinbonen. Ze kunnen behoorlijk wat kou hebben, daarnaast is het prettig als je de bonen kunt oogsten vóór de bonenluis ze te pakken neemt. Tot dit jaar zaaide ik ze altijd omstreeks half februari, maar collega-tuinders hadden dan vaak al behoorlijke plantjes. Dus plaatste ik half januari al een rij potten op het schap in de kas, vulde die met zaaigrond en deed in ieder twee bonen. Als ik ze buiten zaai moet er een emmertje-zonder-bodem half ingegraven om iedere boon én kippengaas daar weer overheen, want de muizen houden net zoveel van tuinbonen eten als ik. Maar in een potje, op het schap in de kas, daar komen geen muizen.

Dacht ik. Nu ja, ze hebben groot gelijk, het zijn ook heerlijke bonen. Maar ik wil ze toch echt graag zelf eten. Vorige week troffen we op beelden van onze wildcamera een beestje dat vlug langs hupste in het donker, deskundigen werden het er uiteindelijk over eens dat het (hoogstwaarschijnlijk) een boommarter is. En die eet muizen. Go boommarter!

Nog meer warmte

Er ligt een pak sneeuw. Het was al aan het smelten en het was geen slecht weer, we waren allebei vrij vandaag dus we gingen naar de tuin. In de tuin werken bij koud weer is geen probleem, deze tijd van het jaar zijn er veel klussen waar je het vanzelf wel warm van krijgt. Wilgen knotten, brandhout zagen, (we hebben geen kettingzaag of zo, we doen het allemaal met de hand) blad harken, compost kruien. Het is zaak een muts en goede handschoenen te dragen. Het enige probleem was -tot vandaag- dat ik altijd koude voeten krijg in mijn groene rubberen regenlaarzen. Zelfs met twee paar sokken over elkaar heb ik na een uurtje of twee geen gevoel meer in mijn tenen en ben ik door en door koud.

Echtgenoot Yep overtuigde me om nu eens gewoon echt goede warme werklaarzen te kopen. Dat deed ik, en de hele middag, rondstampend in de sneeuw, had ik het niet koud en had ik warme voeten. Wát een goede aankoop! En ik vind ze nog leuk ook.

Warme thee

Het idee kwam van K:)dootje die een voedseldroger aanschafte en daar allerlei experimenten mee deed: Gemberthee. Natuurlijk had ik al een paar keer munt gedroogd om thee mee te maken, dat kwam dan vooral voort uit plotseling veel munt na een snoeibeurt van de plant in de tuin. Maar veel verder had ik niet nagedacht over deze mogelijkheid. Raar eigenlijk! Ik was wel blij met K:)dootjes frisse blik.

Gemberthee zoals je het in de horeca krijgt bestaat uit een beker heet water met wat plakjes verse gemberwortel. Ik vind het lekker, maar wel wat tam. De plakjes gember geven natuurlijk alleen wat smaak af aan het snijvlak, het is een nogal compacte wortel.

Meer snijvlak, dus! Ik schaafde een stuk verse gemberwortel in heel dunne plakjes en droogde die tot ze knisperig waren. En dat was andere koek. Eeh, thee. Niks tam gemberwatertje, maar heerlijke verwarmende thee, in meerdere betekenissen van het woord. En daarbij: met het stuk wortel dat ik droogde zou ik op de horecamanier misschien drie koppen thee kunnen maken. De stand staat nu op zes, en op de foto zie je de rest: genoeg gemberkrullen voor nog minstens zes keer thee.